Er hangt een bosgeur in de keuken. En het is nu - schrijftijd - 6 uur 37. Lang geleden dat ik die geur nog in de neus heb gehad. En nog langer dat ik die in m'n keuken heb gedetecteerd. Je kent dat wel: een zure basis van rottende bladeren en champignons, een lichte toets van vochtige aarde en een vleugje vossenpis. Bosgrond dus. Dat doet me trouwens terugdenken aan de tijd dat ik nog lid was van een Roosdaalse wijnclub - één van die vele vergissingen op m'n palmares. Ik, zoals steeds, veel te eerlijk en veel te humoristisch als ik me ergens totaal niet op m'n gemak voel. Toen we dus diverse wijnen proefden en men me naar m'n mening vroeg was m'n reactie, in 't geval het brouwsel echt niet te zuipen was 'dat brouwsel is echt niet te zuipen'. Na diverse echtelijke discussies - m'n madam van toen was het beu om zich ongemakkelijk te voelen - begreep ik dat je soms de waarheid beter een draai geeft. En je antwoord motiveert.
In 't geval van schijtwijn werd het dus eens 'Ik proef een zachte basis van verbrand rubber en benzine, met een lichte toets van houtlijm en een volle neus van nagellak en vochtige cement'. Ook ironie was geen goeie keuze. Resultaat: ik veranderde van club. Ik veranderde van drank. Ik veranderde van madam. Ik veranderde van streek. En wat later veranderde ik zelfs van werk. En telkens maakte ik de goeie keuzes, bovendien. Ik ging boogschieten, bier drinken, en kocht een windmolen in de Vlaamse Ardennen.
Soit, die bosgeur in de keuken dus. Je herinnert je die kluiten Struikheide die ik uit de Pyreneeën meebracht? Wel, uit een ervan ga ik een pijp maken (meerbepaald een calumet), en op het net las ik dat je hiervoor de kluit zo'n 12 uur moet koken om alle tanines en andere rotzooi eruit te krijgen. We zijn dus bezig met een kookmarathon, en gaan de hele dag genieten van het aroma van een winters Hallerbos in huis.
Zalig! Waar is de tijd?
't Is eens iets anders dan de klassieke wafels op zondagmorgen...
Een mooie uitleg over pijpenmakerij vind je hier.
Posts tonen met het label struikheide. Alle posts tonen
Posts tonen met het label struikheide. Alle posts tonen
zondag 4 maart 2012
zondag 19 februari 2012
Big Brother
| De Canigou vanaf 'Les Orgues' |
That was yesterday. 'k Kon Célia helaas niet overtuigen om vier uur op te staan om tegen de zevenen in Taurinya, aan de voet van de Canigou, aan te komen. In plaats daarvan namen we onze tijd - het programma was immers bijgesteld van 'we doen de top' naar 'we maken samen een rustige wandeling en graven en passant die klotekluit uit'. Heel vreemd, tijdens de hele weg erheen herkende ik niet één punt in 't landschap, nochthans had ik de route reeds driemaal achter de kiezen. Logisch, uiteraard, want deze keer reden we bij zonlicht, en niet 's nachts zoals de vorige keren. Ook al heeft de nachtroute een zekere charme, de dagroute is gewoon a-dem-be-ne-mend. Vanaf 't moment dat je in Sète op de autostrade komt richting Perpignan zie je Big Brother steeds dichter komen.
En dichter, en dichter, en dichter, en dichter - wat is 'Hector' toch een goeie film, by the way. Groter ook, en groter, en groter, en groter, en groter. In Perpignan verlaat je de 'péage' en kom je op de weg naar Andorra. Vanaf dat moment hou je gewoon je adem in want het landschap is ontwapenend mooi. Dat geel van de rietkragen, dat orange-oker van de sedimenten, dat staalblauw van de lucht, dat wit van de topsneeuw. Gewoon waauw. 'Putain ça kiffe!!!', om in de lokale terminologie te blijven.
We maakten er een prachtige wandeling van en je gelooft het of niet, we vonden de kluit terug. Net op 't moment dat ik de hoop begon te verliezen - elke vierkante meter lijkt immers op elke andere vierkante meter, 'k had de laatste keer immers geen markering achtergelaten, was doodop na elf uur stappen, deed de weg in andere zin en 't was haast nacht - stopte ik even om op adem te komen, speurde de vegetatie af en m'n blik verankerde zich op wat restte van de Struikheideplant. 'Gotchaa!!!!'.
Tot de laatste wortel hield de kluit zich vast aan de grond waar hij tientallen jaren in had gegroeid. Met bijl en survialmes graafde ik hem uit, om tot de vaststelling te komen dat het in feite drie struiken waren die waren verstrengeld. Geen wonder dat de kluit zo enorm was - op 't net had ik gelezen dat de rizomen in de regel zo groot waren als een vuist, net groot genoeg om er een pijpekop uit te snijden. Dit was geen vuist, dit was een olifantendrol.
In de rugzak maar, die superdrol. Geloof je dat ik blij was terug aan de wagen te zijn? Eind goed al goed, 'k hou je wel op de hoogte van 't verdere verloop.
Toch een kleine bedenking, gewoon een krabbel in de kant. 't Is de eerste keer dat ik me schuldig voel een plant te hebben gedood. Om zo'n enorme kluit te krijgen moeten de planten een enorme leeftijd hebben, zich elk jaar een stukje verder hun weg zoekend in de stenige ondergrond van de flanken van de Canigou, hun wortels in alle richtingen wringend, traag maar gestaag, zich niets aantrekkend van massaslachtingen aan de Somme en Passendaele, de Hindenburg, Atlantic Walls, Pearl Harbor, Hirochima en Nagasaki, de Eifeltoren en de Negen Bollen, Elvis Presley, Marilyn Monroe, Vietnam, Man On The Moon, the Beatles en the Stones, Rio de Janeiro en Kyoto, het MestActiePlan, Nine Eleven en Tom Boonen. Al die tijd wrongen de wortels zich tussen de stenen, persten ze opzij, beten zich vast in de terroir, werden één met de berg, het barse klimaat trotserend, steenlawines, bijtgrage Gemzen en gravende keuns.
En daar komt plots een halve gare aangestrompeld die in de plant een half dozijn mesheften ziet, of Andere Toepassingen die nog uit z'n brein moeten worden geboren. Exit Struikheide. De teller wordt terug op nul gezet, voor dat stukje Canigou. Weldra zal in de omgewoelde ondergrond een nieuwe struik ontspruiten, dankbaar profiterend van de losse aarde om heel snel te groeien in z'n jeugd, en een volwassen plant te zijn als ondergetekende reeds lang over de eeuwige jachtvelden zal zwerven.
Gewoon een kantkrabbel, zoals ik al zei...
Bref, we sloten de dag af met een prachtig concert van twee Boomleeuweriken die hun territorium verdedigden. Elk aan hun kant van de weide. Prachtig.
zondag 4 december 2011
Running up that hill
Zelden zoveel pijn gehad tijdens iets doodbanaals als het snuiten van m'n reukorgaan. 'k Heb immers een paar gekneusde ribben en 'k zal dus de eerste dagen weer moeten vermijden om te lachen, te hoesten, te niezen, te ademen en dikke toeters te laten.
KloteCanigou. Klotesneeuw.
Allemaal Célia's schuld eigenlijk. Had zij niet een dagje desperate housewiven met haar vriendinnen gepland dan was ik wellicht niet naar Villers-Les-Bains getrokken om nog eens m'n Witte Vriend te gaan groeten. Big Boy Canigou. Deze zomer had ik er immers absoluut geen goesting voor want het gebied is tussen juni en september 'vergeven' van de toeristen. Hopende de eerste diepsneeuw net een spatje voor te zijn trok ik dus gisterochtend te zeven naar boven - vanaf de Col de Millères, voor de geïnteresseerden. Dat het een pijnlijke dag ging worden wist ik toen nog niet, al had ik het kunnen vermoeden mocht ik beter naar m'n omgeving hebben gelet. Voortekenen genoeg: net voor 't vertrek stootte ik m'n hoofd tegen de deur van onze koffer, zag ik zes kattenkakjes in stervorm gegroepeerd in hun bak en brak ik m'n favoriete tandenborstel. Ik had het dus allemaal kunnen voorzien.
Het eerste uurtje kwam de Petzl eraan te pas daar de zon pas tegen acht uur opkwam. Bekend terrein inmiddels, shortcut naar de Col de Voltès er vervolgens via de 4x4-piste naar de Chalet des Cortalets. Onderweg een gems gezien, op dezelfde plaats nota bene waar ik er de laatste keer ook eentje tegen 't lijf liep. Rijk gemzengebied, dat 'Forêt domaniale du Canigou'.
Eens boven had ik meteen door dat ik beter een maandje vroeger was gekomen want de sneeuw had het landschap reeds totaal in haar greep. Prachtig! Probleem: de sneeuw was totaal verijsd. Overdag is 't immers nog een spatje te warm waardoor de toplaag telkens weer ontdooit en weer bevriest. Meer dan een halve meter verijsde sneeuw lag als een immens dekbed over de zone boven de 2000m.
What to do? Toch naar boven? Zonder stijgijzers? Zonder touw? Zonder piolet of sneeuwankers? En vooral, zonder klimcompagnon? Alleen met een paar telescopische skistokken? Gewoon om niet met 't gevoel naar huis te gaan het zelfs niet te hebben geprobeerd wandelde ik dus over 't witte deken richting 'Hillary Step' - de rotsige passage die je over moet om op het topplateau van de Canigou te komen. De eerste zone was zonder ijzers goed te doen, het fijne laagje stuifsneeuw zorgde immers voor voldoende grip om net niet uit te schuiven. Net voor de Hillary Step werd het echter serieuzer. No more grip. Treden hakken dan maar. Twintig dertig keer stampen tegen het ijs om een gaatje van tien centimeter te krijgen waar net je voet in past. Voetje voor voetje klom ik richting rotsen. Honderden gaatjes op een dubbele rij in de bergflank. Gekkenwerk. Zonder fatsoenlijk materiaal was er geen doorkomen aan. Eén verkeerde stap en ik roetsjte naar beneden. Met crampons zou het een fluitje van een cent geweest zijn. En dan nog, in dit soort omstandigheden moet je met twee zijn. Eentje die voorklimt, een andere die zekert. Solo zonder adequaat materiaal is vragen voor miserie, redeneerde ik. Ik keerde terug op m'n stappen.
Alles ging vlot, tot ik op vijftig meter van vlakker terrein een misstap maakte. Ik gleed uit, BAF! languit en zoefde als een zak patatten naar beneden. Eerste reflex, draai je op je buik en probeer grip te krijgen met handen en voeten. Op ijs? Forget it, ik schuurde m'n nagels eraf. Er 't beste van maken dus. Roetsjen met stijl. M'n val remmen. Plots zag ik een boompje. Ik worstelde erheen - terwijl je tegen 50km/u naar beneden sjeest - en in plaats van tot stilstand te komen werd ik twee meter de lucht in gekatapulteerd. Een harde smak terug, nog een twintigtal meter verder geschoven over hobbelig ijs - terwijl m'n drinkbus me als een torpedo voorbijflitste - en vervolgens kwam ik eindelijk, naar adem snakkend, tot stilstand. Het rottige dennetje had immers alle lucht uit m'n longen geperst. Niks met de armen, niks met de benen, alles functionneerde nog. Ik kon tenmiste blijven rechtopstaand plassen en hoefde geen bier te drinken met een rietje. Alleen wat opengehaalde handen en een stevige pijn in m'n flank. M'n eerste reactie was: gelukkig ben ik teruggekeerd. Als zoiets je hogerop overkomt dan mogen ze je bijeen vegen. Op voorwaarde dat je gevonden wordt, überhaupt...
Ik voelde me echt opgelucht dat ik niet als een ezel was blijven doorklimmen. Goed, 't ware nog verstandiger geweest hoegenaamd niet te beginnen klimmen maar dan had ik er toch een wrang gevoel aan overgehouden 'het niet eens geprobeerd' te hebben. Eind goed al goed dus. De Canigou is geen speeltuin in de winter.
Opgelucht en blij dat ik 't er goed vanaf had gebracht installeerde ik me even later voor de - gesloten - chalet in 't zonnetje en vulde m'n reserves aan met alles waar je in lagere zones voor oplet: zout en vet. 'Rilletes de porc' aka varkensvlees in 't vet, chips en notenbrood. Alleen 't Palmke - 'van Palm wedde kalm' - ontbrak.
De terugweg verliep trager dan gewoonlijk, 'k had immers een paar gekneusde ribben en elke beweging herinnerde me hieraan. Als 't dat maar was. Onderweg kruiste ik alweer een gems en deze keer had ik de tijd m'n gloednieuw fotoapparaatje boven te halen en het zoompje eens vol te gebruiken. Onvoorstelbaar wat je met dat piepkleine toestel kan doen!
In de lagere zone wachtte me nog een verrassing. 'k Had immers een andere terugweg genomen dan gewoonlijk - verandering van spijs doet eten niewaar. Reeds maanden ben ik immers op zoek naar Struikheide. Deze plant komt voor op zure gronden en telkens ik naar de Pyreneeën kom speur ik de vegetatie af. Pyreneeën is gelijk aan zure grond is gelijk aan Struikheide. De plant moest hier gewoon voorkomen. Maar niet vinden miljaarde. Tot gisteravond. Waarom ik die plant wil? Wist je dat van de wortelkluiten aka ribozomen pijpekoppen worden gedraaid? Het wortelhout is immers bijzonder hard, vuurbestendig en prachtig van tekening. Ideaal voor pijpekoppen dus. En mesheften! Yak-proof stuff!
Weg was de vermoeidheid, weg was de ribstukpijn. Ik begon de graven aan de voet van een klein struikje. Kleine struikheides hebben echter enorme wortelkluiten, leerde ik. Aan het equivalent van een doorsnee hortensia zit een compacte kluit die niet eens in een emmer past en meer dan tien kilo weegt, leerde ik ook. Onvoorstelbaar!
Soit, 'k ben er met m'n licht overlevingsmes niet in geslaagd de kluit vrij te krijgen - de C4 was ik thuis vergeten, nog een restant van ANB trouwens. Of beter, ik zou er wel in geslaagd zijn maar 'k had me voorgenomen om klokslag zes weer te vertrekken. Er wachtte immers nog een pittige afdaling. Die kluit kom ik over enkele weken wel ophalen, no problem.
Een uurtje later kwam ik in Petzl-licht terug bij de wagen aan. Opgelucht, blij en voldaan na een dag 'full of real adventure'.
De eindbestemming is niet belangrijk, alleen de weg erheen telt...
KloteCanigou. Klotesneeuw.
Allemaal Célia's schuld eigenlijk. Had zij niet een dagje desperate housewiven met haar vriendinnen gepland dan was ik wellicht niet naar Villers-Les-Bains getrokken om nog eens m'n Witte Vriend te gaan groeten. Big Boy Canigou. Deze zomer had ik er immers absoluut geen goesting voor want het gebied is tussen juni en september 'vergeven' van de toeristen. Hopende de eerste diepsneeuw net een spatje voor te zijn trok ik dus gisterochtend te zeven naar boven - vanaf de Col de Millères, voor de geïnteresseerden. Dat het een pijnlijke dag ging worden wist ik toen nog niet, al had ik het kunnen vermoeden mocht ik beter naar m'n omgeving hebben gelet. Voortekenen genoeg: net voor 't vertrek stootte ik m'n hoofd tegen de deur van onze koffer, zag ik zes kattenkakjes in stervorm gegroepeerd in hun bak en brak ik m'n favoriete tandenborstel. Ik had het dus allemaal kunnen voorzien.
Het eerste uurtje kwam de Petzl eraan te pas daar de zon pas tegen acht uur opkwam. Bekend terrein inmiddels, shortcut naar de Col de Voltès er vervolgens via de 4x4-piste naar de Chalet des Cortalets. Onderweg een gems gezien, op dezelfde plaats nota bene waar ik er de laatste keer ook eentje tegen 't lijf liep. Rijk gemzengebied, dat 'Forêt domaniale du Canigou'.
Eens boven had ik meteen door dat ik beter een maandje vroeger was gekomen want de sneeuw had het landschap reeds totaal in haar greep. Prachtig! Probleem: de sneeuw was totaal verijsd. Overdag is 't immers nog een spatje te warm waardoor de toplaag telkens weer ontdooit en weer bevriest. Meer dan een halve meter verijsde sneeuw lag als een immens dekbed over de zone boven de 2000m.
What to do? Toch naar boven? Zonder stijgijzers? Zonder touw? Zonder piolet of sneeuwankers? En vooral, zonder klimcompagnon? Alleen met een paar telescopische skistokken? Gewoon om niet met 't gevoel naar huis te gaan het zelfs niet te hebben geprobeerd wandelde ik dus over 't witte deken richting 'Hillary Step' - de rotsige passage die je over moet om op het topplateau van de Canigou te komen. De eerste zone was zonder ijzers goed te doen, het fijne laagje stuifsneeuw zorgde immers voor voldoende grip om net niet uit te schuiven. Net voor de Hillary Step werd het echter serieuzer. No more grip. Treden hakken dan maar. Twintig dertig keer stampen tegen het ijs om een gaatje van tien centimeter te krijgen waar net je voet in past. Voetje voor voetje klom ik richting rotsen. Honderden gaatjes op een dubbele rij in de bergflank. Gekkenwerk. Zonder fatsoenlijk materiaal was er geen doorkomen aan. Eén verkeerde stap en ik roetsjte naar beneden. Met crampons zou het een fluitje van een cent geweest zijn. En dan nog, in dit soort omstandigheden moet je met twee zijn. Eentje die voorklimt, een andere die zekert. Solo zonder adequaat materiaal is vragen voor miserie, redeneerde ik. Ik keerde terug op m'n stappen.
Alles ging vlot, tot ik op vijftig meter van vlakker terrein een misstap maakte. Ik gleed uit, BAF! languit en zoefde als een zak patatten naar beneden. Eerste reflex, draai je op je buik en probeer grip te krijgen met handen en voeten. Op ijs? Forget it, ik schuurde m'n nagels eraf. Er 't beste van maken dus. Roetsjen met stijl. M'n val remmen. Plots zag ik een boompje. Ik worstelde erheen - terwijl je tegen 50km/u naar beneden sjeest - en in plaats van tot stilstand te komen werd ik twee meter de lucht in gekatapulteerd. Een harde smak terug, nog een twintigtal meter verder geschoven over hobbelig ijs - terwijl m'n drinkbus me als een torpedo voorbijflitste - en vervolgens kwam ik eindelijk, naar adem snakkend, tot stilstand. Het rottige dennetje had immers alle lucht uit m'n longen geperst. Niks met de armen, niks met de benen, alles functionneerde nog. Ik kon tenmiste blijven rechtopstaand plassen en hoefde geen bier te drinken met een rietje. Alleen wat opengehaalde handen en een stevige pijn in m'n flank. M'n eerste reactie was: gelukkig ben ik teruggekeerd. Als zoiets je hogerop overkomt dan mogen ze je bijeen vegen. Op voorwaarde dat je gevonden wordt, überhaupt...
Ik voelde me echt opgelucht dat ik niet als een ezel was blijven doorklimmen. Goed, 't ware nog verstandiger geweest hoegenaamd niet te beginnen klimmen maar dan had ik er toch een wrang gevoel aan overgehouden 'het niet eens geprobeerd' te hebben. Eind goed al goed dus. De Canigou is geen speeltuin in de winter.
Opgelucht en blij dat ik 't er goed vanaf had gebracht installeerde ik me even later voor de - gesloten - chalet in 't zonnetje en vulde m'n reserves aan met alles waar je in lagere zones voor oplet: zout en vet. 'Rilletes de porc' aka varkensvlees in 't vet, chips en notenbrood. Alleen 't Palmke - 'van Palm wedde kalm' - ontbrak.
De terugweg verliep trager dan gewoonlijk, 'k had immers een paar gekneusde ribben en elke beweging herinnerde me hieraan. Als 't dat maar was. Onderweg kruiste ik alweer een gems en deze keer had ik de tijd m'n gloednieuw fotoapparaatje boven te halen en het zoompje eens vol te gebruiken. Onvoorstelbaar wat je met dat piepkleine toestel kan doen!
In de lagere zone wachtte me nog een verrassing. 'k Had immers een andere terugweg genomen dan gewoonlijk - verandering van spijs doet eten niewaar. Reeds maanden ben ik immers op zoek naar Struikheide. Deze plant komt voor op zure gronden en telkens ik naar de Pyreneeën kom speur ik de vegetatie af. Pyreneeën is gelijk aan zure grond is gelijk aan Struikheide. De plant moest hier gewoon voorkomen. Maar niet vinden miljaarde. Tot gisteravond. Waarom ik die plant wil? Wist je dat van de wortelkluiten aka ribozomen pijpekoppen worden gedraaid? Het wortelhout is immers bijzonder hard, vuurbestendig en prachtig van tekening. Ideaal voor pijpekoppen dus. En mesheften! Yak-proof stuff!
Weg was de vermoeidheid, weg was de ribstukpijn. Ik begon de graven aan de voet van een klein struikje. Kleine struikheides hebben echter enorme wortelkluiten, leerde ik. Aan het equivalent van een doorsnee hortensia zit een compacte kluit die niet eens in een emmer past en meer dan tien kilo weegt, leerde ik ook. Onvoorstelbaar!
Soit, 'k ben er met m'n licht overlevingsmes niet in geslaagd de kluit vrij te krijgen - de C4 was ik thuis vergeten, nog een restant van ANB trouwens. Of beter, ik zou er wel in geslaagd zijn maar 'k had me voorgenomen om klokslag zes weer te vertrekken. Er wachtte immers nog een pittige afdaling. Die kluit kom ik over enkele weken wel ophalen, no problem.
Een uurtje later kwam ik in Petzl-licht terug bij de wagen aan. Opgelucht, blij en voldaan na een dag 'full of real adventure'.
De eindbestemming is niet belangrijk, alleen de weg erheen telt...
Abonneren op:
Posts (Atom)
