Gisteren was Hemelvaartdag - Ascension op z'n Frans. Een dag waarvan de meteorologen hadden voorspeld dat hij nat en winderig ging zijn. Een dag ook waarop Célia occasioneel moest werken - komt ervan als je een stagestudente onder je vleugels neemt - en die mij toepasselijk leek om nog een keer de Canigou aan te vallen. Hemelvaartdag, beklimming Canigou, je snapt 'm. De boom in met hun voorspellingen, rien à foutre. Thuisblijven was absoluut geen optie, 'k zou toch maar m'n nagels hebben opgevreten, de katten geplaagd en me bezat. Zoals altijd als ik me verveel. Slijpschijven en schuurmachienen waren evenmin opties want op een feestdag mag je blijkbaar geen lawaai maken. Onverdraagzame buren!
Zelfde scenario als vorige keer: wekker om vier uur en om kwart na zes was ik reeds aan 't ontbijten op de Col de Millères. Trappist met enkele rauwe eieren, een brood of twee, spek en enkele tassen thee die zo sterk was dat je'r gerust mortel mee kon maken etc. - je kent dat soort dingen. Ze moesten erin, die caloriëen. En ook: Koekoek, Wielewaal etc. alweer zo'n prachtige morgen in de Pyreneeën. Alleen wat wolken die de hogere zones aan 't zicht onttrokken en ook wat stuifsneeuw, precies.
Na welgeteld dertig seconden was ik reeds kleddernat daar de vegetatie door en door weekt was. Water loopt in je schoenen, ondanks de lange broek, en je voeten krijgen hun bad waar ze een volle dag van zullen genieten. Vanaf de Col de Cortes, de eerste kaap, was het net als vorige keer genieten van een vers sneeuwtapijt. Niet meer dan een tiental centimeter en dus ideaal om in een stevig tempo naar de Chalet de Cortalets de koersen. Zalig, zo'n maagdelijk spoor in de sneeuw maken. Vooral op een 2e juni. Onderweg kruiste zowaar een Gems m'n pad, de eerste keer dat ik deze soort in de Pyreneeën zie. Ook in Baskenland, de hele andere zijde van de Pyereneeën, worden ze steeds meer waargenomen.
Vanaf les Cortalets begon de miserie echter. Opnieuw. 't Was niet zozeer de sneeuw die roet in 't eten gooide deze keer - over dertig centimeter gaan we niet klagen - maar wel de mist. Waar de rood-witte markeringen stoppen beginnen immers de 'stonemen' - door wandelaars en klimmers gebouwde steenhoopjes die een mens in rotsig terrein de weg wijzen. Bij dichte mist is er altijd één regel: er is altijd een laatste steenhoopje, dat hoopje waar vanaf je geen ander hoopje meer ziet. Is 't rechtddoor of maakt het pad een knik? Een uur ben ik doorgeklommen door kniediepe sneeuw, in een wind die steeds sterker werd en een zichtbaarheid van hoogstens vijf meter. Tot op het moment waarop je zegt: rechtsomkeer man, dit is gekkenwerk. Afdalen ging een pak sneller, uiteraard. Op m'n gat in een sneeuwgeul en in één ruk naar beneden. In de Pyreneeën kan je je zulk speelwerk permitteren.
Moraal van 't verhaal: de derde keer moet de goede keer worden. De Canigou laat zich niet zomaar bedwingen, blijkbaar. Wat me nog 't meeste zal bijblijven is de geur van de overal presente bloeiende Brem in het sneeuwlandschap. Heel surrealistisch, eigenlijk. Zelfs de planten moeten hun kluts kwijt raken ...
Posts tonen met het label Pyreneeën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pyreneeën. Alle posts tonen
vrijdag 3 juni 2011
donderdag 14 april 2011
Kannigoe...
Reeds half april en alweer tien dagen geleden dat ik nog eens naar m'n blog heb omgekeken. Nuyens en Vansummeren wonnen hun klassieker, Amigo kwam aan in Barbados, hoenoemdedieookalweer-reactor bleef maar lekken en 't werd hoogzomer in de Languedoc-Roussillon - nog nooit zo gebronzeerd geweest in 't voorjaar. En de eerste Nachtegalen kwamen aan...
De weken rijgen zich de laatste tijd aan elkaar, verschil tussen week en weekend is er nauwelijks. In de week werk je voor klant A en klant B en voor de bankrekening van je patron, en in 't weekend doe je je vrienden een plezier. Komt ervan als je 'multiservice' bent geworden. Bart kan je dit en Bart kan je dat? 'k Lijk m'n grootvader wel, die stond erom bekend ook steeds in de weer te zijn voor een ander...
Bricoleren is leuk, plezant, uitdagend en al wat je wil, maar de laatste tijd ligt 't tempo zo hoog dat ik stilaan begin te verzadigen. Soms komt het me gruwelijk de keel uit, ben ik het kotsemoe te hollen van hot naar her en weer terug, van die telefoon die steeds rinkelt, die vertraging op een hoop 'chantiers', die harde woorden en af en toe net geen mot op een of ander bakkes. 'De Mediterraanse leefstijl' noemen ze dat dan. Juist ja.
Vorige vrijdag ben ik uit m'n vel gesprongen en heb aan Célia gezegd dat ik alle voornemens, engagementen en beloftes voor zaterdag aan een raket bond en zinnens was die heel ver weg te schieten. Hier en nu. 't Speelde immers reeds wekenlang door m'n gedachten om eindelijk komaf te maken met de Pic du Canigou, een bult van net geen 2.800m die de oostelijke begrenzing vomt van de Pyreneeën. Een hoop schist die me bijna elke dag de ogen uit 't lijf treitert, zoiets als een zeemermin met een zeeman. Met dat verschil dat ik niet bepaald goesting heb die daadwerkelijk te bespringen, uiteraard. Bovendien was ik de beklimming, nou ja, van de Canigou nog aan die andere Bart verschuldigd, de rotzak - hij deed hem immers reeds en ik nog niet - en ik kon het niet langer aan elke dag die schuldlast mee te moeten zeulen. Zeker niet nu we'r op een fel opgehouden plas naast wonen.
Ik dus vorige zaterdag om 4.30 in onze wagen gesprongen - eindelijk met Franse nummerplaat - om een forse twee uur later aan de wandeling te beginnen. Prachtig vogelconcert in de bergen, bijna net zo'n hard gekwetter als in Halle - Kool- en Pimpelmezen, Merels en Zangijsters, Heggenmussen en Winterkoningen, 't was lang geleden dat ik zo'n weelde nog had gehoord. In Sète hoor je 's ochtends immers alleen Zwarte Roodstaarten en Schijtmeeuwen. Op weg naar 't werk hoor ik alleen Cetti's zangers, Roodborsttapuiten en Schijtmeeuwen. Op 't werk alweer Zwarte Roodstaarten, eerstejaars Torenvalken, Nachtegalen sinds vandaag, en niet te vergeten: Schijtmeeuwen. Soit, de tocht richting Chalet des Cortalets was stevig en prachtig zoals een zwoele lentemorgen in de bergen hoort te zijn. Alleen, me myself and I in ze mountains, daar had ik echt behoefte aan. Vanaf 1.500m liep het echter fout: de eerste sneeuw. Nu goed, vanuit Sète had ik wel reeds gemerkt dat de topzone van de Canigou er 'wat wit uitzag', maar als je een heel eind onder de berghut reeds naar je knieën moet zoeken is er toch iets mis, half april. Geef toe, dat ik m'n zonnebril was vergeten was één zaak. Dat ik geen zonnecrème bij had een tweede. Maar dat ik mezelf zou vervloeken omdat ik m'n sneeuwraketten was vergeten had ik me daags ervoor nooit kunnen inbeelden. Zonder raketten dan maar, eindeloos ploeteren door smeltende diepsneeuw. Soppende voeten in soppende schoenen, een drijfnatte broek, een iets minder natte slip en bevroren genitaliën, wat is 't toch fijn om terug in de bergen te zijn. De 'kannigoe' deed z'n naam alle eer aan: kannigoe vooruit komen in die soep...
Het tussenpunt, Les Cortalets op 2150m, lag er verlaten bij. De hut gaat immers pas open begin juni om uitgeputte stappers van de GR10 van een brok in de keel en een slapeloze nacht tussen de snurkers te voorzien.
Na een stevig middagmaal - notenbrood met pensen van de beste beenhouwer uit Halle, 'een witte en een zwette' en een Palmke uit Steenhuffel - heb ik maar wijselijk besloten rechtsomkeer te maken. Van de hut naar de top is 't immers anderhalf uur, in optimale omstandigheden. In de sneeuw mag je die tijd gerust verdubbelen. En dan de lange weg weer terug, 't zou gewoon onverstandig geweest zijn, debiel, gevaarlijk, stom, om het zelfs maar te proberen. Volgende keer beter maar, mét raketten. Wellicht wordt die 'volgende keer' hartje winter. Me vrijdags'avonds aan de voet van de berg parkeren, een paar uurtjes slapen en 's morgens rond vier uur met de hoofdlamp aan the long way up & way back beginnen. Twee hoogtekilometers op en twee af, 't is te doen. Met raketten, uiteraard...
Soit bis: op de weg terug heb ik 't maar van de mooie kant bekeken. Nog nooit zo'n lentepracht in de bergen kunnen meemaken: fris groen overal, spetterend groen van pas ontloken berken en lorken, wilde kerselaars in bloei, een hoop voorjaarsbloeiers en, hoog in de lucht, een koppel buizerden. Zalig, zo'n dagje de batterijen opladen...
De weken rijgen zich de laatste tijd aan elkaar, verschil tussen week en weekend is er nauwelijks. In de week werk je voor klant A en klant B en voor de bankrekening van je patron, en in 't weekend doe je je vrienden een plezier. Komt ervan als je 'multiservice' bent geworden. Bart kan je dit en Bart kan je dat? 'k Lijk m'n grootvader wel, die stond erom bekend ook steeds in de weer te zijn voor een ander...
Bricoleren is leuk, plezant, uitdagend en al wat je wil, maar de laatste tijd ligt 't tempo zo hoog dat ik stilaan begin te verzadigen. Soms komt het me gruwelijk de keel uit, ben ik het kotsemoe te hollen van hot naar her en weer terug, van die telefoon die steeds rinkelt, die vertraging op een hoop 'chantiers', die harde woorden en af en toe net geen mot op een of ander bakkes. 'De Mediterraanse leefstijl' noemen ze dat dan. Juist ja.
Vorige vrijdag ben ik uit m'n vel gesprongen en heb aan Célia gezegd dat ik alle voornemens, engagementen en beloftes voor zaterdag aan een raket bond en zinnens was die heel ver weg te schieten. Hier en nu. 't Speelde immers reeds wekenlang door m'n gedachten om eindelijk komaf te maken met de Pic du Canigou, een bult van net geen 2.800m die de oostelijke begrenzing vomt van de Pyreneeën. Een hoop schist die me bijna elke dag de ogen uit 't lijf treitert, zoiets als een zeemermin met een zeeman. Met dat verschil dat ik niet bepaald goesting heb die daadwerkelijk te bespringen, uiteraard. Bovendien was ik de beklimming, nou ja, van de Canigou nog aan die andere Bart verschuldigd, de rotzak - hij deed hem immers reeds en ik nog niet - en ik kon het niet langer aan elke dag die schuldlast mee te moeten zeulen. Zeker niet nu we'r op een fel opgehouden plas naast wonen.
Ik dus vorige zaterdag om 4.30 in onze wagen gesprongen - eindelijk met Franse nummerplaat - om een forse twee uur later aan de wandeling te beginnen. Prachtig vogelconcert in de bergen, bijna net zo'n hard gekwetter als in Halle - Kool- en Pimpelmezen, Merels en Zangijsters, Heggenmussen en Winterkoningen, 't was lang geleden dat ik zo'n weelde nog had gehoord. In Sète hoor je 's ochtends immers alleen Zwarte Roodstaarten en Schijtmeeuwen. Op weg naar 't werk hoor ik alleen Cetti's zangers, Roodborsttapuiten en Schijtmeeuwen. Op 't werk alweer Zwarte Roodstaarten, eerstejaars Torenvalken, Nachtegalen sinds vandaag, en niet te vergeten: Schijtmeeuwen. Soit, de tocht richting Chalet des Cortalets was stevig en prachtig zoals een zwoele lentemorgen in de bergen hoort te zijn. Alleen, me myself and I in ze mountains, daar had ik echt behoefte aan. Vanaf 1.500m liep het echter fout: de eerste sneeuw. Nu goed, vanuit Sète had ik wel reeds gemerkt dat de topzone van de Canigou er 'wat wit uitzag', maar als je een heel eind onder de berghut reeds naar je knieën moet zoeken is er toch iets mis, half april. Geef toe, dat ik m'n zonnebril was vergeten was één zaak. Dat ik geen zonnecrème bij had een tweede. Maar dat ik mezelf zou vervloeken omdat ik m'n sneeuwraketten was vergeten had ik me daags ervoor nooit kunnen inbeelden. Zonder raketten dan maar, eindeloos ploeteren door smeltende diepsneeuw. Soppende voeten in soppende schoenen, een drijfnatte broek, een iets minder natte slip en bevroren genitaliën, wat is 't toch fijn om terug in de bergen te zijn. De 'kannigoe' deed z'n naam alle eer aan: kannigoe vooruit komen in die soep...
Het tussenpunt, Les Cortalets op 2150m, lag er verlaten bij. De hut gaat immers pas open begin juni om uitgeputte stappers van de GR10 van een brok in de keel en een slapeloze nacht tussen de snurkers te voorzien.
Na een stevig middagmaal - notenbrood met pensen van de beste beenhouwer uit Halle, 'een witte en een zwette' en een Palmke uit Steenhuffel - heb ik maar wijselijk besloten rechtsomkeer te maken. Van de hut naar de top is 't immers anderhalf uur, in optimale omstandigheden. In de sneeuw mag je die tijd gerust verdubbelen. En dan de lange weg weer terug, 't zou gewoon onverstandig geweest zijn, debiel, gevaarlijk, stom, om het zelfs maar te proberen. Volgende keer beter maar, mét raketten. Wellicht wordt die 'volgende keer' hartje winter. Me vrijdags'avonds aan de voet van de berg parkeren, een paar uurtjes slapen en 's morgens rond vier uur met de hoofdlamp aan the long way up & way back beginnen. Twee hoogtekilometers op en twee af, 't is te doen. Met raketten, uiteraard...
Soit bis: op de weg terug heb ik 't maar van de mooie kant bekeken. Nog nooit zo'n lentepracht in de bergen kunnen meemaken: fris groen overal, spetterend groen van pas ontloken berken en lorken, wilde kerselaars in bloei, een hoop voorjaarsbloeiers en, hoog in de lucht, een koppel buizerden. Zalig, zo'n dagje de batterijen opladen...
donderdag 4 november 2010
Reeds een jaar...
Niet te geloven dat we reeds een jaar in 't zuiden wonen. Bijna dag op dag een jaar terug trokken we met een volgeladen wagen - vijf katten, drie cavia's en wij - én een camion - de rest - zuidwaarts. Toen we vertrokken, 's morgens in de vroegte in Horebeke, vroor het op een graad na. Toen we 's avonds aankwamen wees de termometer 20 graden aan. Ironisch genoeg is dat sinds gisteren niet anders. Vanmiddag was 't hier nota bene 26 graden. Zes-en-twintig! En terwijl ik dit zit te rammelen doet ons Kleo alle moeite van de wereld zich op m'n schoot te nestelen. Dat zachte ding was een jaartje terug ocharme niet groter dan een hand en amper drie manen jong. Inmiddels is 't een pront katinneke geworden met de nodige dosis streken dat ons hopelijk een twintigtal jaartjes op onze levensweg zal vergezellen. Kleo verdomme doe je best het zo lang uit te houden meiske, 'k zou graag nog m'n vijfenvijftigste verjaardag met jou vieren, ook al betekent dit dat ik de komende twintig jaar elke morgen je speelmuis minstens tien keer de trap op zal moeten smijten om je tevreden te stellen...
Zesentwintig graden dus, 'k had het gisteren voorspeld. Een hogedrukgebiedje heeft zich immers pal boven onze kop genesteld en zal het er nog een dag of twee uithouden, als je het KNMI mag geloven. Zondag tekenen ze echter een lagedrukgebied in de buurt en ik neem er Heineken op in dat vanaf die dag weer enkele daken zullen sneuwelen en het dwaasheid zal zijn een rok te dragen. Tramontane! 'k Zou hier heel graag een zuiders krachtwoord aan toevoegen maar daar dit wellicht geen meerwaarde aan dit schrijfsel geeft zal 'k het maar achterwege laten. In de zuidfranse bouwsector werken verhoogt nu eenmaal je vocabularium. 'k Had een jaar geleden nooit gedacht dat ik bepaalde gepimenteerde frasen een jaar later als courant from 9 to 5 zou gaan gebruiken. Rare jongens die fransozen. Al mag je ook ons lokale Zuidbrabantse dialect niet onderschatten. Een van de mooiste uitdrukkingen vind ik bijvoorbeeld 'dat zal tegen uw kl... sneeuwen motje!'. Prachtig vind ik dat, maar dat geheel terzijde. Wat dit betekent? Eveneens totaal terzijde uiteraard. Wel, als iemand je zegt dat het tegen je ... zal sneeuwen dan bedoelt hij of zij dat je plan niet zal doorgaan. 'Het zal tegen je ... sneeuwen dat je die oude legertank over de autostrade zomaar van Duitsland naar hier zal kunnen rijden!', om zomaar iets te noemen.
Dat jaar is gewoon voorbijgevlogen. Nooit gedacht dat ik 't hier temidden van les Sètois zo lang zou uithouden. 'k Weet echter nu reeds dat - mochten we ooit opnieuw verhuizen - het me zwaar zal vallen. De nabijheid van de zee verruimt je geest, 't is als een afvoerputje voor latente stress en de aanwezigheid van Centraal Massief, Causses en Pyreneëen geeft goesting. Elke dag weer. Op heldere dagen zie je de besneeuwde toppen van de Canigou en de rest van de Pyreneëen in de verte en ook al zit je op een slordige 200 km ervandaan, toch geeft het een goed gevoel te weten dat ze'r zijn. De heldere hemels, prachtig verkleurde wijnvelden, massa's vogels op trek, enkele bijzondere fijne mensen, een leuke job en een hoop extra tijd daar 't reeds lang geleden is dat ik drie uur per dag kwijtspeelde in de dagelijkse rush naar Brussel - spek naar onze bek hier, zeker weten. Soit, we gaan er gauw nog een trappistje op drinken op 't terras, nu het nog warm is...
Zesentwintig graden dus, 'k had het gisteren voorspeld. Een hogedrukgebiedje heeft zich immers pal boven onze kop genesteld en zal het er nog een dag of twee uithouden, als je het KNMI mag geloven. Zondag tekenen ze echter een lagedrukgebied in de buurt en ik neem er Heineken op in dat vanaf die dag weer enkele daken zullen sneuwelen en het dwaasheid zal zijn een rok te dragen. Tramontane! 'k Zou hier heel graag een zuiders krachtwoord aan toevoegen maar daar dit wellicht geen meerwaarde aan dit schrijfsel geeft zal 'k het maar achterwege laten. In de zuidfranse bouwsector werken verhoogt nu eenmaal je vocabularium. 'k Had een jaar geleden nooit gedacht dat ik bepaalde gepimenteerde frasen een jaar later als courant from 9 to 5 zou gaan gebruiken. Rare jongens die fransozen. Al mag je ook ons lokale Zuidbrabantse dialect niet onderschatten. Een van de mooiste uitdrukkingen vind ik bijvoorbeeld 'dat zal tegen uw kl... sneeuwen motje!'. Prachtig vind ik dat, maar dat geheel terzijde. Wat dit betekent? Eveneens totaal terzijde uiteraard. Wel, als iemand je zegt dat het tegen je ... zal sneeuwen dan bedoelt hij of zij dat je plan niet zal doorgaan. 'Het zal tegen je ... sneeuwen dat je die oude legertank over de autostrade zomaar van Duitsland naar hier zal kunnen rijden!', om zomaar iets te noemen.
Dat jaar is gewoon voorbijgevlogen. Nooit gedacht dat ik 't hier temidden van les Sètois zo lang zou uithouden. 'k Weet echter nu reeds dat - mochten we ooit opnieuw verhuizen - het me zwaar zal vallen. De nabijheid van de zee verruimt je geest, 't is als een afvoerputje voor latente stress en de aanwezigheid van Centraal Massief, Causses en Pyreneëen geeft goesting. Elke dag weer. Op heldere dagen zie je de besneeuwde toppen van de Canigou en de rest van de Pyreneëen in de verte en ook al zit je op een slordige 200 km ervandaan, toch geeft het een goed gevoel te weten dat ze'r zijn. De heldere hemels, prachtig verkleurde wijnvelden, massa's vogels op trek, enkele bijzondere fijne mensen, een leuke job en een hoop extra tijd daar 't reeds lang geleden is dat ik drie uur per dag kwijtspeelde in de dagelijkse rush naar Brussel - spek naar onze bek hier, zeker weten. Soit, we gaan er gauw nog een trappistje op drinken op 't terras, nu het nog warm is...
woensdag 6 oktober 2010
10466
Tienduizend vierhonderd zesenzestig. Zoveel boerenzwaluwen passeerden vorige zondag de trektelpost van Gruissan nabij het Zuid-Franse Narbonne. Een enorm cijfer, en dat slechts op vier uur tijd wat maakt dat het reëele dagcijfer wellicht nog een stuk hoger lag. Dit getal verbaast me trouwens geen knijt want dit weekend was 't spectaculair vogels kijken in 't zuiden van Frankrijk.
Ons vogelkijken van vorige zondag vond eigenlijk z'n oorsprong enkele weken terug toen ik terugkeerde uit Organby. 'k Was immers nog geen twee uurtjes onderweg melancholisch John Denver-zingend aan 't terugsporen toen de motor van onze goeie ouwe Mazda plots aan 't roken sloeg en dat net in een zone zonder pechstrook... Doorrijden dus, wat verder rokend aan de kant, fluovest aan, op de motor plassen, nog meer rook, verzekering bellen, pechdienst etc. en een lange cinema later bleek dat door een lek in de koelvloeistofleiding de 'joint-de-culas' naar de knikkers was en de wagen tot nader order in een lokale garage z'n lot moest afwachten. Soit, 't komt erop neer dat we inmiddels een andere wagen hebben, of toch bijna, en we vorig weekend doodleuk 300km terug naar Tarbes zijn gekoerst om de oude wagen leeg te maken en onze nummerplaten te recupereren.
Op zich geen schokkend nieuws uiteraard en geen aanleiding tot het omverwerpen van de regering en het installeren van een macrobiotisch homosexueel overgangsregime, of het overvallen van een kruidenierswinkel om maar iets te noemen. Tarbes ligt echter net ten noorden van Lourdes en dit laatste gekkenoord is de poort van de centrale Pyreneeën. Geen wonder dus dat we wat langer zijn blijven plakken dan nodig en we van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om wat te vogelen en geografieën. Beiden zijn vanaf nu geldige werkwoorden. Ik geografie, jij geografiet enzoverder. Betekenis: de omgeving verkennen met oog voor biotiek en abiotiek. Voor fauna, flora en de vier elementen dus. En lokale streekbieren, als 't even kan. Het kon echter even niet want verder dan 'Amstel' en 'Känterbrau' komen ze niet in dit rotland. Sinds wanneer zijn dit trouwens 'bier'-soorten?
Aan vogels was er echter geen gebrek. Toen we zondagochtend in Gavarnie - met z'n beroemde 'cirque', jawel - aankwamen stond er immers een snoeiharde droge noordenwind die massaal honderden, neen duizenden, boerenzwaluwen aanvoerde. Spectakulair. Het dorp werd overspoeld met zwaluwen die massaal het aankomende noodweer ontvluchtten en gebruik maakten van het welkome duwtje in de rug om de grens over te steken. Toen we de telescoop op de bergkammen richtten zwermde het in de lens, zelden het fenomeen vogeltrek zo intens over m'n ruggegraat voelen rillen. Dju toch, wat is vogeltrek toch mooi!
Niet alleen de zwaluwen waren van de partij, ook een deel van de 'big-five' van de Pyreneeën ontbrak niet. Tussen haakjes: op vijf Slechtvalk, op vier Dwergarend, op drie Aasgier, op twee Steenarend. En op één? Lammergier, uiteraard. Twee sub-adulte Steenarenden hadden we vrijwel meteen in de kijker, en net op 't moment dat je de hoop opgeeft om een Lammergier voor de lens te krijgen scheert er plots een juveniel - een 'joenk' van dit jaar - hoog boven je hoofd. De hoofdvogel was binnen. Nauwelijks was ons enthousiasme bekoeld of er verschenen twee adulte Lammergieren in de cirque. Een kwartier lang hingen ze de tortelduif uit en bleven ze gevangen in de scoop. Straffer nog, de rest van de namiddag bleven de twee prachtig zichtbaar in de omgeving. Gavarnie is blijkbaar 'hot' voor deze soort. Op zich is het bergdorp trouwens niet meteen een vermelding met grote V waard. Het landschap is best spectakulair en groots, toegegeven, maar je moet helaas eerst de hel door om van de rijstpap te kunnen smikkelen - weer zo'n typevoorbeeld van 'alpiene carnavalisering'. De helft van de huizen zijn bars en hotels, de andere helft souvenirwinkels waar postkaarten en pluchen marmotten worden verkocht. Die fluiten als je ze passeert, bovendien. Een keer is leuk, twee keer enerverend en drie keer teveel. Ze blijven zelfs doorfluiten als je ze de nek omdraait. Met een wortel, of suikerbiet, in hun gat zingen ze echter een serieus aantal octaven lager. Ik heb altijd suikerbieten in m'n rugzak, voor 't geval dàt...
Even een weekendje gaan vogels kijken in de Pyreneeën, dus, op een goede drie uurtjes rijden van Sète. 't Heeft z'n voordelen om hier te wonen...
donderdag 2 september 2010
Organby, here we come!
September is vogeltrekmaand, en gedurende vele jaren was dit steevast het moment om naar het Zweedse Falsterbo te gaan of, later, naar het Franse Organbidexka. Een keer zelfs naar beiden. Die korter wordende dagen, dat prachtige ochtend- en avondlicht, de morgenmist, al dat vogelgedoe, die mystieke sfeer die uitgaat van de zomer die over z'n hoogtepunt heen is, wat ben ik toch gek van dit tussenseizoen. Toen we nog in Vlaanderen woonden had ik rond deze tijd steeds goesting om naar 't zuiden te gaan. Ironisch genoeg heeft de verhuis naar dit zuiden aan dat gevoel geen knijt veranderd. Ik wil nog steeds naar 't zuiden. Misschien wonen we wel in 't verkeerde zuiden? 'k Heb het dus via m'n patron voor mekaar gekregen - gij mij congé geven of ik gedurende de hele week geen steek uitsteken, capito? - dat ik er eind volgende week voor een kort weekje vanonder muis naar Frans Baskenland. Vijf jaar is 't geleden dat ik er nog ben geweest, en iedereen weet hoe dat avontuur is afgelopen. Een Normandische madam en een hoop levenswijsheid rijker keer ik er dus binnenkort terug. Vijf dagen lang op een bergkam roofvogels observeren die door het Nauw Van Organbidexka de bergen oversteken op hun reis zuidwaarts, YIEHAAAA!!! Can't wait, birding bart is back!
Weet je trouwens wat ik vanavond heb mogen meemaken? Een groep van een honderdtal (100-tal) ooievaars die overtrok om wellicht deze nacht nog de Middellandse Zee over te steken. Du jamais vu, nooit eerder zoveel ooievaars samen gezien. 'Wie wordt er vader?' sms'te m'n birder in arms alias Svenneman me toen ik hem deze blijde boodschap liet weten. Grapjas, weet je trouwens wat je moet doen als zo'n bende over je huis trekt? In de lucht schieten! En weet je hoe je zo'n neergeschoten ooievaar noemt? Een dooievaar! Whaahahaaa!!!
Abonneren op:
Posts (Atom)
