Pagina's

zaterdag 19 juni 2010

Pastis, en anders niks!

Wat bier is voor Vlaanderen, Brussel, de Oostkantons en Wallonië, is pastis voor 't zuiden van Frankrijk. Jaaaren terug dronk ik dat spul voor de eerste keer tijdens dat beruchte 'vangdansj'- alias wijnplukavontuur waar ik het reeds eerder over had. Lichtjes beneveld door dit anijsbrouwsel - en eigenlijk ook een beetje van de vele flessen wijn - gooiden, nee sméten, we toen, vanop de tractorkar, volrijpe druiventrossen door de openstaande raampjes van voorbijrijdende wagens naar binnen. Anders geformuleerd: met onze zatte kleren keilden we natte druiventrossen recht in het gezicht van nietsvermoedende passanten, om na elke 'lucky strike' alias voltreffer in donderende lachbuien uit te barsten. 't Was zo simpel a'maal... Ik keerde toen huiswaarts met een pastisverslaving en jarenlang bleef dit amberkleurige wondervocht m'n favoriete aperitief. Zelfs tijdens een wintertrekking in de Vercors zat er een fles '51' in m'n rugzak. Helaas bevroor deze fles. Ik er toch van gedronken. Ik doodziek en heel veel overgegeven in de tent. Ik gedurende jaren geen pastis meer kunnen rieken of zien. Tot bart me van een snoepreisje uit Griekenland een fles ouzo meebracht en ik me moreel verplicht voelde om de anijsdraad terug op te nemen. Vrienden helpen je over moeilijke levensdrempels heen. Beetje bij beetje forceerde ik me om m'n zintuigen en mentale vermogen terug te laten gewennen aan de toch wel unieke smaak en reuk van dat spul en na enkele vruchtbare tests de voorbije weken achtte ik het moment rijp om opnieuw een fles in huis te halen. Vandaag was 't dus zover. Bart jong, 't is over, ik kan het weer! Je weet wat je van mij de 31e december gaat krijgen ;-)

dinsdag 15 juni 2010

Brugse Metten


België is voor een keertje weer het onderwerp van gesprek hier - naast het wereldkampioenschap voetbal trouwens. Dat de Fransen niet kunnen voetballen wisten we reeds - sommige 'blues' geloven immers nog steeds dat deze sport met de handen wordt gespeeld - en dat ze geen snars snappen van de communautaire problematiek in ons landje wisten we eigenlijk ook al. Nu er eindelijk eens een meer dan verdiende en terechte winnaar uit de stembusgang is gekomen nemen de Franse stations maar wat graag deel aan de roodgekleurde Franstalige berichtgeving uit 't noorden. Wist je trouwens dat een groot deel van de Fransen er naar verluidt niet tegen gekant is om Wallonië te accepteren als nieuw aanvoegsel bij de mikmak Frankrijk? Serieus, 't is geen aprilgrap. 'Ze zijn zoals wij, spreken zoals wij en ze hebben een levenslust waar wij veel uit kunnen leren' klinkt het hier. Voor de Franse media gaat de Belgische kwestie uiteraard om een oorlog tussen de 'rijke Nederlandstalige meerderheid' en een 'arme Franstalige minderheid' en van de 'separatistische Nederlandstaligen' zijn ze bang. Het gerucht gaat hier immers volop de ronde dat de Vlamingen van plan zouden zijn om 'iedereen die Frans praat het land uit te zetten'. Een soort nieuwe Brugse Metten dus. Ik heb hen vandaag alvast uitelegd wat 'goedendag' betekent en dat je in 't Vlaamsche openbaar de bevolking best aanspreekt met 'schild en vriend' om het ijs te breken. Dat wordt weer lachen deze zomer.

woensdag 9 juni 2010

Patron, we moeten eens praten

Zalig weer vandaag in L'Ile Singulière aka 'het bijzondere eiland'. Donkere laaghangende wolken die de Mont St. Clair aan 't zicht onttrekken, mottige regenbuien, een koel zeebriesje en een goede 22 graadjes - prachtig en lekker tegelijk. Op sommige momenten waande ik me op de Waddeneilanden, op andere ergens op Shetland. Het zuiden is prachtig bij temps nordique. En iedereen maar zagen en klagen en rondlopen met een regenjas, wat zijn dat hier voor woessies, softies, fristies en mama's-rokken-hangers? Als 't mooi weer is werken ze niet graag, en als 't regent vertikken ze't naar buiten te komen.'t Is duidelijk dat sommige vooroordelen geen vooroordelen meer blijven...
Misschien daarom dat mijn patron me graag ziet komen en steeds bijzonder hartelijk is? Hij is veel te zacht met z'n personeel, de weke perzik. In onderbroek op de stelling sturen zou ik ze, m'n collega's. En als 't hen niet zint de hogedrukreiniger erop, en overuren laten doen, hen vijftien kilometer later lopen voordat ze hun middagpauze zouden mogen nemen, elk uur twintig keer pompen, en twintig optrekjes, en 's avonds na 't werk manueel het wagenpark laten kuisen - met een tandenborstel, en daarna een uurtje laten roeien om hun kromgewerkte ruggen terug recht te zetten, hahaa!
Weet je wat ik morgen ga doen? Opslag vragen!

vrijdag 4 juni 2010

Turistus ordinarus

De zomer blijkt hier dan toch eindelijk begonnen, althans volgens de autochtone bevolking. 't Gaat stevig rond de dertig graden landinwaarts en vaak iets minder hier aan 't zeetje dankzij de nog steeds aangenaam frisse zeebries. Uit de wind is 't echter stevig bakken. De aborigines aka sètois zeggen dat ze nog nooit zo lang op mooi stabiel weer hebben moeten wachten en 'k hoop dat ze'r nog een tijdje over zullen doen eer ze ontdekken wat ik met hun arme klaren heb uitgestoken... Zomeren dus! Je merkt het aan 't weer, aan de toeristen, 't verkeer, de boten en de bosbranden.
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!

zondag 23 mei 2010

Still alive, still kickin'

Vorig weekend even over en weer de regio rond de Mont Aigoual verkend. Deze granietbult is met z'n slordige 1600m een geliefd onderwerp voor het maken van daguitstapjes in de regio - of laat ik beter zeggen 'omgeving' want we zitten hier in Sète officieel in de region Languedoc-Roussillon met haar vier departementen Aude, Gard, Hérault, Lozère en Pyrénées-Orientales. Sète ligt in het stroomgebied van de Hérault die in Agde in zee uitmondt, overigens.
Langs kleine weggetjes zijn we erheen gereden, onderweg om de haverklap stoppend om Kuifkoekoek, Roodkopklauwier, Hop, Slangen- en Steenarend of IJsvogel te observeren. Langs olijf- en perzikboomgaarden, verlaten en actieve wijnvelden, in bloei staande garrigue en klaterende beekjes en dorpjes met klinkende namen zoals Montbazin, Montamaud, Puéchabon, Viols-le-Fort en Saint-Bauzille-de-Putois. Van de zon naar de bewolking - stralende hemel en geen zuchtje wind in Sète, kilomtershoge donderkoppen boven de Mont Aigoual, en ook een stukje van m'n adultere jaren naar m'n jeugdigere. M'n eerste contact met deze regio had ik immers een slordige twaalf jaar terug. Eerst twee weken vogels kijken in het Zweedse Falsterbo, dan met de bus en trein terug naar huis, even goeiedag zeggen aan ma en pa en vervolgens de trein op naar Montpellier waar m'n kameraad me opwachtte om samen met wat familiegenoten van hem druiven te gaan plukken. In de omgeving van Puéchabon, jawel. Druiven plukken, wijn en pastis drinken, dolle ritten over stoffige veldwegen - remember, Bartolo? - , op zoek naar Slangenarenden en ander moois, afkoelen in de Hérault en 's avonds op het warme en verlaten asfalt urenlang naar de sterren kijken. En naar het lichtje bovenop de Mont Aigoual, waar ik pas jaren later heen zou gaan. Met m'n française deze keer, een hoop illusies armer en een hoop ervaringen en levenswijsheid rijker. Vreemd toch, hoe een leven soms bochten kan maken...

dinsdag 18 mei 2010

Als de nood hoog is...

Vanmiddag werd ik bij een oud dametje gestuurd dat met een verstopte wc zat. 'Ge zijt al de derde technieker die naar mijn wc-pot komt kijken meneer' stak ze van wal. 'Die twee andere hebben me gezegd dat 't een hopeloos geval is want dat het probleem niet IN maar AAN de pot is gelegen' verduidelijkte ze. Ik dus aan de slag met een een tuig dat ze hier 'spaanse bezem' noemen en dat eruit ziet als een op een paal gestoken hippiehoofd waarmee je de vloer kan dweilen. Je kan er ook wc's mee ontstoppen doordat het als een piston in de pot kan worden gestoken. Even hard op en neer roesjen en normaliter verliest zelfs de meest overtuigde drolklonter zijn hechtvermogen. Hier niet dus, het enige dat werd opgezogen was proper water. Geen drol, geen drolletje, zelfs geen wc-papier. Toen ik de waterval in werking zette moest ik echter concluderen dat het water even traag wegliep als ervoor. 'Madam,' zegde ik, 'als ik jouw pot eens goed bekijk kan ik enkel concluderen dat je een andere nodig hebt en dat we de afvoer beter moeten afwerken. Twee rechte hoeken na mekaar kan nooit een snelle afvoer van jeweetwel geven' diagnosticeerde ik. 'Weet ge meneer,' replikeerde het dametje, 'nu is 't een geluk dat ik vaak diarree heb en dat het niet zo erg is dat het allemaal wat traagjes wegloopt. Mocht ik echter dikke harde dingen leggen dan zou je hier elke dag moeten komen.' vervolgde ze haar verhaal. 'Als je ziet wat de mensen tegenwoordig allemaal eten! Dat geeft van die grote dikke drollen weet je, en die oude systemen zijn daar niet op berekend hé, ah ja!' besloot ze haar openbarende reflectie op de hedendaagse consumptiemaatschappij.
'k Kan er niet aan doen, maar ik ben er zeker van dat ik telkens ik nog eens op de pot ga aan dat madammeke ga denken...

maandag 17 mei 2010

Tramontane is back!

Sinds gisterenmiddag is de wind gedraaid. Gedraaid en fors in sterkte toegenomen. Een stevige 6 à 7 beaufort uit het noordwesten, wat wil dat zeggen? Dat de Tramontane back in town is. Deze stevige constante wind blaast traditioneel het water uit de Etang de Thau zodat het waterpeil aan de tegenoverliggende oever, in Mèze en Bouzigues bijvoorbeeld, een stuk lager staat dan normaal. Er zal weer een depressie of lagedrukgebied boven de Golf van Genua liggen die al de lucht uit Zuid-Frankrijk zuigt, wellicht. In het westelijk deel noemt die voorbijrazende lucht 'Tramontane', in het oostelijk deel aka de Rhônevallei 'Mistral'. Sète ligt in het spanningsveld van de tramontane, hier geen mistral dus. Soms is klimatologie zo kinderlijk eenvoudig. Tramontane en Mistral zijn droge winden, ze komen immers vanuit de landzijde. Vanmorgen had ik dus loeiharde tegenwind toen ik naar 't werk fietste, vanavond scheurde ik op m'n sloffen de wagens voorbij. Nog nooit zo rap op café gezeten na 't werk, haha!
Onze Tramontane had trouwens vanmorgen nog een zalig neveneffect. Wat zag ik immers toen ik samen met m'n collega langs het water naar 't stad reed? Een dertigtal wespendieven - wespenetende roofvogels - die zich laag over het water een weg noordwaarts vochten! Een onvergetelijk spectakel, echt waar. Vrienden vogelaars, beste Sven, Jan en Bert, we kunnen hieruit drie zaken opmaken. Eén dat wespendieven zich tijdens de lentetrek - de terugkeer uit de Afrikaanse winterkwartieren - ook in groep verplaatsen. Twee dat dat vrij laat gebeurt, half mei nota bene, en drie dat ze bij Tramontane-weer over Sète trekken. En zeggen dat die dieren wellicht de vorige dag (of nacht?) de Middellandse Zee zijn overgestoken. Vogeltrek is en blijft een magisch fenomeen. Pernis apivorusjes, ga maar lekker kindjes maken in Scandinavië en Rusland, we zien elkaar binnen enkele maanden terug tijdens jullie terugkeer. In Frans Baskenland, op de Col d'Organbidesca, daar geven we afspraak...

De prachtige foto van het adulte mannetje is trouwens van de kundige hand van Sylvain Houpert (http://fotooizo.free.fr/html/1242249792_bondree6.html)

zondag 16 mei 2010

Flower power

De laatste twee weken is 't hier redelijk vochtig geweest. Les Sètois begrijpen er geen ballen van, sinds wij hier zijn aangespoeld maken ze 't vreemdste weer mee in jaren. Vijftien centimeter sneeuw in de winter, meerdere weken temperaturen onder nul, nu een meimaand die wordt geregeerd door kletsende regen en rukwinden en waarin 't nog niet eens dertig graden is - hun zuiders humeur zou voor minder op onweer staan. Mij hoor je alvast niet klagen. Af en toe een stevige bui en voor de rest aangename twintigers op Celcius' schaal en veel opklaringen, dat het hier gerust nog maar een tijdje zo blijft. 'k Heb alvast een hoop autobanden voor 't klooster van Les Pauvres Claires - de arme klaren - gestort, met benzine overgoten en in brand gestoken om eventuele eierdragers op andere gedachten te brengen. Daarachter liggen nog een twintigtal dozijn antipersoonsmijnen ingegraven, de smeedijzeren kloosterpoort is vastgelast aan haar verankering en hun asdl-lijn is doorgeknipt. De komende drie maanden komt daar alvast geen kat meer in. Hopelijk hebben ze deze winter veel patatten in hun kelder gestockeerd, veel witte kool en sperzieboontjes in weckpotten gedraaid, aardig wat vis op azijn gezet en een varken of twee ingepekeld. Zo komen ze tenminste zonder al teveel honger de zomer door.
Ook de lokale veldmadeliefjes hebben 't hier de laatste weken geweldig naar hun zin. Nog nooit zoveel papavers, korenbloemen en ander kleurig spul bij mekaar gezien. In Flanders fields the poppies grow, awel, in the Languedocs fields the poppies grow a lot better. Velden als wiegende zeeën, bloedrood van de klaprozen, zo zagen de Vlaamse dodenakkers er anno 1914-18 uit. Het moet surrealistisch zijn geweest, in zo'n prachtig decor moeten oorlog voeren. 't Is eens wat anders dan de Vietnamese jungle of de Iraakse woestijn, denk ik dan. Ik profiteer dus samen met de zuiderse bloemenweelde met volle teugen van dit atypische weer, want eens deze transitieperiode voorbij zal er binnen de kortste keren geen spriet groen meer overschieten. Hopelijk ga ik wat langer weerstand bieden...

Mercikes...

't Is ironisch dat je pas beseft wat je hebt wanneer de rijkdom in kwestie je verlaat. Verhuizen naar Zuid-Frankrijk is best leuk hoor, daar niet van: zon, zee, vulkanen, gorges, palmbomen, druiven en steeneiken, steltkluten en vale gieren en dat soort dingen, maar daarvoor laat je wel familie en vrienden in 't noorden achter. Noenkel en tantje, jullie hebben er geen idee van hoe leeg het huis plots is zonder jullie. Je moet het maar doen, 1100 kilometer bollen heen en 1100 kilometer weer terug om 't weekend met ons door te brengen. Duizendmaal merci, jullie zijn onbetaalbaar. Enne, jullie mogen er de volgende keer gerust twee weken van maken...

zaterdag 1 mei 2010

Op een rappeke

Even een heel kort tussendoortje want ons vertrouwde pc'tje heeft ons voor heel even in de steek gelaten, nondenonde... Warm hier, nu al. Temperaturen gaan hier overdag reeds tot aan 't gaatje van de twintig, gelukkig brengt het zeebriesje regelmatig wat afkoeling.
Weet je wat ik zalig vind de laatste weken? Heel vroeg opstaan en net na zonsopgang met de fiets de Mont St. Clair opcrossen, vervolgens weer naar beneden langs z'n flauwe zuidzijde, wat snelheid maken op de zeepromenade richting Cap d'Agde en vervolgens langs diezelfde promenade de hele weg terug. Op een eenzame jogger na geen ziel op straat, staalblauwe lucht en 't zeebriesje - meer moet dat niet zijn om de dag goedgeluimd te beginnen...
Binnenkort meer van dat, ben trouwens een bierexperiment gestart waar ik binnenkort wellicht de eerste vruchten van zal plukken...