Pagina's

zondag 18 april 2010

Eyjafjöll, I love you so much


Sinds enkele dagen staat Ijsland terug op de kaart, en hoe! 't Landje mag dan wel failliet zijn - of zijn z'r inmiddels terug bovenop? - maar 't is er dan wel in geslaagd om de helft van Europa lekker in de tang te nemen. 't Heeft trouwens ook gezorgd voor ongeziene miskleunen bij de diverse nieuwsmedia. 'Vulkaan Eyjafjallajökull zorgt voor spectakel' en 'Asregens van de Eyjafjallajökull, een vulkaan in het zuidwesten van Ijsland, sturen het europese luchtverkeer in de war' en dat soort onzin. Beste persmensen, 'Jökull' betekent 'gletsjer'. De Vatnajökull is bijvoorbeeld naast een buur van de Eyjafjallajökull ook de grootste gletsjer in Europa. Je mag dus in opgekuist nederlands gerust spreken over de gletsjer Vatna.
De vulkaan waar het de laatste dagen allemaal om draait heet in werkelijkheid de Eyjafjöll en die zat tot voor enkele dagen mooi onder de gletsjer Eyjafjalla. Een vulkaan is immers een berg en wie bergen op Ijsland zegt zegt sneeuw, dus ijs, dus gletsjers, dus Eyjafjallajökull. Een Jökulhlaup is dan weer een hoop smeltwater die bij zo'n vulkaanuitbarsting meestal vrijkomt. Niet meer dan dat.

Beste Eyjafjöll, I love you! Dankzij jou wordt er eindelijk eens over vulkanisme, geologie, platentectoniek en anders lekkers gepraat in 't nieuws. Zelfs mijn grootmoeder Erikatje, die van de wafels, kon er gisteren aan de telefoon niet over zwijgen. 'Toen ik mijn wasdraad afkuiste plakte er verdorie van dat vulkaanstof aan mijn 'forre''. Ik hou het eerder bij wat stuifmeel maar kom, we gaan bij Erikatje geen mieren gaan neu... , voor die keer dat een vulkaan eens 't onderwerp van gesprek vormt.
Eyjafjöll, jij kon in je dooie eentje ook zowat het hele europese luchtverkeer platleggen. Zelfs Bin Laden deed in z'n goeie jaren niet beter. 'k Vind het altijd fijn dat de mensheid eens terug met z'n voetjes op de grond wordt gezet. 'Jullie dachten alles mooi geregeld te hebben? Kijk wat ik doe met jullie luchtvloot!'.
Eyjafjöll, wat we van jou zien is ook gewoon verpletterend mooi. Geen prachtiger natuurspectakel dan een uitbarstende vulkaan, en zeker als die dan nog eens in een wereld van ijs ligt. Je bent mijn held jong, goe bezig, en doe me nog één plezier: maak je buren wakker.

zaterdag 17 april 2010

vredige ochtendoverpeinzingen

De eerste werkweek zit er weer op. Laminaat gelegd (parkee flottang), schuiframen hersteld, slotcilinders vervangen, wc's en lavabo's gerepareerd, badkamers geïnstalleerd etc. 'Als we ons binnen enkele jaartjes settelen zullen we geen 'stielemans' meer nodig hebben', zegt célia. Is misschien wel iets van. Wat ik nog onthou van deze week is dat het hier nu echt wel zalig warm is, je zou 't kunnen vergelijken met een ideale zomer in Vlaanderen. Waar die temperaturen over twee maanden zullen zitten is een ander verhaal, waar ik me momenteel beter nog geen zorgen over maak. Nu is 't gewoon puur genieten.
Intussen maken de gierzwaluwen buiten een hels kabaal. Ze zijn deze week uit hun afrikaanse winterkwartieren teruggekeerd en schijnen 't hier best naar hun zin te hebben. We zullen ze deze zomer best kunnen gebruiken, wanneer alle 'etangs' hier in de regio zullen veranderen in muggenparadijzen. Met wijd opengesperde bekken zullen ze de stad dagelijks een miljoen muggen lichter maken. Ruwe schatting hoor, gebaseerd op de dagelijks kaloriebehoefte van een doorsnee gierzwaluw, de grootte van de lokale populatie en de kalorische waarde van de doorsnee mug hier uit de regio. Variabelen die dan weer zijn gebaseerd op het aantal afgelegde dagelijkse kilometer van een gierzwaluw, de beschikbare voedselrijkdom van de etangs, omgevingstemperatuur, luchtweerstand en luchtvochtigheid en als laatste, niet te vergeten, de 'Onbekende Parameter'. Zoals ik al zei, gewoon een ruwe schatting. Die gierzwaluwen verdienen een standbeeld, vind ik. Jammer dat er geen grotere versie van bestaat, zo'n enorme vliegende stofzuiger die het niet op muggen heeft gemunt, maar op stadsduiven. Ik heb een grondige hekel aan die vliegende ratten, die vunzige terrasschijters, die roekoerende drukmakers met hun blèrende jongen. 'k Mag dan wel een hardcore vogelbeschermer zijn, stadsduiven vallen daar vol-le-dig buiten. Stofzuigen die grijze handel, waar blijven trouwens die slechtvalken? Gelukkig wordt er af en toe zo'n duif door een Geelpootmeeuw verschalkt - alle beetjes helpen - en gelukkig is er onze Zwarte roodstaart nog, die ons dagelijks op een prachtige portie gekras - zingen kun je dat niet echt noemen - vergast. Maar toch nog liever dat dan dat geroezemoes, dat boerend geroddel, van die grijze paria's. Zei ik trouwens al dat ik niets moet hebben van stadsduiven?
Straks gaan we naar de roddelkmarkt van Marseillan - Marsejang - die naar 't schijnt echt wel de moeite is. Misschien vind ik er wel een oud stuk luchtafweer uit de tweede wereldoorlog. Je weet wel, tegen de stadsduiven...

zondag 11 april 2010

De politie is uw vriend

Yiehaa, de pc is terug hersteld en daarmee ook onze window op de buitenwereld ;-)
'k Was vorige maand nog een anecdote vergeten te vertellen uit 'Belgiëland'. Toen ik immers samen met Célia terug voet aan de grond zette in 'Brussels-South' alias Charleroi kon ik maar aan twee dingen denken: bier en frieten. Een mens heeft soms goesting, niewaar. Met deze lekkere gedachte in m'n hoofd passeerde ik op weg naar de uitgang van de luchthaven de lokale press-shop alias krantenwinkel en wat zag ik net voor de ingang? Een levensgrote stier met ervoor een stapel Humo's. 'Een Humo-lezer herken je aan zijn six-pack' stond er ondermeer op te lezen. Eén humo kopen en een sixpack Jupiler-Tauro krijgen, dat was zowat 't concept. Humo leert z'n volk bier drinken. Ik dus als een wervelwind de winkel binnen waar ik voor de niet begrijpende ogen van Célia - zij had de reclame nog niet opgemerkt - een Humo op de toonbank smeet en m'n zakgeld bovenhaalde. Ze trok nog grotere ogen toen de verkoper me een zak met Tauro's overhandigde. 'Je bent nog geen twee minuten thuis en je loopt al met bier rond, 't kon zeker niet wachten?'. Vrouwen niewaar...
't Verhaal was echter nog niet gedaan. Toen we op onze vrienden zaten te wachten die ons zouden komen afhalen zagen we plots twee politie-agenten dezelfde krantenwinkel binnengaan, om even later eveneens rinkelend naar buiten te komen met elk een zak Tauro's. Twee agenten in uniform die met een zak bier rondlopen, welkom in België. Los van 't lachwekkende van de situatie maakte ik me toch de bedenking hoe je dat soort mensen nog serieus kunt nemen? Doe dat toch nà de uren... 't Werd echter nog erger... Een kwartier later kwamen Chnip en Chnap, onze Jupiler-agenten terug opdagen met een derde compaan en jawel, ze gingen opnieuw de krantenwinkel binnen. Het verhaal van 't gratis bier had blijkbaar z'n toertje gedaan in hun ondergrondse bunker. Deze keer kwam de derde recruut van de politiemacht niet naar buiten met één, maar met twee rinkelende zakken waarmee hij zich naar z'n hol haastte - zoals een eekhoorn met z'n eikel. Vraag is uiteraard wie hier wie was maar kom, 't zal wel voor de - nederlandstalige - interviews zijn geweest. Soit, m'n vriend Dominique was reuzeblij met het cadeautje uit Vlaanderen. Bier drink je immers met verstand, en met je maten...

Laat het maar allemaal kapot gaan

Terug in Frankrijk, dus. Of om het met de woorden van Tine en Emma - onze kleuterbuurmeisjes in Horebeke - te zeggen, terug in 'Frankrijkland'. Onze molen ligt er opnieuw netjes bij: geschoren, gemaaid, ontmost en gekaleid en ook al heeft Tom Boonen het net niet gehaald in Meerbeke, het was toch met een gevoel van voldoening dat ik terug op 't vliegtuig richting Nîmes stapte. Ons Hoogkouterproject zit nog steeds op de sporen. Nu is 't enkel nog uitkijken naar een nieuwe eigenaar maar ook dat komt voor de bakker. Nog positief nieuws: m'n lang verwachte werkloosheidsuitkering van november-december-januari is eindelijk uitbetaald, onze eerste overwinning op de franse administratie. Vanaf 't moment dat ik drie maanden vast aan 't werk ben krijg ik recht op een ziekteverzekering, een gegeven dat in tussentijd wordt opgelost door me aan de verzekering van Célia te koppelen. Mocht Célia geen française zijn geweest dan had ik me dus al die tijd moeten inhouden om vooral niet ziek te worden - tenzij ik beroep had gedaan op een private verzekering. Administratie weetjewel...
'k Ben intussen terug aan 't werk en ook dat loopt vlotjes. 't Is fijn om in een oude stad te wonen die per toeval in een warm klimaat aan zee is gelegen en waar vakmanschap de voorbije tweehonderd jaar heeft opgehouden te bestaan: de halve stad is vochtig en rot en elke dag gaat er wel iets kapot. Heb je trouwens ooit al gezien dat een afloop van de keuken via een flexibele buis dwars door de muur in een trechter van de regenwaterafvoer gaat? Ik wel, eergisteren. Sète is een eldorado voor de 'multiservisser'. Ook al zitten veel sectoren hier op hun gat en swingt de werkloosheid lustig de pan uit, intussen valt de halve stad doodleuk in elkaar en wil iedereen zich blijven douchen en op de pot gaan. Met andere woorden: we hebben vertraging op alle werven. Lang leve Sète, waar het voor 't ogenblik reeds ruim rond de tweeëntwintig graden schommelt. Je hoort ons niet klagen...

zondag 28 maart 2010

Bier en wafels

't Is fijn weer even in 't noorden te zijn. Even goeiedag zeggen en verjaardagsfeesten met onze tweede familie in Le Nord - bienvenue chez les Chti's - en vanaf morgen ben ik weer voor tien daagjes een Horebekenaar. Als er een moment niet mag gemist worden in Casa Molina dan is het wel de Ronde van Vlaanderen, en zolang de molen van ons is zal deze sportieve hoogmis in situ worden meegemaakt. Een grote flatscreen, een bak Ename, veel volk op straat en een helicopter boven de tuin, dat is de Ronde. Dit jaar gaat er, net zoals alle andere jaren, een weekje lenteschoonmaak aan vooraf: haagscheren, onderhoud van de molenromp en preventief behandelen van het houtwerk, en dan kan de Reus er weer voor een jaartje tegen.
'k Ben er trouwens nog niet in geslaagd om onze franse vrienden warm te maken voor het koersgebeuren, maar als ik me 's zondags aan 't wafelenbakken zet liggen ze aan mijn voeten en eten ze uit mijn handen. Letterlijk dan.'k Heb hen immers geconfronteerd met de wafels op mijn grootmoeders wijze en 'les gauffres d'Erika' zijn hier in de hoofdstad van Frans-Vlaanderen sinds vorig jaar een begrip geworden - waarmee ik hen meteen een stukje van hun oud-Vlaamse cultuur heb teruggegeven...

zondag 21 maart 2010

Terug naar Mc Gyver


'k Heb m'n gedachten graag op een rijtje, wanneer ik een blogbericht post. In periodes van interne seïsmische onrust zal je me dus niet gauw achter m'n scherm zien kruipen. 'Ben je 't leven daar in la douce France al een beetje gewoon?' wordt me vaak gevraagd.' 't Is daar toch een ander tempo dan hier hé?', durven ze'r dan nog aan toevoegen. Yeah right, denk ik dan. Misschien als je gezond en gepensionneerd bent en als je huisje is afbetaald, dan gaat het leven wellicht z'n kabbelend gangetje en volstaan een glas rode wijn, een baguette, een stuk schapenkaas en een handvol olijven om je perfect gelukkig te voelen. Als je echter een windmolen te koop hebt, je werkloosheidsuitkering van november-december-januari nog steeds niet is uitbetaald, je nog een aantal verplichtingen in Vlaanderen wil nakomen, een krediet én een huur moet afbetalen, de lokale arbeidsmarkt oververzadigd is, elke wijnrank die eventueel kon of mocht gesnoeid worden is kortgezet en zowat de halve stad ofwel met z'n hoofd in een emmer woont of met z'n gat over de pot zit gedrapeerd vanwege de zoveelste buikgriepepidemie, dan liggen de kaarten lichtjes anders. Neem dat 'rustige leven' dus maar met een stevige schep zeezout. 't Leven is hier niet minder stresserend dan in 't noorden. Voorlopig toch. Maar weet je, klagen is een woord dat ik uit m'n woordenboek heb gescheurd. Problemen bestaan niet, er zijn alleen maar oplossingen.
Enkele voorbeelden. Na maandenlang aandringen en geduld veinzen komt er eindelijk schot in m'n arbeidsperspectief. M'n dossier bij de lokale VDAB, alias de Pole Emploi, is eindelijk compleet en daardoor zal heel spoedig m'n uitkering voor de drie maanden non-activiteit worden uitbetaald. Niet dat de Franse administratie trager of onkundiger is dan de onze - 'k herinner me nog heel goed welke lijdensweg 't is geweest om iemand met de Franse nationaliteit in Vlaanderen een rijbewijs te laten halen - 't Is hier gewoon anders en als je'r niet middenin zit weet je niet in welke valkuilen je zou kunnen donderen. 'k Heb echter 't survivalparcours zonder al teveel kleerscheuren en bloedverlies afgelegd en over dit themaatje zal ik nog eens een apart bericht posten. 't Kan de toekomstige gettolafrancers alleen maar een grote stap vooruit helpen.
Er heeft nog een andere positieve arbeidsgerelateerde aardverschuiving plaatsgevonden, een tiental dagen terug. 't Begon met een telefoontje. 'Of 't waar was dat ik werk zocht in de bricolagesector?' en of 't me niet interesseerde om eens kennis te komen maken. Dat was veruit 't beste telefoontje dat ik de laatste maanden vanuit Frankrijk had gekregen. Aan de lijn hing de patron van een bedrijf gespecialiseerd in schoonmaken, verven en 'multiservices'. Voor dat laatste luik bleken ze op zoek naar iemand die niet echt gespecialiseerd is in een of andere tak, maar handig is op zowat alle niveaus en goed z'n plan kan trekken in situaties die niet uit 't boekje komen. Iemand die graag trots is op z'n werk en de zaken serieus aanpakt. Ook iemand die ze kunnen vertrouwen wanneer ze hem alleen op een klus afsturen. Een hoop vereisten die blijkbaar bijzonder schaars zijn in deze regio of zoals een vriend me ooit zei: gasten zoals jij kunnen hier goed hun boterham verdienen. Wat ze zochten was dus een soort Mc Gyver, mijn grote idool uit m'n jonge jaren. Zelden een sollicitatiegesprek gevoerd dat me zo op 't lijf was geschreven. Van 't een kwam 't ander en 'k ben dus reeds een tijdje op proef en vul m'n dagen met korte interventies: sloten herstellen, badkamermeubels installeren, appartementen uitbreken, gyproc zetten, waterleidingen herstellen of herleggen, boobytraps plaatsen, mitrailleurs op pick-ups monteren etc. Pleisteren en verven nemen de collega's voor hun rekening. Een droomjob. Voor mij toch. Heel afwisselend, heel creatief en heel leerrijk - en met de Leatherman die m'n vader me ooit kado gaf los je de helft van de werken op. We zijn eindelijk terug vooruit aan 't gaan...

Mea culpa

Beste blog. 't Spijt me heel erg dat ik gedurende meerdere weken geen aandacht aan jou heb besteed. Weet echter dat je bijna elke dag in mijn gedachten bent geweest en dat ik me een beetje heel erg schuldig voel, 'k ben immers tamelijk op jou gesteld en 't doet me pijn jou zo lang eenzaam en alleen op een stukje metaal ergens ver weg tussen miljoenen onbekende sites te hebben gelaten. Hopelijk was 't er niet te koud, daar in je ondergrondse bunker diep in de Rocky Mountains, of onder een of andere wolkenkrabber in Manhattan, of waar de server die jou als cocon dient zich ook moge bevinden...
Misschien moet ik m'n ontrouw maar eens goedmaken. Zal ik jou een naam geven? Als zelfs de eerste de beste ordinaire gps er een krijgt, waarom zou jij dan gedurende al die tijd naamloos moeten blijven? Hoeveel mannen doden immers de eenzame weg naar 't werk niet door 't substituut van een vrouwenstem die hen zegt waarheen ze moeten gaan? Of compenseren het gebrek aan huiselijke autoriteit of kartografische onkunde niet door vrij en zonder vrees hun vrouwelijke gids uit te kafferen voor al wat stout en vuil is in deze wereld?
Corinne, Aurélie of Françoise lijken me wel wat. Alleen, 'k denk niet dat Célia zo'n blijk van intimiteit zal appreciëren. 'Zit je weer op Corinne?' is een vraag die ik ten allen tijde wil vermijden. Too much too risky. Laten we dus gewoon maar goede maatjes blijven, jij en ik. Enkele weekjes radiostilte drijven ons heus niet uit elkaar...

zondag 28 februari 2010

Madeliefperspectief

Prikkelende ogen, tintelende wangen en pijnlijke knieën, dat krijg je van een hele dag druiven snoeien. Van een hele week druiven snoeien, eigenlijk. ’t Weer was immers prachtig en de ‘viticulteurs’ hebben tot circa half maart tijd om hun struiken klaar te zetten voor het seizoen 2010, anders wordt de sapstroom te fel en wordt het een smeerboel op de struiken. Vermits Bart niet alleen parket kan leggen, muren metsen en pleisteren, plinten zetten, verven, loodgieterijen, hout en staalconstructies bouwen (niet speciaal in die volgorde) maar ook met een snoeischaar overweg kan werd hij dus ook gevraagd om een tandje bij te steken op de lokale terroirs: kort zetten die handel. ‘k Breng dus ’t grootste deel van m’n dag op m’n knieën door en dat straatmadeliefsperspectief zorgt ervoor dat je ’t landschap met andere ogen gaat bekijken.
De meeste terroirs aka wijngronden hier bestaan uit Oligocene mergels. Bij wijn gelden de drie t’s: de druivensoort, de zon en de terroir. De juiste druif in de juiste streek op de juiste plaats zijn de ingrediënten voor een goed wijntje. Mits door de juiste handen behandeld, uiteraard. Tot zover mijn wijnkennis. Voor de niet-geografen en Oligoceenmergelspecialisten: Oligocene mergel staat voor een klei-leemachtige grond die veel kalk bevat (zowel opgelost als onder de vorm van schelpfragmenten en brokken kalksteen) die geweldig aan je schoenen plakt als ’t een beetje begint te regenen. Deze mergel werd afgezet in een ondiepe zee (in het Oligoceen, zo'n 30 miljoen jaar geleden) op een moment waarin het Centraal Massief (dat net ten noorden ligt) langzaam werd opgeheven doordat Afrika tegen Europa aan 't duwen was (beter bekend als de vorming van de Alpen). Voor de geografen en andere geopuristen: opmerkingen kan je plaatsen in het luikje ‘Reacties’ onderaan dit artikel. De Oligoceentijd was dus een geweldige tijd. De zeeën die tientallen miljoenen jaren grote delen van Frankrijk hadden overspoeld trokken langzaam weg en in hun kielzog lieten ze hun sporen achter onder de vorm van dikke afzettingen. Je vindt dus rijkelijk veel fossielen in die mergel, gaande van grote oesters tot ‘wulkachtige stekelschelpen’ zoals ik ze noem.
De mergel vertelt echter nog een ander, zowaar even fascinerend, verhaal. Je vindt er immers ook heel veel menselijke sporen in terug. Geen beenderen uiteraard (nog niet) maar wel sporen die getuigen van werkmanskunst: jachthulzen (helaas, heel veel zelfs), scherven (keramiek, porselein, loodglas, gekleurd glas en zowaar een keramieken stekker uit Edison's tijd), een halfvergane lederen handschoen, metaal (een oude munt, een halfvergane gesp, een stuk van een dikke oude houtboor, een zware spijker) etc, en dit alles op een schamele hectare grond. Ik ben er zeker van dat historici ons aan de hand van al dit materiaal heel wat over de streek zouden kunnen vertellen, gaande van de Romeinse tijd (Sète was immers een belangrijke handelshaven) tot nu. Alles ligt er nog, maagdelijk onaangeroerd. Op een handvol fossielen en het muntje na. De eerste heb ik voor me liggen, het laatste heb ik aan de eigenaar van de grond en dus mijn loonschieter kado gedaan. De historici in kwestie zouden ons wellicht verhalen vertellen in de trant van ‘dit muntje is wellicht verloren door een Romeinse handelaar die met zijn rijk gevulde zakken met een ezelskaravaan van Sète naar Gallia trok, terwijl de gebroken gesp wellicht is verloren door een stoutmoedige Frank die, achternagezeten door de vader van zijn aanstaande, met zijn broek halfopgeknoopt het hazenpad heeft moeten kiezen, terwijl de eerste de ene pot na de andere tegen zijn schedel mikte’. Ik verzin maar wat. De spijker komt wellicht rechtstreeks uit Jeruzalem en de houtboor uit Betlehem, terwijl de jachthulzen wijzen in de richting van de ETA. Je merkt het, een terroir kan ons een heleboel vertellen. Over de wijn zal ik ’t een andere keer wel hebben, maar ik kan je wel reeds verklappen dat deze terroirs heel fruitige wijntjes opleveren…

donderdag 18 februari 2010

Rondekoorts

En nu even serieus. 'k Heb zonet m'n eerste sportieve voornemen van dit jaar volbracht, zijnde de Mont St. Clair bedwingen met de fiets. Weet je, Sète is niet meer of minder dan een kalksteenbult die uit de zee steekt en in 't noordoosten en zuidwesten met de rest van 'l'hexagone' aka 't vasteland is verbonden. Vanop afstand heeft de stad veel weg van een schildpad, maar sommigen menen er de rug van een walvis in te zien. Vandaar ook dat de naam van de stad volgens één van de mogelijke etymologische verklaringen zoveel betekent als 'walvis'- de Cetacea zijn immers de walvisachtigen.
De klare bult bedwingt dus het panorama van de stad en met zijn slordige 180 meter te beginnen vanaf zeeniveau vormt hij een onweerstaanbaar sportief doelwit dat erom vraagt met alle mogelijke wapens bestookt te worden. Marcheren, lopen of fietsen, eraan moet hij. Vandaag was 't dus fietsen. Uiteraard koos ik de no-nonsens-benadering: zo weinig mogelijk kilometers, zo snel mogelijk stijgen. Kleine plateau vooraan en flirten met de grootste achteraan.
Nu goed, na afloop moet ik concluderen dat die hoop kalksteen goed te doen is. Piece of cake. Liever de Mont St. Clair dan de Muur. En liever de Muur dan de Koppenberg. En liever de Koppenberg dan de Patersberg. Dus, liever de Mont St. Clair dan de Patersberg. Deze laatste is immers een stuk korter in afstand, maar bekleed met de meest onregelmatige kinderkopjes van de Vlaamse Ardennen. De Patersberg, dàt is afzien. Eigenlijk is de Mont St. Clair zoals de Berendries - mooi geasfalteerd, alleen een keer of drie, vier langer. Het enige wat je moet doen is gewoon blijven trappen. En doseren, vooral doseren.
't Is voorjaar, de klassiekers komen eraan. Zelfs in Zuid-Frankrijk heeft de Rondekoorts me reeds te pakken gekregen...

Meteofrance

'k Weet niet of ik er goed aan doe om dit bericht te posten, maar 'k ga mezelf dit plezier toch niet ontgunnen. Gewoon uit slechtheid dus.

't Zonnetje schijnt
't Is zo'n 12°C in de schaduw
Een goeie 22°C erbuiten
't Zeewater is blauwgroen
De lucht is alweer stomblauw
Er staat een zacht windje uit 't zuidwesten
En er was geen volk op 't strand

En hoe is 't ginder?