Pagina's

dinsdag 11 november 2014

GTC - Lokoja - Nsukka

16 september 2000. Nsukka. 128km.
Nauwelijks opgeschoten vandaag. Komt ervan als je bijna op je bestemming bent.
Welcome to the jungle. Dit is thuis. Hier bracht ik de zomer van m'n leven door. The summer of '97. Na m'n eerste trek trok ik in deze contreien zo'n anderhalf jaar rond. Nigeria, Cameroun, Centraal Afrikaanse Reubliek, Congo etc. - I got it all. Tot in Angola zat ik. Van oktober 1996 tot maart 1998, zoiets. Samen met een handvol leeftijdsgenoten trokken we maandenlang rond in en boven de equatoriale jungle - het klassieke scenario voor jonge Wespendieven, daarom dat jullie nooit tweedejaars-Wespendieven op de trektelposten zien, trouwens. Tijdens deze spring-break verwisselden we ons juveniele kleed voor ons adulte pak en toen de laatste pennen waren doorgeschoten trokken we een eerste keer terug noordwaarts.
Een prachtige tijd was dat.
't Is goed om opnieuw boven deze dampende jungle te vliegen, tussen de boomkruinen te scheren, venijnige wespen uit te graven op de talloze kapvlaktes en vervolgens na de obligate boerpauze verder te vliegen.
Die miserie van de woestijn? Al làng vergeten!

Jungle fever (1).
Rumble in the jungle?
Alweer een bosbrandje, dus.
Jungle fever (2).

maandag 10 november 2014

GTC Bida - Lokoja

15 september 2000. Lokoja. 143km.
De Niger liep vandaag alweer als een sedimentrijke draad door de dag. Waarom je immers bezig houden met orientatietoestanden als je gebruik kan maken van natuurlijke wegwijzers?
Bestemming was Lokoja, hoofdplaats van deelstaat Kogi en geografisch interessant daar de stad werd gesticht aan de samenvloeiing tussen Niger en Benue.
Tot daar gran turismo.
De Niger heeft in dit gebied een prachtig meanderlandschap opgebouwd. Net alsof een bijzonder onhandige Godzilla hier ooit heeft getracht z'n drol op te kuisen met één blaadje keukenrol. Ongelooflijk, vegen die overgaan in andere vegen die worden doorkruist door grotere vegen die worden afgesneden door series kleine veegjes die overgaan in één grote uberveeg die vervolgens gezelschap krijgt van een andere uberveeg. Zoiets, je snapt meteen wat ik bedoel.
Genietend van dit prachtige geografische spectakel ging de dag dus snel vooruit en bereikten we de bergen van Lokoja. Lang geleden dat we nog eens een stukje relief onder de vleugels kregen.
Morgen verlaten we Godzilla-land en gaat het zoetjesaan Camerounse grens.
Bijna vakantie.

Go with the flow.

Godzilla-land.

De Niger over, alweer.

Lokoja.

vrijdag 7 november 2014

GTC Dagida - Bida

14 september 2000. Bida. 158km.
Droge savanne. 
Zware vuurhaarden.
Kaduna rivier.
Meer droge savanne.
Meer platgebrande droge savanne.
Bida-city.
Tot zover de trefwoorden in m'n logboek. Meer moet er echt niet van gemaakt worden.
'k Hoop dat ik zo snel mogelijk uit deze rookregio raak, anders zie ik binnen een paar dagen zo zwart als een kraai.
't Zal morgen beteren. De frisse lucht over de Niger zal me deugd doen... 
Een hippodroom zowaar. Je merkt dat de Britten hier nog geweest zijn.
Let op het verschil in nederzetting met de noordelijker gebieden. Frappant, niet?

donderdag 6 november 2014

GTC Illoka'Oje - Dagida

13 september 2000. Dagida Game Reserve. 192km.
Dag 30. De dag dat we officieel de Niger voor de tweede keer overstaken, van rechter- naar linkeroever deze keer. Van 'we' is trouwens geen sprake meer. M'n reiscompagnons ben ik immers sinds Burkina Faso kwijt. Of Bénin, weetikveel. De west-Afrikaanse kusten bekten hen blijkbaar meer dan de equatoriale jungle en dus muisden ze'r stilletjes vandoor, de klootzakken. Kwalijk kan je 't hen niet nemen, de meeste Wespen brengen immers hun winterstop in dat gebied door. Maar toch zijn 't schapen, meutevolgers!
'We' is dus in dit geval m'n muis en ik. Nooit gedacht dat ik die zender ooit nog als gezelschap ging beschouwen.
Soit. De 200km die we vandaag op de teller smeten waren ongetwijfeld de meest gediversifieerde van de trip. Van droge naar vochtige savanne, vervolgens over moeras en open water en dan opnieuw 'rebelote' naar vochtige en droge savanne. Veel water dus, en wie water zegt in Nigeria zegt krokodillen, Nijlpaarden, Witkopviserenden en buikloop aka 'the African liquid that keeps you running all day'.
Het was echter niet m'n gat dat me vandaag het meeste zorgen baarde, maar m'n ogen. De andere zijde van de Niger bleek immers 'the dark side'. Eerst had ik niet door waarom m'n ogen gaandeweg meer begonnen te branden, tot ik de donkere waas opmerkte die boven de regio hing. Rook, afkomstig van ontelbare vuurhaarden die de bushmen maakten om het hout makkelijker te kunnen winnen - hout dat vervolgens in de zon wordt gedroogd en in mierenstijl getransporteerd naar de wegen waarna het met vrachtwagens richting Abuja gaat.
Slash & burn. Ongelooflijk hoe snel het bosareaal hier achteruit gaat. Een beangstigende trend, toch.
Gelukkig zijn er de reservaten nog. Loop ik tenminste niet het risico dat ze me vannacht uit m'n boom branden...

Struggle for life (1).
Struggle for life (2).

Hippo-land.
Couleur locale rond het stuwmeer van Kainji.
Slash & burn.

woensdag 5 november 2014

Right Down the Line

Los van Anita's gekwebbel zouden we bijna vergeten dat er ook nog zoiets als 'tegenwoordige tijd' bestaat. 
Hoe het Bricobart vergaat vertel ik later wel - het gaat goed, onthou dat alvast - maar aan diegenen die het nieuws graag uit de tweede hand vernemen wil ik graag kwijt dat m'n vrienden in Organby het telseizoen in rock 'n roll gaan afsluiten. De vorige dagen trokken er immers meer dan 10.000 Kraanvogels over. Bijna 5.000 vorige zaterdag. Vergeet Lac du Der, de Pyreneeën zijn hot voor de grusgrussers.
'k Had er met plezier m'n linkerkloot voor over gehad om het schouwspel in de raderwagen te kunnen meebeleven. Weg van deze administratieve rotzooi, de herfstige Baskische bergen in. M'n oogjes schieten vol traantjes als ik er ook maar eventjes aan denk. Snif.
'C'était cooooooooool' sms'te m'n collega me gisteren. De rotzak. Sympathiek hoor, maar toch een rotzak.
Enne, ze hebben ook nog een Havikarend zien voorbijzwadderen. Ook dat nog.
Zucht. 'k Zal me maar tevreden stellen met dat juveniel Slechtvalkvrouwtje dat ik reeds een paar keer over ons arendsnest zag vliegen. 
Coooooooooooooooool!

GTC Parc W (Bénin) - Illoka'Oje (Nigeria)

12 september 2000. Illoka'Oje Forest Reserve. 167km.
Na 29 dagen zitten we eindelijk op Nigeriaanse bodem. Nog één keer gaan we de grens over en dan zit de tocht er officieel op - hoewel de tocht er voor een trekvogel nooit echt 'op' zit. 't Is immers niet dat we in ons overwinteringsgebied op één en dezelfde plaats vastgepind zitten. Er zijn geen nestverplichtingen en dus is er geen enkele reden om ter plaatse te blijven. Een paar dagen hier, een dag daar, een weekje ginder. From disco to disco. Onze pens volvreten, ruien - 'k ben echt aan een nieuwe uitzet toe, na die tocht door de woestijn - en rusten, meer staat er niet op 't programma. Ons lichaam doet het werk vanzelf.
Vandaag was een typische savannedag. Op safari, maar dan vanuit de lucht. We zagen onze eerste Olifanten - een enorme kudde van een veertigtal dieren, vlogen over enkele honderden Zebra's, een paar families Giraffen en ga zo maar door. Regelmatig kregen we 't gezelschap van vliegende vuilzakken aka gieren - je ruikt hen voor je ze ziet. Ruppells gieren, Witruggieren, Kapgieren enzovoort. Ook grote grazers gaan dood, door uitputting, predatie of jacht, en niets beters dan een forse gier om de boel netjes op te ruimen. Best sympathiek en goedaardig hoor, daar niet van, maar stinken! Ongelooflijk. Dat is zo in Spanje en dat is evenzo in de Sahel.
Soit, morgen meer dan dat. Nog een weekje en we zijn er.

Deze keer geen graptje. Een kudde Olifa's, pal in 't midden van 't centrum van de kruising van de twee diagonalen van 't beeld.

Graafsporen van Aardvarkens.

Kleine nederzettingkjes in de savanne.

Akkertjes wachtend op een nieuwe lente.


dinsdag 4 november 2014

GTC Marna (Niger) - Parc W (Bénin)

11 september 2000. Parc W. 150km.
Na de forse etappe van gisteren stond er vandaag slechts één letter op 't programma: 'W'.
De 'W' van 'Parc National W'.
Gewoon 'W'.
Spreek uit 'doeblevee'.
Geen tamtam, geen overbodige achtervoegsels, 'doeblevee'.
Doeblevee van 'wespen', misschien.
Doeblevee van 'winterkwartier', als je wil.
'W'.
Parc W is een grensoverschrijdend project tussen de landen Niger, Bénin en Burkina Faso. Eén miljoen hectare groot, UNESCO biosfeer, RAMSAR, de hele mikmak. Hoger kan je als stukje aarde niet scoren. Doeblevee is het grote lot.
Twee soorten vegetatie: boomsavanne en droog bos. Het reservaat is vooral bekend voor z'n grote zoogdieren - noem een typisch savannebeest en je vindt het hier aka Leeuwen, Olifanten, Giraffen, Luipaarden, Bosbokken, Aardvarkens, Torpedotermieten enzovoort, maar ook Lamantijnen, krokodillen en Nijlpaarden. Ook de avifauna scoort niet slecht - meer dan 350 vogelsoorten werden er gespot. Voor heel wat Europese trekvogels is Parc W Benidorm. Grasmussen, Boerenzwaluwen en Rietzangers brengen er hun wintervakantie door.
Je vindt ook Baobabs in W, in een ver en vredelievend verleden aangeplant als uitkijkpost - prima ochtenddrolbomen, trouwens.
Parc W is hét wegrestaurant waar ik elk jaar naar uitkijk. Je zit er goed, er is nooit veel volk - de meeste Wespendieven overwinteren meer westwaarts, er zijn geen Engelsen en je kan niet geloven hoe lekker je er smikkelt, hoe goed het voelt om na meer dan 5000km opnieuw lekkere vettige wespenraat te kunnen verzwelgen.
Goe en veel.
Heel anders dan die Zweedse 'wusp' light-troep.
Parc W. Let op de kudde olifanten rechtsachter onder het midden bovenaan.

maandag 3 november 2014

GTC Takaboungou - Marna

10 september 2000. Marna (Niger). 227km.
't Is goed, eindelijk opnieuw eens in een boom te zitten - ongezien sinds we de Atlas achter ons lieten.
Het werd een prachtige etappe. Voortgestuwd op uitstekende thermiek koersten we over het grensgebied tussen Niger en Burkina Faso. Van de Sahel naar de mid-Afrikaanse savanne. Wadi's gingen over in stroompjes, dorre grassen maakten plaats voor struiken, korstige moddervlaktes werden troebele plassen. Leegte werd opgevuld door menselijke activiteit. Dorpjes, verlaten dorpjes, tracks, rivierdammen en ertsmijnen. We komen gaandeweg in de harde Afrikaanse realiteit.
De geur van de jungle hangt in de lucht. Meer vegetatie, minder naakte aarde. We kunnen onze eindbestemming ruiken, nu reeds.
Het landschap wordt met de dag intenser en kleurrijker. Het samenspel tussen vochtigheid, droogte en vulkanische activiteit zorgt in dit gebied voor prachtige kleurschakeringen. Dit is genieten.
Geoporno, alweer.
We kunnen 't maar gehad hebben.
Vulkanische activiteit in de buurt van Téra.
Afrika. Met de A van art.

De goudmijn van Mont Samira. Departement Téra, Niger.

De eerste tekenen van savanne. Eindelijk.

zondag 2 november 2014

GTC Gao - Takaboungou

9 september 2000. Takaboungou - Burkina Faso. 146km.
Even in Burkina Faso. De eerste en meteen ook de laatste stop die we'r maken trouwens. Over wadi-land naar Takaboungou.
Taka is een onooglijk gehucht op de grens met Niger. Een paar hutten, een waterput, een lemen bouwsel en dan heb je 't zowat gehad. Het is een van de zovele plaatsjes die de Afrikaanse frontier begrenzen.
Taka is echter de poort van de Afrikaanse beschaving. Of beter, een poortje. Een kraantje, eigenlijk. Geen dikke rode halfduims, maar zo'n klein minuscuul gechromeerd pisdingetje. Vanaf hier wordt het landschap door de mens bepaald. Ten noorden van Taka heeft de natuur vrij spel, tot in Algerije.
We zijn door 't kraantje. Go with the flow.
Sahel fever (2). Wat de Niger is voor de geografische begrenzing van de Sahel, is deze lijn voor de socio-economische limiet ervan. Bijzonder, laten we 't zo noemen.

zaterdag 1 november 2014

GTC Niger - Gao

8 september 2000. 100km ten zuidwesten van Gao. 176km.
Bijzonder rustige dag vandaag. Loeiend laat opgestaan, veren gepoetst, gedurende meer dan twee uur gekeken hoe enkele Malinese jongeren met een slank Nigerbootje Nigervis uit hun Chinese netten haalden, nog meer veren gepoetst, een vissende Westelijke Rifreiger geobserveerd, gezien dat het goed was en vervolgens gemoedelijk op weg.
De dag voerde ons over dor grasland, droge rivierbeddingen 'wadi's' en wat verwilderde geiten richting Burkina Faso.
Tranquilou, we zijn in Afrika-modus.
Typisch wadi-landschap. Geen flauw idee trouwens wat die ommuurde zones zijn. Ik hou het op corrals voor het vee, of structuren waarin tijdens het natte seizoen vis wordt gevangen. Of gewoon landingsplaatsen voor aliens.