Zalig weer vandaag in L'Ile Singulière aka 'het bijzondere eiland'. Donkere laaghangende wolken die de Mont St. Clair aan 't zicht onttrekken, mottige regenbuien, een koel zeebriesje en een goede 22 graadjes - prachtig en lekker tegelijk. Op sommige momenten waande ik me op de Waddeneilanden, op andere ergens op Shetland. Het zuiden is prachtig bij temps nordique. En iedereen maar zagen en klagen en rondlopen met een regenjas, wat zijn dat hier voor woessies, softies, fristies en mama's-rokken-hangers? Als 't mooi weer is werken ze niet graag, en als 't regent vertikken ze't naar buiten te komen.'t Is duidelijk dat sommige vooroordelen geen vooroordelen meer blijven...
Misschien daarom dat mijn patron me graag ziet komen en steeds bijzonder hartelijk is? Hij is veel te zacht met z'n personeel, de weke perzik. In onderbroek op de stelling sturen zou ik ze, m'n collega's. En als 't hen niet zint de hogedrukreiniger erop, en overuren laten doen, hen vijftien kilometer later lopen voordat ze hun middagpauze zouden mogen nemen, elk uur twintig keer pompen, en twintig optrekjes, en 's avonds na 't werk manueel het wagenpark laten kuisen - met een tandenborstel, en daarna een uurtje laten roeien om hun kromgewerkte ruggen terug recht te zetten, hahaa!
Weet je wat ik morgen ga doen? Opslag vragen!
woensdag 9 juni 2010
vrijdag 4 juni 2010
Turistus ordinarus
De zomer blijkt hier dan toch eindelijk begonnen, althans volgens de autochtone bevolking. 't Gaat stevig rond de dertig graden landinwaarts en vaak iets minder hier aan 't zeetje dankzij de nog steeds aangenaam frisse zeebries. Uit de wind is 't echter stevig bakken. De aborigines aka sètois zeggen dat ze nog nooit zo lang op mooi stabiel weer hebben moeten wachten en 'k hoop dat ze'r nog een tijdje over zullen doen eer ze ontdekken wat ik met hun arme klaren heb uitgestoken... Zomeren dus! Je merkt het aan 't weer, aan de toeristen, 't verkeer, de boten en de bosbranden.
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!
zondag 23 mei 2010
Still alive, still kickin'
Langs kleine weggetjes zijn we erheen gereden, onderweg om de haverklap stoppend om Kuifkoekoek, Roodkopklauwier, Hop, Slangen- en Steenarend of IJsvogel te observeren. Langs olijf- en perzikboomgaarden, verlaten en actieve wijnvelden, in bloei staande garrigue en klaterende beekjes en dorpjes met klinkende namen zoals Montbazin, Montamaud, Puéchabon, Viols-le-Fort en Saint-Bauzille-de-Putois. Van de zon naar de bewolking - stralende hemel en geen zuchtje wind in Sète, kilomtershoge donderkoppen boven de Mont Aigoual, en ook een stukje van m'n adultere jaren naar m'n jeugdigere. M'n eerste contact met deze regio had ik immers een slordige twaalf jaar terug. Eerst twee weken vogels kijken in het Zweedse Falsterbo, dan met de bus en trein terug naar huis, even goeiedag zeggen aan ma en pa en vervolgens de trein op naar Montpellier waar m'n kameraad me opwachtte om samen met wat familiegenoten van hem druiven te gaan plukken. In de omgeving van Puéchabon, jawel. Druiven plukken, wijn en pastis drinken, dolle ritten over stoffige veldwegen - remember, Bartolo? - , op zoek naar Slangenarenden en ander moois, afkoelen in de Hérault en 's avonds op het warme en verlaten asfalt urenlang naar de sterren kijken. En naar het lichtje bovenop de Mont Aigoual, waar ik pas jaren later heen zou gaan. Met m'n française deze keer, een hoop illusies armer en een hoop ervaringen en levenswijsheid rijker. Vreemd toch, hoe een leven soms bochten kan maken...
dinsdag 18 mei 2010
Als de nood hoog is...
Vanmiddag werd ik bij een oud dametje gestuurd dat met een verstopte wc zat. 'Ge zijt al de derde technieker die naar mijn wc-pot komt kijken meneer' stak ze van wal. 'Die twee andere hebben me gezegd dat 't een hopeloos geval is want dat het probleem niet IN maar AAN de pot is gelegen' verduidelijkte ze. Ik dus aan de slag met een een tuig dat ze hier 'spaanse bezem' noemen en dat eruit ziet als een op een paal gestoken hippiehoofd waarmee je de vloer kan dweilen. Je kan er ook wc's mee ontstoppen doordat het als een piston in de pot kan worden gestoken. Even hard op en neer roesjen en normaliter verliest zelfs de meest overtuigde drolklonter zijn hechtvermogen. Hier niet dus, het enige dat werd opgezogen was proper water. Geen drol, geen drolletje, zelfs geen wc-papier. Toen ik de waterval in werking zette moest ik echter concluderen dat het water even traag wegliep als ervoor. 'Madam,' zegde ik, 'als ik jouw pot eens goed bekijk kan ik enkel concluderen dat je een andere nodig hebt en dat we de afvoer beter moeten afwerken. Twee rechte hoeken na mekaar kan nooit een snelle afvoer van jeweetwel geven' diagnosticeerde ik. 'Weet ge meneer,' replikeerde het dametje, 'nu is 't een geluk dat ik vaak diarree heb en dat het niet zo erg is dat het allemaal wat traagjes wegloopt. Mocht ik echter dikke harde dingen leggen dan zou je hier elke dag moeten komen.' vervolgde ze haar verhaal. 'Als je ziet wat de mensen tegenwoordig allemaal eten! Dat geeft van die grote dikke drollen weet je, en die oude systemen zijn daar niet op berekend hé, ah ja!' besloot ze haar openbarende reflectie op de hedendaagse consumptiemaatschappij.
'k Kan er niet aan doen, maar ik ben er zeker van dat ik telkens ik nog eens op de pot ga aan dat madammeke ga denken...
'k Kan er niet aan doen, maar ik ben er zeker van dat ik telkens ik nog eens op de pot ga aan dat madammeke ga denken...
maandag 17 mei 2010
Tramontane is back!
Sinds gisterenmiddag is de wind gedraaid. Gedraaid en fors in sterkte toegenomen. Een stevige 6 à 7 beaufort uit het noordwesten, wat wil dat zeggen? Dat de Tramontane back in town is. Deze stevige constante wind blaast traditioneel het water uit de Etang de Thau zodat het waterpeil aan de tegenoverliggende oever, in Mèze en Bouzigues bijvoorbeeld, een stuk lager staat dan normaal. Er zal weer een depressie of lagedrukgebied boven de Golf van Genua liggen die al de lucht uit Zuid-Frankrijk zuigt, wellicht. In het westelijk deel noemt die voorbijrazende lucht 'Tramontane', in het oostelijk deel aka de Rhônevallei 'Mistral'. Sète ligt in het spanningsveld van de tramontane, hier geen mistral dus. Soms is klimatologie zo kinderlijk eenvoudig. Tramontane en Mistral zijn droge winden, ze komen immers vanuit de landzijde. Vanmorgen had ik dus loeiharde tegenwind toen ik naar 't werk fietste, vanavond scheurde ik op m'n sloffen de wagens voorbij. Nog nooit zo rap op café gezeten na 't werk, haha! Onze Tramontane had trouwens vanmorgen nog een zalig neveneffect. Wat zag ik immers toen ik samen met m'n collega langs het water naar 't stad reed? Een dertigtal wespendieven - wespenetende roofvogels - die zich laag over het water een weg noordwaarts vochten! Een onvergetelijk spectakel, echt waar. Vrienden vogelaars, beste Sven, Jan en Bert, we kunnen hieruit drie zaken opmaken. Eén dat wespendieven zich tijdens de lentetrek - de terugkeer uit de Afrikaanse winterkwartieren - ook in groep verplaatsen. Twee dat dat vrij laat gebeurt, half mei nota bene, en drie dat ze bij Tramontane-weer over Sète trekken. En zeggen dat die dieren wellicht de vorige dag (of nacht?) de Middellandse Zee zijn overgestoken. Vogeltrek is en blijft een magisch fenomeen. Pernis apivorusjes, ga maar lekker kindjes maken in Scandinavië en Rusland, we zien elkaar binnen enkele maanden terug tijdens jullie terugkeer. In Frans Baskenland, op de Col d'Organbidesca, daar geven we afspraak...
De prachtige foto van het adulte mannetje is trouwens van de kundige hand van Sylvain Houpert (http://fotooizo.free.fr/html/1242249792_bondree6.html)
Labels:
Etang de Thau,
mistral,
Organbidesca,
Sète,
tramontane,
wespendief
zondag 16 mei 2010
Flower power
Ook de lokale veldmadeliefjes hebben 't hier de laatste weken geweldig naar hun zin. Nog nooit zoveel papavers, korenbloemen en ander kleurig spul bij mekaar gezien. In Flanders fields the poppies grow, awel, in the Languedocs fields the poppies grow a lot better. Velden als wiegende zeeën, bloedrood van de klaprozen, zo zagen de Vlaamse dodenakkers er anno 1914-18 uit. Het moet surrealistisch zijn geweest, in zo'n prachtig decor moeten oorlog voeren. 't Is eens wat anders dan de Vietnamese jungle of de Iraakse woestijn, denk ik dan. Ik profiteer dus samen met de zuiderse bloemenweelde met volle teugen van dit atypische weer, want eens deze transitieperiode voorbij zal er binnen de kortste keren geen spriet groen meer overschieten. Hopelijk ga ik wat langer weerstand bieden...
Mercikes...
't Is ironisch dat je pas beseft wat je hebt wanneer de rijkdom in kwestie je verlaat. Verhuizen naar Zuid-Frankrijk is best leuk hoor, daar niet van: zon, zee, vulkanen, gorges, palmbomen, druiven en steeneiken, steltkluten en vale gieren en dat soort dingen, maar daarvoor laat je wel familie en vrienden in 't noorden achter. Noenkel en tantje, jullie hebben er geen idee van hoe leeg het huis plots is zonder jullie. Je moet het maar doen, 1100 kilometer bollen heen en 1100 kilometer weer terug om 't weekend met ons door te brengen. Duizendmaal merci, jullie zijn onbetaalbaar. Enne, jullie mogen er de volgende keer gerust twee weken van maken...
zaterdag 1 mei 2010
Op een rappeke
Even een heel kort tussendoortje want ons vertrouwde pc'tje heeft ons voor heel even in de steek gelaten, nondenonde... Warm hier, nu al. Temperaturen gaan hier overdag reeds tot aan 't gaatje van de twintig, gelukkig brengt het zeebriesje regelmatig wat afkoeling.
Weet je wat ik zalig vind de laatste weken? Heel vroeg opstaan en net na zonsopgang met de fiets de Mont St. Clair opcrossen, vervolgens weer naar beneden langs z'n flauwe zuidzijde, wat snelheid maken op de zeepromenade richting Cap d'Agde en vervolgens langs diezelfde promenade de hele weg terug. Op een eenzame jogger na geen ziel op straat, staalblauwe lucht en 't zeebriesje - meer moet dat niet zijn om de dag goedgeluimd te beginnen...
Binnenkort meer van dat, ben trouwens een bierexperiment gestart waar ik binnenkort wellicht de eerste vruchten van zal plukken...
Weet je wat ik zalig vind de laatste weken? Heel vroeg opstaan en net na zonsopgang met de fiets de Mont St. Clair opcrossen, vervolgens weer naar beneden langs z'n flauwe zuidzijde, wat snelheid maken op de zeepromenade richting Cap d'Agde en vervolgens langs diezelfde promenade de hele weg terug. Op een eenzame jogger na geen ziel op straat, staalblauwe lucht en 't zeebriesje - meer moet dat niet zijn om de dag goedgeluimd te beginnen...
Binnenkort meer van dat, ben trouwens een bierexperiment gestart waar ik binnenkort wellicht de eerste vruchten van zal plukken...
zondag 18 april 2010
Eyjafjöll, I love you so much

Sinds enkele dagen staat Ijsland terug op de kaart, en hoe! 't Landje mag dan wel failliet zijn - of zijn z'r inmiddels terug bovenop? - maar 't is er dan wel in geslaagd om de helft van Europa lekker in de tang te nemen. 't Heeft trouwens ook gezorgd voor ongeziene miskleunen bij de diverse nieuwsmedia. 'Vulkaan Eyjafjallajökull zorgt voor spectakel' en 'Asregens van de Eyjafjallajökull, een vulkaan in het zuidwesten van Ijsland, sturen het europese luchtverkeer in de war' en dat soort onzin. Beste persmensen, 'Jökull' betekent 'gletsjer'. De Vatnajökull is bijvoorbeeld naast een buur van de Eyjafjallajökull ook de grootste gletsjer in Europa. Je mag dus in opgekuist nederlands gerust spreken over de gletsjer Vatna.
De vulkaan waar het de laatste dagen allemaal om draait heet in werkelijkheid de Eyjafjöll en die zat tot voor enkele dagen mooi onder de gletsjer Eyjafjalla. Een vulkaan is immers een berg en wie bergen op Ijsland zegt zegt sneeuw, dus ijs, dus gletsjers, dus Eyjafjallajökull. Een Jökulhlaup is dan weer een hoop smeltwater die bij zo'n vulkaanuitbarsting meestal vrijkomt. Niet meer dan dat.
Beste Eyjafjöll, I love you! Dankzij jou wordt er eindelijk eens over vulkanisme, geologie, platentectoniek en anders lekkers gepraat in 't nieuws. Zelfs mijn grootmoeder Erikatje, die van de wafels, kon er gisteren aan de telefoon niet over zwijgen. 'Toen ik mijn wasdraad afkuiste plakte er verdorie van dat vulkaanstof aan mijn 'forre''. Ik hou het eerder bij wat stuifmeel maar kom, we gaan bij Erikatje geen mieren gaan neu... , voor die keer dat een vulkaan eens 't onderwerp van gesprek vormt.
Eyjafjöll, jij kon in je dooie eentje ook zowat het hele europese luchtverkeer platleggen. Zelfs Bin Laden deed in z'n goeie jaren niet beter. 'k Vind het altijd fijn dat de mensheid eens terug met z'n voetjes op de grond wordt gezet. 'Jullie dachten alles mooi geregeld te hebben? Kijk wat ik doe met jullie luchtvloot!'.
Eyjafjöll, wat we van jou zien is ook gewoon verpletterend mooi. Geen prachtiger natuurspectakel dan een uitbarstende vulkaan, en zeker als die dan nog eens in een wereld van ijs ligt. Je bent mijn held jong, goe bezig, en doe me nog één plezier: maak je buren wakker.
zaterdag 17 april 2010
vredige ochtendoverpeinzingen
De eerste werkweek zit er weer op. Laminaat gelegd (parkee flottang), schuiframen hersteld, slotcilinders vervangen, wc's en lavabo's gerepareerd, badkamers geïnstalleerd etc. 'Als we ons binnen enkele jaartjes settelen zullen we geen 'stielemans' meer nodig hebben', zegt célia. Is misschien wel iets van. Wat ik nog onthou van deze week is dat het hier nu echt wel zalig warm is, je zou 't kunnen vergelijken met een ideale zomer in Vlaanderen. Waar die temperaturen over twee maanden zullen zitten is een ander verhaal, waar ik me momenteel beter nog geen zorgen over maak. Nu is 't gewoon puur genieten.
Intussen maken de gierzwaluwen buiten een hels kabaal. Ze zijn deze week uit hun afrikaanse winterkwartieren teruggekeerd en schijnen 't hier best naar hun zin te hebben. We zullen ze deze zomer best kunnen gebruiken, wanneer alle 'etangs' hier in de regio zullen veranderen in muggenparadijzen. Met wijd opengesperde bekken zullen ze de stad dagelijks een miljoen muggen lichter maken. Ruwe schatting hoor, gebaseerd op de dagelijks kaloriebehoefte van een doorsnee gierzwaluw, de grootte van de lokale populatie en de kalorische waarde van de doorsnee mug hier uit de regio. Variabelen die dan weer zijn gebaseerd op het aantal afgelegde dagelijkse kilometer van een gierzwaluw, de beschikbare voedselrijkdom van de etangs, omgevingstemperatuur, luchtweerstand en luchtvochtigheid en als laatste, niet te vergeten, de 'Onbekende Parameter'. Zoals ik al zei, gewoon een ruwe schatting. Die gierzwaluwen verdienen een standbeeld, vind ik. Jammer dat er geen grotere versie van bestaat, zo'n enorme vliegende stofzuiger die het niet op muggen heeft gemunt, maar op stadsduiven. Ik heb een grondige hekel aan die vliegende ratten, die vunzige terrasschijters, die roekoerende drukmakers met hun blèrende jongen. 'k Mag dan wel een hardcore vogelbeschermer zijn, stadsduiven vallen daar vol-le-dig buiten. Stofzuigen die grijze handel, waar blijven trouwens die slechtvalken? Gelukkig wordt er af en toe zo'n duif door een Geelpootmeeuw verschalkt - alle beetjes helpen - en gelukkig is er onze Zwarte roodstaart nog, die ons dagelijks op een prachtige portie gekras - zingen kun je dat niet echt noemen - vergast. Maar toch nog liever dat dan dat geroezemoes, dat boerend geroddel, van die grijze paria's. Zei ik trouwens al dat ik niets moet hebben van stadsduiven?
Straks gaan we naar de roddelkmarkt van Marseillan - Marsejang - die naar 't schijnt echt wel de moeite is. Misschien vind ik er wel een oud stuk luchtafweer uit de tweede wereldoorlog. Je weet wel, tegen de stadsduiven...
Intussen maken de gierzwaluwen buiten een hels kabaal. Ze zijn deze week uit hun afrikaanse winterkwartieren teruggekeerd en schijnen 't hier best naar hun zin te hebben. We zullen ze deze zomer best kunnen gebruiken, wanneer alle 'etangs' hier in de regio zullen veranderen in muggenparadijzen. Met wijd opengesperde bekken zullen ze de stad dagelijks een miljoen muggen lichter maken. Ruwe schatting hoor, gebaseerd op de dagelijks kaloriebehoefte van een doorsnee gierzwaluw, de grootte van de lokale populatie en de kalorische waarde van de doorsnee mug hier uit de regio. Variabelen die dan weer zijn gebaseerd op het aantal afgelegde dagelijkse kilometer van een gierzwaluw, de beschikbare voedselrijkdom van de etangs, omgevingstemperatuur, luchtweerstand en luchtvochtigheid en als laatste, niet te vergeten, de 'Onbekende Parameter'. Zoals ik al zei, gewoon een ruwe schatting. Die gierzwaluwen verdienen een standbeeld, vind ik. Jammer dat er geen grotere versie van bestaat, zo'n enorme vliegende stofzuiger die het niet op muggen heeft gemunt, maar op stadsduiven. Ik heb een grondige hekel aan die vliegende ratten, die vunzige terrasschijters, die roekoerende drukmakers met hun blèrende jongen. 'k Mag dan wel een hardcore vogelbeschermer zijn, stadsduiven vallen daar vol-le-dig buiten. Stofzuigen die grijze handel, waar blijven trouwens die slechtvalken? Gelukkig wordt er af en toe zo'n duif door een Geelpootmeeuw verschalkt - alle beetjes helpen - en gelukkig is er onze Zwarte roodstaart nog, die ons dagelijks op een prachtige portie gekras - zingen kun je dat niet echt noemen - vergast. Maar toch nog liever dat dan dat geroezemoes, dat boerend geroddel, van die grijze paria's. Zei ik trouwens al dat ik niets moet hebben van stadsduiven?
Straks gaan we naar de roddelkmarkt van Marseillan - Marsejang - die naar 't schijnt echt wel de moeite is. Misschien vind ik er wel een oud stuk luchtafweer uit de tweede wereldoorlog. Je weet wel, tegen de stadsduiven...
Abonneren op:
Posts (Atom)
