Pagina's

donderdag 16 juni 2011

De platrat

Een beeld van vorig weekend uit Les Salins, Frontignan - ongetwijfeld een van de hotste birdspots uit de streek. Heel prachtig kunnen genieten van Tureluur en Kleine Plevier, en ontelbare sporen van Beverrat 'aka' Ragondin gevonden - een soort die hier in de buurt vaak wordt platgereden en daardoor ook wel 'platrat' wordt genoemd. Jawel Sven, tuurlijk heb ik reeds een schedel gerecupereerd en 'k beloof je: de volgende platrat die ik vind bewaar ik voor jou.
Nooit zal ik trouwens die weken vergeten die volgden op m'n vondst. Om de schedel te kunnen recupereren had ik de kop van 't verkeersslachtoffer immers in een emmer gepropt gevuld met water, actieve enzymen en verarmd uranium - er rotsvast van overtuigd dat 't warme weer wel voor de rest ging zorgen. Op ons terras van ruim 12 vierkante meter, uiteraard. Tuurlijk kreeg ik gelijk, al was de prijs nogal hoog. Toen Célia dus vorige zomer op een lieve zondagochtend wakker werd - m'n slijpschijf, wellicht - hing het huis vol epoxygeur. Ik was immers volop m'n vliegtuig aan 't bouwen en UV-hars is nogal gevoelig in volle zon - I like the smell of epoxy in da morning. Dus was ik binnen aan 't spelen. Toen 't lieve kind dus buiten een luchtje wou scheppen viel ze haast achterover van een geur die enkel een rottend kadaver verspreiden kan. 'k Had immers de emmer van de platrat even in de volle zon gezet om m'n enzympjes wat op te drijven. Bad idea. Very bad idea.
Ja ik kreeg die ochtend de wind van voren - ook al had ik dan voor croissants, vers fruitsap en koffie gezorgd - en neen ik ben niet gezwicht voor haar dreigementen. Nu ik eraan denk, daarom dus dat we onze buren nauwelijks op hun terras hebben gehoord vorig jaar. Wat zullen die blij zijn als we zullen verhuizen want vergeet niet: woensdag is nog steeds visrookdag. Smoke 'em out, da bastards!
Soit, wat je met platratten al niet kunt meemaken...

zondag 12 juni 2011

Morning has broken

Het énige wat nu eigenlijk ontbreekt om 't plaatje compleet te maken is een zalig fris Palmke. Het énige wat me tegenhoudt is het vroege uur - ook ik heb zo mijn normen - en ook de afwezigheid van het vocht in kwestie. We hebben namelijk vorige week de allerallerallerlaatste fleskes van de monsterachtige voorraad die we met nieuwjaar hadden geïmporteerd leeggezabberd - Rochefort 10 - en ook de Palmkes zijn reeds enkele weken door onze darmkanalen gepasseerd. Geen Palmke dus. En toch zou me dit na twee uurtjes kayakken on-ge-loof-lijk hebben gesmaakt. Off-shore gegaan in de jachthaven van Frontignan-plage - die van de cirkelzaag, jawel - en genoten van een prachtige lentemorgen. Geen wind, enkele cirruswolken, vissers op de golfbrekers, een zeldzame wandelaar op 't strand, enkele visdieven die krijsend voorbijfladderden, en een knalgele kayak die plons-plons-plons twee prachtige boeggolfjes produceerde in een zelden geziene oliegladde zee. Waarom zou ik 's ochtends gaan lopen of fietsen? Beter profiteren van de ongekende luxe aan zee te wonen. Je weet immers maar nooit waar we binnenkort terechtkomen...
Soit, de dag kan beginnen. We zullen 't maar bij Nepali black tea houden. Wiz zugar, lotz of zugar...
Over Nepal gesproken. Eigenlijk mis ik dat land verschrikkelijk. Een blacktea in de ochtendfrisheid, de zon die met haar eerste stralen de toppen van de achtduizenders in de fik steekt, de zalig ruikende rook die uit de stenen huisjes met hun golfplaten dak kringelt, de geur van yakmest en rododendron, het gefluit van bergkauwen en het getrippel van zwarte roodstaartjes, het ochtendpraatje met wat andere vroege vogels, de maagdelijkheid van een bergochtend, de belofte van een nieuwe dag.
Ik ben een ochtendmens. In hart en nieren...

Foto, uit de zeer oude doos: ondergetekende in 1998 in de buurt van Hile, Oost-Nepal, genietend van het adembenemend zicht op de Kangchenjunga, met z'n 8.586m de derde hoogste berg ter wereld...

zaterdag 11 juni 2011

Slangentijd

Vreemd eigenlijk. Terwijl Vlaanderen de ergste droogte kent in jaren en de Kalmthoutste Heide er in de fik vliegt beleven we hier in 'le midi' een van de natste en koudste lentes ooit. Vorig weekend viel de regen nog met bakken uit de lucht en was 't ocharme zo'n 22 graden - terwijl we hier in deze tijd normaliter een slordige 30, een wolkenloze hemel en slechts een licht briesje zouden moeten hebben. Het zeewater is bovendien door die constante wind nog steeds even koud als deze winter. Ik ga dus de volgende keer dat ik ga kayakken niet eens zo'n gek figuur slaan met m'n russische muts uit zeehondenpels en m'n vest uit 't zelfde materiaal.
Dat doet me'r trouwens aan denken dat sinds een maand of twee het slangenvolk is wakker geschoten. De regio is blijkbaar bijzonder rijk aan Gladde slangen. In 't dagelijkse leven merk je daar weinig van, tenzij ze worden platgereden in 't verkeer. Ik ben dus al verscheidene keren gestopt om de slachtoffers van naderbij te inspecteren en bart zou bart niet zijn mocht hij ze niet mee naar huis hebben genomen. Om hun vel te recupereren, uiteraard. 'k Had nog nooit een slang gestroopt en in 't leven moet je steeds blijven bijleren, vind ik. Je weet maar nooit of je ooit in de Australische Outback zou worden genoodzaakt om slangen te vangen om te overleven. En dan ben je maar beter voorbereid. Het ruikt alvast hetzelfde als kip, en naar 't schijnt is ook de smaak vergelijkbaar maar dat kan je enkel testen als je zo'n dier extravers op de kop hebt kunnen tikken. Letterlijk dan.
De buren hebben dus de laatste tijd enkele slangenhuiden op ons terras kunnen bewonderen - netjes vastgepind op een grote plank want de grootste die ik meebracht mat al gauw 120 cm. Geen flauw idee wat ik met de huiden ga doen. Wellicht een stel cowboylaarzen maken. Uiteraard.

Op de foto een klein slangetje dat de poes van m'n werkgever meebracht. Tegen een boa zou ze zo'n grote bek niet hebben opgezet...

Klotekat - meervoud

Vannacht weer zes keer wakker gemaakt. Ik ben dus doodop en niet meer in staat tot wat dan ook. Dat toertje met de kayak dat ik zinnens was te doen stellen we maar uit tot een volgende keer. Geen goesting meer. Al wat ik wil is koffie en dafalgan. En nog enkele uurtjes slaap.
Célia zit er - helaas - voor niets tussen. Zij heeft bij mijn weten rustig doorgeslapen terwijl ik even ging babbelen met Liloo - niet die oersympathieke internetprostituee maar wel onze voorlaatste aanwinst op het feliene front. De mama van de vier monsters, dus. Liloo heeft de onhebbelijke gewoonte om elke week zo bronstig te zijn als Floyd Landis tijdens de Tour van 2006. MMRRRAAAAUUUUWW, MMRRRRRRAAUW, MMRRAAAAAAAUUUUW etc. Onverdraaglijk. Enerverend. Om de muren van op te kruipen. Lief hoor, dat beest, zelden zo'n sociaal dier meegemaakt. Maar 't is tijd dat we haar laten steriliseren want anders riskeer ik het een dezer nachten zelf te doen. Weet je trouwens waar je moet snijden als je een lastige kater wil castreren? Achter de kop. Whaaaahahaaa!!! Liloo gaat dus een dezer dagen onder 't mes. 100 euro oftewel zo'n vierduizend oude belgische ballen - eigenlijk een monsterachtige hoop geld - en we zullen misschien weer iets rustiger slapen. En ze zal zich een stuk beter in haar vel voelen, ook, al is dat op dit eigenste moment totaal mijn rotzorg niet. Stom beest.
Misschien, zei ik. Liloo was immers maar voor 50% verantwoordelijk voor mijn verstoorde nachtrust. 'The Gang' was immers de kamer binnengemuisd. Ben je reeds wakker gemaakt door een handvol vlijmscherpe klauwtjes die zich plots in je tenen boren? Of een slordige anderhalve kilo kat die plots tussen je benen duikt? Ik wel, vandaar mijn rothumeur, ook. We hebben er ook een stuk of twee die telkens wanneer ze hun kakdoos aka kattenbak verlaten hartverscheurend miaauwen. Alweer wakker dus. Weet je wat? Ik ben klaar voor klein mannen. Ben er zeker van dat een baby in huis nog half zo erg niet is dan een viertal 'chatons'. Die het superbest stellen, by the way. Ze zitten volop in hun speelfase. 't Hele huis door rennen, overal opkruipen, overal tussenkruipen, overal achter kruipen, rollebollen over de vloer, alles laten vallen, testen of alles eetbaar is etc.
Wat heeft ons twee maanden terug toch bezield?

vrijdag 3 juni 2011

Ascension

Gisteren was Hemelvaartdag - Ascension op z'n Frans. Een dag waarvan de meteorologen hadden voorspeld dat hij nat en winderig ging zijn. Een dag ook waarop Célia occasioneel moest werken - komt ervan als je een stagestudente onder je vleugels neemt - en die mij toepasselijk leek om nog een keer de Canigou aan te vallen. Hemelvaartdag, beklimming Canigou, je snapt 'm.  De boom in met hun voorspellingen, rien à foutre. Thuisblijven was absoluut geen optie, 'k zou toch maar m'n nagels hebben opgevreten, de katten geplaagd en me bezat. Zoals altijd als ik me verveel. Slijpschijven en schuurmachienen waren evenmin opties want op een feestdag mag je blijkbaar geen lawaai maken. Onverdraagzame buren!
Zelfde scenario als vorige keer: wekker om vier uur en om kwart na zes was ik reeds aan 't ontbijten op de Col de Millères. Trappist met enkele rauwe eieren, een brood of twee, spek en enkele tassen thee die zo sterk was dat je'r gerust mortel mee kon maken etc. - je kent dat soort dingen. Ze moesten erin, die caloriëen. En ook: Koekoek, Wielewaal etc. alweer zo'n prachtige morgen in de Pyreneeën. Alleen wat wolken die de hogere zones aan 't zicht onttrokken en ook wat stuifsneeuw, precies.
Na welgeteld dertig seconden was ik reeds kleddernat daar de vegetatie door en door weekt was. Water loopt in je schoenen, ondanks de lange broek, en je voeten krijgen hun bad waar ze een volle dag van zullen genieten. Vanaf de Col de Cortes, de eerste kaap, was het net als vorige keer genieten van een vers sneeuwtapijt. Niet meer dan een tiental centimeter en dus ideaal om in een stevig tempo naar de Chalet de Cortalets de koersen. Zalig, zo'n maagdelijk spoor in de sneeuw maken. Vooral op een 2e juni. Onderweg kruiste zowaar een Gems m'n pad, de eerste keer dat ik deze soort in de Pyreneeën zie. Ook in Baskenland, de hele andere zijde van de Pyereneeën, worden ze steeds meer waargenomen.
Vanaf les Cortalets begon de miserie echter. Opnieuw. 't Was niet zozeer de sneeuw die roet in 't eten gooide deze keer - over dertig centimeter gaan we niet klagen - maar wel de mist. Waar de rood-witte markeringen stoppen beginnen immers de 'stonemen' - door wandelaars en klimmers gebouwde steenhoopjes die een mens in rotsig terrein de weg wijzen. Bij dichte mist is er altijd één regel: er is altijd een laatste steenhoopje, dat hoopje waar vanaf je geen ander hoopje meer ziet. Is 't rechtddoor of maakt het pad een knik? Een uur ben ik doorgeklommen door kniediepe sneeuw, in een wind die steeds sterker werd en een zichtbaarheid van hoogstens vijf meter. Tot op het moment waarop je zegt: rechtsomkeer man, dit is gekkenwerk. Afdalen ging een pak sneller, uiteraard. Op m'n gat in een sneeuwgeul en in één ruk naar beneden. In de Pyreneeën kan je je zulk speelwerk permitteren.
Moraal van 't verhaal: de derde keer moet de goede keer worden. De Canigou laat zich niet zomaar bedwingen, blijkbaar. Wat me nog 't meeste zal bijblijven is de geur van de overal presente bloeiende Brem in het sneeuwlandschap. Heel surrealistisch, eigenlijk. Zelfs de planten moeten hun kluts kwijt raken ...

Wegdromer 9

Why Aye Man - Mark Knopfler

woensdag 25 mei 2011

Babes & kayaks


De weken vliegen voorbij de laatste tijd. Ligt dat aan mij of draait de aarde echt alsmaar sneller? In plaats van alles op een hoop te gooien en te vertellen wat er in 't zuiden voor bijzonders is gebeurd ga ik het compartimenteren en vertellen per onderwerp. Zo is er nieuws van de katten, de vissen, de kayaks, het weer, de nicht van de zus van de tante van bruine Zozian, de politiek etc.
Kayaks dus. De kayak die ik deze winter op de kop heb getikt is eindelijk off-shore gegaan. De eerste keer dat ik het ding uitprobeerde was in de kalme waters van de Bassin de Thau. Nu ja, kalm is een relatief begrip bij Tramontane. Stevige golfslag, zo van die dingen met witte koppen en een geweldige tegenwind. Me zelden zo geamuseerd in 't water. Los van die week catamarannen nabij Bordeaux dan, toen ik de kwalijke reputatie had van elke dag minstens één keer overkop te gaan. En af en toe een andere boot te rammen. Een kayak die zich headbangend door 't zoute nat klieft is een doorwekende en 'vree wijze' ervaring. Met de wind in de rug is het plaatje net omgekeerd. Golven die zachtjes onder de boot doorrollen en je terug naar je vertrekpunt voeren en een indruk geven van totale rust. Tot je naar de horizon kijkt, en je merkt dat je in werkelijkheid door 't water schiet als een Japanse torpedo naar een Amerikaanse kruiser in Pearl Harbor, om maar iets te noemen.
Na nog enkele toertjes op de Bassin besloot ik het maar op zee te proberen. Een bassin blijft tenslotte een bassin. Echter, de dag die ik uitkoos - als ik besluit om iets op dag X te doen dan mag er gebeuren wat er wil, 'rien à foutre' - was alweer vrij winderig. Uit 't zuidoosten deze keer. Stevige golven, geen kat in 't water en, helaas, heel veel volk op 't strand. Gezinnen, moeders met kleine kinderen, aanstaande moeders zonder kinderen, bronzende babes met enkel 't meest elementaire textiel, blaffende honden etc.
En daar kwam ik dan met mijn kayak aangezeuld. 'k Kruip nog in de grond als ik eraan terugdenk. Zwemvest aan, materiaal stevig verankerd aan de boot, een hoop volk dat op je vingers staat te koekeloeren, en krachtige rollers die 't bootje en z'n kapitein meteen dwars leggen en doen omslaan. Totale afgang. Tweehonderdvijftig kilo kayak en inhoud op 't strand trekken, nog meer volk dat op je vingers kijkt, en vervolgens de boot van z'n ongewilde vulling ontdoen. En dat in stilte, uiteraard, terwijl ik zo'n activiteit meestal vergezel van kalmerende kooswoordjes met 'God' en 'verdomme' en 'straatmadelief' en 'excrementen' en dat soort dingen. Ik was om te ontploffen. Ik, de gele torpedo van Pearl Harbor. Drie keer ben ik overkop gegaan op één meter van 't strand. Die kl...boot wou gewoon dat kl...water niet in. Een geluk dat ik m'n klak diep over m'n ogen kon trekken want ik wou de strandbevolking echt niet meer in de ogen kijken. Ik hoop dat er geen enkele snoodaard het voorval heeft gefilmd want anders haal ik gegarandeerd een recordaantal hits op Youtube. Lang geleden dat ik me nog zo beschaamd had gevoeld. 't Moet geleden zijn sinds de dag dat ik met m'n toenmalige 4x4 een wegomleiding negeerde en me tot op de chassis vastreed op een crossparcours. Temidden van tientallen boze toeschouwers en zowaar nog bozere deelnemers. Soit, aan zo'n evenementen is altijd een wijze les verbonden. Deze luidt: probeer nooit een kayak vanaf een strand te lanceren waar de wind pal op staat. En als je 't toch wil doen: kies een plek waar de dichtstbij zijnde levende zielen zich op minstens tien kilomter bevinden. En laat dat asjeblieft geen halfnaakte schonen zijn...
Soit, intussen ben ik een echte zeerot geworden die braafjes achter een daar speciaal voor gebouwde dijk in 't water gaat om vervolgens meteen in dieper water de zee in te kunnen gaan. Echt zalig, dat kayakken op zee. Het enige wat ontbreekt zijn een paar ijsbergen. En pinguins.

Op de eerste foto: Sète gezien vanaf de Bassin, met het Station Mediterranéen de l'Ecologie Littoral aka Célia's werkstek op de voorgrond.
Op de tweede: Sète vanaf zee, met zicht op 'La Corniche'.

zondag 15 mei 2011

Aigues Mortes - 'Petite Camargue'



























Purperreigers (alweer), Koereiger, Bruine Kiekendief, Zwarte Wouw, Wespendieven (Tramontane, trekken dus), Hoppen, Cetti's zangers, Graszangers etc. Dit soort birding is ons echt dronken aan 't maken...
Als je op een moment bent gekomen dat je zegt 'ja seg, alwéér een 'pourpre'' dan mag je je gerust vragen beginnen stellen bij je geestesgesteldheid aka mentale vermogen. En bij je sexualiteit, zelfs. Ben ik dan écht een vrouw aan 't worden? Dat 'nooit content' zijn is toch niets voor een vent? Nee toch?
Enne, vorige week zag ik achteloos op een weidepaaltje langs de weg een Kuifkoekoek, en twee dagen later op een electriciteitsleiding een Scharrelaar. Hot birding noemen ze dat. Ik hoef niet meer naar de Spaanse Extremadura, I got it all here!

zaterdag 14 mei 2011

Les Salins de Frontignan - WAAW




























Purperreigers, Steltkluten, Kluten, Tureluurs, Waterral, Dunbekmeeuwen, Cetti's Zangers, Graszangers, Nachtegalen, Everzwijnen en een hoop nog niet nader geïdentificeerde soort slangen. En dat op tien minuutjes rijden van hartje Sète. Trop cool!

zondag 1 mei 2011

Klotekat


Poezen die slapen
Niet zomaar 'dormir'
Poezen die dromen
In een sinaasappelkist
In een wasmand
Gevuld, uiteraard
Of in een wasbak
Heeft niet lang geduurd
trouwens
Poes nog steeds
verscholen
achter de zetel
Poezen die sluimeren
op datzelfde meubel
Poezen die snurken
Poezen die rennen
Achter een vlieg
Achter een speelmuis
Achter een balletje zilverpapier
Achter een vijs
Achter een kroonkurk
Rochefort 10
Of Chimay
Of Westmalle
Of donkerbruine van bij Zozian van kromme Flo
Rennen achter een soortgenoot
Rennen achter zichzelf
Of een geest van een verre voorouder
Poezen die miauwen
Om aandacht
Om eten
Om nog meer eten
Om ander eten
Om water
Om frisser water
Om verser water
Om ander water
Uit een andere kraan
Om bevrijd te worden
Uit die wasbak
alweer
Plank erop
Gereedschapskist ook
't Zal je leren
Klotekat
Poezen die spelen
Met elkaar
Rollebollend over de vloer
Met een potloodje
Van Ikea
Met de usb-kabel
van een fototoestel
Kabel nog vast
aan apparaat
Apparaat op tafel
oeps
Klotekat
Spelen met een waterfontein
Met een stukje hooi
Met een teddybeer
Of een stukje electriciteitsdraad
Of een koordje van een boek
uit de boekenkast
Op de grond
Dat boek
Zucht
Tien katten
In huis
Voor geen geld
Zou ik ze willen missen