Pagina's

woensdag 4 augustus 2010

Inglorious Bastard

Soms wil ik een smeerlapke zijn. Dan vervang ik de speciale silicone om scharnieren te smeren door snel-uithardende lijm - je moest het gezicht van m'n collega gezien hebben toen de deur na elke open-en-toe-test muur- en muurvaster kwam te zitten, dan giet ik motorolie bij de benzine voor de grasmaaier - en roken dat dat doet, dan plas ik in de push-push waarmee we doorgaans onze handen wassen - zelden zo hard horen vloeken, dan monteer ik de decoupeerzaag van onze schrijnwerker achterstevoor, rij ik bewust in grote plassen wanneer ik een voetganger passeer, gooi ik al rijdend druiventrossen in kinderzwembadjes, verstop ik een verse goudbaars in de dienstwagen van onze ververs - stinken, stinken!, en giet ik rood pigment bij hun ruitensproeistof. Soms ben ik een creatief maar onmiskenbaar smeerlapke. Om dan plots wakker te worden. Of was 't toch geen droom?

maandag 26 juli 2010

Joedonoo

Reeds twee weken niet meer geblogd zie ik, oeps! Komt ervan als je collega met vakantie is en je dus dubbele shiften kan kloppen om 't werk gedaan te krijgen. Soit, dat extraatje op 't eind van de maand is mooi meegenomen. Minder tijd om te bloggen dus, sorrykes! Voor de rest weinig nieuws onder de zuiderzon. 't Is hier net zoals in 't noorden warm en gelukkig brengt een stevige noorderwind de laatste dagen wat aangename verfrissing. De dertien spiksplinternieuwe windmolens in de Montagne de la Moure staal pal noord gekeerd en zo zie ik ze het liefst.
't Wemelt hier sinds een week of twee trouwens van de Vlamingen. Je hoort opvallend veel Westvlaams in de straten - of misschien is deze soort gewoon wat praatzieker dan haar soortgenoten uit de andere provincies - en het krioelt hier van Belgische nummerplaten. 't Is wachten op het moment dat er zo eentje eens heel erg de aap uithangt om hem of haar eens lekker in zijn of haar taal zijn of haar vet te kunnen geven. Waar een mens al niet naar uitkijkt. 'k Weet niet hoe 't in Vlaanderen zit maar hier is de graanoogst reeds binnen en zijn de akkers reeds geploegd, wat prachtige taferelen oplevert van tientallen Zwarte Wouwen die op de versgeploegde akkers op zoek gaan naar wormen, insecten en muizen. Prachtig!
Nog een Vlaamse noot om deze fragmentatieblog positief af te sluiten. Wisten jullie dat onze eigenste Milow razend populair is in Frankrijk? Daar Nostalgie hier niet te krijgen is - tenzij je echt de lokale oersmeuïge en van het Franse chançonkwijl druipende versie wilt - ben ik immers genoodzaakt om m'n telefoon alias radio hier op Franse zenders af te stemmen. Awel, op de meest populaire pop-rock-zenders wordt Milow zeer frekwent in de ether gesmeten, én door de modale Franse werkmensch nog meegezongen ook. Joedonoo, joedonoo, joedonoo, joedono anythin' 'boumie, is dan ook wonderwel wellicht een van de meest beklijvende werkdeuntjes aller tijden. Populairder dan Johnny Hallyday, zelfs. Al zal dit wellicht niemand verbazen...

zaterdag 10 juli 2010

Summer in the Sèty

't Is vreemd, in Sète wonen. Als je'r woont en er je boterham - of 'tielle' (een lokale specialiteit die eruit ziet als een rijsttaartje en bestaat uit een hoopje vermalen inktvissen, tomaten en tuinkruiden met een samengevouwen dun stuk brooddeeg errond - heel heel lekker, trouwens) - verdient (ja 'k weet het t'is soms moeilijk lezen met al die gedachtenstreepjes en haakjes maar na drie keer lezen - of herlezen, dus - heb je de zinsconstructie wel beet) rijg je de dagen aan een recordtempo aan elkaar en voor je 't goed en wel beseft is er weer een maand voorbij. Daarnaast, in dezelfde stad, krioelt het van toeristen die de stad en omgeving op hun manier ervaren en beleven. Heel vreemd soms, die dualiteit. Je stapt uit je bestelwagen, botst tegen een koppel nederlanders dat naar de prijzen in een etalage zit te zoeken, duikt je koffer in om er je gereedschap uit te halen en moet vervolgens een kwartier wurmen om je door de massa een weg te banen naar de plaats des onheils aka de plek waar je aan de slag kan. Aan de ene kant de gestresseerde werkmens, aan de andere een gedecontracteerde aardbewoner die gewoon niets beters te doen heeft dan je voor de voeten lopen en zoeken naar een plek waar hij z'n zuurverdiende centen kan uitgeven, en aan de derde kant een stad die er alles aan doet om die centen binnen te slokken en die alles uit de kast haalt om dit fiscaal debiet te verhogen: via lokale specialiteiten, evenementen, attracties etc.: zomer in 't zuiden is big business. Van mei tot september moet de middenstand z'n jaar maken, geen sinecure in een streek die het grotendeels van het toerisme moet hebben. Gelukkig willen de mensen willen entertained worden en Sète doet er alles aan om te maken dat ze in de consumtiemaalstroom van haar buik blijven en vooral geen goesting krijgen om hun honger naar entertainment elders te gaan stillen. Sète in de zomer is eten, drinken en water. Eten en drinken kan in de lokale horeca - in sommige etablissementen kan je trouwens heel heel lekker je voetjes onder tafel schuiven - en via boottochtjes kan je de étang aan den lijve ondervinden, je kan bootjes en jetski's huren en voor wie dat allemaal veel te actief is is er plezier (nou ja) voor het oog. Zo zijn er 'les joutes', de lokale variant van wat wij Middeleeuwse steekspelen zouden noemen. Niet met paarden hier, uiteraard, maar met roeiboten. 't spel bestaat erin dat je je tegenspeler met een houten lans het water in duwt. Je paard bestaat uit een roeiboot waarin een dozijn roeiers voor de juiste snelheid zorgt en twee muzikanten (een trommelaar en een soort slangbezweerder, maar dan dan zonder slang noch bezwering) het adrenalineniveau op peil houden. Parallellen met oude krijgersgebruiken zijn legio. De toeristen vinden het geweldig als de minst gelukkige van op z'n platform het water in dondert. Soms vallen ze alletwee in 't water. En plezant dat dat is... Soit, het houdt de mensen zoet en de commercie vaart er wel bij. Nog meer lust voor het oog vormen de schaarsgeklede schoonheden die zich gracieus door het straatbeeld bewegen. Eigenlijk wou ik schrijven: de boten die van heinde en minder heinde de haven van Sète als tussendoortje op hun programma hebben staan. Zo zagen we hier reeds de 'Vinland' een trouwe replica van een Noorse drakkar - die trouwens een dag na z'n vertek kapseisde en zonk, de 'Banque Populaire II' - de grootste wedstrijdtrimaran ter wereld, en twee weken terug nog een immens cruiseschip. Je kan niet zeggen dat er hier niets te beleven valt, maar los van die drukte mag je mij gerust m'n halfuurtje lopen op de kustpromenade geven. Ruim voor turistus ordinarus van z'n ontbijttafel opstaat...

donderdag 1 juli 2010

Magnificent

Soms kan 't leven gewoon echt de moeite zijn. Negen uur nonstop gewerkt, nadien een Leffe'tje met de collega's in onze atelier - of hoe een bende Sudisten hun nieuwe Vlaamse collega met open armen heeft ontvangen, zometeen Célia gaan oppikken en regelrecht naar 't strand wat zeewater gaan laten opspatten. Zalig!

dinsdag 29 juni 2010

Gloupser

Vijfendertig graden wees de thermometer vanmiddag in de wagen aan. En amper vijf graadjes minder was het in het appartement waar een plafond moest worden vervalst - multiservice weetjewel. Om deze taak tot een goed einde te brengen moesten trouwens eerst de gloednieuwe draagbalken worden gesaboteerd, van het werkwoord 'saboteren' - een 'sabot' is immers een zadel en naast de paarden- en alpinistenwereld wordt de term ook gebruikt in de naamgeving van metalen draagsteuntjes voor het bevestigen van houten balken aan vanalles en nogwat. Saboteren, dus.
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...

donderdag 24 juni 2010

En als we vanavond eens naar 't strand gingen?

Na een lange periode van echt onzuiders weer - temperaturen van rond de twintig graden of minder, veel wind, wolkbreuken, overstromingen, drijvende wagens en dat soort dingen - lijkt de zomer nu toch eindelijk van start gegaan. 't Is bakken vandaag, de tramontane is gaan liggen en de mortel 'prise rapide' is al hard voor je'm goed en wel hebt platgestreken... M'n collega's zijn aan 't eten, roken of siësten en ik heb van de occasie gebruik gemaakt om even de pc van 't hoofdkwartier te confiskeren. Zicht op de etang, een zeilbootje dat tergend traag passeert, Scubidoo - ze dog of ze boss - aan m'n voeten en 't buikje gevuld, er zijn ergere manieren om je boterham te verdienen. Vanavond gaan we zeker naar 't strand, 'k heb immers een paar boemerangs te testen en 's avonds zijn de stranden turistus-ordinarus-vrij. Waar is de tijd dat we nog naar brussel moesten om wat voer in de trog te krijgen... Héél ver achter me, gelukkig maar!

zaterdag 19 juni 2010

Pastis, en anders niks!

Wat bier is voor Vlaanderen, Brussel, de Oostkantons en Wallonië, is pastis voor 't zuiden van Frankrijk. Jaaaren terug dronk ik dat spul voor de eerste keer tijdens dat beruchte 'vangdansj'- alias wijnplukavontuur waar ik het reeds eerder over had. Lichtjes beneveld door dit anijsbrouwsel - en eigenlijk ook een beetje van de vele flessen wijn - gooiden, nee sméten, we toen, vanop de tractorkar, volrijpe druiventrossen door de openstaande raampjes van voorbijrijdende wagens naar binnen. Anders geformuleerd: met onze zatte kleren keilden we natte druiventrossen recht in het gezicht van nietsvermoedende passanten, om na elke 'lucky strike' alias voltreffer in donderende lachbuien uit te barsten. 't Was zo simpel a'maal... Ik keerde toen huiswaarts met een pastisverslaving en jarenlang bleef dit amberkleurige wondervocht m'n favoriete aperitief. Zelfs tijdens een wintertrekking in de Vercors zat er een fles '51' in m'n rugzak. Helaas bevroor deze fles. Ik er toch van gedronken. Ik doodziek en heel veel overgegeven in de tent. Ik gedurende jaren geen pastis meer kunnen rieken of zien. Tot bart me van een snoepreisje uit Griekenland een fles ouzo meebracht en ik me moreel verplicht voelde om de anijsdraad terug op te nemen. Vrienden helpen je over moeilijke levensdrempels heen. Beetje bij beetje forceerde ik me om m'n zintuigen en mentale vermogen terug te laten gewennen aan de toch wel unieke smaak en reuk van dat spul en na enkele vruchtbare tests de voorbije weken achtte ik het moment rijp om opnieuw een fles in huis te halen. Vandaag was 't dus zover. Bart jong, 't is over, ik kan het weer! Je weet wat je van mij de 31e december gaat krijgen ;-)

dinsdag 15 juni 2010

Brugse Metten


België is voor een keertje weer het onderwerp van gesprek hier - naast het wereldkampioenschap voetbal trouwens. Dat de Fransen niet kunnen voetballen wisten we reeds - sommige 'blues' geloven immers nog steeds dat deze sport met de handen wordt gespeeld - en dat ze geen snars snappen van de communautaire problematiek in ons landje wisten we eigenlijk ook al. Nu er eindelijk eens een meer dan verdiende en terechte winnaar uit de stembusgang is gekomen nemen de Franse stations maar wat graag deel aan de roodgekleurde Franstalige berichtgeving uit 't noorden. Wist je trouwens dat een groot deel van de Fransen er naar verluidt niet tegen gekant is om Wallonië te accepteren als nieuw aanvoegsel bij de mikmak Frankrijk? Serieus, 't is geen aprilgrap. 'Ze zijn zoals wij, spreken zoals wij en ze hebben een levenslust waar wij veel uit kunnen leren' klinkt het hier. Voor de Franse media gaat de Belgische kwestie uiteraard om een oorlog tussen de 'rijke Nederlandstalige meerderheid' en een 'arme Franstalige minderheid' en van de 'separatistische Nederlandstaligen' zijn ze bang. Het gerucht gaat hier immers volop de ronde dat de Vlamingen van plan zouden zijn om 'iedereen die Frans praat het land uit te zetten'. Een soort nieuwe Brugse Metten dus. Ik heb hen vandaag alvast uitelegd wat 'goedendag' betekent en dat je in 't Vlaamsche openbaar de bevolking best aanspreekt met 'schild en vriend' om het ijs te breken. Dat wordt weer lachen deze zomer.

woensdag 9 juni 2010

Patron, we moeten eens praten

Zalig weer vandaag in L'Ile Singulière aka 'het bijzondere eiland'. Donkere laaghangende wolken die de Mont St. Clair aan 't zicht onttrekken, mottige regenbuien, een koel zeebriesje en een goede 22 graadjes - prachtig en lekker tegelijk. Op sommige momenten waande ik me op de Waddeneilanden, op andere ergens op Shetland. Het zuiden is prachtig bij temps nordique. En iedereen maar zagen en klagen en rondlopen met een regenjas, wat zijn dat hier voor woessies, softies, fristies en mama's-rokken-hangers? Als 't mooi weer is werken ze niet graag, en als 't regent vertikken ze't naar buiten te komen.'t Is duidelijk dat sommige vooroordelen geen vooroordelen meer blijven...
Misschien daarom dat mijn patron me graag ziet komen en steeds bijzonder hartelijk is? Hij is veel te zacht met z'n personeel, de weke perzik. In onderbroek op de stelling sturen zou ik ze, m'n collega's. En als 't hen niet zint de hogedrukreiniger erop, en overuren laten doen, hen vijftien kilometer later lopen voordat ze hun middagpauze zouden mogen nemen, elk uur twintig keer pompen, en twintig optrekjes, en 's avonds na 't werk manueel het wagenpark laten kuisen - met een tandenborstel, en daarna een uurtje laten roeien om hun kromgewerkte ruggen terug recht te zetten, hahaa!
Weet je wat ik morgen ga doen? Opslag vragen!

vrijdag 4 juni 2010

Turistus ordinarus

De zomer blijkt hier dan toch eindelijk begonnen, althans volgens de autochtone bevolking. 't Gaat stevig rond de dertig graden landinwaarts en vaak iets minder hier aan 't zeetje dankzij de nog steeds aangenaam frisse zeebries. Uit de wind is 't echter stevig bakken. De aborigines aka sètois zeggen dat ze nog nooit zo lang op mooi stabiel weer hebben moeten wachten en 'k hoop dat ze'r nog een tijdje over zullen doen eer ze ontdekken wat ik met hun arme klaren heb uitgestoken... Zomeren dus! Je merkt het aan 't weer, aan de toeristen, 't verkeer, de boten en de bosbranden.
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!