Pagina's

zondag 5 oktober 2014

GTC Hanover - Ludenscheid

19 augustus 2000. Fuelbecker Talsperre. 177km.
Niet zo best opgeschoten vandaag. Restanten van de zware storing, die een week geleden nog boven de Azoren hing, zorgden de hele dag voor een lichte zuidwestenwind en compacte stratus waardoor we dus flink in de vleugels moesten om op schema te blijven. Van cruise-control was geen moment sprake. Kloteweer, maar zo'n dingen horen er nu eenmaal bij. 
De etappe voerde ons over de laatste restanten van de Luneburger Heide, met ronduit prachtige eindmoreneruggen gescheiden door vruchtbare valleitjes. 't Valt me ook steeds weer op hoe bosrijk deze regio wel is. Duitsers en brandhout, het blijft een klassieker.
Vervolgens vlogen we via Paderborn naar het bosrijke heuvelland van Nordrhein-Westfalen. 'We' is in dit geval ruim te nemen. De collega's waarmee ik de eerste etappes een tijdje ben opgetrokken ben ik immers reeds lang uit het oog verloren. We zijn slechts met z'n vijven nu. Drie Zweden, een Deen en een jonge Hollander - 't lijkt wel het begin van een mop. Die laatste, Albert-Jan-Hein-Willem - wij noemen hem Piet - is een jonge snaak, niet eens vier maanden oud, die door de depressie meer dan 200km uit de koers werd geslagen. Noot: hij was slechts één dag onderweg. 't Zal hem leren niet naar de lucht te kijken en 'vergeten' de luchtvochtigheid te meten, laat staan de geur van de lucht op te snuiven vooraleer te vertrekken. Vochtige zeelucht zie je van eindeloos ver aankomen. 
Trekken doe je met je verstand. Sterk zijn is niet voldoende. 't Zal Piet geen tweede keer overkomen.
Ook bijzonder hoeveel stuwdammen deze regio telt - indertijd aangelegd om het Ruhrgebied van stroom te voorzien. Een paar werden tijdens de Tweede Wereldoorlog trouwens succesvol gebombardeerd. Laagvliegende Lancasters, speciale 'Mozesbommen' die vrolijk over 't water 'huppelden' tot tegen de dam waarna ze zonken. Daarna boem, stortvloed en dat soort dingen. Jullie, mensen, doen elkaar toch wat aan. En jij die dacht dat wij Wespendieven van niets op de hoogte zouden zijn...
Soit, met een beetje geluk spoelt de storing vannacht volledig door zodat we morgen de Rijn over kunnen.

Vlieg eens over een kalksteengroeve. Erwitte.

Prachtig zicht op de vallei van de Lenne, een bijrivier van de Ruhr.

De 'walvisdam' aka onze slaapplaats.

zaterdag 4 oktober 2014

GTC Lubeck - Hanover

18 augustus 2000. Ten zuiden van Hanover. 209 kilometer.
'k Begin geleidelijk aan in m'n ritme te komen. De stijfheid in m'n borstspieren - na de zware inspanning van gisteren - verdween sneller dan ik had gevreesd waardoor ik zowaar heb genoten van de stevige 200 kilometer die vandaag op de teller stond.
Het traject bestond uit twee delen, een noordelijk en - hoe origineel - een zuidelijk, met de Elbe als scharnierpunt. Van Lubeck tot aan deze rivier ging het verder over het vlakke landschap van Schleswig-Holstein - 't moet maar eens gedaan zijn met plaatsnamen te willen vertalen. Akkers, akkers en vooral akkers. Groot en hoekig. German style.
Eens we de Elbe overstaken, ten oosten van Hamburg, was 't een beetje thuiskomen. We mochten de beroemde Luneburger Heide over! Tientallen kilometers zand en gruis - grondmorenen, eindmorenen en puinwaaiers uit de laatste IJslijd - met een hoop naaldhout erop gepoot. Zoals de Veluwe, maar dan in 't Duits. Met dikkere bomen, groffer zand, en veel luidere Zwarte spechten - AUFMACHEUNNN!!! Er was nauwelijks wind en dus vormden zich monsterachtige thermiekzuilen. Tot drie à vier kilometer konden we klimmen, om ons vervolgens als otters op een modderbaan naar beneden te laten glijden. De dag vloog voorbij zonder dat we'r erg in hadden.
Morgen komen de eerste bergen eraan.
Auf der Heide bluht ein kleines Bluuuuuuumelein!

De Elbe over!

Luneburger Heide, ten noorden van Munster.

De zoutmijn van Giesen, op een scheetje van onze slaapplaats.

vrijdag 3 oktober 2014

GTC Hollviken - Lubeck

17 augustus 2000. Omgeving Lubeck.
Stikkapot ben ik. Volledig leeggevlogen. Dat ritme vinden enzo. 't Begin van de trek enzo. Doseren weet je, doséren!
230 kilometer achter de kiezen, waarvan 45 kilometer in actieve vlucht - lees: je vleugels in een schroef bewegen om je voorwaarts te verplaatsen, zoiets. Twee zee-engtes overgestoken, de 25 km brede Oresund tussen Zweden en Denemarken en de 20 km brede Fehmarn Belt tussen Denemarken en Duitsland.
't Is goed het Skandinavische luik achter de rug te hebben. Vanaf nu krijgen we geen zeewater meer te zien tot de volgende oversteek, in Gibraltar.
Het was druk op de baan, niet te geloven! Of wel eigenlijk, iedereen wil zich immers door datzelfde gat persen. Elk jaar weer hetzelfde liedje. Vergelijk het met het begin van de solden - iedereen wil op 't zelfde moment door die éne deur. In dit geval de zebrapaden in Falsterbo en het Deense Rodbyhavn.
Waarom? Omdat wij, Wespendieven - maar ook andere roofvogels zoals Buizerden, Kiekendieven, Arenden enzomeer, soit, àlles wat grote en brede vleugels heeft - het moeten hebben van warme lucht.
Kijk, de zon zorgt ervoor dat het land wordt opgewarmd. Zichtbaar licht wordt door het land geabsorbeerd, infrarood uitgezonden. Vermits het landoppervlak niet overal gelijkmatig opwarmt ontstaan boven de zones die het meest opwarmen zuilen van warme, opstijgende lucht. Dat is thermiek. Dat is de lift, die ons in een enorme kurkentrekker-beweging kilometers opwaarts takelt, waarna we ons doodleuk laten glijden naar de volgende thermiek'bel'. Boven heidevelden, kapvlaktes, akkers en bebouwing is er vaak goede thermiek, boven bossen en moerassen minder. Met andere woorden: bij mooi weer verbruiken we nauwelijks energie om ons te verplaatsen, we laten ons gewoon drijven op de warme luchtstromen. Slim gezien, niet?
Boven water is er geen thermiek. Water doet er een eeuwigheid over om op te warmen. Als we dus zo'n wateroppervlak over moeten, dan doen we dat waar dat voor ons het meest interessant is. Lees: waar we zo weinig mogelijk energie moeten verspillen.
Met honderden tegelijk staken we vanmiddag dus nabij Falsterbo de Oresund over. Het moet een prachtig schouwspel zijn geweest, van beneden gezien. Vervolgens ging het over de Deense regio Sjaeland, met z'n akkers en weiden, kreken en schorren, verspreide bossen en lieflijke dorpjes. Zo vlak als een bevroren meer. Verstand op nul, cruise-control op 'on' en drijven maar tot het Fehmarnzebrapad.
Eens we dat achter de rug hadden wilden we maar één ding: zo snel mogelijk een rustplaats vinden. Die vonden we in het merengebied ten noorden van Lubeck. Sommige collega's vlogen nog verder, voor mij was 't echter welletjes geweest.
Slapen nu. 'k Poets me morgenochtend wel.

Cruisin' over Sjaeland.
Duitse bodem, eindelijk.

donderdag 2 oktober 2014

GTC Varberg - Hollviken

16 augustus 2000. Hollviken.
On the way! Vanochtend rond halftien vertrokken. Wat cirruswolken, flauwe noordwestenwind gecombineerd met wat zeebries - het gedroomde weer om onze dodentocht te starten. Koers pal zuid, van de dennenbossen, meertjes, vennen, kapvlaktes en heidetoestanden van m'n thuisland over de geurbaniseerde Malmo regio naar het landbouwgebied in het zuiden. Van het heuvelland naar de open vlaktes.
't Was druk op de baan. Moeilijk te schatten met hoeveel we waren, honderden collega's in een straal van een paar kilometer. In 't begin raakte ik aan de babbel met een paar oude bekenden van bijna tegen de Noorse grens, en gaande bij beetje groeide ons platoon aan tot een vijftigtal. Als je jaarlijks meer dan 14.000 kilometer op de baan bent leer je wat volk kennen.
't Was fijn opschieten, deze eerste dag. 190 kilometer in zes uur tijd, niet slecht voor een eerste dag, 't is immers altijd wat wennen in 't begin. Het juiste ritme vinden, weet je. Morgen wordt andere koek, de Oresund over. 25 kilometer water moeten we oversteken. 25 kilometer zonder thermiek. 't Zal malen worden met die vleugels, daarvoor hebben we dat buikvet opgespaard. 
Falsterbo, zo heet dat laatste scheetje Zweden waar we gaan proberen wat hoogte te winnen vooraleer we op actief gaan. We zullen weer veel bekijks hebben van beneden. Veel volk, veel kijkers. 'k Mag er niet aan denken hoe ik op de foto's zal staan dit jaar, met die idiote antenne op m'n rug. 'Radio' noemen m'n collega's me. Hmhm...
Soit. We hebben een fijne slaapplaats, hier in dat dennenbos. 
Morgen naar Denemarken!

Geen wolkje tussen Varberg en Gibraltar. Ideaal trekweer.
M'n zomerkwartier in de Varberg regio.



Intensief landbouwgebied in de buurt van Malmo.
Falsterbo!




woensdag 1 oktober 2014

GTC - prelude octies

13 augustus 2000.
't Begint echt te kriebelen nu. De meeste buren zijn reeds vertrokken. Wat overblijft zijn hangjongeren. Liever lui dan moe. 'We hebben nog alle tijd!' zeggen ze. Ze doen maar. Ik weet dat wanneer het voorspelde noordenwindje eraan komt ik geen seconde langer wacht. 'k Heb het gehad, de zomervakantie, en 't is mooi geweest. Drie mooie snaken op de wereld gezet, niet ziek geweest en niet eens tegen een molenwiek geknald. 
Zonder die muis was het de perfecte zomer geweest.

GTC - prelude septies

8 augustus 2000.
Vanochtend nog een keertje op de balans geweest. 930 gram! Lekker bijgekomen de laatste weken dus. Niet moeilijk ook, als je niets beters te doen hebt dan wespen zoeken, ze volgen naar hun nest, dat nest als een konijn uit te graven en er vervolgens met de vette raten vandoor te gaan. Larven en poppen, puur eiwit, daar wordt je lijf strak van.
'Je gat is zo dik in die rok', merkte m'n ventje op. 
Zo lief, niet? Echt een schatje, dat mannetje van me!

GTC - prelude sexies

1 augustus 2000.
Met mezelf en m'n muis is alles okee. Dank je.
'k Heb er hoe langer hoe minder last van, trouwens.
Alles went, zelfs een ding dat zendt.
Haha.

GTC - prelude quinquies

25 juli 2000.
De 'muis' aka de zender zit nog steeds op m'n rug. 
Zweedse makelij. Goed spul.
Nog een geluk dat ze me geen sleuteltje gaven om hem zelf ineen te knutselen...

GTC - prelude quater

21 juli 2000.
Miljààrdeuh! 'k Heb me laten vangen. Letterlijk. Als een beginneling!
Stel je voor. Vanmorgen werd ik wakker, kakje en kuisje, wat snoezen in de ochtendzon en plots hoorde ik een hels kabaal in een kapzone wat verderop. Boompiepers, Graspiepers, Gele kwikken en Boerenzwaluwen, luid roepend over iets.
Ik vloog erheen, en weet je wat er stoicijns op de grond zat? Een Havik! 
Piepers en Kwikstaarten kan ik hebben. Zelfs een Boomvalk laat me Laplands. Maar een Havik, zal 't gaan ja?! Dus zonder ook maar één seconde na te denken - hàd ik maar - stoof ik af op dat rotbeest, en raakte hopeloos verward in een mistnet.
Een hoop geroep, een drietal mensen die uit het niets opdoken en zes handen die me bepotelden en me bevrijdden uit m'n weinig sierlijke situatie. Wat volgde was één grote vernedering. Ik werd in een zak gestoken, gewogen, volledig opgemeten - zelfs m'n kleine teen moest eraan geloven, onderzocht, gefotografeerd en vervolgens werd er een plastic doosje met een kleine antenne op m'n rug geplakt. Een zender verdorie, 20 gram op m'n rug. 'Die raak je pas kwijt wanneer je in de rui gaat!' vertelde een van de mensen me. Ook dat nog.
'Om je te kunnen volgen tijdens je trek naar Afrika!' voegde ze eraan toe.
Oef, 'k vreesde al dat het om een krachtig springtuig ging en dat ze me wilden gebruiken als vliegende bom, je weet maar nooit. Soit, zolang het m'n aerodynamica maar niet in de soep stuurt.
Toen ik dacht dat de operatie eindelijk achter de rug was kreeg ik ook nog een ring om m'n poot - ook dàt nog - en lieten ze me terug vrij. Zij blij, ik een stuk minder.
En die Havik? Een oud dood opgevuld exemplaar nota bene - het watten pluisde uit z'n gat. Gewoon gebruikt om mij in de val te lokken.
Hij jeukt, die zender.

GTC - prelude ter

19 juli 2000.
Verdacht veel menselijke activiteit in m'n buurt, de laatste dagen.
Volk met kijkers.
Nog nooit een vogel zien eten?!