Pagina's

Posts tonen met het label Gorges du Tarn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gorges du Tarn. Alle posts tonen

maandag 26 september 2011

102 km later...

Zeggen dat het pas gisterochtend was dat ik opgelucht, en gedeeltelijk verwoest, over de eindstreep donderde. Niet mankend, niet huilend, niet euforisch. Gewoon blij dat het eindelijk gedaan was. En blij dat je aan dat geteisterde lijf kon zeggen ' 't is gedaan jong, good job, het énige wat ik je nu nog vraag is of je zo lief wil zijn om me naar de wagen te brengen die zowat twee kilometer verder geparkeerd staat'. Twéé kilometer, miljààrde. Van in 't begin wist ik dat dat de zwaarste gingen worden van de hele tocht. Niet meteen stimulerend voor de moraal...
Soit, m'n verstijfde benen brachten me naar de wagen en ik denk niet dat het langer dan een paar minuten heeft geduurd eer ik in slaap viel. Om twee uur later wakker te schieten van een hels kabaal op 't dak van de wagen. Paardekastanjes. Eind september. Uiteraard had ik me net onder zo'n schijtboom geparkeerd. Gelukkig heeft de boom in kwestie het bij één bombardement gehouden - of heb ik de andere niet eens gehoord...
Zo eindigde dus m'n 100 km van Millau. Een mars zoals ik er nog nooit een had meegemaakt. Anders, uniek eigenlijk, in een hoop opzichten van de 100's die ik ooit heb gestapt in België. Het concept 'Millau' is simpel: je beschrijft twee lussen met Millau als knooppunt. Twee lussen doorheen een ongelooflijk mooi landschap, de Gorges du Tarn. De eerste lus, een marathon, voert je stroomopwaarts de vallei van de Tarn in, de eerste helft via de rechteroever, de tweede via de linkeroever. Het héle parcours is volledig autovrij en je loopt de hele tijd op asfalt - een ware verademing vergeleken met de Nacht van Vlaanderen, bijvoorbeeld. Juist ja, de Nacht van Wést-Vlaanderen - waar ik trouwens een van de grootste fans van blijf... De marathon is wat golvend 'mais c'est après Millau que ça se complique...' zei een medestapper me aan de start. De tweede lus, eigenlijk is 't niet eens een lus, voert je over één weg - onder 't viaduct van Millau door, kiekevel! - stroomafwaarts van de Tarn naar St.-Affrique - 'the point of return', vlakbij Roquefort-sur-Soulzon trouwens. Over één en dezelfde weg. Volledig autovrij. Maar wel over dezelfde weg miljaarde. Met andere woorden: toen ik aan 45 km zat zag ik de eerste lopers me in de andere richting voorbijsnellen - de winnaar deed er trouwens iets meer dan 7 uur over om terug aan de meet te zijn, een onvoorstelbaar resultaat. Tot St.-Affrique komen lopers en medestappers je dus tegemoet - een vrij deprimerende situatie daar je met je eigen ogen ziet hoeveel volk er voor je zit. Of hoever je wel aan de staart zit, ook. Je mag jezelf dan wel wijsmaken 'dat het geen wedstrijd is' en dat 'ze uitstappen' het enige is wat telt. Dikke zever, als je aan 't stappen bent wil je zo ver mogelijk vooraan eindigen, basta.
De tweede lus was inderdaad een stuk 'gecomplikeerder'. Bergop en bergaf. Lànge bergoppen en lànge bergaffen. Slopend, zeker als je niet weet hoeveel er nog komen moet. 'Duurt die klotehelling nog lang? Zijn we'r nu nog niet? Etc.' Tijdens een 100 is 't altijd te lang of te breed. Hoe verder je stapt hoe meer je binnensmonds klaagt. Tot je op zeker moment stopt met denken en alleen nog maar de ene voet voor de andere zet. De eerste helft van de tweede lus heeft me geen plezier gedaan. Dat blééf maar duren tot St.-Affrique: 55, 60, 65, 70, 'waar is dat ... lokaal p..d..m..??? En dan op 71 de deklik, toch. Wat eten, veel drinken, niet te lang blijven zitten en rap weer op weg, 'we zijn op de terugweg!!!'.
Ik beging de fout om tijdens de marathon een paar 'kartouchen' te verschieten die ik beter achter de hand had gehouden. Komt ervan als je 't parcours niet kent. 't Was niet nodig 'om die benen eens te testen', nodeloze energieverspilling. Volgend jaar overnacht ik ook ter plaatse. Om 5.00 opstaan om pas 5 uur later te starten is geen goede voorbereiding. Bijna alle stappers die ik heb ontmoet overnachtten ter plaatse. Niets boven een goede nachtrust. Volgend jaar zou 't misschien ook verstandiger zijn toch wat meer te gaan trainen. Waarom bijvoorbeeld geen weekendje ter plaatse gaan doorbrengen? 's Ochtends trainen, 's namiddags kayakken of met de gieren spelen? Soit, 'k Had gehoopt er 15 uur over te doen, 't zijn er twee meer geworden. Je zou kunnen stellen dat ik dus twee uur langer van m'n 55 euro inschrijvingsgeld heb kunnen genieten. Juist ja. De prijs voor de parcourskennis dus. Goed, maar niet uitstekend.
En toch prijs ik me gelukkig bij het zootje te horen dat de eindstreep haalde het hoofd rechtop. Zonder 'accompagnateur', zonder massages op de hulpposten, zonder m'n maag uit m'n lijf te hebben gebraakt, zonder al te vaak de grasbermen te hebben ondergeschreven, zonder dat het bloed uit m'n schoenen liep - een 100 is en blijft rauw afzien. Velen geven op, je vindt hen doelloos voor zich uitkijkend op de hulpposten of gewoon langs de kant. Soit, vandaag sputtert het lijf nog nauwelijks tegen. Een goeie pint straks en de recuperatie is rond.
Op volgend jaar, in 2012 zal 't alleen maar beter gaan.
En sneller, zeker weten.

zondag 17 oktober 2010

Holy Ground

Gisteren wandelden we op heilige grond. We bevonden ons slechts op een uurtje rijden hiervandaan in de Gorges de la Jonte, een zijtak van de Gorges du Tarn op een tankscheut van Millau - het stadje met z'n viaduct weetjewel.
Op deze plaats begon het vele jaren terug allemaal. Op de plaats waar immers dertig jaar ervoor de laatste Vale gier van de streek werd neergeschoten besloten enkele vrijwilligers in de jaren '70 deze vogel terug in te voeren. Eeuwenlang had men de gieren vergiftigd, in de val gelokt, uitgehongerd en neergeschoten, maar in het zog van de mondiale mentaliteitsverandering van die tijd begonnen enkele vrijwilligers een van de meest succesvolle herintroductieprojecten ooit.
Het begon echter met een valse start. Uit de Pyreneëen werden enkele jonge dieren geplukt en ter plaatse losgelaten. Eentje werd geschoten, eentje verongelukte, twee gingen ervandoor en twee verdwenen spoorloos. Gieren zijn immers bijzonder honkvast en een dier dat op plaats A wordt geboren blijft z'n hele leven in de buurt van plaats A. De giervrienden begrepen dat ze 't veel grootser moesten aanpakken wilde hun project kans op slagen hebben. Dus bouwden ze ter plaatse enkele immense volières en bevolkten deze met een 200-tal gieren afkomstig uit gevangenschap, waaronder blijkbaar twee exemplaren uit de de Zoo van Antwerpen. Tegelijkertijd gingen ze alle mogelijke betrokken partijen bewerken en opwarmen, zonder steun van de lokale bevolking red je 't immers niet.
De jongen die uit het project voortkwamen werden in het begin van de jaren '80 vrijgelaten en het duurde niet lang vooraleer de eerste giertjes in de vrije natuur uit hun ei kropen, het begin van vele generaties. Vandaag telt de Vale gierenpopulatie in de regio van Gorges en Causses zo'n 850 stuks. Niet alleen de Vale gier werd geïntroduceerd, ook Monniksgier en Aasgier kregen hun plaatsje terug.
Wat een hoop gedreven vrijwilligers niet bereiken kan. Er moet indertijd een immense hoop werk zijn verzet: bricoleren, observeren, sensibiliseren etc., enkelen hebben hun leven gespendeerd aan het opnieuw invoeren van deze majestueuze vogels. Vandaag zijn er in deze streek geen abattoirs meer. Veetelers laten hun kadavers ophalen door de giervrienden en deze worden op een vijftigtal voederplaatsen gedeponeerd. Sommige zijn zelfs voorzien van camera's. De dieren zijn een toeristische attractie op zich geworden, ver van de gekte in de Gorges du Tarn...
Nabij de plaats waar het allemaal begon bevindt zich het 'Belvédère des Vautours', een interactief museum ingebouwd in de kalksteen en opgedragen aan de gieren van de streek. Echt een aanrader en zeker een spot die we volgende lente opnieuw gaan bezoeken...

Credit foto: www.ruchet.com