En nu even serieus. 'k Heb zonet m'n eerste sportieve voornemen van dit jaar volbracht, zijnde de Mont St. Clair bedwingen met de fiets. Weet je, Sète is niet meer of minder dan een kalksteenbult die uit de zee steekt en in 't noordoosten en zuidwesten met de rest van 'l'hexagone' aka 't vasteland is verbonden. Vanop afstand heeft de stad veel weg van een schildpad, maar sommigen menen er de rug van een walvis in te zien. Vandaar ook dat de naam van de stad volgens één van de mogelijke etymologische verklaringen zoveel betekent als 'walvis'- de Cetacea zijn immers de walvisachtigen.
De klare bult bedwingt dus het panorama van de stad en met zijn slordige 180 meter te beginnen vanaf zeeniveau vormt hij een onweerstaanbaar sportief doelwit dat erom vraagt met alle mogelijke wapens bestookt te worden. Marcheren, lopen of fietsen, eraan moet hij. Vandaag was 't dus fietsen. Uiteraard koos ik de no-nonsens-benadering: zo weinig mogelijk kilometers, zo snel mogelijk stijgen. Kleine plateau vooraan en flirten met de grootste achteraan.
Nu goed, na afloop moet ik concluderen dat die hoop kalksteen goed te doen is. Piece of cake. Liever de Mont St. Clair dan de Muur. En liever de Muur dan de Koppenberg. En liever de Koppenberg dan de Patersberg. Dus, liever de Mont St. Clair dan de Patersberg. Deze laatste is immers een stuk korter in afstand, maar bekleed met de meest onregelmatige kinderkopjes van de Vlaamse Ardennen. De Patersberg, dàt is afzien. Eigenlijk is de Mont St. Clair zoals de Berendries - mooi geasfalteerd, alleen een keer of drie, vier langer. Het enige wat je moet doen is gewoon blijven trappen. En doseren, vooral doseren.
't Is voorjaar, de klassiekers komen eraan. Zelfs in Zuid-Frankrijk heeft de Rondekoorts me reeds te pakken gekregen...
donderdag 18 februari 2010
Meteofrance
'k Weet niet of ik er goed aan doe om dit bericht te posten, maar 'k ga mezelf dit plezier toch niet ontgunnen. Gewoon uit slechtheid dus.
't Zonnetje schijnt
't Is zo'n 12°C in de schaduw
Een goeie 22°C erbuiten
't Zeewater is blauwgroen
De lucht is alweer stomblauw
Er staat een zacht windje uit 't zuidwesten
En er was geen volk op 't strand
En hoe is 't ginder?
't Zonnetje schijnt
't Is zo'n 12°C in de schaduw
Een goeie 22°C erbuiten
't Zeewater is blauwgroen
De lucht is alweer stomblauw
Er staat een zacht windje uit 't zuidwesten
En er was geen volk op 't strand
En hoe is 't ginder?
donderdag 11 februari 2010
If I Had A Rocket Launcher
Soms gaat een dag helemaal fout, zo fout dat je je moet inhouden om je niet helemaal te laten gaan omdat je weet dat 't toch maar een droom is. Nog nooit meegemaakt? 'k Zal 't even uitleggen. Vorige maandag - 8 februari - begon eigenlijk reeds op zondag ervoor. Die avond hadden we immers naar een licht verteerbare film gekeken met Mel Gibson (Lethal Weapon, We Were Soldiers, The Patriot, Braveheart etc.) en Helen Hunt (Twister, As Good As It Gets). 'What Women Want' was de film, een historie waarin een vent wordt geëlectrocuteerd in z'n bad - met een haardroger, uiteraard - en in plaats van gewoon dood te zijn ontdekt dat hij plots de gedachten van het vrouwvolk kan lezen. Interessant concept, best een leuke film. Moraal van de plot: wees verdomd blij dat je hun gedachten NIET kan lezen maar tot daar, ik ben geen filmcriticus.
Had ik toen geweten dat ik 's maandags ook op electriciteit ging worden getracteerd dan was ik wellicht 's morgens braafjes in m'n bed blijven liggen. Goed, die dag had ik een afspraak voor een volgende bricoleerklus, om tien uur 's morgens. Vermits er echter op dat gegeven uur niemand thuis was liet ik een boodschap achter met de mededeling dat ik een toertje ging doen en dat ik een uurtje later wel es zou terugkomen. De afspraak was in het dorp Montbazin en vermits net ten noorden daarvan een uitgestrekt ruig kalksteengebied ligt - de 'Montagne de la Moure' - wou ik van de gelegenheid gebruikmaken om er een wandelingetje te maken - Never Stop Exploring. 't Zonnetje scheen, staalblauwe hemel, nauwelijks wind die de blaadjes van de steeneiken beroerde, berekoud, prachtig wandelweer. Op een gegeven moment hoorde ik de zang van een boomleeuwerik. Benieuwd om die vogel van korterbij te zien dook ik de brousse en wat zag ik plots liggen aan de voet van een eik? Een verroest jachtmes. Gezien de staat waarin het zich bevond lag het er wellicht reeds vele vele jaren. Vermoedelijk ooit verloren door een jager. Nu is de kans om zo'n ding te vinden wel erg klein en dus kneep ik mezelf een eerste keer in m'n arm om me ervan te vergewissen dat ik dit toevallig niet aan 't dromen was. Als bleek dat ik effectief droomde liet ik het liggen, anders nam ik het mee. Niet dus, dus 't mes verdween in m'n zak en toen ik terug aan de wagen kwam stak ik het in het handschoenkastje. Op weg naar m'n afspraak zag ik echter plots van heel ver blauwe figuurtjes langs de weg. M'n eerste idee was dat het om vreemd geklede lifters ging maar in plaats van knappe Skandinavische godinnen ging het om motards van de gendarmerie. Iepe iepe iepe, raampje naar beneden, goeiendag hoe is 't en dat soort dingen, 'Meneer u hebt zonet een stopbord genegeerd'. Miljaarde, daarvoor moest ik dus langs de kant. 'Ja èn, ik heb toch braafjes voorrang gegeven en gekeken of de baan vrij was?' antwoordde ik. 'Niks daarvan, u bent niet gestopt en bent gewoon doorgereden, uw papieren alstublieft'. Nondenondenonde sakkerde ik binnenskamers, die papieren zitten toch wel op dezelfde plaats als dat jachtmes zeker? Als meneer in de flikker krijgt dat ik met een verboden wapen rondrij dan zou het best niet bij één overtreding kunnen blijven. Tegelijkertijd kneep ik mezelf een tweede keer in de arm want als bleek dat ik toch aan 't dromen was dan was dit dé kans om me eens ongegeneerd te laten gaan. 'k Zag het al voor me. In plaats van m'n papieren te nemen startte ik de wagen en reed die drie wannebee's enkele meters het wijnveld in. Vervolgens draaide ik de benzinedop van hun moto's, stak een zakdoek in de tank die ik vervolgens aanstak en liet vervolgens die drie blauwe rijwielen de lucht in vliegen - na erop geurineerd te hebben uiteraard. Alles werd uiteraard op film opgenomen en via Youtube werd ik een superster. Snel keek ik ook even naar de achterbank om te verifiëren of er soms geen raketwerper op lag, in dromen kan immers alles. Niet dus, m'n arm deed pijn. Dit was reality. Ik werd niet wakker en er was helaas geen raketwerper. Om een lang verhaal kort te maken: 90 euro heeft die grap me gekost. 'Nog een geluk dat je niet de franse nationaliteit hebt want anders had je vier punten minder op je rijbewijs gehad' voegde superflik er nog aan toe. In Frankrijk geldt immers het rijbewijs met punten. Een zware overtreding kost je een boete en vier punten. Je hebt er twaalf in totaal. Speel alle punten kwijt en je mag je theoretisch én je practisch rijexamen overdoen. En rijlessen volgen. Weet je, dit was de eerste keer in m'n leven dat ik blij was dat het woord 'Belg' op m'n identiteitskaart stond.
De dag was echter nog verre van gedaan. 's Namiddags wou ik me een beetje afreageren en niets beter daartoe dan wat houtbewerking. 'k Ben me immers aan 't toeleggen op 't maken van boemerangs uit natuurlijk gekromde takken, zn. 'natural elbow boomerangs'. Je zoekt een tak met de juiste kromming, zaagt hem af, schaaft hem een eerste maal ruw, laat hem een paar maanden drogen en vervolgens schaven en schuren tot je de juiste vorm hebt. Prachtige hobby die zowel creativiteit als stielkennis vereist. Plots, een luide knal en een lichtflits in m'n handen. Was ik toch los over de draad van de machine gegaan zeker, de electriciteitsdraad was gewoon de machine in gedraaid... Bibberend legde ik de machine opzij. 'Ofwel ben ik dood en zit ik in een nieuwe parallelle dimensie, ofwel ben ik toch aan 't dromen, ofwel ben ik dat niet en heeft de differentieelschakelaar me gevrijwaard van electrocutie', dacht ik. Ik kneep dus een derde keer in m'n arm - die nu trouwens echt blauw begon te zien van al dat knijpen - en weer werd ik niet wakker. Plots dacht ik aan Mel Gibson. 'En als ik nu ook es de gedachten van de vrouwen kon lezen?'. Geloof het of niet, maar ik ben echt de straat op gegaan om deze hypothese te testen. 'k Ga niet in detail gaan maar 'k moet helaas, of gelukkig, constateren dat ik nog steeds dezelfde bart goemaere ben. Weliswaar voorzichtiger met schaafmachines dan een paar dagen geleden, maar voor de rest nog steeds dezelfde, denk ik.
Zomaar een maandag, in Le Sud...
Off the record: what women want? Een man die anders is dan alle andere, om hem eens ze hem aan de haak te hebben geslagen helemaal te veranderen ;-)
Had ik toen geweten dat ik 's maandags ook op electriciteit ging worden getracteerd dan was ik wellicht 's morgens braafjes in m'n bed blijven liggen. Goed, die dag had ik een afspraak voor een volgende bricoleerklus, om tien uur 's morgens. Vermits er echter op dat gegeven uur niemand thuis was liet ik een boodschap achter met de mededeling dat ik een toertje ging doen en dat ik een uurtje later wel es zou terugkomen. De afspraak was in het dorp Montbazin en vermits net ten noorden daarvan een uitgestrekt ruig kalksteengebied ligt - de 'Montagne de la Moure' - wou ik van de gelegenheid gebruikmaken om er een wandelingetje te maken - Never Stop Exploring. 't Zonnetje scheen, staalblauwe hemel, nauwelijks wind die de blaadjes van de steeneiken beroerde, berekoud, prachtig wandelweer. Op een gegeven moment hoorde ik de zang van een boomleeuwerik. Benieuwd om die vogel van korterbij te zien dook ik de brousse en wat zag ik plots liggen aan de voet van een eik? Een verroest jachtmes. Gezien de staat waarin het zich bevond lag het er wellicht reeds vele vele jaren. Vermoedelijk ooit verloren door een jager. Nu is de kans om zo'n ding te vinden wel erg klein en dus kneep ik mezelf een eerste keer in m'n arm om me ervan te vergewissen dat ik dit toevallig niet aan 't dromen was. Als bleek dat ik effectief droomde liet ik het liggen, anders nam ik het mee. Niet dus, dus 't mes verdween in m'n zak en toen ik terug aan de wagen kwam stak ik het in het handschoenkastje. Op weg naar m'n afspraak zag ik echter plots van heel ver blauwe figuurtjes langs de weg. M'n eerste idee was dat het om vreemd geklede lifters ging maar in plaats van knappe Skandinavische godinnen ging het om motards van de gendarmerie. Iepe iepe iepe, raampje naar beneden, goeiendag hoe is 't en dat soort dingen, 'Meneer u hebt zonet een stopbord genegeerd'. Miljaarde, daarvoor moest ik dus langs de kant. 'Ja èn, ik heb toch braafjes voorrang gegeven en gekeken of de baan vrij was?' antwoordde ik. 'Niks daarvan, u bent niet gestopt en bent gewoon doorgereden, uw papieren alstublieft'. Nondenondenonde sakkerde ik binnenskamers, die papieren zitten toch wel op dezelfde plaats als dat jachtmes zeker? Als meneer in de flikker krijgt dat ik met een verboden wapen rondrij dan zou het best niet bij één overtreding kunnen blijven. Tegelijkertijd kneep ik mezelf een tweede keer in de arm want als bleek dat ik toch aan 't dromen was dan was dit dé kans om me eens ongegeneerd te laten gaan. 'k Zag het al voor me. In plaats van m'n papieren te nemen startte ik de wagen en reed die drie wannebee's enkele meters het wijnveld in. Vervolgens draaide ik de benzinedop van hun moto's, stak een zakdoek in de tank die ik vervolgens aanstak en liet vervolgens die drie blauwe rijwielen de lucht in vliegen - na erop geurineerd te hebben uiteraard. Alles werd uiteraard op film opgenomen en via Youtube werd ik een superster. Snel keek ik ook even naar de achterbank om te verifiëren of er soms geen raketwerper op lag, in dromen kan immers alles. Niet dus, m'n arm deed pijn. Dit was reality. Ik werd niet wakker en er was helaas geen raketwerper. Om een lang verhaal kort te maken: 90 euro heeft die grap me gekost. 'Nog een geluk dat je niet de franse nationaliteit hebt want anders had je vier punten minder op je rijbewijs gehad' voegde superflik er nog aan toe. In Frankrijk geldt immers het rijbewijs met punten. Een zware overtreding kost je een boete en vier punten. Je hebt er twaalf in totaal. Speel alle punten kwijt en je mag je theoretisch én je practisch rijexamen overdoen. En rijlessen volgen. Weet je, dit was de eerste keer in m'n leven dat ik blij was dat het woord 'Belg' op m'n identiteitskaart stond.
De dag was echter nog verre van gedaan. 's Namiddags wou ik me een beetje afreageren en niets beter daartoe dan wat houtbewerking. 'k Ben me immers aan 't toeleggen op 't maken van boemerangs uit natuurlijk gekromde takken, zn. 'natural elbow boomerangs'. Je zoekt een tak met de juiste kromming, zaagt hem af, schaaft hem een eerste maal ruw, laat hem een paar maanden drogen en vervolgens schaven en schuren tot je de juiste vorm hebt. Prachtige hobby die zowel creativiteit als stielkennis vereist. Plots, een luide knal en een lichtflits in m'n handen. Was ik toch los over de draad van de machine gegaan zeker, de electriciteitsdraad was gewoon de machine in gedraaid... Bibberend legde ik de machine opzij. 'Ofwel ben ik dood en zit ik in een nieuwe parallelle dimensie, ofwel ben ik toch aan 't dromen, ofwel ben ik dat niet en heeft de differentieelschakelaar me gevrijwaard van electrocutie', dacht ik. Ik kneep dus een derde keer in m'n arm - die nu trouwens echt blauw begon te zien van al dat knijpen - en weer werd ik niet wakker. Plots dacht ik aan Mel Gibson. 'En als ik nu ook es de gedachten van de vrouwen kon lezen?'. Geloof het of niet, maar ik ben echt de straat op gegaan om deze hypothese te testen. 'k Ga niet in detail gaan maar 'k moet helaas, of gelukkig, constateren dat ik nog steeds dezelfde bart goemaere ben. Weliswaar voorzichtiger met schaafmachines dan een paar dagen geleden, maar voor de rest nog steeds dezelfde, denk ik.
Zomaar een maandag, in Le Sud...
Off the record: what women want? Een man die anders is dan alle andere, om hem eens ze hem aan de haak te hebben geslagen helemaal te veranderen ;-)
zaterdag 6 februari 2010
Lebensraum
Je gaat het niet geloven, maar ik ben zowaar aan 't werk! De sfeer op de werkvloer is ontzettend goed, m'n baas fantastisch, de werkomgeving super, het werk zelf op m'n maat geschreven, het loon eerlijk en de afstand erheen een peulschil. Wat kan een mens zich op professionneel vlak meer wensen? Je moet immers brood verdienen niewaar, zelfs als je in Zuid-Frankrijk woont en de klassieke baguette lichter is dan PU-schuim. Voor dat laatste bestaan trouwens oplossingen. Vraag naar 'pain de campagne' aka 'boerenbrood' en je krijgt iets dat eruit ziet als een baguette maar een stuk vaster is vanbinnen - langwerpig en heel handig om mee te nemen naar de 'chantier'.
Nu word ik dit jaar 35. Op die leeftijd begint een mens de eerste kiemplantjes van zelfkennis te bezitten. Zelfs ik. Ik koester deze frele wezentjes als een schat want ze maken het leven een stuk eenvoudiger. Voor een 'no nonsens-vent' als ik zijn deze kleinoden bovendien meer dan voor wie ook onontbeerlijk want ze maken de machine bart goemaere een stuk bestuurbaarder. Alles is een kwestie van anticiperen, soit.
Nu moet je weten dat ik op professionneel vlak een bloedhekel heb aan de twee b's: bureau en baas. Ik ben niet gemaakt om m'n nine to five tussen vier muren te slijten. Mechanische onbeweeglijkheid doodt de creativiteit en stimuleert de agressiviteit. Goed als je in de bankbranche of politiek zit maar daarin circuleer ik dus niet. Ik heb Lebensraum nodig, synergie tussen het hoofd en de spieren, zoiets... Ik ben ook niet gemaakt om braaf gecommandeerd te worden. Ik mag nog zo graag schrijven, maar vanaf het moment dat men me zegt wàt ik moet schrijven smijt ik m'n potlood in de haag. Voor een baas of patron werken lukt dus niet, of heel moeilijk. Eigenlijk moet ik dit nuanceren. Vorige zomer werkte ik immers voor een tuinman uit Oudenaarde. Met Tom werken ging heel makkelijk. Tom is immers het soort patron die luistert naar z'n werkvolk en die ruimte laat voor autonomie. Hij wist dat hij me een hele dag alleen kon laten en dat het werk gedaan ging zijn zoals hij dat wou. Tom en ik spraken dezelfde taal. Hilarisch waren de momenten trouwens waarop ik me uitgaf voor 'Boris from Russia' die illegaal voor hem werkte. Klanten trokken grote ogen wanneer ik m'n eigenste baas in gerussifeerd engels uitkafferde 'I do not worrk forr you anymorr!!!'. Tom had nooit een managercursus gevolgd maar wist hoe hij met mensen moest omgaan, een kwaliteit die weinigen gegeven is.
Waarom ik men dan plots zo goed voel in m'n job? Omdat m'n baas momenteel bart goemaere heet. Ik werk voor 't moment zo'n beetje voor eigen rekening - volkomen legaal - en je hebt er geen idee van hoezeer dit me bevalt. Hoe en wat vertel ik een volgende keer wel, 't is immers zondag, 't zonnetje schijnt, 't windje zwijgt en de boompjes beginnen te botten. Nature calls...
Nu word ik dit jaar 35. Op die leeftijd begint een mens de eerste kiemplantjes van zelfkennis te bezitten. Zelfs ik. Ik koester deze frele wezentjes als een schat want ze maken het leven een stuk eenvoudiger. Voor een 'no nonsens-vent' als ik zijn deze kleinoden bovendien meer dan voor wie ook onontbeerlijk want ze maken de machine bart goemaere een stuk bestuurbaarder. Alles is een kwestie van anticiperen, soit.
Nu moet je weten dat ik op professionneel vlak een bloedhekel heb aan de twee b's: bureau en baas. Ik ben niet gemaakt om m'n nine to five tussen vier muren te slijten. Mechanische onbeweeglijkheid doodt de creativiteit en stimuleert de agressiviteit. Goed als je in de bankbranche of politiek zit maar daarin circuleer ik dus niet. Ik heb Lebensraum nodig, synergie tussen het hoofd en de spieren, zoiets... Ik ben ook niet gemaakt om braaf gecommandeerd te worden. Ik mag nog zo graag schrijven, maar vanaf het moment dat men me zegt wàt ik moet schrijven smijt ik m'n potlood in de haag. Voor een baas of patron werken lukt dus niet, of heel moeilijk. Eigenlijk moet ik dit nuanceren. Vorige zomer werkte ik immers voor een tuinman uit Oudenaarde. Met Tom werken ging heel makkelijk. Tom is immers het soort patron die luistert naar z'n werkvolk en die ruimte laat voor autonomie. Hij wist dat hij me een hele dag alleen kon laten en dat het werk gedaan ging zijn zoals hij dat wou. Tom en ik spraken dezelfde taal. Hilarisch waren de momenten trouwens waarop ik me uitgaf voor 'Boris from Russia' die illegaal voor hem werkte. Klanten trokken grote ogen wanneer ik m'n eigenste baas in gerussifeerd engels uitkafferde 'I do not worrk forr you anymorr!!!'. Tom had nooit een managercursus gevolgd maar wist hoe hij met mensen moest omgaan, een kwaliteit die weinigen gegeven is.
Waarom ik men dan plots zo goed voel in m'n job? Omdat m'n baas momenteel bart goemaere heet. Ik werk voor 't moment zo'n beetje voor eigen rekening - volkomen legaal - en je hebt er geen idee van hoezeer dit me bevalt. Hoe en wat vertel ik een volgende keer wel, 't is immers zondag, 't zonnetje schijnt, 't windje zwijgt en de boompjes beginnen te botten. Nature calls...
zaterdag 23 januari 2010
't Is lente!
Je gaat het niet geloven, maar 'k heb zonet de eerste zwartkop gehoord - een grijs vogeltje ter grootte van een mus waarvan 't mannetje een zwarte kruin heeft ('t bovenste deel van de kop) en 't vrouwtje een bruine.
Zwartkoppen staan voor mij gelijk met het begin van de lente. Weet je, toen ik nog een klein vogelaartje was keek ik elk jaar uit naar de eerste tjiftjaf - een ander zangvogeltje, klein en groengeel. Het eerste tjiftjafgekwetter 'tjiftjaftjiftjaftjiftjiftjaftjiftjaf' kondigde in m'n jongste jaren steevast het einde aan van de koude wintermaanden en het begin van het drukke vogelseizoen. De tjiftjaf was de eerste trekvogel die terug in onze streken arriveerde. Door het geleidelijk aan zachter worden van onze winters bleven meer en meer tjiftjaffen echter ook 's winters gewoon ter plaatste en daardoor verloor het kleinood z'n referentiewaarde. We moesten dus uitkijken naar een alternatief en de keuze viel daarbij op de zwartkop, een trekvogel die meestal ietsje later dan de tjiftjaf arriveerde.
Vanaf m'n wilde adolescentenjaren keek ik dus uit naar de eerste zwartkop. 'k Herinner me nog goed dat collega-brother-in-arms-en-steeds-voor-een-partijtje-vogelspiepen-te-vinden Sven en ik elkaar een sms stuurden wanneer we de eerste dit of dat hadden gespot 'Eerste zwartkop gehoord in Grote Zenne!' of 'Eerste grasmus in Berendries'. Waar is de tijd, snif... Svenneman, dit blogbericht draag ik op aan jou. Vogel ze, dit jaar.
'k Weet het, hier heeft dit heuglijk nieuws minder impactwaarde dan bij ons, zwartkoppen trekken hier immers niet weg. Maar toch, ze bouwen vanaf het najaar een radiostilte in en deze werd dus deze morgen verbroken. In een bosje in 't centrum van Sète, en ik was er getuige van toen ik naar de bakker wandelde...
M'n ochtendwandelingetje had trouwens nog meer lekkers in petto. Toen ik de brug van 't centrale kanaal overstak zag ik hem, mijn azuurblauwe vriend ijsvogel. Meestal zie ik hem laagvliegend over 't water maar nu zat hij gewoon op een koord tussen twee bootjes, met z'n kopje schuddend als een jonge papegaai. IJsvogels doen hier in 't zuiden hun naam alle eer aan. Ze ontvluchten de vrieskou in 't Centraal Massief en brengen de winter door waar 't wat warmer is. De haventjes aan de Middellandse Zee zijn prima plaatsen om de winter door te brengen: ijsvrij en boordevol jonge visjes die uit de Bassin de Thau zijn afgezakt om dezelfde reden.
Een zwartkop en een ijsvogel, dit weekend kan nu al niet meer stuk...
Zwartkoppen staan voor mij gelijk met het begin van de lente. Weet je, toen ik nog een klein vogelaartje was keek ik elk jaar uit naar de eerste tjiftjaf - een ander zangvogeltje, klein en groengeel. Het eerste tjiftjafgekwetter 'tjiftjaftjiftjaftjiftjiftjaftjiftjaf' kondigde in m'n jongste jaren steevast het einde aan van de koude wintermaanden en het begin van het drukke vogelseizoen. De tjiftjaf was de eerste trekvogel die terug in onze streken arriveerde. Door het geleidelijk aan zachter worden van onze winters bleven meer en meer tjiftjaffen echter ook 's winters gewoon ter plaatste en daardoor verloor het kleinood z'n referentiewaarde. We moesten dus uitkijken naar een alternatief en de keuze viel daarbij op de zwartkop, een trekvogel die meestal ietsje later dan de tjiftjaf arriveerde.
Vanaf m'n wilde adolescentenjaren keek ik dus uit naar de eerste zwartkop. 'k Herinner me nog goed dat collega-brother-in-arms-en-steeds-voor-een-partijtje-vogelspiepen-te-vinden Sven en ik elkaar een sms stuurden wanneer we de eerste dit of dat hadden gespot 'Eerste zwartkop gehoord in Grote Zenne!' of 'Eerste grasmus in Berendries'. Waar is de tijd, snif... Svenneman, dit blogbericht draag ik op aan jou. Vogel ze, dit jaar.
'k Weet het, hier heeft dit heuglijk nieuws minder impactwaarde dan bij ons, zwartkoppen trekken hier immers niet weg. Maar toch, ze bouwen vanaf het najaar een radiostilte in en deze werd dus deze morgen verbroken. In een bosje in 't centrum van Sète, en ik was er getuige van toen ik naar de bakker wandelde...
M'n ochtendwandelingetje had trouwens nog meer lekkers in petto. Toen ik de brug van 't centrale kanaal overstak zag ik hem, mijn azuurblauwe vriend ijsvogel. Meestal zie ik hem laagvliegend over 't water maar nu zat hij gewoon op een koord tussen twee bootjes, met z'n kopje schuddend als een jonge papegaai. IJsvogels doen hier in 't zuiden hun naam alle eer aan. Ze ontvluchten de vrieskou in 't Centraal Massief en brengen de winter door waar 't wat warmer is. De haventjes aan de Middellandse Zee zijn prima plaatsen om de winter door te brengen: ijsvrij en boordevol jonge visjes die uit de Bassin de Thau zijn afgezakt om dezelfde reden.
Een zwartkop en een ijsvogel, dit weekend kan nu al niet meer stuk...
donderdag 21 januari 2010
Chinees spreekwoord (van en voor honden)
Als 't niet eetbaar is
En als 't niet bespringbaar is
Pis erop
[gisteren gehoord tijdens 't roeien]
En als 't niet bespringbaar is
Pis erop
[gisteren gehoord tijdens 't roeien]
woensdag 20 januari 2010
Soms vraagt een mens zich af...
Sète is geen eindpunt. Sète is niet het einde van een lijn die in Halle op de kaart is gezet is via Roosdaal en Sint-Kornelis-Horebeke is getrokken. Sète maakt gewoon deel uit van die lijn. Het stadje is een eindig tussendoortje.
We zijn hier voor drie jaar - de tijd die Célia denkt nodig te hebben om 'dr.' voor haar naam te krijgen aka haar eerste strepen te verdienen in haar onderzoeksdomein. Die driejarige eindigheid maakt dat je onbewust intenser gaat leven. Het is ondermeer ook die eindigheid, of beter het gebrek daaraan, die de keuze om weg te trekken uit Horebeke zo makkelijk heeft gemaakt. Het idee om m'n hele leven op één plaats te wonen heeft me immers altijd heel erg beangstigd. 'k Ga niet proberen om het uit te leggen want per slot van rekening kan het wie dan ook wellicht geen bal schelen, maar me vastpinnen op één plaats kan ik niet. Nog niet. 'k Heb het nochtans geprobeerd, zeker weten. De Hoogkoutermolen was en is een prachtig project en er is wellicht geen mooier plek op aarde dan het dak van de keuken. Kruip er maar eens op, zo begin augustus tegen de zessen. Veeg het dakgrind wat opzij en leg je rug tegen de warme molenromp. Kijk uit over de velden, snuif op die geur van onze Vlaamsche boerenbuiten, luister naar die tierelierende veldleeuweriken en drink op dat frisse gerstenat. En daarna een barbecuetje in de tuin, een patat in 't vuur en een dikke schelle spek op de grill. Gewoon het einde. Maar er m'n hele leven blijven wonen? Toen het einde van de werken aan de molen in zicht kwam begon ik al te denken 'Wat nu? Wat ga ik in godsnaam doen als ik in de molen niets meer om handen heb?'. ''k Ga toch niet m'n hele leven onder die zelfde kerktoren blijven koekeloeren?'. Soms vraagt een mens zich af...
'k Heb wellicht avontuur nodig in mijn leven. Op vakantie gaan is niet genoeg. Uiteindelijk kom je terug thuis bij huisje tuintje brievenbusje en maandag-weer-gaan-werken'tje. 'k Ben een heel moeilijk mens - dat ik dààr nu toch niet tevreden mee kan zijn. Eingenlijk wil ik geen avontuur in m'n leven, 'k wil avontuurlijk leven - en dat zijn twee totaal verschillende concepten. Je niet verankeren aan een keurig uitgestippeld traject, dus. Zeilen in functie van de wind, niet in functie van een lijn op de kaart.
De steven naar Sète wenden was dus een stap in de goede richting, dé kans om ons leven een totaal nieuwe kant uit te sturen. Niet weten wat morgen zal brengen, dàt is avontuur. Intenser leven, dus. We hebben drie jaar om hier alles uit de kast te halen, hier in 'le sud'. Goe bezig.
We zijn hier voor drie jaar - de tijd die Célia denkt nodig te hebben om 'dr.' voor haar naam te krijgen aka haar eerste strepen te verdienen in haar onderzoeksdomein. Die driejarige eindigheid maakt dat je onbewust intenser gaat leven. Het is ondermeer ook die eindigheid, of beter het gebrek daaraan, die de keuze om weg te trekken uit Horebeke zo makkelijk heeft gemaakt. Het idee om m'n hele leven op één plaats te wonen heeft me immers altijd heel erg beangstigd. 'k Ga niet proberen om het uit te leggen want per slot van rekening kan het wie dan ook wellicht geen bal schelen, maar me vastpinnen op één plaats kan ik niet. Nog niet. 'k Heb het nochtans geprobeerd, zeker weten. De Hoogkoutermolen was en is een prachtig project en er is wellicht geen mooier plek op aarde dan het dak van de keuken. Kruip er maar eens op, zo begin augustus tegen de zessen. Veeg het dakgrind wat opzij en leg je rug tegen de warme molenromp. Kijk uit over de velden, snuif op die geur van onze Vlaamsche boerenbuiten, luister naar die tierelierende veldleeuweriken en drink op dat frisse gerstenat. En daarna een barbecuetje in de tuin, een patat in 't vuur en een dikke schelle spek op de grill. Gewoon het einde. Maar er m'n hele leven blijven wonen? Toen het einde van de werken aan de molen in zicht kwam begon ik al te denken 'Wat nu? Wat ga ik in godsnaam doen als ik in de molen niets meer om handen heb?'. ''k Ga toch niet m'n hele leven onder die zelfde kerktoren blijven koekeloeren?'. Soms vraagt een mens zich af...
'k Heb wellicht avontuur nodig in mijn leven. Op vakantie gaan is niet genoeg. Uiteindelijk kom je terug thuis bij huisje tuintje brievenbusje en maandag-weer-gaan-werken'tje. 'k Ben een heel moeilijk mens - dat ik dààr nu toch niet tevreden mee kan zijn. Eingenlijk wil ik geen avontuur in m'n leven, 'k wil avontuurlijk leven - en dat zijn twee totaal verschillende concepten. Je niet verankeren aan een keurig uitgestippeld traject, dus. Zeilen in functie van de wind, niet in functie van een lijn op de kaart.
De steven naar Sète wenden was dus een stap in de goede richting, dé kans om ons leven een totaal nieuwe kant uit te sturen. Niet weten wat morgen zal brengen, dàt is avontuur. Intenser leven, dus. We hebben drie jaar om hier alles uit de kast te halen, hier in 'le sud'. Goe bezig.
woensdag 13 januari 2010
Zwoele winteravond
Surrealistische toestanden. Terwijl koning winter Vlaanderenland, en zowat de hele rest van Europa, in zijn bankschroef geklemd houdt is de temperatuur hier toch wel de hoogte in gegaan zeker. Meer dan 10°C vandaag, en momenteel nog 8°C! Finito bevroren plassen, finito sneeuwtapijtje en gedaan met die ademwolkjes. Leg dat thuis maar eens uit...
Net terug van 't roeien, trouwens. Célia is met haar collegatjes op stap en ik moet hier dus moederziel alleen koud bier zitten drinken. Een 'Chouffe' die zo van ons terras in 't glas is gegaan. 't Kan erger...
't Was trouwens stevig, dat roeien. Geen zuchtje wind, water zo vlak als de buik van Shakira en niks van stroming - we vlogen gewoon door 't water. Perfect gefaseerd, meestal. KLOTS... KLOTS... KLOTS, zes roeispanen die gelijktijdig het water streelden. En soms KLOTSklots... KLOTSklots..., als ik weer es 't ritme kwijtraakte - 'Bart, ifo rammer ansamble!!!'. In T-shirt, hartje winter. Dan meteen onder de douche en vervolgens een moment van fris blond geluk uit onze Ardennen. En een zachte stoel om m'n verhitte kont terug op een resonabele temperatuur te laten komen. Een goede kameraad zou het plaatje compleet maken. En m'n madam om m'n glas bij te vullen ;-)
Maten, deze is op jullie gezondheid!
Net terug van 't roeien, trouwens. Célia is met haar collegatjes op stap en ik moet hier dus moederziel alleen koud bier zitten drinken. Een 'Chouffe' die zo van ons terras in 't glas is gegaan. 't Kan erger...
't Was trouwens stevig, dat roeien. Geen zuchtje wind, water zo vlak als de buik van Shakira en niks van stroming - we vlogen gewoon door 't water. Perfect gefaseerd, meestal. KLOTS... KLOTS... KLOTS, zes roeispanen die gelijktijdig het water streelden. En soms KLOTSklots... KLOTSklots..., als ik weer es 't ritme kwijtraakte - 'Bart, ifo rammer ansamble!!!'. In T-shirt, hartje winter. Dan meteen onder de douche en vervolgens een moment van fris blond geluk uit onze Ardennen. En een zachte stoel om m'n verhitte kont terug op een resonabele temperatuur te laten komen. Een goede kameraad zou het plaatje compleet maken. En m'n madam om m'n glas bij te vullen ;-)
Maten, deze is op jullie gezondheid!
dinsdag 12 januari 2010
En winteren zal 't
Toen we verhuisden nam ik me drie zaken voor. Eén dat ik alleen nog maar zou doen waarin ik goesting had. Twee dat ik me nog meer dan vroeger ging concentreren op wat belangrijk is in die paar jaar die ons op deze aardkloot zijn gegund en drie, dat ik hier nooit een vest zou dragen.
In 't eerste ben ik tot nu toe glansrijk geslaagd. 'k Ben nog steeds werkloos en dus zijn m'n dagen meer dan ooit gevuld met geconcentreerde goesting. Zo'n goesting die net uit 't pakske komt, die al z'n aroma's plots als een neusexplosie prijs geeft aan de buitenlucht en waarvan je geen halve tas nodig hebt om je enkele uren wonderwel te voelen. Euforie van rode stier gemengd met smikkelsmakheid van sterke rots. M'n creativiteit scheert hoge toppen, de laatste tijd. Dankje Sète.
Voor 't tweede die ik hard m'n best. Relativeren kan je leren en veranderen van omgeving is geestverruimend. Toen ik Célia leerde kennen werd Horebeke 't middelpunt van m'n wereld, in plaats van 't spreekwoordelijke gat van Pluto. Horebeke ligt immers tussen 't Brusselse - Heimatland - en Normandië - les racines Céliatiques. Nu we zijn verhuisd ligt 't middelpunt van ons bestaan welligt ergens in 't noorden van 't Centraal Massief, want halfweg tussen Sète en 't Brusselse. We moeten dus dringend werk maken van de verkenning van dat Franse gebiedsdeel want anders zal onze geografische navel een stukje onverkend maagdelijk oerwoud blijven. Maar dit terzijde. Prioriteiten stellen, da's de opdracht.
M'n derde voornemen is echter een paar weken terug dik de mist in gegaan. Heb ik reeds verteld dat 't kan vriezen hier? En dat het ijs hier even hard is dan bij ons? Gisteren ben ik namelijk voor de eerste keer echt gaan fietsen - maakt deel uit van m'n eerste voornemen - en toen ik ontdekte hoe fijn het is om in scheurtempo ijsbrekertje te spelen in grote bevroren plassen - kraaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaakrakrakrakraaaaaaak, rondvliegende ijsbrokken en hot rubber - mocht ik tot m'n schade ondervinden dat 't ijs in sommige plassen zo dik gevroren lag dat zelfs mijn zware lijf het niet meer tot kraken dwingen kon. Met als gevolg een stevige swieoef en een bart die op zijn bakkes lag. Doe ik dus niet meer, dat ijscrossen. 't Vriest hier dus stevig, en als de wind bovendien uit 't land komt duikt de gevoelstemperatuur pijlsnel naar beneden en is 't bijgevolg aangeraden een stevige jas tot de obligate uitrusting te rekenen. Hoe diep kan een mens vallen. Zelfs de lokale daklozen die elke dag steevast hun fles wijn op dezelfde bank in 't stadspark leegzabberen maken me attent op dit persoonlijke hoogverraad 'copeng t'as mis ung blousong?!'.
De winter heeft ook z'n mooie kanten. Reeds een week ligt de north face van de Mont St. Clair bedolven onder een kolossaal sneeuwtapijt van ettelijke millimeter, wat de lokale autoriteiten vast bloednerveus maakt uit vrees dat als dit hondeweer aanhoudt wellicht de eerste lawine in de geschiedenis van de stad in de maak is. Misschien moet ik hen wel aanraden dat ze, om schade te voorkomen, best de meest risicovolle wijken preventief platbulldozeren. We wonen in 't zuiden, we denken op z'n zuiders.
Het winterweer heeft hier anders nog andere pijlen op z'n boog, maar dat vertel ik een volgende keer wel. Eerst es naar de gemeente bellen...
In 't eerste ben ik tot nu toe glansrijk geslaagd. 'k Ben nog steeds werkloos en dus zijn m'n dagen meer dan ooit gevuld met geconcentreerde goesting. Zo'n goesting die net uit 't pakske komt, die al z'n aroma's plots als een neusexplosie prijs geeft aan de buitenlucht en waarvan je geen halve tas nodig hebt om je enkele uren wonderwel te voelen. Euforie van rode stier gemengd met smikkelsmakheid van sterke rots. M'n creativiteit scheert hoge toppen, de laatste tijd. Dankje Sète.
Voor 't tweede die ik hard m'n best. Relativeren kan je leren en veranderen van omgeving is geestverruimend. Toen ik Célia leerde kennen werd Horebeke 't middelpunt van m'n wereld, in plaats van 't spreekwoordelijke gat van Pluto. Horebeke ligt immers tussen 't Brusselse - Heimatland - en Normandië - les racines Céliatiques. Nu we zijn verhuisd ligt 't middelpunt van ons bestaan welligt ergens in 't noorden van 't Centraal Massief, want halfweg tussen Sète en 't Brusselse. We moeten dus dringend werk maken van de verkenning van dat Franse gebiedsdeel want anders zal onze geografische navel een stukje onverkend maagdelijk oerwoud blijven. Maar dit terzijde. Prioriteiten stellen, da's de opdracht.
M'n derde voornemen is echter een paar weken terug dik de mist in gegaan. Heb ik reeds verteld dat 't kan vriezen hier? En dat het ijs hier even hard is dan bij ons? Gisteren ben ik namelijk voor de eerste keer echt gaan fietsen - maakt deel uit van m'n eerste voornemen - en toen ik ontdekte hoe fijn het is om in scheurtempo ijsbrekertje te spelen in grote bevroren plassen - kraaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaakrakrakrakraaaaaaak, rondvliegende ijsbrokken en hot rubber - mocht ik tot m'n schade ondervinden dat 't ijs in sommige plassen zo dik gevroren lag dat zelfs mijn zware lijf het niet meer tot kraken dwingen kon. Met als gevolg een stevige swieoef en een bart die op zijn bakkes lag. Doe ik dus niet meer, dat ijscrossen. 't Vriest hier dus stevig, en als de wind bovendien uit 't land komt duikt de gevoelstemperatuur pijlsnel naar beneden en is 't bijgevolg aangeraden een stevige jas tot de obligate uitrusting te rekenen. Hoe diep kan een mens vallen. Zelfs de lokale daklozen die elke dag steevast hun fles wijn op dezelfde bank in 't stadspark leegzabberen maken me attent op dit persoonlijke hoogverraad 'copeng t'as mis ung blousong?!'.
De winter heeft ook z'n mooie kanten. Reeds een week ligt de north face van de Mont St. Clair bedolven onder een kolossaal sneeuwtapijt van ettelijke millimeter, wat de lokale autoriteiten vast bloednerveus maakt uit vrees dat als dit hondeweer aanhoudt wellicht de eerste lawine in de geschiedenis van de stad in de maak is. Misschien moet ik hen wel aanraden dat ze, om schade te voorkomen, best de meest risicovolle wijken preventief platbulldozeren. We wonen in 't zuiden, we denken op z'n zuiders.
Het winterweer heeft hier anders nog andere pijlen op z'n boog, maar dat vertel ik een volgende keer wel. Eerst es naar de gemeente bellen...
maandag 4 januari 2010
2009 - 2010
Sète, 4 januari 2010. Kléo spint zachtjes naast m'n laptop, Ptibu doet hetzelfde op m'n schoot. Colplay verbreekt de stilte van 'Casa Felina'. Buitentemperatuur is zo'n stevige 8° - warm hier - er staat geen zuchtje wind en 't is stevig bewolkt.
Terug in 'le sud', dus. 't Deed gisterochtend geen beetje zeer opnieuw in de wagen te stappen en de motorkap naar 't zuiden te wenden. Voorgaande jaren heb ik het nooit voor kerst en nieuw gehad, dit jaar echter was deze periode voor ons 'thuiskomen', tijd nemen voor onze familie en vrienden die we reeds meer dan twee maanden niet meer hadden gezien, zonder de stress van 'er moet nog dit en er moet nog dat'. Zalige momenten beleefd, fijn om op zovele plaatsen welkom te zijn. Paradoxaal toch, dat een mens meer dan 1000 km verder moet gaan wonen vooraleer hij pas echt beseft welk prachtig volk er in 't noorden woont...
Onze poezen zijn content dat we terug zijn. Ook al werden ze tijdens onze afwezigheid goed verzorgd, onze terugkomst schijnt toch heel veel voor hen te betekenen. Wie zei ooit weer dat poezen asociaal en onafhankelijk zijn?
Wat we in 2010 gaan doen? Wel, Célia zal zich verder vastbijten in haar onderzoek en in haar vrije tijd een uitbreidingsoffensief op ons terras lanceren met haar vetplanten- en cactussenarmada. Ik van mijn kant lanceer een offensief op de lokale arbeidsmarkt en samen gaan we de komende maanden de regio verder verkennen. Binnen een goede maand of twee zullen de zeebaarzen opnieuw honger krijgen en dan gaan we - of liever ik - weer regelmatig vissen. 't Doet me'r trouwens aan denken dat ik m'n tuinkachel in de Vlaamse Ardennen ben vergeten. Terras plus tuinkachel plus zeebaars plus eikenzaagsel plus lucifer plus 24 uur geduld geeft immers gerookte zeebaars. Plus een beetje rook. En een klein beetje visgeur. Hopelijk hebben we tolerante neven-, boven- en overburen. Verder ga ik zalig roeien, mountainbiken, boogschieten, boomerangen, wat experimenteren met vliegende vleugels en vermits Célia graag zou gaan duiken gaan we ook in deze sport onze tanden zetten. 't Gaat druk worden, 'k voel het...
Terug in 'le sud', dus. 't Deed gisterochtend geen beetje zeer opnieuw in de wagen te stappen en de motorkap naar 't zuiden te wenden. Voorgaande jaren heb ik het nooit voor kerst en nieuw gehad, dit jaar echter was deze periode voor ons 'thuiskomen', tijd nemen voor onze familie en vrienden die we reeds meer dan twee maanden niet meer hadden gezien, zonder de stress van 'er moet nog dit en er moet nog dat'. Zalige momenten beleefd, fijn om op zovele plaatsen welkom te zijn. Paradoxaal toch, dat een mens meer dan 1000 km verder moet gaan wonen vooraleer hij pas echt beseft welk prachtig volk er in 't noorden woont...
Onze poezen zijn content dat we terug zijn. Ook al werden ze tijdens onze afwezigheid goed verzorgd, onze terugkomst schijnt toch heel veel voor hen te betekenen. Wie zei ooit weer dat poezen asociaal en onafhankelijk zijn?
Wat we in 2010 gaan doen? Wel, Célia zal zich verder vastbijten in haar onderzoek en in haar vrije tijd een uitbreidingsoffensief op ons terras lanceren met haar vetplanten- en cactussenarmada. Ik van mijn kant lanceer een offensief op de lokale arbeidsmarkt en samen gaan we de komende maanden de regio verder verkennen. Binnen een goede maand of twee zullen de zeebaarzen opnieuw honger krijgen en dan gaan we - of liever ik - weer regelmatig vissen. 't Doet me'r trouwens aan denken dat ik m'n tuinkachel in de Vlaamse Ardennen ben vergeten. Terras plus tuinkachel plus zeebaars plus eikenzaagsel plus lucifer plus 24 uur geduld geeft immers gerookte zeebaars. Plus een beetje rook. En een klein beetje visgeur. Hopelijk hebben we tolerante neven-, boven- en overburen. Verder ga ik zalig roeien, mountainbiken, boogschieten, boomerangen, wat experimenteren met vliegende vleugels en vermits Célia graag zou gaan duiken gaan we ook in deze sport onze tanden zetten. 't Gaat druk worden, 'k voel het...
Abonneren op:
Posts (Atom)
