Pagina's

Posts tonen met het label hoogkoutermolen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoogkoutermolen. Alle posts tonen

dinsdag 15 februari 2011

So far so good

't Leven gaat hier opnieuw z'n gewone gangetje - naar Sètoise normen althans. Het enige wat echt anders is dan een weekje geleden is 't gegeven dat sommigen je als 'ex-molenaar' aanspreken. Of 'ex-propriétaire d'un moulin'. Juist ja.
Willen jullie er nu eindelijk eens over zwijgen, beste fransozen? Ik heb dat hoofdstuk al lang, lang, afgesloten. Gedaan, streep eronder.
Vroeger, toen ik de molen net had gekocht - en eigenlijk ook al die jaren erna - werd en was ik 'die gast van die molen'. 'Da's zeker speciaal, in een molen wonen?' en 'Hoe is dat eigenlijk, in een molen wonen?' - hoe vaak heb ik die vragen niet gehoord. Na vijftien keer datzelfde vraagteken vervalt een mens in stereotiepe antwoorden. Degenen die me dierbaar waren stelden me de vraag niet meer, en met die vijfduizend anderen wou ik er gewoon niet over praten. 'Eens je je draai gevonden hebt is er helemaal niets speciaals meer aan' antwoordde ik dus meestal. De beeldspraak ontging de meesten, zelfs. Ik wou niet 'die gast van die molen' zijn. Ik was 'den bart'. Die 'ambrasmaker'. Die 'smeerlap'. Die 'koppigaard'. Niemand anders. Ik was dat voor ik de molen kocht en ik was dat allemaal nog steeds toen ik de molen had. Dus zweeg ik meestal over onze molen. Eens de mensen wisten dat ik in een molen woonde veranderde immers hun houding. Wel, ik had er een grondige hekel aan, aan hun - al dan niet goed bedoelde - interesse. Een welgemeende fuck you kregen ze'r gratis bij.
Célia wist in den beginne niet eens dat ik een molen had. In een molen geïnteresseerde deernen waren er immers genoeg. Om dus 't risico te vermijden dat ik een vrouwmens aan de haak sloeg dat meer interesse had voor die reusachtige penis die de molen eigenlijk was, in plaats van in de lul die hem bewoonde, had ik Célia dus wijsgemaakt dat ik in 'in een klein cabanneke ergens in les collines de Flandre' woonde. Dat moest maar volstaan. De verrassing was uiteraard compleet, toen ik vrouwlief op zekere dag moest tonen wat ik onder een 'cabanneke' verstond...
Soit, tot daar. En nu begint dat spelletje opnieuw. Dus, beste franstalige-in-een-molen-geïnteresseerden: zoek een boom met van die kromme gele dingen en ga meer eens lekker jullie buikje vullen. Ik heb er de mijne meer dan vol van. 't Is mooi geweest, maar 't is voorbij. We kunnen ons eindelijk met andere zaken gaan bezighouden...

zaterdag 4 september 2010

Brieven vanuit mijn molen

Zonet een nieuwe site online gezet. Geen verhalen uit het departement 34 deze keer maar een hoop anecdoten over een prachtige stenen windmolen in de Vlaamse Ardennen...

Het volledige adres: http://hoogkoutermolen.blogspot.com/

zondag 11 april 2010

Laat het maar allemaal kapot gaan

Terug in Frankrijk, dus. Of om het met de woorden van Tine en Emma - onze kleuterbuurmeisjes in Horebeke - te zeggen, terug in 'Frankrijkland'. Onze molen ligt er opnieuw netjes bij: geschoren, gemaaid, ontmost en gekaleid en ook al heeft Tom Boonen het net niet gehaald in Meerbeke, het was toch met een gevoel van voldoening dat ik terug op 't vliegtuig richting Nîmes stapte. Ons Hoogkouterproject zit nog steeds op de sporen. Nu is 't enkel nog uitkijken naar een nieuwe eigenaar maar ook dat komt voor de bakker. Nog positief nieuws: m'n lang verwachte werkloosheidsuitkering van november-december-januari is eindelijk uitbetaald, onze eerste overwinning op de franse administratie. Vanaf 't moment dat ik drie maanden vast aan 't werk ben krijg ik recht op een ziekteverzekering, een gegeven dat in tussentijd wordt opgelost door me aan de verzekering van Célia te koppelen. Mocht Célia geen française zijn geweest dan had ik me dus al die tijd moeten inhouden om vooral niet ziek te worden - tenzij ik beroep had gedaan op een private verzekering. Administratie weetjewel...
'k Ben intussen terug aan 't werk en ook dat loopt vlotjes. 't Is fijn om in een oude stad te wonen die per toeval in een warm klimaat aan zee is gelegen en waar vakmanschap de voorbije tweehonderd jaar heeft opgehouden te bestaan: de halve stad is vochtig en rot en elke dag gaat er wel iets kapot. Heb je trouwens ooit al gezien dat een afloop van de keuken via een flexibele buis dwars door de muur in een trechter van de regenwaterafvoer gaat? Ik wel, eergisteren. Sète is een eldorado voor de 'multiservisser'. Ook al zitten veel sectoren hier op hun gat en swingt de werkloosheid lustig de pan uit, intussen valt de halve stad doodleuk in elkaar en wil iedereen zich blijven douchen en op de pot gaan. Met andere woorden: we hebben vertraging op alle werven. Lang leve Sète, waar het voor 't ogenblik reeds ruim rond de tweeëntwintig graden schommelt. Je hoort ons niet klagen...

woensdag 20 januari 2010

Soms vraagt een mens zich af...

Sète is geen eindpunt. Sète is niet het einde van een lijn die in Halle op de kaart is gezet is via Roosdaal en Sint-Kornelis-Horebeke is getrokken. Sète maakt gewoon deel uit van die lijn. Het stadje is een eindig tussendoortje.
We zijn hier voor drie jaar - de tijd die Célia denkt nodig te hebben om 'dr.' voor haar naam te krijgen aka haar eerste strepen te verdienen in haar onderzoeksdomein. Die driejarige eindigheid maakt dat je onbewust intenser gaat leven. Het is ondermeer ook die eindigheid, of beter het gebrek daaraan, die de keuze om weg te trekken uit Horebeke zo makkelijk heeft gemaakt. Het idee om m'n hele leven op één plaats te wonen heeft me immers altijd heel erg beangstigd. 'k Ga niet proberen om het uit te leggen want per slot van rekening kan het wie dan ook wellicht geen bal schelen, maar me vastpinnen op één plaats kan ik niet. Nog niet. 'k Heb het nochtans geprobeerd, zeker weten. De Hoogkoutermolen was en is een prachtig project en er is wellicht geen mooier plek op aarde dan het dak van de keuken. Kruip er maar eens op, zo begin augustus tegen de zessen. Veeg het dakgrind wat opzij en leg je rug tegen de warme molenromp. Kijk uit over de velden, snuif op die geur van onze Vlaamsche boerenbuiten, luister naar die tierelierende veldleeuweriken en drink op dat frisse gerstenat. En daarna een barbecuetje in de tuin, een patat in 't vuur en een dikke schelle spek op de grill. Gewoon het einde. Maar er m'n hele leven blijven wonen? Toen het einde van de werken aan de molen in zicht kwam begon ik al te denken 'Wat nu? Wat ga ik in godsnaam doen als ik in de molen niets meer om handen heb?'. ''k Ga toch niet m'n hele leven onder die zelfde kerktoren blijven koekeloeren?'. Soms vraagt een mens zich af...
'k Heb wellicht avontuur nodig in mijn leven. Op vakantie gaan is niet genoeg. Uiteindelijk kom je terug thuis bij huisje tuintje brievenbusje en maandag-weer-gaan-werken'tje. 'k Ben een heel moeilijk mens - dat ik dààr nu toch niet tevreden mee kan zijn. Eingenlijk wil ik geen avontuur in m'n leven, 'k wil avontuurlijk leven - en dat zijn twee totaal verschillende concepten. Je niet verankeren aan een keurig uitgestippeld traject, dus. Zeilen in functie van de wind, niet in functie van een lijn op de kaart.
De steven naar Sète wenden was dus een stap in de goede richting, dé kans om ons leven een totaal nieuwe kant uit te sturen. Niet weten wat morgen zal brengen, dàt is avontuur. Intenser leven, dus. We hebben drie jaar om hier alles uit de kast te halen, hier in 'le sud'. Goe bezig.