Pagina's

Posts tonen met het label Canigou. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Canigou. Alle posts tonen

zondag 19 februari 2012

Big Brother

De Canigou vanaf 'Les Orgues'
Dat mooi lenteweer dus. Je herinnert je wellicht nog m'n laatste avontuur op 'Big Brother' oftewel m'n Canigou. Je herinnert je ook nog wat ik vertelde over Struikheide, de rizomen of wortelkluiten ervan en pijpenmakerij enzo. Je weet dus dat ik nog een paketje verder moest uitgraven daar m'n werkzaamheden de vorige keer door m'n gebroken ribben, onvoldoende adequaat meteriaal en de invallende nacht noodgedwongen werden gestaakt. Je weet dus ook dat ik al drie maanden wacht op de eerste de beste kans om erheen te gaan en de klus te klaren.
That was yesterday. 'k Kon Célia helaas niet overtuigen om vier uur op te staan om tegen de zevenen in Taurinya, aan de voet van de Canigou, aan te komen. In plaats daarvan namen we onze tijd - het programma was immers bijgesteld van 'we doen de top' naar 'we maken samen een rustige wandeling en graven en passant die klotekluit uit'. Heel vreemd, tijdens de hele weg erheen herkende ik niet één punt in 't landschap, nochthans had ik de route reeds driemaal achter de kiezen. Logisch, uiteraard, want deze keer reden we bij zonlicht, en niet 's nachts zoals de vorige keren. Ook al heeft de nachtroute een zekere charme, de dagroute is gewoon a-dem-be-ne-mend. Vanaf 't moment dat je in Sète op de autostrade komt richting Perpignan zie je Big Brother steeds dichter komen.
En dichter, en dichter, en dichter, en dichter - wat is 'Hector' toch een goeie film, by the way. Groter ook, en groter, en groter, en groter, en groter. In Perpignan verlaat je de 'péage' en kom je op de weg naar Andorra. Vanaf dat moment hou je gewoon je adem in want het landschap is ontwapenend mooi. Dat geel van de rietkragen, dat orange-oker van de sedimenten, dat staalblauw van de lucht, dat wit van de topsneeuw. Gewoon waauw. 'Putain ça kiffe!!!', om in de lokale terminologie te blijven.
We maakten er een prachtige wandeling van en je gelooft het of niet, we vonden de kluit terug. Net op 't moment dat ik de hoop begon te verliezen - elke vierkante meter lijkt immers op elke andere vierkante meter, 'k had de laatste keer immers geen markering achtergelaten, was doodop na elf uur stappen, deed de weg in andere zin en 't was haast nacht - stopte ik even om op adem te komen, speurde de vegetatie af en m'n blik verankerde zich op wat restte van de Struikheideplant. 'Gotchaa!!!!'.
Tot de laatste wortel hield de kluit zich vast aan de grond waar hij tientallen jaren in had gegroeid. Met bijl en survialmes graafde ik hem uit, om tot de vaststelling te komen dat het in feite drie struiken waren die waren verstrengeld. Geen wonder dat de kluit zo enorm was - op 't net had ik gelezen dat de rizomen in de regel zo groot waren als een vuist, net groot genoeg om er een pijpekop uit te snijden. Dit was geen vuist, dit was een olifantendrol.
In de rugzak maar, die superdrol. Geloof je dat ik blij was terug aan de wagen te zijn? Eind goed al goed, 'k hou je wel op de hoogte van 't verdere verloop.
Toch een kleine bedenking, gewoon een krabbel in de kant. 't Is de eerste keer dat ik me schuldig voel een plant te hebben gedood. Om zo'n enorme kluit te krijgen moeten de planten een enorme leeftijd hebben, zich elk jaar een stukje verder hun weg zoekend in de stenige ondergrond van de flanken van de Canigou, hun wortels in alle richtingen wringend, traag maar gestaag, zich niets aantrekkend van massaslachtingen aan de Somme en Passendaele, de Hindenburg, Atlantic Walls, Pearl Harbor, Hirochima en Nagasaki, de Eifeltoren en de Negen Bollen, Elvis Presley, Marilyn Monroe, Vietnam, Man On The Moon, the Beatles en the Stones, Rio de Janeiro en Kyoto, het MestActiePlan, Nine Eleven en Tom Boonen. Al die tijd wrongen de wortels zich tussen de stenen, persten ze opzij, beten zich vast in de terroir, werden één met de berg, het barse klimaat trotserend, steenlawines, bijtgrage Gemzen en gravende keuns.
En daar komt plots een halve gare aangestrompeld die in de plant een half dozijn mesheften ziet, of Andere Toepassingen die nog uit z'n brein moeten worden geboren. Exit Struikheide. De teller wordt terug op nul gezet, voor dat stukje Canigou. Weldra zal in de omgewoelde ondergrond een nieuwe struik ontspruiten, dankbaar profiterend van de losse aarde om heel snel te groeien in z'n jeugd, en een volwassen plant te zijn als ondergetekende reeds lang over de eeuwige jachtvelden zal zwerven.
Gewoon een kantkrabbel, zoals ik al zei...
Bref, we sloten de dag af met een prachtig concert van twee Boomleeuweriken die hun territorium verdedigden. Elk aan hun kant van de weide. Prachtig.

woensdag 25 januari 2012

Canigou, alweer



Ooit al zoiets moois gezien tijdens een normale ordinaire werkdag? Neen serieus, ooit al zoiets puurs mogen begluren, daar in jullie duffige bureau's in Vlaanderen? Neen hé? 'k Dacht het wel!
Troost: je mag de beelden als bureaublad gebruiken. Dat verzacht de pijn, een beetje.
Zelden zo'n heldere lucht gezien, hier in Sète. Zelden m'n ribbenkiller zo dichtbij gevoeld - afgezien van die ene keer dan...
Oh ja, en 'k heb ook nog wat gewerkt vanmorgen. 'Trangquilou tu see bjeng...'

donderdag 12 januari 2012

Just Pic It!

Een overzicht van de voorbije dagen in stripvorm...

Wazawidu 2.0! Kribbe deels ontmanteld, m'n gat zit dus in 't vervolg 10cm lager en dat volstaat normaliter ruimschoots om 't ding stabiel te krijgen. Wait, see & sea!
Canigou, alweer, zo ver en zo dichtbij...

Zomaar een stuk olijfhout - maar wat een prachtige 'natural elbow' - dat een jaartje heeft gedroogd in ons appartement...

Zomaar een nieuwe boemerang - 'Mireval' gedoopt - uit datzelfde stuk hout...

'Die Anarchistische Abendunterhaltung' - Spreeuwen op de keuvel...

Kwetterschijtschijtkwetterkwetter...

'Unne merre d'huile' zoals ze hier zeggen - zonsondergang boven de étang...

zaterdag 17 december 2011

Canigoesting









Zomaar een middagpauze op een van m'n favoriete plekjes om te middagpauzeren tussen twee 'chantiers' door. De étang, de vulkaan van Agde en daarachter 't massief van de Canigou. Prachtig zichtbaar gisteren. 'k Zou er zo heen gereden zijn.
Januari. Sneeuwraketten. Zonder topambities. Gewoon er zijn.

zondag 4 december 2011

Running up that hill

Zelden zoveel pijn gehad tijdens iets doodbanaals als het snuiten van m'n reukorgaan. 'k Heb immers een paar gekneusde ribben en 'k zal dus de eerste dagen weer moeten vermijden om te lachen, te hoesten, te niezen, te ademen en dikke toeters te laten.
KloteCanigou. Klotesneeuw.
Allemaal Célia's schuld eigenlijk. Had zij niet een dagje desperate housewiven met haar vriendinnen gepland dan was ik wellicht niet naar Villers-Les-Bains getrokken om nog eens m'n Witte Vriend te gaan groeten. Big Boy Canigou. Deze zomer had ik er immers absoluut geen goesting voor want het gebied is tussen juni en september 'vergeven' van de toeristen. Hopende de eerste diepsneeuw net een spatje voor te zijn trok ik dus gisterochtend te zeven naar boven - vanaf de Col de Millères, voor de geïnteresseerden. Dat het een pijnlijke dag ging worden wist ik toen nog niet, al had ik het kunnen vermoeden mocht ik beter naar m'n omgeving hebben gelet. Voortekenen genoeg: net voor 't vertrek stootte ik m'n hoofd tegen de deur van onze koffer, zag ik zes kattenkakjes in stervorm gegroepeerd in hun bak en brak ik m'n favoriete tandenborstel. Ik had het dus allemaal kunnen voorzien.
Het eerste uurtje kwam de Petzl eraan te pas daar de zon pas tegen acht uur opkwam. Bekend terrein inmiddels, shortcut naar de Col de Voltès er vervolgens via de 4x4-piste naar de Chalet des Cortalets. Onderweg een gems gezien, op dezelfde plaats nota bene waar ik er de laatste keer ook eentje tegen 't lijf liep. Rijk gemzengebied, dat 'Forêt domaniale du Canigou'.
Eens boven had ik meteen door dat ik beter een maandje vroeger was gekomen want de sneeuw had het landschap reeds totaal in haar greep. Prachtig! Probleem: de sneeuw was totaal verijsd. Overdag is 't immers nog een spatje te warm waardoor de toplaag telkens weer ontdooit en weer bevriest. Meer dan een halve meter verijsde sneeuw lag als een immens dekbed over de zone boven de 2000m.
What to do? Toch naar boven? Zonder stijgijzers? Zonder touw? Zonder piolet of sneeuwankers? En vooral, zonder klimcompagnon? Alleen met een paar telescopische skistokken? Gewoon om niet met 't gevoel naar huis te gaan het zelfs niet te hebben geprobeerd wandelde ik dus over 't witte deken richting 'Hillary Step' - de rotsige passage die je over moet om op het topplateau van de Canigou te komen. De eerste zone was zonder ijzers goed te doen, het fijne laagje stuifsneeuw zorgde immers voor voldoende grip om net niet uit te schuiven. Net voor de Hillary Step werd het echter serieuzer. No more grip. Treden hakken dan maar. Twintig dertig keer stampen tegen het ijs om een gaatje van tien centimeter te krijgen waar net je voet in past. Voetje voor voetje klom ik richting rotsen. Honderden gaatjes op een dubbele rij in de bergflank. Gekkenwerk. Zonder fatsoenlijk materiaal was er geen doorkomen aan. Eén verkeerde stap en ik roetsjte naar beneden. Met crampons zou het een fluitje van een cent geweest zijn. En dan nog, in dit soort omstandigheden moet je met twee zijn. Eentje die voorklimt, een andere die zekert. Solo zonder adequaat materiaal is vragen voor miserie, redeneerde ik. Ik keerde terug op m'n stappen.
Alles ging vlot, tot ik op vijftig meter van vlakker terrein een misstap maakte. Ik gleed uit, BAF! languit en zoefde als een zak patatten naar beneden. Eerste reflex, draai je op je buik en probeer grip te krijgen met handen en voeten. Op ijs? Forget it, ik schuurde m'n nagels eraf. Er 't beste van maken dus. Roetsjen met stijl. M'n val remmen. Plots zag ik een boompje. Ik worstelde erheen - terwijl je tegen 50km/u naar beneden sjeest - en in plaats van tot stilstand te komen werd ik twee meter de lucht in gekatapulteerd. Een harde smak terug, nog een twintigtal meter verder geschoven over hobbelig ijs - terwijl m'n drinkbus me als een torpedo voorbijflitste - en vervolgens kwam ik eindelijk, naar adem snakkend, tot stilstand. Het rottige dennetje had immers alle lucht uit m'n longen geperst. Niks met de armen, niks met de benen, alles functionneerde nog. Ik kon tenmiste blijven rechtopstaand plassen en hoefde geen bier te drinken met een rietje. Alleen wat opengehaalde handen en een stevige pijn in m'n flank. M'n eerste reactie was: gelukkig ben ik teruggekeerd. Als zoiets je hogerop overkomt dan mogen ze je bijeen vegen. Op voorwaarde dat je gevonden wordt, überhaupt...
Ik voelde me echt opgelucht dat ik niet als een ezel was blijven doorklimmen. Goed, 't ware nog verstandiger geweest hoegenaamd niet te beginnen klimmen maar dan had ik er toch een wrang gevoel aan overgehouden 'het niet eens geprobeerd' te hebben. Eind goed al goed dus. De Canigou is geen speeltuin in de winter.
Opgelucht en blij dat ik 't er goed vanaf had gebracht installeerde ik me even later voor de - gesloten - chalet in 't zonnetje en vulde m'n reserves aan met alles waar je in lagere zones voor oplet: zout en vet. 'Rilletes de porc' aka varkensvlees in 't vet, chips en notenbrood. Alleen 't Palmke - 'van Palm wedde kalm' - ontbrak.
De terugweg verliep trager dan gewoonlijk, 'k had immers een paar gekneusde ribben en elke beweging herinnerde me hieraan. Als 't dat maar was. Onderweg kruiste ik alweer een gems en deze keer had ik de tijd m'n gloednieuw fotoapparaatje boven te halen en het zoompje eens vol te gebruiken. Onvoorstelbaar wat je met dat piepkleine toestel kan doen!
In de lagere zone wachtte me nog een verrassing. 'k Had immers een andere terugweg genomen dan gewoonlijk - verandering van spijs doet eten niewaar. Reeds maanden ben ik immers op zoek naar Struikheide. Deze plant komt voor op zure gronden en telkens ik naar de Pyreneeën kom speur ik de vegetatie af. Pyreneeën is gelijk aan zure grond is gelijk aan Struikheide. De plant moest hier gewoon voorkomen. Maar niet vinden miljaarde. Tot gisteravond. Waarom ik die plant wil? Wist je dat van de wortelkluiten aka ribozomen pijpekoppen worden gedraaid? Het wortelhout is immers bijzonder hard, vuurbestendig en prachtig van tekening. Ideaal voor pijpekoppen dus. En mesheften! Yak-proof stuff!
Weg was de vermoeidheid, weg was de ribstukpijn. Ik begon de graven aan de voet van een klein struikje. Kleine struikheides hebben echter enorme wortelkluiten, leerde ik. Aan het equivalent van een doorsnee hortensia zit een compacte kluit die niet eens in een emmer past en meer dan tien kilo weegt, leerde ik ook. Onvoorstelbaar!
Soit, 'k ben er met m'n licht overlevingsmes niet in geslaagd de kluit vrij te krijgen - de C4 was ik thuis vergeten, nog een restant van ANB trouwens. Of beter, ik zou er wel in geslaagd zijn maar 'k had me voorgenomen om klokslag zes weer te vertrekken. Er wachtte immers nog een pittige afdaling. Die kluit kom ik over enkele weken wel ophalen, no problem.
Een uurtje later kwam ik in Petzl-licht terug bij de wagen aan. Opgelucht, blij en voldaan na een dag 'full of real adventure'.
De eindbestemming is niet belangrijk, alleen de weg erheen telt...






vrijdag 3 juni 2011

Ascension

Gisteren was Hemelvaartdag - Ascension op z'n Frans. Een dag waarvan de meteorologen hadden voorspeld dat hij nat en winderig ging zijn. Een dag ook waarop Célia occasioneel moest werken - komt ervan als je een stagestudente onder je vleugels neemt - en die mij toepasselijk leek om nog een keer de Canigou aan te vallen. Hemelvaartdag, beklimming Canigou, je snapt 'm.  De boom in met hun voorspellingen, rien à foutre. Thuisblijven was absoluut geen optie, 'k zou toch maar m'n nagels hebben opgevreten, de katten geplaagd en me bezat. Zoals altijd als ik me verveel. Slijpschijven en schuurmachienen waren evenmin opties want op een feestdag mag je blijkbaar geen lawaai maken. Onverdraagzame buren!
Zelfde scenario als vorige keer: wekker om vier uur en om kwart na zes was ik reeds aan 't ontbijten op de Col de Millères. Trappist met enkele rauwe eieren, een brood of twee, spek en enkele tassen thee die zo sterk was dat je'r gerust mortel mee kon maken etc. - je kent dat soort dingen. Ze moesten erin, die caloriëen. En ook: Koekoek, Wielewaal etc. alweer zo'n prachtige morgen in de Pyreneeën. Alleen wat wolken die de hogere zones aan 't zicht onttrokken en ook wat stuifsneeuw, precies.
Na welgeteld dertig seconden was ik reeds kleddernat daar de vegetatie door en door weekt was. Water loopt in je schoenen, ondanks de lange broek, en je voeten krijgen hun bad waar ze een volle dag van zullen genieten. Vanaf de Col de Cortes, de eerste kaap, was het net als vorige keer genieten van een vers sneeuwtapijt. Niet meer dan een tiental centimeter en dus ideaal om in een stevig tempo naar de Chalet de Cortalets de koersen. Zalig, zo'n maagdelijk spoor in de sneeuw maken. Vooral op een 2e juni. Onderweg kruiste zowaar een Gems m'n pad, de eerste keer dat ik deze soort in de Pyreneeën zie. Ook in Baskenland, de hele andere zijde van de Pyereneeën, worden ze steeds meer waargenomen.
Vanaf les Cortalets begon de miserie echter. Opnieuw. 't Was niet zozeer de sneeuw die roet in 't eten gooide deze keer - over dertig centimeter gaan we niet klagen - maar wel de mist. Waar de rood-witte markeringen stoppen beginnen immers de 'stonemen' - door wandelaars en klimmers gebouwde steenhoopjes die een mens in rotsig terrein de weg wijzen. Bij dichte mist is er altijd één regel: er is altijd een laatste steenhoopje, dat hoopje waar vanaf je geen ander hoopje meer ziet. Is 't rechtddoor of maakt het pad een knik? Een uur ben ik doorgeklommen door kniediepe sneeuw, in een wind die steeds sterker werd en een zichtbaarheid van hoogstens vijf meter. Tot op het moment waarop je zegt: rechtsomkeer man, dit is gekkenwerk. Afdalen ging een pak sneller, uiteraard. Op m'n gat in een sneeuwgeul en in één ruk naar beneden. In de Pyreneeën kan je je zulk speelwerk permitteren.
Moraal van 't verhaal: de derde keer moet de goede keer worden. De Canigou laat zich niet zomaar bedwingen, blijkbaar. Wat me nog 't meeste zal bijblijven is de geur van de overal presente bloeiende Brem in het sneeuwlandschap. Heel surrealistisch, eigenlijk. Zelfs de planten moeten hun kluts kwijt raken ...

donderdag 14 april 2011

Kannigoe...

Reeds half april en alweer tien dagen geleden dat ik nog eens naar m'n blog heb omgekeken. Nuyens en Vansummeren wonnen hun klassieker, Amigo kwam aan in Barbados, hoenoemdedieookalweer-reactor bleef maar lekken en 't werd hoogzomer in de Languedoc-Roussillon - nog nooit zo gebronzeerd geweest in 't voorjaar. En de eerste Nachtegalen kwamen aan...
De weken rijgen zich de laatste tijd aan elkaar, verschil tussen week en weekend is er nauwelijks. In de week werk je voor klant A en klant B en voor de bankrekening van je patron, en in 't weekend doe je je vrienden een plezier. Komt ervan als je 'multiservice' bent geworden. Bart kan je dit en Bart kan je dat? 'k Lijk m'n grootvader wel, die stond erom bekend ook steeds in de weer te zijn voor een ander...
Bricoleren is leuk, plezant, uitdagend en al wat je wil, maar de laatste tijd ligt 't tempo zo hoog dat ik stilaan begin te verzadigen. Soms komt het me gruwelijk de keel uit, ben ik het kotsemoe te hollen van hot naar her en weer terug, van die telefoon die steeds rinkelt, die vertraging op een hoop 'chantiers', die harde woorden en af en toe net geen mot op een of ander bakkes. 'De Mediterraanse leefstijl' noemen ze dat dan. Juist ja.
Vorige vrijdag ben ik uit m'n vel gesprongen en heb aan Célia gezegd dat ik alle voornemens, engagementen en beloftes voor zaterdag aan een raket bond en zinnens was die heel ver weg te schieten. Hier en nu. 't Speelde immers reeds wekenlang door m'n gedachten om eindelijk komaf te maken met de Pic du Canigou, een bult van net geen 2.800m die de oostelijke begrenzing vomt van de Pyreneeën. Een hoop schist die me bijna elke dag de ogen uit 't lijf treitert, zoiets als een zeemermin met een zeeman. Met dat verschil dat ik niet bepaald goesting heb die daadwerkelijk te bespringen, uiteraard. Bovendien was ik de beklimming, nou ja, van de Canigou nog aan die andere Bart verschuldigd, de rotzak - hij deed hem immers reeds en ik nog niet - en ik kon het niet langer aan elke dag die schuldlast mee te moeten zeulen. Zeker niet nu we'r op een fel opgehouden plas naast wonen.
Ik dus vorige zaterdag om 4.30 in onze wagen gesprongen - eindelijk met Franse nummerplaat - om een forse twee uur later aan de wandeling te beginnen. Prachtig vogelconcert in de bergen, bijna net zo'n hard gekwetter als in Halle - Kool- en Pimpelmezen, Merels en Zangijsters, Heggenmussen en Winterkoningen, 't was lang geleden dat ik zo'n weelde nog had gehoord. In Sète hoor je 's ochtends immers alleen Zwarte Roodstaarten en Schijtmeeuwen. Op weg naar 't werk hoor ik alleen Cetti's zangers, Roodborsttapuiten en Schijtmeeuwen. Op 't werk alweer Zwarte Roodstaarten, eerstejaars Torenvalken, Nachtegalen sinds vandaag, en niet te vergeten: Schijtmeeuwen. Soit, de tocht richting Chalet des Cortalets was stevig en prachtig zoals een zwoele lentemorgen in de bergen hoort te zijn. Alleen, me myself and I in ze mountains, daar had ik echt behoefte aan. Vanaf 1.500m liep het echter fout: de eerste sneeuw. Nu goed, vanuit Sète had ik wel reeds gemerkt dat de topzone van de Canigou er 'wat wit uitzag', maar als je een heel eind onder de berghut reeds naar je knieën moet zoeken is er toch iets mis, half april. Geef toe, dat ik m'n zonnebril was vergeten was één zaak. Dat ik geen zonnecrème bij had een tweede. Maar dat ik mezelf zou vervloeken omdat ik m'n sneeuwraketten was vergeten had ik me daags ervoor nooit kunnen inbeelden. Zonder raketten dan maar, eindeloos ploeteren door smeltende diepsneeuw. Soppende voeten in soppende schoenen, een drijfnatte broek, een iets minder natte slip en bevroren genitaliën, wat is 't toch fijn om terug in de bergen te zijn. De 'kannigoe' deed z'n naam alle eer aan: kannigoe vooruit komen in die soep...
Het tussenpunt, Les Cortalets op 2150m,  lag er verlaten bij. De hut gaat immers pas open begin juni om uitgeputte stappers van de GR10 van een brok in de keel en een slapeloze nacht tussen de snurkers te voorzien.
Na een stevig middagmaal - notenbrood met pensen van de beste beenhouwer uit Halle, 'een witte en een zwette' en een Palmke uit Steenhuffel - heb ik maar wijselijk besloten rechtsomkeer te maken. Van de hut naar de top is 't immers anderhalf uur, in optimale omstandigheden. In de sneeuw mag je die tijd gerust verdubbelen. En dan de lange weg weer terug, 't zou gewoon onverstandig geweest zijn, debiel, gevaarlijk, stom, om het zelfs maar te proberen. Volgende keer beter maar, mét raketten. Wellicht wordt die 'volgende keer' hartje winter. Me vrijdags'avonds aan de voet van de berg parkeren, een paar uurtjes slapen en 's morgens rond vier uur met de hoofdlamp aan the long way up & way back beginnen. Twee hoogtekilometers op en twee af, 't is te doen. Met raketten, uiteraard...
Soit bis: op de weg terug heb ik 't maar van de mooie kant bekeken. Nog nooit zo'n lentepracht in de bergen kunnen meemaken: fris groen overal, spetterend groen van pas ontloken berken en lorken, wilde kerselaars in bloei, een hoop voorjaarsbloeiers en, hoog in de lucht, een koppel buizerden. Zalig, zo'n dagje de batterijen opladen...