donderdag 1 juli 2010
Magnificent
Soms kan 't leven gewoon echt de moeite zijn. Negen uur nonstop gewerkt, nadien een Leffe'tje met de collega's in onze atelier - of hoe een bende Sudisten hun nieuwe Vlaamse collega met open armen heeft ontvangen, zometeen Célia gaan oppikken en regelrecht naar 't strand wat zeewater gaan laten opspatten. Zalig!
dinsdag 29 juni 2010
Gloupser
Vijfendertig graden wees de thermometer vanmiddag in de wagen aan. En amper vijf graadjes minder was het in het appartement waar een plafond moest worden vervalst - multiservice weetjewel. Om deze taak tot een goed einde te brengen moesten trouwens eerst de gloednieuwe draagbalken worden gesaboteerd, van het werkwoord 'saboteren' - een 'sabot' is immers een zadel en naast de paarden- en alpinistenwereld wordt de term ook gebruikt in de naamgeving van metalen draagsteuntjes voor het bevestigen van houten balken aan vanalles en nogwat. Saboteren, dus.
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...
donderdag 24 juni 2010
En als we vanavond eens naar 't strand gingen?
Na een lange periode van echt onzuiders weer - temperaturen van rond de twintig graden of minder, veel wind, wolkbreuken, overstromingen, drijvende wagens en dat soort dingen - lijkt de zomer nu toch eindelijk van start gegaan. 't Is bakken vandaag, de tramontane is gaan liggen en de mortel 'prise rapide' is al hard voor je'm goed en wel hebt platgestreken... M'n collega's zijn aan 't eten, roken of siësten en ik heb van de occasie gebruik gemaakt om even de pc van 't hoofdkwartier te confiskeren. Zicht op de etang, een zeilbootje dat tergend traag passeert, Scubidoo - ze dog of ze boss - aan m'n voeten en 't buikje gevuld, er zijn ergere manieren om je boterham te verdienen. Vanavond gaan we zeker naar 't strand, 'k heb immers een paar boemerangs te testen en 's avonds zijn de stranden turistus-ordinarus-vrij. Waar is de tijd dat we nog naar brussel moesten om wat voer in de trog te krijgen... Héél ver achter me, gelukkig maar!
zaterdag 19 juni 2010
Pastis, en anders niks!
Wat bier is voor Vlaanderen, Brussel, de Oostkantons en Wallonië, is pastis voor 't zuiden van Frankrijk. Jaaaren terug dronk ik dat spul voor de eerste keer tijdens dat beruchte 'vangdansj'- alias wijnplukavontuur waar ik het reeds eerder over had. Lichtjes beneveld door dit anijsbrouwsel - en eigenlijk ook een beetje van de vele flessen wijn - gooiden, nee sméten, we toen, vanop de tractorkar, volrijpe druiventrossen door de openstaande raampjes van voorbijrijdende wagens naar binnen. Anders geformuleerd: met onze zatte kleren keilden we natte druiventrossen recht in het gezicht van nietsvermoedende passanten, om na elke 'lucky strike' alias voltreffer in donderende lachbuien uit te barsten. 't Was zo simpel a'maal... Ik keerde toen huiswaarts met een pastisverslaving en jarenlang bleef dit amberkleurige wondervocht m'n favoriete aperitief. Zelfs tijdens een wintertrekking in de Vercors zat er een fles '51' in m'n rugzak. Helaas bevroor deze fles. Ik er toch van gedronken. Ik doodziek en heel veel overgegeven in de tent. Ik gedurende jaren geen pastis meer kunnen rieken of zien. Tot bart me van een snoepreisje uit Griekenland een fles ouzo meebracht en ik me moreel verplicht voelde om de anijsdraad terug op te nemen. Vrienden helpen je over moeilijke levensdrempels heen. Beetje bij beetje forceerde ik me om m'n zintuigen en mentale vermogen terug te laten gewennen aan de toch wel unieke smaak en reuk van dat spul en na enkele vruchtbare tests de voorbije weken achtte ik het moment rijp om opnieuw een fles in huis te halen. Vandaag was 't dus zover. Bart jong, 't is over, ik kan het weer! Je weet wat je van mij de 31e december gaat krijgen ;-)
dinsdag 15 juni 2010
Brugse Metten

België is voor een keertje weer het onderwerp van gesprek hier - naast het wereldkampioenschap voetbal trouwens. Dat de Fransen niet kunnen voetballen wisten we reeds - sommige 'blues' geloven immers nog steeds dat deze sport met de handen wordt gespeeld - en dat ze geen snars snappen van de communautaire problematiek in ons landje wisten we eigenlijk ook al. Nu er eindelijk eens een meer dan verdiende en terechte winnaar uit de stembusgang is gekomen nemen de Franse stations maar wat graag deel aan de roodgekleurde Franstalige berichtgeving uit 't noorden. Wist je trouwens dat een groot deel van de Fransen er naar verluidt niet tegen gekant is om Wallonië te accepteren als nieuw aanvoegsel bij de mikmak Frankrijk? Serieus, 't is geen aprilgrap. 'Ze zijn zoals wij, spreken zoals wij en ze hebben een levenslust waar wij veel uit kunnen leren' klinkt het hier. Voor de Franse media gaat de Belgische kwestie uiteraard om een oorlog tussen de 'rijke Nederlandstalige meerderheid' en een 'arme Franstalige minderheid' en van de 'separatistische Nederlandstaligen' zijn ze bang. Het gerucht gaat hier immers volop de ronde dat de Vlamingen van plan zouden zijn om 'iedereen die Frans praat het land uit te zetten'. Een soort nieuwe Brugse Metten dus. Ik heb hen vandaag alvast uitelegd wat 'goedendag' betekent en dat je in 't Vlaamsche openbaar de bevolking best aanspreekt met 'schild en vriend' om het ijs te breken. Dat wordt weer lachen deze zomer.
woensdag 9 juni 2010
Patron, we moeten eens praten
Zalig weer vandaag in L'Ile Singulière aka 'het bijzondere eiland'. Donkere laaghangende wolken die de Mont St. Clair aan 't zicht onttrekken, mottige regenbuien, een koel zeebriesje en een goede 22 graadjes - prachtig en lekker tegelijk. Op sommige momenten waande ik me op de Waddeneilanden, op andere ergens op Shetland. Het zuiden is prachtig bij temps nordique. En iedereen maar zagen en klagen en rondlopen met een regenjas, wat zijn dat hier voor woessies, softies, fristies en mama's-rokken-hangers? Als 't mooi weer is werken ze niet graag, en als 't regent vertikken ze't naar buiten te komen.'t Is duidelijk dat sommige vooroordelen geen vooroordelen meer blijven...
Misschien daarom dat mijn patron me graag ziet komen en steeds bijzonder hartelijk is? Hij is veel te zacht met z'n personeel, de weke perzik. In onderbroek op de stelling sturen zou ik ze, m'n collega's. En als 't hen niet zint de hogedrukreiniger erop, en overuren laten doen, hen vijftien kilometer later lopen voordat ze hun middagpauze zouden mogen nemen, elk uur twintig keer pompen, en twintig optrekjes, en 's avonds na 't werk manueel het wagenpark laten kuisen - met een tandenborstel, en daarna een uurtje laten roeien om hun kromgewerkte ruggen terug recht te zetten, hahaa!
Weet je wat ik morgen ga doen? Opslag vragen!
Misschien daarom dat mijn patron me graag ziet komen en steeds bijzonder hartelijk is? Hij is veel te zacht met z'n personeel, de weke perzik. In onderbroek op de stelling sturen zou ik ze, m'n collega's. En als 't hen niet zint de hogedrukreiniger erop, en overuren laten doen, hen vijftien kilometer later lopen voordat ze hun middagpauze zouden mogen nemen, elk uur twintig keer pompen, en twintig optrekjes, en 's avonds na 't werk manueel het wagenpark laten kuisen - met een tandenborstel, en daarna een uurtje laten roeien om hun kromgewerkte ruggen terug recht te zetten, hahaa!
Weet je wat ik morgen ga doen? Opslag vragen!
vrijdag 4 juni 2010
Turistus ordinarus
De zomer blijkt hier dan toch eindelijk begonnen, althans volgens de autochtone bevolking. 't Gaat stevig rond de dertig graden landinwaarts en vaak iets minder hier aan 't zeetje dankzij de nog steeds aangenaam frisse zeebries. Uit de wind is 't echter stevig bakken. De aborigines aka sètois zeggen dat ze nog nooit zo lang op mooi stabiel weer hebben moeten wachten en 'k hoop dat ze'r nog een tijdje over zullen doen eer ze ontdekken wat ik met hun arme klaren heb uitgestoken... Zomeren dus! Je merkt het aan 't weer, aan de toeristen, 't verkeer, de boten en de bosbranden.
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!
Die toeristen toch. De eerste exemplaren arriveerden reeds begin mei, meestal in campingcars en mobile-homes maar nu begint Sète echt wel te krioelen van dat korte-broek-waaruit-witte-benen-steken-dragende volkje. De soort turistus ordinarus is zeer makkelijk te herkennen. Ze is meestal gehuld in typische decathlonstijl: korte en middellange shorts - in alle kleuren, kleur is dus niet meteen een goed veldkenmerk - en de mannelijke exemplaren dragen vaak een korte olijfgroene of kakkleurige gevechtsjas met zeer veel zakken - om al die geheugenkaarten in kwijt te kunnen, een zomerpet - niet te verwarren met de base-ballpet en de onafscheidelijke zonnebril. Vrouwelijke exemplaren zijn door de band iets discreter, al zijn er steeds weer die uitzonderingen die door een bepaald accessoire - een fabiolahoed bijvoorbeeld - vaak lichamelijke letsels veroorzaken aan de andere soortgenoten. De manier van voortbewegen van turistus in een geldig veldkenmerk: traag, doelloos, de blik links, rechts of omhoog gewend maar nooit recht voor zich uitkijkend. De soort knalt dus zeer vaak met z'n hoofd tegen lantaarnpalen of verliest tijdelijk de motoriek van z'n geslachtsdelen door de schuld van paaltjes die in wezen zijn bedoeld om 't voetpad te scheiden van de rijweg. Toeristen stoppen zeer vaak om met een veel te klein foto-apparaatje beelden te schieten van een stoere sètois in z'n roeiboot - in realiteit niet meer dan een uitgeweken vlaming met een surplus aan energie. Eens turistus zich in z'n vervoermiddel bevindt is de situatie hopeloos. Hij onderscheidt zich door zijn domme manoeuvers, fout parkeergedrag en trage rijstijl van de kordatere lokale bevolking, wat hem tot een geliefd doelwit maakt van fijne toeterpartijen en kletsende scheldtirades. I like tourists, tourists are fun!
Het zou handig zijn te vermelden wanneer turistus het meest actief is - 's morgens, 's middags, 's avonds of tijdens de nachtelijke uren - maar 't probleem is dat deze soort in z'n zomerkwartier bijna nooit actief is. Als ze niet slenteren dan zitten ze op een terras heineken te slabberen of goedkope oesters uit te lepelen die vaak rechtstreeks in de haven werden opgedoken (echt waar!) en enkel aan toeristen kunnen worden geserveerd. Turistus kan bijgevolg als een echte aaseter worden beschouwd. Op z'n menu staan oesters en mossels waarvan ik zeker ben dat ze 's nachts licht geven, echte Middellandse-Zee-vis en schaaldieren die diepgevroren uit de Atlantische Oceaan of Indonesië komen en keukenafval waarmee de goedkope pizza's doorgaans worden beladen. Turistus laat zich graag belazeren, tuurlijk zijn de menu's hier prijslijk!
De soort is ook zeer brandbaar: niet zelden zie je roodgeschroeide exemplaren van schaduwplek naar schaduwplek dolen om vooral niet nog meer verbrand te worden. In Sète worden tot nu toe drie ondersoorten gespot: turistus ordinarus franci (fransen op vakantie in eigen land), holandi en germani. Andere ondersoorten zijn eerder zeldzaam, maar zullen evenzeer met open armen worden ontvangen.
Over de boten en de bosbranden zal ik 't een andere keer wel hebben want ik moet me stillekesaan klaarmaken om naar 't werk te gaan. Werk ze ginder in 't noorden en fijn weka!
zondag 23 mei 2010
Still alive, still kickin'
Langs kleine weggetjes zijn we erheen gereden, onderweg om de haverklap stoppend om Kuifkoekoek, Roodkopklauwier, Hop, Slangen- en Steenarend of IJsvogel te observeren. Langs olijf- en perzikboomgaarden, verlaten en actieve wijnvelden, in bloei staande garrigue en klaterende beekjes en dorpjes met klinkende namen zoals Montbazin, Montamaud, Puéchabon, Viols-le-Fort en Saint-Bauzille-de-Putois. Van de zon naar de bewolking - stralende hemel en geen zuchtje wind in Sète, kilomtershoge donderkoppen boven de Mont Aigoual, en ook een stukje van m'n adultere jaren naar m'n jeugdigere. M'n eerste contact met deze regio had ik immers een slordige twaalf jaar terug. Eerst twee weken vogels kijken in het Zweedse Falsterbo, dan met de bus en trein terug naar huis, even goeiedag zeggen aan ma en pa en vervolgens de trein op naar Montpellier waar m'n kameraad me opwachtte om samen met wat familiegenoten van hem druiven te gaan plukken. In de omgeving van Puéchabon, jawel. Druiven plukken, wijn en pastis drinken, dolle ritten over stoffige veldwegen - remember, Bartolo? - , op zoek naar Slangenarenden en ander moois, afkoelen in de Hérault en 's avonds op het warme en verlaten asfalt urenlang naar de sterren kijken. En naar het lichtje bovenop de Mont Aigoual, waar ik pas jaren later heen zou gaan. Met m'n française deze keer, een hoop illusies armer en een hoop ervaringen en levenswijsheid rijker. Vreemd toch, hoe een leven soms bochten kan maken...
dinsdag 18 mei 2010
Als de nood hoog is...
Vanmiddag werd ik bij een oud dametje gestuurd dat met een verstopte wc zat. 'Ge zijt al de derde technieker die naar mijn wc-pot komt kijken meneer' stak ze van wal. 'Die twee andere hebben me gezegd dat 't een hopeloos geval is want dat het probleem niet IN maar AAN de pot is gelegen' verduidelijkte ze. Ik dus aan de slag met een een tuig dat ze hier 'spaanse bezem' noemen en dat eruit ziet als een op een paal gestoken hippiehoofd waarmee je de vloer kan dweilen. Je kan er ook wc's mee ontstoppen doordat het als een piston in de pot kan worden gestoken. Even hard op en neer roesjen en normaliter verliest zelfs de meest overtuigde drolklonter zijn hechtvermogen. Hier niet dus, het enige dat werd opgezogen was proper water. Geen drol, geen drolletje, zelfs geen wc-papier. Toen ik de waterval in werking zette moest ik echter concluderen dat het water even traag wegliep als ervoor. 'Madam,' zegde ik, 'als ik jouw pot eens goed bekijk kan ik enkel concluderen dat je een andere nodig hebt en dat we de afvoer beter moeten afwerken. Twee rechte hoeken na mekaar kan nooit een snelle afvoer van jeweetwel geven' diagnosticeerde ik. 'Weet ge meneer,' replikeerde het dametje, 'nu is 't een geluk dat ik vaak diarree heb en dat het niet zo erg is dat het allemaal wat traagjes wegloopt. Mocht ik echter dikke harde dingen leggen dan zou je hier elke dag moeten komen.' vervolgde ze haar verhaal. 'Als je ziet wat de mensen tegenwoordig allemaal eten! Dat geeft van die grote dikke drollen weet je, en die oude systemen zijn daar niet op berekend hé, ah ja!' besloot ze haar openbarende reflectie op de hedendaagse consumptiemaatschappij.
'k Kan er niet aan doen, maar ik ben er zeker van dat ik telkens ik nog eens op de pot ga aan dat madammeke ga denken...
'k Kan er niet aan doen, maar ik ben er zeker van dat ik telkens ik nog eens op de pot ga aan dat madammeke ga denken...
maandag 17 mei 2010
Tramontane is back!
Sinds gisterenmiddag is de wind gedraaid. Gedraaid en fors in sterkte toegenomen. Een stevige 6 à 7 beaufort uit het noordwesten, wat wil dat zeggen? Dat de Tramontane back in town is. Deze stevige constante wind blaast traditioneel het water uit de Etang de Thau zodat het waterpeil aan de tegenoverliggende oever, in Mèze en Bouzigues bijvoorbeeld, een stuk lager staat dan normaal. Er zal weer een depressie of lagedrukgebied boven de Golf van Genua liggen die al de lucht uit Zuid-Frankrijk zuigt, wellicht. In het westelijk deel noemt die voorbijrazende lucht 'Tramontane', in het oostelijk deel aka de Rhônevallei 'Mistral'. Sète ligt in het spanningsveld van de tramontane, hier geen mistral dus. Soms is klimatologie zo kinderlijk eenvoudig. Tramontane en Mistral zijn droge winden, ze komen immers vanuit de landzijde. Vanmorgen had ik dus loeiharde tegenwind toen ik naar 't werk fietste, vanavond scheurde ik op m'n sloffen de wagens voorbij. Nog nooit zo rap op café gezeten na 't werk, haha! Onze Tramontane had trouwens vanmorgen nog een zalig neveneffect. Wat zag ik immers toen ik samen met m'n collega langs het water naar 't stad reed? Een dertigtal wespendieven - wespenetende roofvogels - die zich laag over het water een weg noordwaarts vochten! Een onvergetelijk spectakel, echt waar. Vrienden vogelaars, beste Sven, Jan en Bert, we kunnen hieruit drie zaken opmaken. Eén dat wespendieven zich tijdens de lentetrek - de terugkeer uit de Afrikaanse winterkwartieren - ook in groep verplaatsen. Twee dat dat vrij laat gebeurt, half mei nota bene, en drie dat ze bij Tramontane-weer over Sète trekken. En zeggen dat die dieren wellicht de vorige dag (of nacht?) de Middellandse Zee zijn overgestoken. Vogeltrek is en blijft een magisch fenomeen. Pernis apivorusjes, ga maar lekker kindjes maken in Scandinavië en Rusland, we zien elkaar binnen enkele maanden terug tijdens jullie terugkeer. In Frans Baskenland, op de Col d'Organbidesca, daar geven we afspraak...
De prachtige foto van het adulte mannetje is trouwens van de kundige hand van Sylvain Houpert (http://fotooizo.free.fr/html/1242249792_bondree6.html)
Labels:
Etang de Thau,
mistral,
Organbidesca,
Sète,
tramontane,
wespendief
Abonneren op:
Posts (Atom)
