Pagina's

donderdag 28 februari 2013

Zie ginds komt...

't Is kalmpjes deze maand, niet? 'k Heb de indruk dat februari voorbij is gegaan zoals een furtieve scheet: niemand heeft hem gehoord, maar iedereen heeft hem geroken. De maand is voorbij, en wat hebben we onthouden?
Dat het in 't zuiden nog steeds verdomd fris is, bijvoorbeeld. 's Ochtends staat er nog steeds ijs op de plassen en als daarenboven de tramontane aanstaat is 't vloekend koud. Wat een idee om vorige zondag in shortje een stevig eind te gaan lopen trouwens. Een halve dag heeft het geduurd eer ik m'n mannelijkheid terugvond, 'k dacht dat 't beestje nooit meer tevoorschijn ging komen. De sukkelaar.
Dat er bijzonder weinig te multiservissen valt, ook. Weinig werk, de conjuctuurtrein lijkt stil gevallen. Mensen investeren niet meer, herstellen 't hoogst nodige, vragen een offerte voor de minste pruts, verdunnen de koffie, komen niet meer buiten, eten de stadsduiven op, en de huisdieren, veranderen niet meer wekelijks van slip, clochardiseren elke dag een beetje meer. Crisis.
Dat vrouwlief elk uur van de dag de immosites afschuimt naar onze nieuwe heimat. Dank luc, trouwens, voor dat idee om een duitse bunker om te bouwen tot woning. 'k Heb erover nagedacht, de vele voordelen ervan ingezien en vervolgens het plan voorgelegd aan m'n obersturmführer.
't Zal dus toch bij een boerderijtje blijven, mét toch een stuk luchtafweer - mijn deel van 't compromis. Tegen de ooievaars, weet je.
We leven op hoop, echter. Er is eergisteren een grote boot aan de horizon verschenen en die lijkt knal onze richting uit te varen. Als 't meezit, alst 't écht zou meezitten, zijn we hier binnen een maandje of twee van dit eiland af. 't Lijkt totaal onwezenlijk.
Laten we dat maar van deze maand onthouden...

donderdag 21 februari 2013

Het jaar van de tonijn

De Chinezen hebben 't helemaal fout. Dit jaar is immers niet het jaar van de draak, noch het konijn, de tijger, de halsbandparkiet of de fladdermuis. Dit jaar is 't jaar van de tonijn Thunnus albacares.
Vorig jaar waren we zoals de Limburgse jagers: dom, onwetend, slecht uitgerust en onbescheiden. Vorig jaar was 't jaar van 't Grote Leren.
Dit jaar wordt anders.
Dit jaar wordt beter.
Dit jaar komt er vis in de pan.
Dat ben ik aan mezelf verplicht. Geen tonijn geen verhuis, basta. 'k Ben 't ook aan m'n peter verplicht, een beetje. Ik, die nooit heb deelgenomen aan de visweekendjes met m'n familie. Ik, die verworpene die nooit het plezier heb gedeeld van een hele dag koekeloeren naar een dobber 'ssssssssssssst stoor peter niet hij 's aan 't vissen' en 's avonds een paar bakken frisgekoelde palmkes tot de laatste drup leeg te zabberen, ik ben nog wat aan ons aller generaal verschuldigd...
Precies elf maanden geleden kwamen we puur per ongeluk middenin jagende tonijnscholen terecht. Zonder fotoapparaat, zonder vislijn, zonder kruisboog, zonder harpoen - 'k had er eventueel met m'n peddel op kunnen meppen maar goed, ook sportiviteit heeft zo z'n grenzen.
Het materiaal is klaar - een selfmade speciaal aan de kayakjacht aangepaste vislijn en een getunede 'burning banana' aka m'n kayak, de spirits zijn high en de goesting groot.
Laat die dertigkilo'ers maar komen.

maandag 18 februari 2013

Rare jongens, die grocs

Everzwijnenjagers met maar één kadaver naar huis 

 
In Postel, bij Mol, werd vandaag een drukjacht georganiseerd op everzwijnen. De overpopulatie van everzwijnen veroorzaakt namelijk grote schade aan landbouwgewassen en leidde al tot verschillende ongelukken. Maar de buit was beperkt: de jagers schoten slechts één everzwijn dood. (copypaste uit deredactie.be)

Moeten we dit nu grappig of droevig vinden?
Wat een hoogdag moest worden voor enkele dozijnen Vlaamse 'grocs' is afgedraaid op een regelrecht pak rammel. Tweehonderd man zette het agentschap voor natuur en bos in - wellicht geselecteerd uit de laagste IQ-gelederen. Tweehonderd paardekoppen, voor één miserabel zwijntje. Het nivo is zelfs nog lager dan ik dacht.
By the way. Everzwijnen zijn nachtdieren, stelletje amateurs. Overdag slààààààààààpen ze! Het gedode zwijn was dus wellicht een onfortuinlijk slaapwandelaartje...
Knap werk, beste zwijntjes. Jullie hebben nog een zéér lang leven voor de snoet.

vrijdag 15 februari 2013

De krokoleeuw

Twee mannen scheppen in een broussecafé op over hun respectievelijke vakantie.
'Weet je,' zegt de ene 'dat ik vorige week het ongelooflijke geluk heb gehad oog in oog te staan met 't gevaarlijkste beest van Afrika? Ik heb een krokodil gezien!'
'Een krokodil?' replikeert de andere 'Dat is hoegenaamd 't gevaarlijkste beest niet! Ik heb tijdens m'n trip een leeuw ontmoet, en die is veel veel gevaarlijker!!'
'Niks van! 't Is de krokodil!' werpt de ander koppig tegen.
'Een leeuw zeg ik je!' antwoordt z'n kompaan.
'Krokodil!'
'Leeuw!'
'Krokodil!'
'Leeuw!'
Hun discussie gaat een tijdje door tot een andere gast 't op z'n heupen krijgt en zegt 'luister eens jullie beiden, ik ben reeds dertig jaar gids in dit gebied en eigenlijk hebben jullie allebei een beetje gelijk.
't Gevaarlijkste beest is immers niet de krokodil, niet de leeuw, maar de krokoleeuw, een heel nijdig beest met aan de ene kant de kop van een leeuw, en aan de andere de kop van een krokodil! De krokoleeuw is heel heel nijdignijdignijdig!'
'De krokoleeuw?!' zeggen de twee verbaasd. 'Aan de ene kant krokodil, aan de andere kant leeuw?! Maar hoe kakt de krokoleeuw dan?!'
'Hij kan niet!' zegt de gids. 'En daarom is hij zo nijdignijdignijdig!'

dinsdag 12 februari 2013

Back in black...

... na een weekje witte pret in de Franse Alpen.
't Was een beetje thuis komen, eigenlijk. Eeuwenlang ging ik meermaals per jaar naar de Alpen om te trekken, te klimmen, koeien omver te duwen of met de grasmaaier over edelweissperkjes te racen. Vercors, Chartreuse, Ecrins, Vanoise, Savoie, Wallis, Berner Oberland, Saarthal, Zillerthal etc. Ik doorkuiste het gebergte van noord naar zuid, van west naar oost en zoals 't een geoloog betaamt van onder tot boven. De Alpen waren mijn speeltuin, en dat hebben m'n studenten van toen geweten...
En opeens, plots, niets meer. Een molen, een lege beurs, een gebrek aan tijd. Exit goesting. Exit Alpen. Geleidelijk kwamen die andere bergen in de plaats. De postkaartromantiek van de Alpen werd geruild met de ruigheid van de Pyreneeën. Wat een vrouw al niet kan aanrichten...
Tot nu dus. Terug in de Alpen.
Wat zei ik daarnet? Postkaartromantiek?! Onstabiel weer en de grootste massa's sneeuw die ik ooit zag maakten sneeuwraket-tochten boven de boomgrens toch wel tamelijk lastig.
Levensgevaarlijk eigenlijk.
Onmogelijk, zelfs.
Als je zelfs met raketten anderhalve meter wegzakt begin je je vragen te stellen. Zelfs ik. Elke geul veranderde in een lawinecouloir. Elke traverse op een helling werd een stukje broekpissen. Elke honderd meter spoor trekken was tien kilometer hardlopen waard.
Ruige toestanden dus, daar in 't stroomgebied van de Arc. Jammer maar helaas zijn we echter allen met evenveel gewicht naar huis teruggekeerd als op de heenreis. Wat we verloren in de diepsneeuw wonnen we immers even snel terug met de vele raclettes, tartiflettes, alpenpasta 'crozets' met Beaufort en die Reblochonfonteinen die ons na de zware werkdagen weer bij onze positieven brachten.
Hmmm, alweer.
Dat 't maar gauw terug winter wordt...

vrijdag 1 februari 2013

Tout shuss

'Doe wel en zie niet om' is een van m'n favoriete spreuken. Net na 'wil je méér, werk harder' - met haar Sètoise variante 'heb je 't koud, werk harder'. Die laatste heb ik trouwens twee weken terug bovengehaald in een stampvolle bakkerij. De zogezegd 'verkleumde' arbeiders konden er niet mee lachen. Ach wat, 't was zeker een graad of twee en er stond een tramontane van amper 6 beaufort.
De woessies. Nooit zullen ze de nordisten begrijpen.
Wel doen en niet omzien dus. Wie echter niet omziet loopt echter 't risico niet te leren uit gemaakte fouten. Wat immers wel lijkt op 't ene moment kan compleet fout blijken op 't andere. Niets zo verrijkend als leren uit je vergissingen.
In een ver verleden ging ik op reis met club med, bijvoorbeeld. Club Med. Ik. Van een tegenstrijdigheid gesproken. De non-conformist tussen de gebourgoiseerde meute. Meelopen in de kudde zoals ik nog nooit eerder had gedaan. 'Om bestwil' weetjewel. M'n beste vriend heeft het me nooit vergeven. Fout, natuurlijk. Hij maakte zich gewoon zorgen waarom z'n brother in arms afgleed naar the dark side of the force...
Dat was toen en nu is nu. Dat verleden is ver achter me. Geanaliseerd en platgebrand, maar niet zonder er 't goeds uit te halen. Een ander dictaat zegt immers 'gooi nooit iets weg, ooit komt er een dag waarop je 't zal gebruiken' - het motto van elke bricoleur, merci pa.
Die club med bevond zich aan de zuidflank van de Matterhorn, in Cervinia. Supermooi skigebied. Een week lang skiles en brood en spelen à volonté en elke dag een andere animator die ongevraagd aan je tafel meeschuift. Opan clubmed style.
Soit. Ik hou eraan over dat ik toen voldoende over skiën heb geleerd om volgende week zonder al teveel vrees enkele pistes in de franse Vanoise af te duiken. Afgewisseld met treks op de raketten, uiteraard.
't Ziet er veelbelovend uit, dat weekje sneeuwpret.
Tout shuss!
Tot na de pauze.

Wegdromer 46

Prachtige cover van Bob Dylan's cultsong - die hij op zijn beurt had gepikt uit de Middeleeuwen, trouwens...

Girl From The North Country - Eddie Vedder

donderdag 31 januari 2013

Volgende keer beter

Voor eventjes terug vrijgezel - bij manier van spreken. Onze zoektocht naar een noordelijke woonst startte immers gisteren officieel bij wijze van een guerillabezoek aan een noordelijk doelwit, door vrouwlief. Célia zit dus nog in 't noorden. En ik hier. Pizza en bier. Slenterend ondergoed en luid geboer. De bril omhoog en kruimels in de lavabo. Ik kan het nog mama!
Er was een 'annonce'.
Zoiets met zwaar potentieel.
Op 't eerste zicht.
Er was een opendeurdag.
We stuurden vrouwlief erheen.
We = vrouwlief en ik.
We mobiliseerden half noord-frankrijk.
En driekwart van Vlaanderen.
't Bleek een immense grap.
Asbest, wakkele muren, waterschade.
En gebouwd op een kerkhof, wellicht.
Een hoop miserie dus.
'Go voe af te smeite' dixit papa.
Alleen de boomgaard was de moeite.
Niet voor deze keer.
Niemand koopt na 't eerste schot.
Zoeken naar een volgend doelwit, dus.
Mocht er bijgevolg iemand iets weten liggen op noord-franse bodem in een straal van driekwart-uur van Lille dan mag die m/v dat gerust laten weten. Zolang er maar minimum een hectare grond aan zit en er werk is voor een bricoleur.
Let me know.
Pizza & bier dus. Na een zalige evening-run op de zeepromenade met een ondergaande zon net achter de Canigou.
In T-shirt, zoals alle andere runners.
Levenskwaliteit.
'k Ga dit leven hier zeker ooit nog een klein beetje missen...

zaterdag 26 januari 2013

Rocket Pilou

Gisterochtend, 9.30. Ik bel aan bij een cliente voor een hoop kleine prutsen - herstel van een waterlek in een afvoerpijp, vervanging van een sifon, een kookplaat en 't slot van de voordeur - business as usual wanneer een appartement weer eens van huurder verandert.
Ik installeer me in de keuken, help de dame bij 't leegmaken van haar keukengemeubelte en plots komt er, uit 't niets als 't ware, een groen rammelend balletje voor m'n voeten gerold. Denkende dat er wellicht ergens een speelpoes zit verstopt - er stond immers een kattenbak in een hoek - en zonder ook maar één seconde na te denken geef ik een welgemikte trap tegen de rammelbal en schiet hem als een raket recht door de keukendeur naar de leefruimte ernaast 'ràààààààààmramramramramraram'.
'MON PILOU OH MON DIEU MON P'TI PILOU OH NON!!!'
De dame krijst het uit, terwijl 't groene rolding stuiterend z'n weg voortzet.
Ik word ijskoud. Net alsof al je bloed plots uit je bovenlichaam wegtrekt en samentrekt in je geslachtsdelen, je kent dat wel. Verlammend, en hoogst onaangenaam.
'Pilou?! Wat is pilou?!' vraag ik half stotterend en totaal niet begrijpend wat er zonet is gebeurd.
'MIJN HAMSTER! Mijn klein lief hamstertje!!!' antwoordt vrouwlief terwijl ze 't balletje opraapt, openvijst en er voor m'n verbaasde ogen een hamster uittovert.
Een hamster verdorie! Een hàmster! In een loopballetje - zo'n ding waarmee 't diertje 't hele huis kan bezoeken zonder dat je 't risico loopt om 't kwijt te spelen of erop te trappen. En daar had ik verdorie een penalty mee genomen.
Ik zonk door de grond. Hoe moest ik daar in godsnaam op reageren?
'Sorry, m'n excuses, niet met opzet, wistikveel', àlle clichés heb ik bovengehaald en in een enorme braakbal samengekauwd om de hopeloze situatie een minimum te verzachten terwijl de dame elke vierkante millimeter haar kleine 'Pilou' inspecteerde.
' 't Geeft niet hoor, 't is niet de eerste keer dat hem dit overkomt' zei ze 'maak je maar geen zorgen, 'k was enkel een beetje geschrokken...'.
En ik dan... 'Pilou' stelde het inderdaad bewonderenswaardig wel, ook al was hij net tegen 220 km/u door de keuken en leefruimte geschoten.
Opgelucht zette ik m'n werk voort en 't voorval uit m'n hoofd. Toen ik echter later op de dag Pilou's story aan m'n collega vertelde kon ik eindelijk losbarsten. Gegierd van 't lachen hebben we.
'Wat bezielde je eigenlijk om in dat balletje te trappen?' vroeg m'n collega.
Geen idee. De inspiratie van 't moment, wellicht.
Dju toch. Nog een geluk dat ik 't niet heb opgeraapt en door 't raam gegooid...

zondag 20 januari 2013

Ad fundum

Elfhonderd kilometer noordwaarts, over de besneeuwde causses en verijsde gorges van de Tarn, de plateaus en vulkanen van de Auvergne, de winderige vlakten van het bekken van Parijs en de getuigenheuvels van Oost-Vlaanderen brachten honderden mensen gisternamiddag een laatste groet aan m'n grootvader 'onze peter'.
We waren bij jullie, beste vrienden.
Twee jenevers werden uitgeschonken, 's avonds - 'teige de kaa, doe kreide werm van!'
Hij zou 't niet anders hebben gewild, onze generaal.
Op Ritje.
Op Ritje!