Ook hier is 't intussen najaar. 's Ochtends is het reeds behoorlijk friskes - uiteraard niet fris genoeg om me ervan te weerhouden nog steeds in short te gaan werken - en blijft het elke dag een beetje langer donker. Het merendeel van 'les sètois' gaat reeds gehuld in dikke winterkledij en sommigen steken zelfs paletten in brand om de kilte uit hun botten te jagen. Die fransosen toch. Dat werkt dan ocharme amper 35 uur per week en dat leeft hoe langer hoe langer, en toch willen ze per sé op 62 jaar met pensioen. Of nog vroeger als je sommigen mag geloven.
De grote stakingsgekte gaat gelukkig aan Sète voorbij, wat benzineschaarste en zich opstapelend huisvuil in de straten uitgezonderd. Dat laatste is echter een typisch sètisch gegeven. Les sètois hebben immers italiaans bloed in hun aderen en dat merk je op alle fronten. Zelfs de rest van Frankrijk is het hiermee eens. Dikwijls vraagt men me 'zijt ge 't hier al een beetje gewoon?'. 'Wel,' zeg ik dan, 'Sète op zich is best te doen, alleen jammer dat er sètois wonen.' Het strafste is dat er tot nu toe niemand is geweest die in discussie wou gaan, sètois én niet-sètois. Het zijn onvermoeibare drukmakers die bij 't minste kanonschot in een muizegaatje kruipen en die zich niets aantrekken van wat er om hen heen gebeurt. Die eilandmentaliteit - Sète IS een eiland dat slechts met een tauwtje aan Frankrijk bengelt - zit er echt ingebakken. Parkeer ik me zoals een konijn dan is dat zo. Lekt er benzine uit m'n boot dan is dat zo. Schijt mijn hond voor jouw deur dan is dat vanaf nu jouw probleem. Vergeet ik bij een nieuwbouwproject her en der een bad aan de afvoerleidingen te koppelen waardoor na de eerste ingebruikname tientallen emmers water de villa intsoenamiseert dan is dat ook zo, 'rien à foutre'. Geen wonder dus dat het huisvuil zich begint op te stapelen in de straten, je waant je in sommige wijken in hartje Napels.
Ook ten huize van Casa Felina alias het kattenkot begint koning winter z'n intrede te doen. 'k Heb vorige week voor de eerste keer spruitjes in trappist met puree met witte en zwarte pensen en nog meer trappist gemaakt, hét startsein van een maand of vier lekkere koolgeur in de buurt en een lang bakkes van meneer-de-bodybuilder-buur die deze aroma's als een gek uit z'n winkel probeert te jagen. Wacht maar tot ik m'n eerste gratin met look uit de oven ga halen. Best mogelijk dat z'n winkel de lucht in vliegt. Rien à foutre.
zaterdag 23 oktober 2010
zondag 17 oktober 2010
Holy Ground
Gisteren wandelden we op heilige grond. We bevonden ons slechts op een uurtje rijden hiervandaan in de Gorges de la Jonte, een zijtak van de Gorges du Tarn op een tankscheut van Millau - het stadje met z'n viaduct weetjewel.Op deze plaats begon het vele jaren terug allemaal. Op de plaats waar immers dertig jaar ervoor de laatste Vale gier van de streek werd neergeschoten besloten enkele vrijwilligers in de jaren '70 deze vogel terug in te voeren. Eeuwenlang had men de gieren vergiftigd, in de val gelokt, uitgehongerd en neergeschoten, maar in het zog van de mondiale mentaliteitsverandering van die tijd begonnen enkele vrijwilligers een van de meest succesvolle herintroductieprojecten ooit.
Het begon echter met een valse start. Uit de Pyreneëen werden enkele jonge dieren geplukt en ter plaatse losgelaten. Eentje werd geschoten, eentje verongelukte, twee gingen ervandoor en twee verdwenen spoorloos. Gieren zijn immers bijzonder honkvast en een dier dat op plaats A wordt geboren blijft z'n hele leven in de buurt van plaats A. De giervrienden begrepen dat ze 't veel grootser moesten aanpakken wilde hun project kans op slagen hebben. Dus bouwden ze ter plaatse enkele immense volières en bevolkten deze met een 200-tal gieren afkomstig uit gevangenschap, waaronder blijkbaar twee exemplaren uit de de Zoo van Antwerpen. Tegelijkertijd gingen ze alle mogelijke betrokken partijen bewerken en opwarmen, zonder steun van de lokale bevolking red je 't immers niet.
De jongen die uit het project voortkwamen werden in het begin van de jaren '80 vrijgelaten en het duurde niet lang vooraleer de eerste giertjes in de vrije natuur uit hun ei kropen, het begin van vele generaties. Vandaag telt de Vale gierenpopulatie in de regio van Gorges en Causses zo'n 850 stuks. Niet alleen de Vale gier werd geïntroduceerd, ook Monniksgier en Aasgier kregen hun plaatsje terug.
Wat een hoop gedreven vrijwilligers niet bereiken kan. Er moet indertijd een immense hoop werk zijn verzet: bricoleren, observeren, sensibiliseren etc., enkelen hebben hun leven gespendeerd aan het opnieuw invoeren van deze majestueuze vogels. Vandaag zijn er in deze streek geen abattoirs meer. Veetelers laten hun kadavers ophalen door de giervrienden en deze worden op een vijftigtal voederplaatsen gedeponeerd. Sommige zijn zelfs voorzien van camera's. De dieren zijn een toeristische attractie op zich geworden, ver van de gekte in de Gorges du Tarn...
Nabij de plaats waar het allemaal begon bevindt zich het 'Belvédère des Vautours', een interactief museum ingebouwd in de kalksteen en opgedragen aan de gieren van de streek. Echt een aanrader en zeker een spot die we volgende lente opnieuw gaan bezoeken...
Credit foto: www.ruchet.com
vrijdag 15 oktober 2010
Iedereen Avatar
Ik ben blij dat de mensen m'n gedachten niet kunnen lezen. Toch lees ik vaak doodsangst in hun ogen en ruik ik de vrees voor het Laatste Uur, verlamde spieren, koud zweet in hun lichaamsholten en urine in hun schoenen. Ik zeg nu eenmaal meestal wat ik denk en dat is binnen een hypocriete maatschappij eerder ongewoon.
Neem nu overheidsinstanties. In Vlaanderen of in Frankrijk maakt niet uit, ze blijven een noodzakelijk kwaad dat ons verplicht aan een hoop rotzooi te voldoen om de rest van 't jaar gerust gelaten te worden. Mensen hebben nood aan stabiliteit en als een of ander voorschrift stipuleert dat je dat en dat en dat en zeker niet te vergeten dat nodig hebt om dàt te kunnen bereiken, dan kan je je daar als onnozele burger beter naar schikken en zeker geen vragen stellen want daar krijg je toch maar een maagzweer van, zaadcellen zonder turbo en hoofhaar zonder pigment.
Soit, dit alles gewoon maar om te zeggen dat ik vanmorgen weeral eens goesting had om iemand te vermoorden. Zomaar iemand, of het nu die postros was die me zei dat ik de volmacht van Célia, nodig om een aangetekende brief op te halen die op haar naam was toegekomen, niet zelf kon schrijven laat staan ondertekenen, goed wetende dat we onder 't zelfde dak wonen, of dat mutualiteitswijf dat me vertelde dat ik alle dossierstukken die ik maanden terug had ingediend om hier een ziekteverzekering te bekomen (wat uiteindelijk niet kon daar je daarvoor minimum drie maand gewerkt moet hebben) opnieuw moest indienen want dat zij niet de gewoonte hadden om dat soort zaken te bewaren (gelukkig heb ik kopies), of die belastingentrut die me orakelde dat ik nog dat en dat en dat moest binnenbrengen om een formulier te krijgen dat ik later zou nodig hebben bij m'n aanvraag voor een franse nummerplaat, dat maakte uiteindelijk niet zoveel uit. Ik wou ze gewoon alledrie vernietigen, of ten minste een van de drie. Omdat dit in het normale leven niet kan zonder twee jaar celstraf aan je been - vroeger was dat denk ik een stuk meer - vind ik dat iedereen z'n avatar moet hebben. De mijne zou als pseudo het originele en bijzonder grappige 'Natural Born Killer' krijgen. Natural Born Killer zou de postros verzenden met haar eigen werkgever. In tien verschillende postpakjes, uiteraard. Het mutualiteitswijf zou hij besmetten met de groene eendenstuitkoorts - een ziekte die je geselt met gekleurde en branderige genitaliën - en de belastingentrut zou worden gebrandmerkt met haar eigen stempels en vervolgens in pek en veren worden gezet. De dame die echter superbehulpzaam was tijdens de technische controle van onze wagen - die trouwens positief was, wat er niet meer aan mankeerde want het vehikel was reeds tweemaal dit jaar in België gecontrolleerd: eenmaal deze zomer tijdens de reguliere controle van de vorige eigenaar en nog een keer net voor de verkoop om er in België mee te mogen rondrijden - zou ik confisceren als persoonlijke slavin.
Alleen al erover spreken bezorgt me een zeker gevoel van opluchting.
Zomaar een voormiddag in Sète. Enkel nog een paar ditjes regelen en datjes kopiëren en we kunnen er weer een jaar tegen. Misschien zelfs langer.
Neem nu overheidsinstanties. In Vlaanderen of in Frankrijk maakt niet uit, ze blijven een noodzakelijk kwaad dat ons verplicht aan een hoop rotzooi te voldoen om de rest van 't jaar gerust gelaten te worden. Mensen hebben nood aan stabiliteit en als een of ander voorschrift stipuleert dat je dat en dat en dat en zeker niet te vergeten dat nodig hebt om dàt te kunnen bereiken, dan kan je je daar als onnozele burger beter naar schikken en zeker geen vragen stellen want daar krijg je toch maar een maagzweer van, zaadcellen zonder turbo en hoofhaar zonder pigment.
Soit, dit alles gewoon maar om te zeggen dat ik vanmorgen weeral eens goesting had om iemand te vermoorden. Zomaar iemand, of het nu die postros was die me zei dat ik de volmacht van Célia, nodig om een aangetekende brief op te halen die op haar naam was toegekomen, niet zelf kon schrijven laat staan ondertekenen, goed wetende dat we onder 't zelfde dak wonen, of dat mutualiteitswijf dat me vertelde dat ik alle dossierstukken die ik maanden terug had ingediend om hier een ziekteverzekering te bekomen (wat uiteindelijk niet kon daar je daarvoor minimum drie maand gewerkt moet hebben) opnieuw moest indienen want dat zij niet de gewoonte hadden om dat soort zaken te bewaren (gelukkig heb ik kopies), of die belastingentrut die me orakelde dat ik nog dat en dat en dat moest binnenbrengen om een formulier te krijgen dat ik later zou nodig hebben bij m'n aanvraag voor een franse nummerplaat, dat maakte uiteindelijk niet zoveel uit. Ik wou ze gewoon alledrie vernietigen, of ten minste een van de drie. Omdat dit in het normale leven niet kan zonder twee jaar celstraf aan je been - vroeger was dat denk ik een stuk meer - vind ik dat iedereen z'n avatar moet hebben. De mijne zou als pseudo het originele en bijzonder grappige 'Natural Born Killer' krijgen. Natural Born Killer zou de postros verzenden met haar eigen werkgever. In tien verschillende postpakjes, uiteraard. Het mutualiteitswijf zou hij besmetten met de groene eendenstuitkoorts - een ziekte die je geselt met gekleurde en branderige genitaliën - en de belastingentrut zou worden gebrandmerkt met haar eigen stempels en vervolgens in pek en veren worden gezet. De dame die echter superbehulpzaam was tijdens de technische controle van onze wagen - die trouwens positief was, wat er niet meer aan mankeerde want het vehikel was reeds tweemaal dit jaar in België gecontrolleerd: eenmaal deze zomer tijdens de reguliere controle van de vorige eigenaar en nog een keer net voor de verkoop om er in België mee te mogen rondrijden - zou ik confisceren als persoonlijke slavin.
Alleen al erover spreken bezorgt me een zeker gevoel van opluchting.
Zomaar een voormiddag in Sète. Enkel nog een paar ditjes regelen en datjes kopiëren en we kunnen er weer een jaar tegen. Misschien zelfs langer.
woensdag 6 oktober 2010
10466
Tienduizend vierhonderd zesenzestig. Zoveel boerenzwaluwen passeerden vorige zondag de trektelpost van Gruissan nabij het Zuid-Franse Narbonne. Een enorm cijfer, en dat slechts op vier uur tijd wat maakt dat het reëele dagcijfer wellicht nog een stuk hoger lag. Dit getal verbaast me trouwens geen knijt want dit weekend was 't spectaculair vogels kijken in 't zuiden van Frankrijk.
Ons vogelkijken van vorige zondag vond eigenlijk z'n oorsprong enkele weken terug toen ik terugkeerde uit Organby. 'k Was immers nog geen twee uurtjes onderweg melancholisch John Denver-zingend aan 't terugsporen toen de motor van onze goeie ouwe Mazda plots aan 't roken sloeg en dat net in een zone zonder pechstrook... Doorrijden dus, wat verder rokend aan de kant, fluovest aan, op de motor plassen, nog meer rook, verzekering bellen, pechdienst etc. en een lange cinema later bleek dat door een lek in de koelvloeistofleiding de 'joint-de-culas' naar de knikkers was en de wagen tot nader order in een lokale garage z'n lot moest afwachten. Soit, 't komt erop neer dat we inmiddels een andere wagen hebben, of toch bijna, en we vorig weekend doodleuk 300km terug naar Tarbes zijn gekoerst om de oude wagen leeg te maken en onze nummerplaten te recupereren.
Op zich geen schokkend nieuws uiteraard en geen aanleiding tot het omverwerpen van de regering en het installeren van een macrobiotisch homosexueel overgangsregime, of het overvallen van een kruidenierswinkel om maar iets te noemen. Tarbes ligt echter net ten noorden van Lourdes en dit laatste gekkenoord is de poort van de centrale Pyreneeën. Geen wonder dus dat we wat langer zijn blijven plakken dan nodig en we van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om wat te vogelen en geografieën. Beiden zijn vanaf nu geldige werkwoorden. Ik geografie, jij geografiet enzoverder. Betekenis: de omgeving verkennen met oog voor biotiek en abiotiek. Voor fauna, flora en de vier elementen dus. En lokale streekbieren, als 't even kan. Het kon echter even niet want verder dan 'Amstel' en 'Känterbrau' komen ze niet in dit rotland. Sinds wanneer zijn dit trouwens 'bier'-soorten?
Aan vogels was er echter geen gebrek. Toen we zondagochtend in Gavarnie - met z'n beroemde 'cirque', jawel - aankwamen stond er immers een snoeiharde droge noordenwind die massaal honderden, neen duizenden, boerenzwaluwen aanvoerde. Spectakulair. Het dorp werd overspoeld met zwaluwen die massaal het aankomende noodweer ontvluchtten en gebruik maakten van het welkome duwtje in de rug om de grens over te steken. Toen we de telescoop op de bergkammen richtten zwermde het in de lens, zelden het fenomeen vogeltrek zo intens over m'n ruggegraat voelen rillen. Dju toch, wat is vogeltrek toch mooi!
Niet alleen de zwaluwen waren van de partij, ook een deel van de 'big-five' van de Pyreneeën ontbrak niet. Tussen haakjes: op vijf Slechtvalk, op vier Dwergarend, op drie Aasgier, op twee Steenarend. En op één? Lammergier, uiteraard. Twee sub-adulte Steenarenden hadden we vrijwel meteen in de kijker, en net op 't moment dat je de hoop opgeeft om een Lammergier voor de lens te krijgen scheert er plots een juveniel - een 'joenk' van dit jaar - hoog boven je hoofd. De hoofdvogel was binnen. Nauwelijks was ons enthousiasme bekoeld of er verschenen twee adulte Lammergieren in de cirque. Een kwartier lang hingen ze de tortelduif uit en bleven ze gevangen in de scoop. Straffer nog, de rest van de namiddag bleven de twee prachtig zichtbaar in de omgeving. Gavarnie is blijkbaar 'hot' voor deze soort. Op zich is het bergdorp trouwens niet meteen een vermelding met grote V waard. Het landschap is best spectakulair en groots, toegegeven, maar je moet helaas eerst de hel door om van de rijstpap te kunnen smikkelen - weer zo'n typevoorbeeld van 'alpiene carnavalisering'. De helft van de huizen zijn bars en hotels, de andere helft souvenirwinkels waar postkaarten en pluchen marmotten worden verkocht. Die fluiten als je ze passeert, bovendien. Een keer is leuk, twee keer enerverend en drie keer teveel. Ze blijven zelfs doorfluiten als je ze de nek omdraait. Met een wortel, of suikerbiet, in hun gat zingen ze echter een serieus aantal octaven lager. Ik heb altijd suikerbieten in m'n rugzak, voor 't geval dàt...
Even een weekendje gaan vogels kijken in de Pyreneeën, dus, op een goede drie uurtjes rijden van Sète. 't Heeft z'n voordelen om hier te wonen...
zondag 19 september 2010
Bon chasseur mauvais chasseur

les chasseurs - les inconnus
Kennen jullie deze sketch van 'les inconnus'? Bijzonder cult in Frankrijk en Wallonië...
Schot in de zaak
Het gaat goed met Vlaanderen. Bijzonder goed zelfs. Vlaanderen is wellicht het enige land - moeten we echt nog over België spreken? - waar de overheid in de meest ingewikkelde bestuurskwesties kan verwikkeld zijn en waar ministers en hun kabinetten toch nog tijd kunnen vrijmaken voor wat in de volksmond bekend staat als 'dienstbetoon'. Dat dit laatste heel gewoon is op lagere bestuursniveau's is een bekend gegeven 'Hallo meneer de burgemeester? Ja seg de jos hier hé, seg jong zou je eens aan je personeel kunnen vragen om de modder van 't straat te scheppen? Ge weet dat met die regen van de laatste dagen... wat? Hoeveel? Wel, laten we zeggen toch een kruiwagen of drie... Geen probleem? Merci jong, en de groeten aan de madam hé!'. Heel populair in Vlaanderen, dat geeft een mens het gevoel er niet helemaal alleen voor te staan in deze harde wereld. Dat dit ook op hogere niveau's werkt is uniek, enkele kleine Himalayastaatjes en geïsoleerde woestijnlanden uitgezonderd. Het enige verschil met deze laatste is dat zij niet in quasi-oorlog verkeren met hun buurstaat en hun inwonertal zelden de paar honderdduizend overschrijdt.
'k Zag het enkele weken geleden al voor me. 'Hallo joke? Seg de jos hier hé! Of die modder al weg is? Geen probleem, de burgemeester heeft dezelfde dag nog drie werkploegen, een kraan en twee opleggers gestuurd. Onze straat heeft er nog nooit zo proper bijgelegen. Joke, waar ik eigenlijk voor bel, vanmorgen lagen er weer drie kiekes dood in mijn hof. Die smerige vossen hé! Doodgebeten verdomme, gewoon de nek af, krak en gedaan. Mieke ge moet daar eens iets aan doen meiske want... wat? Of ik m'n kiekes 's nachts in hun kot steek? Tuurlijk doe ik dat, ge weet dat ik altijd doe wat ge mij vraagt hé maar weet ge, die rotvos is gewoon onder 't kot doorgekropen. De smeerlap! 'k Kan toch moeilijk dat kot op een betonplaat gaan zetten hé, ge begrijpt dat wel, en zeker op mijne leeftijd zijn dat geen werken meer hé... blablabla, die groen' zetten al die vossen uit blablabla, dat moet nu eens eindelijk gedaan zijn blablabla, en ons moe klaagt weer van haar knie blablabla, mijne gebuur heeft er ook last van blablabla, nee niet van die vos, van z'n knie blablabla en ge moet de jagers vragen om er meer op te schieten want die luieriken schieten liever op uitgezette fazanten blablabla...' En ondanks de bijzonder ingewikkelde stoelendans waar het land in verwikkeld is mobiliseerde joke al haar kameraden en maakte ze een hoop middelelen vrij voor het redden van jos' kiekens.
Een eens-en-voor-altijd-alle-misverstanden-van-de-baan-ruimende-sensibiliseringscampagne had wellicht eenvoudiger geweest, maar de Vlaamse regering heeft nu eenmaal een lange traditie om enkel boeren- en jagers-gezinde ministers in dienst te nemen. Dat was zo ten tijde van Peeters - remember, die jacht in de natuurreservaten? - en dat is nog altijd zo ten tijde van Schauvliege. Eerst afschieten, dan praten. En zeggen dat haar partij de eerste is om anderen van radicalisme te verwijten... Een diersoort afschieten omdat zij een andere soort schade berokkent is niet meer van deze tijd.
Ontelbare studies - ook door jagers gefinancierde - hebben uitgewezen dat op vossen schieten hetzelfde is als wat de Amerikanen deden in Vietnam. Hoe meer Vietcong je neermaait, hoe talrijker ze op je stellingen afstormen.Verstandiger zou zijn om constructief na te denken hoe mens en vos harmonieuzer kunnen samenleven. Reintje heeft als regulator z'n plaats in ons Vlaamse ecosysteem. Elementaire ecologie, joke.
'Zolang je de kleine man zoet houdt met z'n kleine kwaaltjes en probleempjes gaat hij geen revolutie beginnen' moet ze gedacht hebben. En dus wil ze met grof geschut van leer trekken tegen de viervoetige horden en voor het redden van ons dierbaar pluimvee. 'Joke gaat daar iets aan doen moe!' zei Jos zegen z'n wijf.
Het gaat goed met Vlaanderen.
vrijdag 17 september 2010
Up where we belong
Sinds woensdagnacht terug uit de bergen. En sinds woensdagnamiddag reeds goesting om terug te gaan... Vier daagjes Organby is kort. Een maand Organby is eigenlijk ook kort. Als er één plek is op aarde waar ik tot rust kom dan is het ginds, omringd door een stel vrienden die ik de voorbije vijftien jaar slechts een vijftal maal heb gezien maar waarmee ik steeds ongelooflijk intense momenten heb beleefd. Onvergetelijk. Zoals ook weer deze keer...
Zondag zat de col potdicht, een dicht wolkendek hield alle vogels aan de grond. Op een handvol Wespendieven en een occasionele Visarend na was er nauwelijks passage en dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om over de Frans-Spaanse grens in zonniger oorden wat vogelmoois te gaan opsnuiven. Geen slecht idee want 'k was nog maar net de grens over of ik kreeg reeds een Lammergier in m'n gezicht, bij manier van spreken. 'k Kreeg hem in de kijker toen hij op zo'n twee kilometer afstand over een bergkam scheerde en zich vervolgens een kwartiertje in 't zonnetje posteerde, temidden van een kudde wollige bleiters en zich niets aantrekkend van 't koppel Slechtvalken dat boven hem wat kapriolen maakte. Toen hij eindelijk terug het luchtruim koos maakte hij geen rondjes - wat maar al te mooi zou zijn geweest - maar hij vloog in rechte lijn naar me toe en scheerde op een dertigtal meter over m'n hoofd - wat uiteraard nog een stuk mooier was. Soms grenzen vogelverhalen aan 't onwaarschijnlijke. Ik kon zelfs z'n baard zien! Welkom terug in Organby, 't leek wel of ik er nooit was weggeweest...
's Anderendaags hing er vuurwerk in de lucht. Het weerbericht had ruime opklaringen in de westelijke Pyreneeën voorspeld en klassiek wordt zo'n fenomeen vergezeld van stevige trek. We kregen gelijk: Wespendieven, Zwarte Wouwen, Bruine en Blauwe Kiekendieven, Slangenarenden, Dwergarenden, Visarenden, Sperwers en Zwarte Ooievaars, het werd een hectische dag waarin de vogels uit alle richtingen schenen te komen en massaal Frankrijk ontvluchtten. Onze handen vol hadden we met zoeken, volgen en noteren. Pure adrenaline. Maandagavond sloten we de telling af met een nieuw dagrecord voor de col: niet minder dan 205 Zwarte Ooievaars zagen we overtrekken! En zeggen dat het vorige record op een kleine honderd stond...
Verwondert het je dat we dat stevig gevierd hebben? 's Avonds vloeide de Patcharan rijkelijk en zongen we er stevig op los. Zoals gebruikelijk brandden we in de vroege uurtjes enkele jagershuizen plat waarna we sommige jagershoofden op tuinhekjes spiesten en andere ombouwden tot bierbeker. Een van de vogelaars kreeg het idee om van de rossige jagersnorren wc-borstels te knutselen en terwijl we enthousiast op dit lumineuze voorstel ingingen hielden we ons gerstenat koud met een dozijn ijzige harten. Met de volatiele ego's hebben we tenslotte nog drie zeppelins gevuld. Wat een creatieve nacht was dat, Baskische feestjes mogen er wezen.
Dinsdag en woensdag was er iets minder trek, maar zeker niet minder leute. Geen beter teambuilding dan op een hoge bergcol trekvogels observeren en wc-borstels knutselen...
De Col d'Organbidexka wordt nog permanent bemand tot en met 15 november. De trek van Houtduiven, Holenduiven, zangvogels, Rode Wouwen etc. staat immers nog voor de deur en met de passage van de Kraanvogels wordt als vanouds het trektelseizoen afgesloten. Het zou me geen haar verbazen mocht ik er binnen een maand of twee nog eens voor een weekendje heen gaan. Vandaag is de eerste dag van de rest van m'n leven. Zeker weten.
zaterdag 4 september 2010
Geen geluk voor jou
Vorige week hebben we voor 't eerst het fenomeen 'bosbrand' meegemaakt. Als noorderling word je daar slechts zelden mee geconfronteerd en dus was m'n eerste reactie iets in de trant van 'hoera een vulkaanuitbarsting!!!' - een enorme kolom bruinzwarte rook steeg immers op aan de noordzijde van de Bassin de Thau en dreef met de wind snel zuidwaarts richting Sète. 'k Realiseerde me echter snel dat een of andere gek de vlam aan de garrigue had gestoken en zo op 't eind van de zomer heeft zoiets catastrofale gevolgen. Ook al waren de blusvliegtuigen - 'de canadairs' - bijzonder snel ter plaatse, toch konden ze niet vermijden dat een kleine duizend hectare garrigue in de as werd gelegd... 's Anderendaags hing er een brandlucht over de hele regio. Geloof het of niet, maar zo'n garriguebrand ruikt - 't spijt me echt en 'k kan er niks aan doen - bijzonder lekker...
Bijzonder spectaculair ook hoe de vliegtuigen de rook indoken om hun ballast boven de vuurhaarden te droppen, en hoe minuscuul leken die enorme machines wel tegen het gigantische inferno. Ze bevoorraadden zich in de Bassin de Thau, en 't zou me niet verbazen mocht hier vroeg of laat een onfortuinlijke snorkelaar als blusmateriaal worden gebruikt, opgeslokt 'gloupsé' in de buik van een canadair.
't Zal je maar overkomen als romantische duiker. 'Hé lekker ding, zin om deze avond bij mij thuis oesters façon Désiré te komen eten? Weet ge, ik ga mijn oesters altijd zelf plukken' zegt hij terwijl hij zelfzeker zijn biceps laat rollen terwijl hij z'n duikersmes slijpt. 'Puur natuur meiske, dat is mijn ding. Ik, alleen in 't water, een zijn met de elementen tu sais. Zo'n smaakvolle mollusken zal je nog nooit gegeten hebben' voegt hij er nog aan toe.'Tu sais, 't is eens wat anders dan op octopussen jagen' vervolgt hij z'n verhaal terwijl de blondine haar ranke staken weker en weker voelt worden. 'Zie je dit lidteken op m'n buik?' vraagt hij plots terwijl hij z'n gescheurde shirt tot boven zijn chocoladereep rijft. 'Een haai?' vraagt het weekdiertje. 'Een barracuda? Een toornige tarbot?' 'Neen, de schroef van mijn buitenboordmotor, oeps, maar minstens vijftien liter bloed heb ik verloren!' sluit onze oesterfluisteraar z'n verbale bronst af. Ticket to heaven jong, je hebt ze binnen!
Maar o wee, wie had ooit gedacht dat hun romantische plannen brutaal gingen worden verstoord door een bosbrand op meerdere kilometer daarvandaan? Toen de canadair immers het water indook bevond Désiré de Domme Duiker zich helaas op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Arme Désiré, geen geluk voor jou. Hij werd geradbraakt in de buik van het blusvliegtuig, verdronk tijdens z'n laatste vliegreis, werd vervolgens uit het vliegtuig gesmeten om uiteindelijk te worden gebraden en verkoold in de bosbrand van 31 augustus, een totaal gedesillusionneerde deerne achterlatend 'waarom komt hij nu niet?'. En vooral 'waarom ruikt het hier naar verbrand rubber?'. Vaarwel Désiré, je had zo'n warm hart...
Bijzonder spectaculair ook hoe de vliegtuigen de rook indoken om hun ballast boven de vuurhaarden te droppen, en hoe minuscuul leken die enorme machines wel tegen het gigantische inferno. Ze bevoorraadden zich in de Bassin de Thau, en 't zou me niet verbazen mocht hier vroeg of laat een onfortuinlijke snorkelaar als blusmateriaal worden gebruikt, opgeslokt 'gloupsé' in de buik van een canadair.
't Zal je maar overkomen als romantische duiker. 'Hé lekker ding, zin om deze avond bij mij thuis oesters façon Désiré te komen eten? Weet ge, ik ga mijn oesters altijd zelf plukken' zegt hij terwijl hij zelfzeker zijn biceps laat rollen terwijl hij z'n duikersmes slijpt. 'Puur natuur meiske, dat is mijn ding. Ik, alleen in 't water, een zijn met de elementen tu sais. Zo'n smaakvolle mollusken zal je nog nooit gegeten hebben' voegt hij er nog aan toe.'Tu sais, 't is eens wat anders dan op octopussen jagen' vervolgt hij z'n verhaal terwijl de blondine haar ranke staken weker en weker voelt worden. 'Zie je dit lidteken op m'n buik?' vraagt hij plots terwijl hij z'n gescheurde shirt tot boven zijn chocoladereep rijft. 'Een haai?' vraagt het weekdiertje. 'Een barracuda? Een toornige tarbot?' 'Neen, de schroef van mijn buitenboordmotor, oeps, maar minstens vijftien liter bloed heb ik verloren!' sluit onze oesterfluisteraar z'n verbale bronst af. Ticket to heaven jong, je hebt ze binnen!
Maar o wee, wie had ooit gedacht dat hun romantische plannen brutaal gingen worden verstoord door een bosbrand op meerdere kilometer daarvandaan? Toen de canadair immers het water indook bevond Désiré de Domme Duiker zich helaas op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Arme Désiré, geen geluk voor jou. Hij werd geradbraakt in de buik van het blusvliegtuig, verdronk tijdens z'n laatste vliegreis, werd vervolgens uit het vliegtuig gesmeten om uiteindelijk te worden gebraden en verkoold in de bosbrand van 31 augustus, een totaal gedesillusionneerde deerne achterlatend 'waarom komt hij nu niet?'. En vooral 'waarom ruikt het hier naar verbrand rubber?'. Vaarwel Désiré, je had zo'n warm hart...
Brieven vanuit mijn molen
donderdag 2 september 2010
Organby, here we come!
September is vogeltrekmaand, en gedurende vele jaren was dit steevast het moment om naar het Zweedse Falsterbo te gaan of, later, naar het Franse Organbidexka. Een keer zelfs naar beiden. Die korter wordende dagen, dat prachtige ochtend- en avondlicht, de morgenmist, al dat vogelgedoe, die mystieke sfeer die uitgaat van de zomer die over z'n hoogtepunt heen is, wat ben ik toch gek van dit tussenseizoen. Toen we nog in Vlaanderen woonden had ik rond deze tijd steeds goesting om naar 't zuiden te gaan. Ironisch genoeg heeft de verhuis naar dit zuiden aan dat gevoel geen knijt veranderd. Ik wil nog steeds naar 't zuiden. Misschien wonen we wel in 't verkeerde zuiden? 'k Heb het dus via m'n patron voor mekaar gekregen - gij mij congé geven of ik gedurende de hele week geen steek uitsteken, capito? - dat ik er eind volgende week voor een kort weekje vanonder muis naar Frans Baskenland. Vijf jaar is 't geleden dat ik er nog ben geweest, en iedereen weet hoe dat avontuur is afgelopen. Een Normandische madam en een hoop levenswijsheid rijker keer ik er dus binnenkort terug. Vijf dagen lang op een bergkam roofvogels observeren die door het Nauw Van Organbidexka de bergen oversteken op hun reis zuidwaarts, YIEHAAAA!!! Can't wait, birding bart is back!
Weet je trouwens wat ik vanavond heb mogen meemaken? Een groep van een honderdtal (100-tal) ooievaars die overtrok om wellicht deze nacht nog de Middellandse Zee over te steken. Du jamais vu, nooit eerder zoveel ooievaars samen gezien. 'Wie wordt er vader?' sms'te m'n birder in arms alias Svenneman me toen ik hem deze blijde boodschap liet weten. Grapjas, weet je trouwens wat je moet doen als zo'n bende over je huis trekt? In de lucht schieten! En weet je hoe je zo'n neergeschoten ooievaar noemt? Een dooievaar! Whaahahaaa!!!
Abonneren op:
Posts (Atom)
