Wonen in 't zuiden
Is niet alleen kayak
En mooie wijven
Wonen in dit dievenhol
Is ook verstoken zijn
Van die paar maten
Waarvan ik 't geluk heb gehad
Ze te ontmoeten
Soms mis ik hen
Gelukkig niet vaak
Dat zootje ongeregeld
Die bende zatlappen
Dat handvol Kameraden
Enkele raakpunten volstaan
Vogels en bier
Patcharan en bier
Vogels en Patcharan
Visarenden volgen
Die maar blijven ronddraaien
Die maar niet willen oversteken
Wat is daar nu
Zeg het me
Wat is daar nu
Plezant aan
Brothers in arms
Zonsopgangen met ochtenddrol
Zonsondergangen met schapenmist
Nog één fles rest me
Van de vijventwintig
Ofzo
Nog vijf maanden
En 't is weer zover
Organby
We will rock you!
Posts tonen met het label Organbidesca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Organbidesca. Alle posts tonen
vrijdag 16 maart 2012
zaterdag 17 september 2011
Black Saturday
Net zoals vorige week kan ik alweer de slaap niet vatten. Vandaag omdat er wat bricoleerwerk op 't programma staat, vorige week omdat de ontruiming van ons arendsnest zich aankondigde - iets waar we alle vijf enorm 'tegen op' zagen. Elkeen deed z'n werk in stilte, aan de ontbijttafel werd nauwelijks een woord gezegd, om 10.00 waren alle fysieke sporen uitgewist van een dolle week. De nog rokende jagerchalets uitgezonderd...
Na nog wat stevig handengeschud op de col reden we in microkonvooi - two is a crowd - richting St.-Jean-Pied-de-Port, onderweg nog even stoppend om wat 'Ossau-Iraty' in te slaan, de beste schapenkaas van de hele wereld, gemaakt van het sap van de schaapjes die ons vaak 's ochtends gezelschap hielden op de col.
Vervolgens gingen we definitief uit elkaar, het vervolg is bekend... 's Avonds bevond ik me alweer tussen 't volk in Montpellier. Het contrast met de vorige dagen kon niet groter zijn. Geen wonder dat ik de hele avond bijna m'n bek niet heb opengedaan, tenzij om er wat koud bier in te gieten. Slecht idee om net die avond een avondje uit met kennissen te plannen, m'n vrienden had ik achtergelaten in de bergen...
Organby 2011 was een onvergetelijke belevenis, al heb ik dat al gezegd. 't Deed me enorm deugd jullie allen nog eens terug te zien, 't leek wel alsof al die jaren dat we elkaar niet meer hadden gezien in één veeg waren uitgewist. Er ging trouwens geen dag voorbij zonder dat er wel iemand over 'onze Johan' begon. Onze Falsterbo-man zou dit geweldig hebben gevonden...
Vriendschap is een product dat de jaren goed verteert, blijkbaar. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat ik jullie zootje ongeregeld graag meteen wil terugzien - binnen een jaar is meer dan vroeg genoeg - maar laten we stellen dat jullie er allemaal nog mee door kunnen. 't Kan zijn dat 't volgend jaar misschien ook plezant zou kunnen worden. Hebben jullie nog contact met die twee Parisiennes trouwens? De blonde - hoe ze heette ben ik vergeten maar haar scheten vergeet ik nooit meer - mailde me nog dat ze graag eens naar Halle zou komen. René, hopelijk vind je 't niet erg dat ik jouw adres heb doorgegeven...
't Ga jullie goed, bende smeerlapkes. Hopelijk genoten jullie van 't overzicht. Pas goed op jullie zelf... Enne, Never Stop Birding!
Na nog wat stevig handengeschud op de col reden we in microkonvooi - two is a crowd - richting St.-Jean-Pied-de-Port, onderweg nog even stoppend om wat 'Ossau-Iraty' in te slaan, de beste schapenkaas van de hele wereld, gemaakt van het sap van de schaapjes die ons vaak 's ochtends gezelschap hielden op de col.
Vervolgens gingen we definitief uit elkaar, het vervolg is bekend... 's Avonds bevond ik me alweer tussen 't volk in Montpellier. Het contrast met de vorige dagen kon niet groter zijn. Geen wonder dat ik de hele avond bijna m'n bek niet heb opengedaan, tenzij om er wat koud bier in te gieten. Slecht idee om net die avond een avondje uit met kennissen te plannen, m'n vrienden had ik achtergelaten in de bergen...
Organby 2011 was een onvergetelijke belevenis, al heb ik dat al gezegd. 't Deed me enorm deugd jullie allen nog eens terug te zien, 't leek wel alsof al die jaren dat we elkaar niet meer hadden gezien in één veeg waren uitgewist. Er ging trouwens geen dag voorbij zonder dat er wel iemand over 'onze Johan' begon. Onze Falsterbo-man zou dit geweldig hebben gevonden...
Vriendschap is een product dat de jaren goed verteert, blijkbaar. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat ik jullie zootje ongeregeld graag meteen wil terugzien - binnen een jaar is meer dan vroeg genoeg - maar laten we stellen dat jullie er allemaal nog mee door kunnen. 't Kan zijn dat 't volgend jaar misschien ook plezant zou kunnen worden. Hebben jullie nog contact met die twee Parisiennes trouwens? De blonde - hoe ze heette ben ik vergeten maar haar scheten vergeet ik nooit meer - mailde me nog dat ze graag eens naar Halle zou komen. René, hopelijk vind je 't niet erg dat ik jouw adres heb doorgegeven...
't Ga jullie goed, bende smeerlapkes. Hopelijk genoten jullie van 't overzicht. Pas goed op jullie zelf... Enne, Never Stop Birding!
vrijdag 16 september 2011
Stinky Friday
Vorige vrijdag draaiden de weergoden het roer radicaal om. Ze veranderden het geweer van schouder, gooiden het over een andere boeg en schoeiden het over een andere leest. 'Het weer in de bergen is zoals 't humeur van een vrouw', zei m'n ex me steeds. En zij kon 't verdorie goed weten...
Met andere woorden: vergeet nooit de naam te vragen van het individu waarmee je in de koffer duikt want je weet nooit naast wie je zal wakker worden. Indrukken zijn bedrieglijk, zeker in de bergen. Dit alles om te zeggen dat we donderdag in slaap waren gesukkeld met een vochtige noordoostenwind en vrijdagochtend wakker werden - de Alpenhoorn weetjewel, 'No Woman No Cry' deze keer - met een droge en warme zuidenwind. En een droge keel, ook. 's Ochtends was 't op 1.300m exact 22.7°C! Niet dat het van 't kaliber 'du jamais vu was', maar 't was toch even verschieten om in T-shirt naar de col te gaan terwijl ik vorig jaar op hetzelfde moment met ijsbloemen op de ramen van de wagen wakker werd. Juist ja, 'k sliep in de koffer van onze blauwe geschelpte, datzelfde vehikel dat een paar dagen later rokend langs de kant van de weg stond. Van Mazda naar 'Wazda'...
Zuidenwind dus. Warm en droog. En enorm sterk, zo sterk zelfs dat je'r zelfs niet aan denken moest om je driepoot van je scoop volledig uit te schuiven. Of tegen de wind in te ... geeuwen...
Stevige zuidenwind geeft in Organby drie scenario's: ofwel vliegen de vogels heel laag over de col, profiterend van elke beschutting die 't landschap hen bieden kan. Ofwel vliegen ze kilometers hoog boven je hoofd omdat er in hogere sferen een noordenwind staat - ooit meegemaakt, tellen is onmogelijk. Ofwel trekt er geen bal over. Niets hoog niets laag, noppes.
Het werd scenario drie: tot 's middags zagen we welgeteld één Bruine Kiek, twee Wespendieven, een Visarend en een Slangenarend. En spotten we in de verte eindelijk een Lammergier.
Daarmee help je uiteraard de honger de wereld niet uit. We besloten dus maar om de col - ook al was 't onze laatste dag - voor bekeken te houden en nog eens een kijkje rond Orhy te gaan nemen in de hoop de 'Gyp' wat beter te zien. Uit pure ongezonde interesse wilden we ook eens de sfeer gaan opsnuiven rond het paardenkadaver dat de Valen daags ervoor hadden ontdekt. Het karkas - voor de gelegnheid 'Johnny' gedoopt, van 'Rotten' van de Sex Pistols - lag er nog steeds, de gieren waren echter reeds lang de pijp uit. Een hoop platgetrapte kruiden, spetterpoepstrepen en een hoop pluimen waren de enige sporen van hun aanwezigheid. En enkele grote gaten Johnny's buik, ook. De flanken van het Orhy-massief liggen bezaaid met beenderen. Schapen, koeien, paarden, elke week gaat er wel eentje dood, dondert van een flank of drinkt zich een ongeluk. Geen wonder dat de gieren 't er zo goed doen...
Goed, ik weet nog dat we onze laatste dag afsloten met, hoe heet dat ook weer, juist ja, tàndpasta op een tàndenborsjtel. Féél tandpasjta.
En dat we met een frisse bek de nacht in gingen...
Met andere woorden: vergeet nooit de naam te vragen van het individu waarmee je in de koffer duikt want je weet nooit naast wie je zal wakker worden. Indrukken zijn bedrieglijk, zeker in de bergen. Dit alles om te zeggen dat we donderdag in slaap waren gesukkeld met een vochtige noordoostenwind en vrijdagochtend wakker werden - de Alpenhoorn weetjewel, 'No Woman No Cry' deze keer - met een droge en warme zuidenwind. En een droge keel, ook. 's Ochtends was 't op 1.300m exact 22.7°C! Niet dat het van 't kaliber 'du jamais vu was', maar 't was toch even verschieten om in T-shirt naar de col te gaan terwijl ik vorig jaar op hetzelfde moment met ijsbloemen op de ramen van de wagen wakker werd. Juist ja, 'k sliep in de koffer van onze blauwe geschelpte, datzelfde vehikel dat een paar dagen later rokend langs de kant van de weg stond. Van Mazda naar 'Wazda'...
Zuidenwind dus. Warm en droog. En enorm sterk, zo sterk zelfs dat je'r zelfs niet aan denken moest om je driepoot van je scoop volledig uit te schuiven. Of tegen de wind in te ... geeuwen...
Stevige zuidenwind geeft in Organby drie scenario's: ofwel vliegen de vogels heel laag over de col, profiterend van elke beschutting die 't landschap hen bieden kan. Ofwel vliegen ze kilometers hoog boven je hoofd omdat er in hogere sferen een noordenwind staat - ooit meegemaakt, tellen is onmogelijk. Ofwel trekt er geen bal over. Niets hoog niets laag, noppes.
Het werd scenario drie: tot 's middags zagen we welgeteld één Bruine Kiek, twee Wespendieven, een Visarend en een Slangenarend. En spotten we in de verte eindelijk een Lammergier.
Daarmee help je uiteraard de honger de wereld niet uit. We besloten dus maar om de col - ook al was 't onze laatste dag - voor bekeken te houden en nog eens een kijkje rond Orhy te gaan nemen in de hoop de 'Gyp' wat beter te zien. Uit pure ongezonde interesse wilden we ook eens de sfeer gaan opsnuiven rond het paardenkadaver dat de Valen daags ervoor hadden ontdekt. Het karkas - voor de gelegnheid 'Johnny' gedoopt, van 'Rotten' van de Sex Pistols - lag er nog steeds, de gieren waren echter reeds lang de pijp uit. Een hoop platgetrapte kruiden, spetterpoepstrepen en een hoop pluimen waren de enige sporen van hun aanwezigheid. En enkele grote gaten Johnny's buik, ook. De flanken van het Orhy-massief liggen bezaaid met beenderen. Schapen, koeien, paarden, elke week gaat er wel eentje dood, dondert van een flank of drinkt zich een ongeluk. Geen wonder dat de gieren 't er zo goed doen...
Goed, ik weet nog dat we onze laatste dag afsloten met, hoe heet dat ook weer, juist ja, tàndpasta op een tàndenborsjtel. Féél tandpasjta.
En dat we met een frisse bek de nacht in gingen...
donderdag 15 september 2011
Smoky Thursday
Een week geleden maakte ik me voor de zoveelste keer bijzonder onpopulair. Niet omdat ik meer prehistorische ochtendgeluiden produceerde dan gewoonlijk, daaraan waren de maten intussen alweer reeds gewoon geraakt, wel omdat ik exact om 5.55 m'n alpenhoorn tevoorschijn toverde om een eigen variant van 'Knockin' on Heaven's Door' te burlen. Ben er zeker van dat men in Nieuw-Zeeland dacht dat de Dwergen alweer te diep hadden gegraven en op het monster 'Balrock' waren gestoten. Niet dus. Hoe maak je anders een hoop gepensioneerde dronkelappen wakker die daags voordien nog stellig hadden beloofd om halfzes op te staan 'we goen wel geried stoen!'?
Soit, tegen de zevenen zaten we met z'n vijfjes gedouchd en volgepropt en blij gezind in de wagen richting Spanje. Er was immers kloteweer aangekondigd en dus vonden we 't een uitgelezen moment om de ochtend vanop de Pic d'Orhy te beleven.
Vanop 'Port Larrau' was't voor afgetrainde Chasseurs Ardennais als wij maar een peulschil om in een wipje op Baskenlands hoogste te staan. Rond tien uur zaten we dan ook te genieten van een zicht van 360°, een 'koemeke vougeleite' en een 'goei zjat kaffei'. Levenskwaliteit meet zich aan de hand van kleine dingen...
De vorming van kleine cumulusjes wees er echter op dat het weer inderdaad aan 't veranderen was. Vanuit het noordoosten werd een resem vochtige lucht uit een noordelijker gelegen storing aangevoerd - 'zwanger van vocht' zou de VUBiaanse klimaprof 'den Decleir' zeggen... Die lucht werd tegen de bergen gedwongen te stijgen, koelde af en de waterdamp ging over in water. De eerste vezels sponnen zich van het enorme tapijt dat zich later op de avond voor onze ogen zou ontrollen. We besloten dus de pic te ontruimen en nog een keertje ons geluk te beproeven op Spanish Soil. Dat geluk was zoals steeds aan onze zijde - Bart Goemaere genaamd. Dwerg- en Slangenarend, een hoop Vale Gieren die net een kadaver hadden ontdekt, een metalen koffer vol wit poeder verscholen onder een hoop graszoden en twee Parijse liftsters die we in badpak van de weg plukten waren zowat de meest vermeldenswaardige zaken. De gewone dingen alweer, dus.
Toen we 's avonds witbeneusd terug op Port Larrau stonden zat de boel zoals verwacht potdicht. Dikke wolkensluiers doken over de bergkammen Spanje binnen. Gezien hun temperatuur echter lager was dan die van de omgeving doken ze neer zodat het erop leek dat mistige tongen de Spaanse flanken aflikten. Hoe erotisch kan weerkunde toch zijn, niet? Veel stijgen hoefden we niet om boven de tongdingen uit te komen en het wonderlijke schouwspel met open mond gade te slaan. Toen plots een Slechtvalk boven het Franse rookgordijn kwam aangevlogen gingen we helemaal uit ons dak. 't Werd zelfs nog mooier toen zich bij 't afdalen naar de wagen de vreemdste optische effecten voordeden. Door de mist werden de zonnestralen zodanig getransformeerd dat we onze schaduwen in de mist geprojecteerd zagen. Het was alsof we onszelf konden bekijken in een andere dimensie. Ik weet dus nu reeds dat ik later als spook nog steeds m'n Indiana Jones-hoed zal aanhebben. Wreed neig!
De beelden spreken voor zich, als er iemand weet hoe ik Bob Dylan's klassieker erop kan plakken dan mag die mij altijd iets laten weten...
woensdag 14 september 2011
Lazy Wednesday
Van woensdag herinner ik me prachtig zomerweer, een hoop gebabbel, een siësta'ke, de gewone dingen in de lucht, een dikke honderd Wespendieven - hun maximum was nu echt wel voorbij, enkele prachtige lokale Duinpiepers die zich op een paar meter van ons hadden geposteerd, een Draaihals die wat verder naar mieren zocht, een uitgeputte weerballon, een prachtige ochtenddrol en nog wat uitstervend gekerm van een van de jagers die nog steeds onder z'n 4x4 lag. Een prachtige dag zonder pretenties, dus. Ik had het eigenlijk bijna hierbij kunnen laten ware het niet dat er in de late namiddag, alweer, een grote groep Ooievaars kwam aangevlogen. Plots was iedereen wakker, aan de jager werd zelfs geen aandacht meer besteed. Niet dat de Ooievaars ons zo erg interesseerden, we hadden er tenslotte al zoveel gezien en welke man ziet tenslotte graag een Ooievaar komen - komaan zeg, wat ons werkelijk bezighield klonk luidkeels uit onze spotterstrotten 'Les Aigles! Les Aigles! Les Aigles!'. Vogelaars hebben een kwade inborst. 'Le Côté Obscure de la Force' aka 'The Dark Side Of The Force'. Mannen houden van roofdieren, en echte mannen weten waarom. We wilden bloed zien. Liters bloed. Spetters op onze scoop, pluimen verspreid over half Frankrijk, en een verzadigd arendboerke na de maaltijd. 'Feel The Force!!!'
We wilden het, we kregen het! Of toch bijna. Toen de groep van drieënzeventig ooien en vaarzen op nog geen kilometer afstand was doken plots twee jonge Steenarenden op. 'Bouffez-les! Bouffez-les! Bouffez-les!' werd de nieuwste mantra. De arenden wilden niets liever, maar ze bakten er geen ballen van. Hun coördinatie ontbrak, evenals - daar leek het tenminste op - de wil om 't af te maken. Geen enkele Ooievaar liet zich afzonderen, integendeel, sommigen gingen zelfs in de tegenaanval. Na een kat-en-muis-spelletje van een kwartiertje - 'Star Wars' - hielden de twee 'Padawans' het voor bekeken en dropen af. Niet geheel teleurgesteld volgden we ze nog een tijdje, tot ze uit het zicht of in een andere vallei verdwenen. Ooievaars vs Steenarenden: 2-0!
De avond begon en eindigde zoals alle andere: drank, rock'n roll, veel vrouwen en de gebruikelijke vechtpartijen. We hadden 't weeral eens gehad, plasten het kampvuur uit en gingen op tijd naar bed, 's anderendaags stond er immers Orhy op 't menu.
'Leavin' Early, You Will!'
We wilden het, we kregen het! Of toch bijna. Toen de groep van drieënzeventig ooien en vaarzen op nog geen kilometer afstand was doken plots twee jonge Steenarenden op. 'Bouffez-les! Bouffez-les! Bouffez-les!' werd de nieuwste mantra. De arenden wilden niets liever, maar ze bakten er geen ballen van. Hun coördinatie ontbrak, evenals - daar leek het tenminste op - de wil om 't af te maken. Geen enkele Ooievaar liet zich afzonderen, integendeel, sommigen gingen zelfs in de tegenaanval. Na een kat-en-muis-spelletje van een kwartiertje - 'Star Wars' - hielden de twee 'Padawans' het voor bekeken en dropen af. Niet geheel teleurgesteld volgden we ze nog een tijdje, tot ze uit het zicht of in een andere vallei verdwenen. Ooievaars vs Steenarenden: 2-0!
De avond begon en eindigde zoals alle andere: drank, rock'n roll, veel vrouwen en de gebruikelijke vechtpartijen. We hadden 't weeral eens gehad, plasten het kampvuur uit en gingen op tijd naar bed, 's anderendaags stond er immers Orhy op 't menu.
'Leavin' Early, You Will!'
Labels:
ooievaar,
Organbidesca,
Organbidexka,
Organby,
Star Wars,
Steenarend
dinsdag 13 september 2011
Crazy Tuesday
Exact een week geleden waren we opnieuw present op de col. Een vuurzee boven de vallei van de Aspe kleurde de laatste slierten van de bloccage in alle mogelijke tinten rood, oranje en geel - niets gaat er boven de zonsopgangen in de Pyreneeën...
Terwijl de zon langzaam boven de kammen uitkroop en de mist in de valleien in een zachte gloed zette genoten we - door de scoop weliswaar - van de eerste vogels die in actieve vlucht hun koers naar 't zuiden hadden aangevat. Enkele Bruine Kiekendieven en een formatie Aalscholvers kleurden onze ochtend.
Het werd een dag die zich op gang trok als een dieselmotor: de eerste uren zoetjesaan met wat ditjes en wat datjes, wat Visarenden, wat Dwergarend, wat Slangenarend, wat Kiekendief Bruin & Blauw, aardig wat Wespendief en dat soort dingen. De gewone Organby-mix in deze periode van 't jaar, dus. Iets na de middag barstte de hel echter los. Door onze scopen zagen we hoe zich in de verte massale zwermen opbouwden van Wespendieven en Zwarte Wouwen. Zwermen die zich bij 't dichter komen splitsten, zich hergroepeerden, versmolten met andere zwermen, door de zon vlogen en de administratieve afhandeling - Transpyr blijft immers een wetenschappelijk telproject - tot een zware klus transformeerden. Het pluimvee leek van alle kanten tegelijk te komen, tellen werd 'une grosse merde'. Wie volgt wat, wat passeeert waar en hoeveel, wat is er met die groep of die vogel gebeurd, 'ga miljaarde uit mijn weg gij kieken ge staat voor mijn scoop!', 'domme visarend ga je nu eens eindelijk oversteken want dat is nu bijna twintig minuten dat ik je volg en 't wordt nu echt wel eens tijd dat je uit m'n leven verdwijnt etc.' Trektelpost Organby draaide op volle toeren. Meer dan 700 Wespendieven trokken over, meer dan 500 Zwarte Wouwen, 65 Zwarte Ooievaars en nog een resem andere grut. Hiervoor hadden we onze reunie georganiseerd, dit was 'good birding'.
Later op de middag kwam opeens een groep van 48 gewone Ooievaars aangevlogen. Ooievaars zetten de col altijd in beroering. 't Zijn prachtige beesten, ze zijn talrijk en ze nemen er hun tijd voor. Ze zijn enkel moeilijk te tellen daar ze constant door elkaar wriemelen in hun thermiekspel. Plots verscheen echter een Steenarend ten tonele. Een hongerige Steenarend, blijkbaar. Hij kwam, zag, dacht niet te lang na en dook in de groep. Consternatie alom, niemand had immers ooit al een Steenarend een Ooievaar zien aanvallen. Wij ineens wel, dus. De Ooievaarsgroep intplofte als een stuk vuurwerk temidden van een groep reisduiven - hoezo nog nooit geprobeerd? Na een paar forse duiken slaagde de arend erin een kindjesbrenger te isoleren en er even op in te hakken, en vervolgens de achtervolging in te zetten. Vergeefse moeite, echter. De ietwat gehavende Ooievaar zette de sprint van z'n leven in en gaf de arend na enkele minuten het nakijken. Arend versus Ooievaar: 0-1! De arend droop af en de Ooievaar wist, met wat moeite want vermoedelijk stevig in 't rood, de groep weer te bereiken. Het was de eerste keer voor ons allen om zulk uniek schouwspel mee te maken. Het zou echter niet bij die ene keer blijven...
Dinsdag was een dag om in te kaderen. Bij gebrek aan kaders hebben we'r dus 'ne goeie' op gedronken. Zo'n rode uit de glazen fles met sleepruimkes erin die goed naar binnen gaat. En aten we 'van-dat-raar-maar-lekker-spul-uit-de-rode-marmit'. Ook dat zou niet de eerste en de laatste keer zijn...
Terwijl de zon langzaam boven de kammen uitkroop en de mist in de valleien in een zachte gloed zette genoten we - door de scoop weliswaar - van de eerste vogels die in actieve vlucht hun koers naar 't zuiden hadden aangevat. Enkele Bruine Kiekendieven en een formatie Aalscholvers kleurden onze ochtend.
Het werd een dag die zich op gang trok als een dieselmotor: de eerste uren zoetjesaan met wat ditjes en wat datjes, wat Visarenden, wat Dwergarend, wat Slangenarend, wat Kiekendief Bruin & Blauw, aardig wat Wespendief en dat soort dingen. De gewone Organby-mix in deze periode van 't jaar, dus. Iets na de middag barstte de hel echter los. Door onze scopen zagen we hoe zich in de verte massale zwermen opbouwden van Wespendieven en Zwarte Wouwen. Zwermen die zich bij 't dichter komen splitsten, zich hergroepeerden, versmolten met andere zwermen, door de zon vlogen en de administratieve afhandeling - Transpyr blijft immers een wetenschappelijk telproject - tot een zware klus transformeerden. Het pluimvee leek van alle kanten tegelijk te komen, tellen werd 'une grosse merde'. Wie volgt wat, wat passeeert waar en hoeveel, wat is er met die groep of die vogel gebeurd, 'ga miljaarde uit mijn weg gij kieken ge staat voor mijn scoop!', 'domme visarend ga je nu eens eindelijk oversteken want dat is nu bijna twintig minuten dat ik je volg en 't wordt nu echt wel eens tijd dat je uit m'n leven verdwijnt etc.' Trektelpost Organby draaide op volle toeren. Meer dan 700 Wespendieven trokken over, meer dan 500 Zwarte Wouwen, 65 Zwarte Ooievaars en nog een resem andere grut. Hiervoor hadden we onze reunie georganiseerd, dit was 'good birding'.
Later op de middag kwam opeens een groep van 48 gewone Ooievaars aangevlogen. Ooievaars zetten de col altijd in beroering. 't Zijn prachtige beesten, ze zijn talrijk en ze nemen er hun tijd voor. Ze zijn enkel moeilijk te tellen daar ze constant door elkaar wriemelen in hun thermiekspel. Plots verscheen echter een Steenarend ten tonele. Een hongerige Steenarend, blijkbaar. Hij kwam, zag, dacht niet te lang na en dook in de groep. Consternatie alom, niemand had immers ooit al een Steenarend een Ooievaar zien aanvallen. Wij ineens wel, dus. De Ooievaarsgroep intplofte als een stuk vuurwerk temidden van een groep reisduiven - hoezo nog nooit geprobeerd? Na een paar forse duiken slaagde de arend erin een kindjesbrenger te isoleren en er even op in te hakken, en vervolgens de achtervolging in te zetten. Vergeefse moeite, echter. De ietwat gehavende Ooievaar zette de sprint van z'n leven in en gaf de arend na enkele minuten het nakijken. Arend versus Ooievaar: 0-1! De arend droop af en de Ooievaar wist, met wat moeite want vermoedelijk stevig in 't rood, de groep weer te bereiken. Het was de eerste keer voor ons allen om zulk uniek schouwspel mee te maken. Het zou echter niet bij die ene keer blijven...
Dinsdag was een dag om in te kaderen. Bij gebrek aan kaders hebben we'r dus 'ne goeie' op gedronken. Zo'n rode uit de glazen fles met sleepruimkes erin die goed naar binnen gaat. En aten we 'van-dat-raar-maar-lekker-spul-uit-de-rode-marmit'. Ook dat zou niet de eerste en de laatste keer zijn...
maandag 12 september 2011
Hot monday
Even een moment van rust na een klassieke multiservice-ochtend: een keukenblad uitgebroken en wat getaterd met de Lotharingse - 'complètement different des Alsaciens!' - bewoonster van 't appartement - de niet-Sètoise contacten zijn altijd de beste, een tralierooster gelast en gespoten ter beveiliging van een raam, orde op zaken gesteld in de paperassen die zich de voorbije week hadden opgestapeld en tenslotte de planning voor de week georganiseerd. We zijn weer bezig, 'la tête dans le guidon'.
En toch zit ik met m'n gedachten nog in Baskenland, uiteraard. Vorige week rond deze tijd zaten we te picknicken in het Spaanse deel. Zaterdag, zondag en maandag zat de col immers stevig ingeduffeld in een dik wolkendek en viel er droevig weinig te beleven. Het ene moment zit je in de mist, het andere weer niet, dan wel dan niet enzoverder. De telresultaten waren er naar, op wat Visarenden aka 'Balbu's' en een handvol bijzonder laag overscherende Wespendieven aka 'Bondrées' was 'Bloody Sunday' niet om een erectie van te krijgen... Een 'bloccage' dus - slecht weer houdt de vogels tegen. Ten noorden van de Pyreneeën begonnen de bomen door te buigen onder 't gewicht van de honderden roofvogels die net als wij op beter weer hoopten. Wij dus richting Spanje, het klassieke scenario. Op de plaats waar ik de voorbije jaren mooi Aasgier aka 'Percno' had gespot duurde 't geen twee minuten op het individu in kwestie kwam overgevlogen met wat lekkers in z'n bek. Recht naar z'n hol in de rotsen, zàààlig. Ik steeg meteen steilrecht in de achting van de maten. Alweer. In de 'Val de Salazar' bleven we op dezelfde toonhoogte en stapelden de 'oh's' en de 'ah's' op: nog meer Aasgier, een Vale Gier aka 'Fauve' op plasafstand, een Slechtvalk 'Pélérin' die z'n verenpak poetste, Dwergarend 'Booté', Slangenarend 'Circa', nestelende Vale Gieren in de 'Foz de Arbayun' en als apoteose laag over ons hoofd vliegende en als 't ware rond onze kop zwermende Aasgieren in de 'Foz de Lumbier', donkere en lichte fase van Dwergarend, nog meer Slangenarend en Vale Gieren die zo laag overvlogen dat je 't suizen van de lucht over hun vleugels zelfs kon horen. Een dag om niet te vergeten, ook al hadden we niet eens Lammergier 'Gyp' gezien.
's Avonds keerden we onder een prachtige avondzon terug colwaarts, om over de grens opnieuw de wolkenzee in te duiken. Ik herinner me nog dat ik tussen de derde en de vierde 'Patch' even naar Célia belde en te horen kreeg dat er vanaf 's anderendaags stralend weer werd voorspeld. De bloccage ging zich oplossen, een reden dus voor ons winning team om nog een paar Patch's achterover te slaan en vervolgens in een winning mood enkele jagershutten plat te branden. En een half dozijn olijfgroene 4x4's de vallei in te duwen - na de eigenaars met powertape aan hun eigen bull-bar te hebben vastgesjord, uiteraard.
Het beloofde een zware dinsdag te worden...
En toch zit ik met m'n gedachten nog in Baskenland, uiteraard. Vorige week rond deze tijd zaten we te picknicken in het Spaanse deel. Zaterdag, zondag en maandag zat de col immers stevig ingeduffeld in een dik wolkendek en viel er droevig weinig te beleven. Het ene moment zit je in de mist, het andere weer niet, dan wel dan niet enzoverder. De telresultaten waren er naar, op wat Visarenden aka 'Balbu's' en een handvol bijzonder laag overscherende Wespendieven aka 'Bondrées' was 'Bloody Sunday' niet om een erectie van te krijgen... Een 'bloccage' dus - slecht weer houdt de vogels tegen. Ten noorden van de Pyreneeën begonnen de bomen door te buigen onder 't gewicht van de honderden roofvogels die net als wij op beter weer hoopten. Wij dus richting Spanje, het klassieke scenario. Op de plaats waar ik de voorbije jaren mooi Aasgier aka 'Percno' had gespot duurde 't geen twee minuten op het individu in kwestie kwam overgevlogen met wat lekkers in z'n bek. Recht naar z'n hol in de rotsen, zàààlig. Ik steeg meteen steilrecht in de achting van de maten. Alweer. In de 'Val de Salazar' bleven we op dezelfde toonhoogte en stapelden de 'oh's' en de 'ah's' op: nog meer Aasgier, een Vale Gier aka 'Fauve' op plasafstand, een Slechtvalk 'Pélérin' die z'n verenpak poetste, Dwergarend 'Booté', Slangenarend 'Circa', nestelende Vale Gieren in de 'Foz de Arbayun' en als apoteose laag over ons hoofd vliegende en als 't ware rond onze kop zwermende Aasgieren in de 'Foz de Lumbier', donkere en lichte fase van Dwergarend, nog meer Slangenarend en Vale Gieren die zo laag overvlogen dat je 't suizen van de lucht over hun vleugels zelfs kon horen. Een dag om niet te vergeten, ook al hadden we niet eens Lammergier 'Gyp' gezien.
's Avonds keerden we onder een prachtige avondzon terug colwaarts, om over de grens opnieuw de wolkenzee in te duiken. Ik herinner me nog dat ik tussen de derde en de vierde 'Patch' even naar Célia belde en te horen kreeg dat er vanaf 's anderendaags stralend weer werd voorspeld. De bloccage ging zich oplossen, een reden dus voor ons winning team om nog een paar Patch's achterover te slaan en vervolgens in een winning mood enkele jagershutten plat te branden. En een half dozijn olijfgroene 4x4's de vallei in te duwen - na de eigenaars met powertape aan hun eigen bull-bar te hebben vastgesjord, uiteraard.
Het beloofde een zware dinsdag te worden...
zondag 11 september 2011
The day after...
Terug thuis dus... Te zeggen in Sète, de plaats waar tot nader order m'n trappist staat maar daarmee stopt dan ook alle conotatie met 'thuis'. Terug bij Célia en de poezen, zullen we dus maar beter zeggen.
Negentien uur, vierdendertig minuten en twintig seconden is 't geleden dat we de heilige grond verlieten om koers te zetten naar de twee windstreken. De maten naar 't noorden en ik naar 't oosten. Organby verlaten is altijd moeilijk, dit jaar was het echter bijna niet te doen. Een week lang deel je 't gezelschap van een stel jeugdvrienden en aanverwante gelijkgestemde gekken en dan gaat plots elkeen terug z'n eigen weg. Zij terug naar Vlaanderen en ik naar Sète. Een week lang plezier maken en samen genieten van een van de mooiste spektakels die de natuur te bieden heeft, en dat alles in een ongelooflijk decor bovendien, is gewoon het einde.
'k Verliet Organby met een mengeling van spijt, eenzaamheid, voldoening, tranen in de ogen en een hoop andere emoties. Spijt omdat 't alweer gedaan is en we terugkeren naar 't aardse bestaan. Eenzaamheid omdat ik de maten, de col en de vogels reeds miste van zodra ik in de wagen stapte. Voldoening omdat de week alle verwachtingen honderdvoudig had ingelost. Tranen omdat ik dacht aan alle 'straffe stuten' die we hadden beleefd.
Over de vogels en een hoop andere zaken heb ik 't een andere keer nog wel. Eerst nog wat bekomen en laten bezinken.
Enne, merci maten. We zien elkaar met Kerstmis...
Negentien uur, vierdendertig minuten en twintig seconden is 't geleden dat we de heilige grond verlieten om koers te zetten naar de twee windstreken. De maten naar 't noorden en ik naar 't oosten. Organby verlaten is altijd moeilijk, dit jaar was het echter bijna niet te doen. Een week lang deel je 't gezelschap van een stel jeugdvrienden en aanverwante gelijkgestemde gekken en dan gaat plots elkeen terug z'n eigen weg. Zij terug naar Vlaanderen en ik naar Sète. Een week lang plezier maken en samen genieten van een van de mooiste spektakels die de natuur te bieden heeft, en dat alles in een ongelooflijk decor bovendien, is gewoon het einde.
'k Verliet Organby met een mengeling van spijt, eenzaamheid, voldoening, tranen in de ogen en een hoop andere emoties. Spijt omdat 't alweer gedaan is en we terugkeren naar 't aardse bestaan. Eenzaamheid omdat ik de maten, de col en de vogels reeds miste van zodra ik in de wagen stapte. Voldoening omdat de week alle verwachtingen honderdvoudig had ingelost. Tranen omdat ik dacht aan alle 'straffe stuten' die we hadden beleefd.
Over de vogels en een hoop andere zaken heb ik 't een andere keer nog wel. Eerst nog wat bekomen en laten bezinken.
Enne, merci maten. We zien elkaar met Kerstmis...
dinsdag 29 juni 2010
Gloupser
Vijfendertig graden wees de thermometer vanmiddag in de wagen aan. En amper vijf graadjes minder was het in het appartement waar een plafond moest worden vervalst - multiservice weetjewel. Om deze taak tot een goed einde te brengen moesten trouwens eerst de gloednieuwe draagbalken worden gesaboteerd, van het werkwoord 'saboteren' - een 'sabot' is immers een zadel en naast de paarden- en alpinistenwereld wordt de term ook gebruikt in de naamgeving van metalen draagsteuntjes voor het bevestigen van houten balken aan vanalles en nogwat. Saboteren, dus.
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...
maandag 17 mei 2010
Tramontane is back!
Sinds gisterenmiddag is de wind gedraaid. Gedraaid en fors in sterkte toegenomen. Een stevige 6 à 7 beaufort uit het noordwesten, wat wil dat zeggen? Dat de Tramontane back in town is. Deze stevige constante wind blaast traditioneel het water uit de Etang de Thau zodat het waterpeil aan de tegenoverliggende oever, in Mèze en Bouzigues bijvoorbeeld, een stuk lager staat dan normaal. Er zal weer een depressie of lagedrukgebied boven de Golf van Genua liggen die al de lucht uit Zuid-Frankrijk zuigt, wellicht. In het westelijk deel noemt die voorbijrazende lucht 'Tramontane', in het oostelijk deel aka de Rhônevallei 'Mistral'. Sète ligt in het spanningsveld van de tramontane, hier geen mistral dus. Soms is klimatologie zo kinderlijk eenvoudig. Tramontane en Mistral zijn droge winden, ze komen immers vanuit de landzijde. Vanmorgen had ik dus loeiharde tegenwind toen ik naar 't werk fietste, vanavond scheurde ik op m'n sloffen de wagens voorbij. Nog nooit zo rap op café gezeten na 't werk, haha! Onze Tramontane had trouwens vanmorgen nog een zalig neveneffect. Wat zag ik immers toen ik samen met m'n collega langs het water naar 't stad reed? Een dertigtal wespendieven - wespenetende roofvogels - die zich laag over het water een weg noordwaarts vochten! Een onvergetelijk spectakel, echt waar. Vrienden vogelaars, beste Sven, Jan en Bert, we kunnen hieruit drie zaken opmaken. Eén dat wespendieven zich tijdens de lentetrek - de terugkeer uit de Afrikaanse winterkwartieren - ook in groep verplaatsen. Twee dat dat vrij laat gebeurt, half mei nota bene, en drie dat ze bij Tramontane-weer over Sète trekken. En zeggen dat die dieren wellicht de vorige dag (of nacht?) de Middellandse Zee zijn overgestoken. Vogeltrek is en blijft een magisch fenomeen. Pernis apivorusjes, ga maar lekker kindjes maken in Scandinavië en Rusland, we zien elkaar binnen enkele maanden terug tijdens jullie terugkeer. In Frans Baskenland, op de Col d'Organbidesca, daar geven we afspraak...
De prachtige foto van het adulte mannetje is trouwens van de kundige hand van Sylvain Houpert (http://fotooizo.free.fr/html/1242249792_bondree6.html)
Labels:
Etang de Thau,
mistral,
Organbidesca,
Sète,
tramontane,
wespendief
Abonneren op:
Posts (Atom)
