Pagina's

woensdag 1 oktober 2014

GTC - prelude septies

8 augustus 2000.
Vanochtend nog een keertje op de balans geweest. 930 gram! Lekker bijgekomen de laatste weken dus. Niet moeilijk ook, als je niets beters te doen hebt dan wespen zoeken, ze volgen naar hun nest, dat nest als een konijn uit te graven en er vervolgens met de vette raten vandoor te gaan. Larven en poppen, puur eiwit, daar wordt je lijf strak van.
'Je gat is zo dik in die rok', merkte m'n ventje op. 
Zo lief, niet? Echt een schatje, dat mannetje van me!

GTC - prelude sexies

1 augustus 2000.
Met mezelf en m'n muis is alles okee. Dank je.
'k Heb er hoe langer hoe minder last van, trouwens.
Alles went, zelfs een ding dat zendt.
Haha.

GTC - prelude quinquies

25 juli 2000.
De 'muis' aka de zender zit nog steeds op m'n rug. 
Zweedse makelij. Goed spul.
Nog een geluk dat ze me geen sleuteltje gaven om hem zelf ineen te knutselen...

GTC - prelude quater

21 juli 2000.
Miljààrdeuh! 'k Heb me laten vangen. Letterlijk. Als een beginneling!
Stel je voor. Vanmorgen werd ik wakker, kakje en kuisje, wat snoezen in de ochtendzon en plots hoorde ik een hels kabaal in een kapzone wat verderop. Boompiepers, Graspiepers, Gele kwikken en Boerenzwaluwen, luid roepend over iets.
Ik vloog erheen, en weet je wat er stoicijns op de grond zat? Een Havik! 
Piepers en Kwikstaarten kan ik hebben. Zelfs een Boomvalk laat me Laplands. Maar een Havik, zal 't gaan ja?! Dus zonder ook maar één seconde na te denken - hàd ik maar - stoof ik af op dat rotbeest, en raakte hopeloos verward in een mistnet.
Een hoop geroep, een drietal mensen die uit het niets opdoken en zes handen die me bepotelden en me bevrijdden uit m'n weinig sierlijke situatie. Wat volgde was één grote vernedering. Ik werd in een zak gestoken, gewogen, volledig opgemeten - zelfs m'n kleine teen moest eraan geloven, onderzocht, gefotografeerd en vervolgens werd er een plastic doosje met een kleine antenne op m'n rug geplakt. Een zender verdorie, 20 gram op m'n rug. 'Die raak je pas kwijt wanneer je in de rui gaat!' vertelde een van de mensen me. Ook dat nog.
'Om je te kunnen volgen tijdens je trek naar Afrika!' voegde ze eraan toe.
Oef, 'k vreesde al dat het om een krachtig springtuig ging en dat ze me wilden gebruiken als vliegende bom, je weet maar nooit. Soit, zolang het m'n aerodynamica maar niet in de soep stuurt.
Toen ik dacht dat de operatie eindelijk achter de rug was kreeg ik ook nog een ring om m'n poot - ook dàt nog - en lieten ze me terug vrij. Zij blij, ik een stuk minder.
En die Havik? Een oud dood opgevuld exemplaar nota bene - het watten pluisde uit z'n gat. Gewoon gebruikt om mij in de val te lokken.
Hij jeukt, die zender.

GTC - prelude ter

19 juli 2000.
Verdacht veel menselijke activiteit in m'n buurt, de laatste dagen.
Volk met kijkers.
Nog nooit een vogel zien eten?!

dinsdag 30 september 2014

GTC - prelude bis

16 juli 2000. 
Vanmorgen op de balans geweest: 780 gram, slechts.
Nog een heel eind verwijderd van ideale trekgewicht. Bijna 200 gram moet er nog bij eer ik met een gerust geweten op reis kan. Volslank is voor ons Wespendieven immers de ideale lijn - hoe vettiger hoe prettiger.
Tientallen wespennesten ga ik nog uitgraven. 
En daarna nog een paar.

GTC (Get To Cameroun) - prelude

We zijn 13 juli 2000. Stralend zomerweer, hier aan de Zweedse kust van Kattegat, een paar kilometer zuidoost van het stadje Varberg - bekend van z'n middeleeuwse vesting, mocht het je interesseren.
De voorbije weken waren best druk - jongen op de wereld zetten, voedsel zoeken en aandraven, iets te nieuwsgierige indringers op een afstand houden, en intussen zelf niet vergeten aan te vetten. Je kent dat wel. Over een maand is 't immers weer zover. Weg uit dit land, zuidwaarts. 
Nog één maand te gaan. Vreten gaan we doen.

Get To Cameroun

Organbidexka laat me niet los, dit najaar. Of het nu door die bijnadoodervaring van drie weken geleden, de gruwelijk lege hemels hier of het nog gruwelijker gebrek aan patxaran komt weet ik niet, maar sinds ik m'n col-onderbroek over de haag heb gegooid ben ik er nog niet één moment weggeweest. Virtueel dan.
Vogeltrek is bijzonder. Moeilijk uit te leggen aan niet-trektellers of niet-vogelaars wàt het zo bijzonder maakt - you know it when you see it.
Soit, bij het uitmesten van m'n papieren verleden de laatste dagen (lees: afwegen of het in dit digitale tijdperk echt de moeite loont om die duizenden pagina's te houden of niet, om in negen op tien van de gevallen de bak 'wintervuur' wat zwaarder te maken) stootte ik plots op een kleine, bruine enveloppe. Ongeopend. Afgestempeld in Cameroun. '16 oct 2000' las ik op het poststempel.
'Cameroun?!' fezelde ik tussen m'n lippen door. 'Wie heeft mij vanuit dàt land wat opgestuurd?'
'En hoe komt het dat ik dat ding nooit eerder in m'n handen heb gekregen, laat staan geopend?' vervolgde ik, luidop pratend nu, terwijl ik de stevig dichtgeplakte bruine zak zorgvuldig open begon te scheuren.
Nu goed, dat soort zaken overkomt me wel vaker - 'k heb vorige week nog een openstaande verkeersboete van twaalf jaar terug betaald, bijvoorbeeld, voor smaad aan een politiehond, soit - en dus gaf ik die overpeinzingen niet meer aandacht dan ze verdienden. Ik was toch als eerste bij dat been trouwens. En daarmee uit.
In de enveloppe dus, een schriftje. En een heel vreemde geur, een mengeling van honing, bijenwas, propolis, oude bierglazen, kattenbakvulling en koffie.
'Get To Cameroun' stond op de eerste pagina. 
'Get to Cameroun?!'
Geintrigeerd begon ik te lezen. 
Het bleek om een dagboek te gaan. Een reisblog, eigenlijk, netjes bijgehouden door Anita.
Anita was een van de gezenderde Wespendieven die ik in 2000 ontmoette, tijdens een van m'n eerste bezoeken aan de Col van Organbidexka. Zoals zo vaak het geval is werden contactgegevens uitgewisseld en 't resultaat was een dagboek in m'n brievenbus. Geen reden om zoiets niet normaal te vinden.
Een dikke maand, zo lang deed de guitige meid erover om van haar land naar haar overwinteringsgebied in equatoriaal Afrika te reizen. Slechts 37 dagen! Ongelooflijk, toch? Elke dag hield ze netjes bij waar ze was geweest en wat ze had beleefd. Lange dagen en korte dagen, goed nieuws en slecht nieuws, de vogels en de bijtjes, het stond allemaal netjes neergepend.
Van Zweden naar Cameroun. Meer dan 7000 kilometer.
Weet je wat? De volgende dagen ga ik haar gewoon zelf aan 't woord laten.
Een reisdagboek van een Zweedse Wespendief krijg je niet elke dag in je pollen. Stel je voor.

dinsdag 23 september 2014

Wegdromer 85

Tijd voor wat bessensap. (C) Michel Quéral
't Was één van de meest gespeelde songs in Organby dit jaar. 
't Weer zat er voor veel tussen, wellicht. 
'En direct', acoustisch, bij kaarslicht wegens de algehele electriciteits-panne.
Geluk zit in heel kleine dingen...

Hurt - Johnny Cash

Life sucks

Even uitrusten tijdens de trek. Deep down Basque Country. (C) Bart Goemaere
'Eventjes om te melden dat we vandaag in Falsterbo moesten zijn ...' mailde een van de Real Belgian Birders me zonet.
'Waarom' voegde hij er retorisch aan toe - alsof ik me die vraag niet zelf zou gesteld hebben. Om vervolgens zonder de minste waarschuwing z'n bijtende bloemkoolscheet in de veel te kleine tent te vuren, de slaapzak wijd open.
- Bastaardarend en havik!
- Meer dan 700 rode wouwen!
- Meer dan 2000 kraanvogels!
- Meer dan 2000 buizerden!
- De eerste ruigpoten
- De eerste honderden kool en pimpels
- Bijna 7000 vinken!
- Meer dan 1000 sijskes!
- en nog veel meer: bijna 18000 vogels op één dag!!!
De smeerlap.
Goed, het was uiteraard hij niet die al die vogels had losgelaten, maar toch. 
Alsof ik het niet al moeilijk genoeg heb.
Sinds ik Organby achter me heb gelaten zijn ze ginds immers niet één keer gegloupseerd geweest.
Hebben ze Smellekens gezien, Grijze Wouwen, Schreeuwarend, Eleonora's valken, Kleinste jager en noem maar op. 
Heb ik drie dagen krom gelopen van al het hooi dat ik heb gedroogd en binnengezeuld.
't Kan ook van die prei, bloemkolen en rapen zijn geweest. Whatever.
Heb ik welgeteld één Boomvalk in de tuin gezien. En een handvol Buizerden op trek in de Thiérache.
So what.
'Life sucks' mailde ik terug, dus.
Meer viel er echt niet te zeggen.
Onbeperkte toegang tot informatie maakt een mens doodongelukkig.
En zeker als je 'n Real Belgian Birder bent.