Pagina's

vrijdag 20 augustus 2010

Het noorden dichterbij

Wat kan een mens toch moe zijn. Vrienden over de vloer krijgen is toch niet alles hoor. 'k Ga daar mee ophouden, met rondbazuinen dat we een stek hebben in Zuid-Frankrijk want dat werkt als een dr...aaikolk op allerhande ongedierte. Dat bovendien al je bier opzuipt dat ze jou net kado hebben gedaan.
'Een stek in 't zuiden geeft vrienden voor het leven', zei onze buurman me na onze aankomst hier - jawel, die van de bloemkolen. 'Je zal zien', zei hij, 'gedurende tien maanden hoor je niets van hen, maar eens de mooie dagen eraan komen krijg je plots een telefoontje zo van "he jong, hoe is 't?", dadelijk gevolgd door "zeg we komen de derde week van juli af, tof hé!"'. Gelijk had hij, de bloemkolen-onverdraagzame.
Neen hoor, een stel kameraden in huis is altijd bijzonder plezant. Dat brengt het noorden steeds een stukje dichterbij - ook al komt een van hen uit Milaan - en zeker als ze een tien-ton-wegend stuk vet meebrengen dat voor kaas moet doorgaan. Die Maroilles toch, dé kaas uit Frans-Vlaanderen waarvan het al lang geen publiek geheim meer is dat Célia en ik er de grootste fans van zijn. In plakken gesneden op de bruine boterham en dan gedurende vijf minuten een vulkanisch verwarmde oven in. Die smaak! Daarvoor zou een mens z'n moeder verruilen tegen drie geiten, een kameel en een handvol dadels. En die geur, daar gaat een aan-geurtjes-allergisch-zijnde-buurman steeds weer van steigeren. Vandaar dat pallet geurverfrissers dat gisteren aan z'n winkel werd geleverd. Mijn fout niet dat onze verluchtingsbuizen rechtstreeks in z'n winkel spuien, toch?
De noordse vogels zijn dus sinds vanochtend weer 't huis uit. 'k Zal weer wat meer kunnen slapen want overdag lekkende waterleidingen herstellen, sloten en rolluiken vervangen, oude menskes bedriegen en dat soort dingen, 's nachts telegeleide vliegtuigen bouwen en in 't weekend het wijdse achterland verkennen is toch ook niet duurzaam voor je metabolisme. Soit, we kunnen er weer tegen. Dat die geur nog maar lang in 't huis blijft hangen...

En ma, 't was echt maar om te zeveren hoor. Ben gewoon toe aan een forse dosis redbull - de fransen spreken 't uit als redbull, met de u van 'urgent' en 'urineblaasontstekingsremmer', wellicht het langste woord dat ik reeds heb gebruikt in deze blog. Of nog beter 'urineblaasontstekingsremmerS'. Hoeveel punten levert dat woord je trouwens op bij 't scrabbelen? Soit, 't was echt maar een graptje. Niet nodig dus om dit jaar m'n verjaardag te vergeten...

zaterdag 14 augustus 2010

Feel the force

Wat zijn de dagen reeds kort! Om halfzes 's morgens is 't nog schemering en om negen uur 's avonds gaat de straatverlichting reeds aan. 't Seizoen gaat echt bergafwaarts. 'k Kan nauwelijks geloven dat we over twee maanden reeds een jaar in Frankrijk wonen.
Sète maakt zich intussen op voor St. Louis en de onlosmakelijk verbonden 'joutes' - dat steekspel waar ik het reeds eerder over had. Langs het centrale kanaal worden tribunes opgetrokken, straten worden afgezet met nadar, de kerstverlichting hangt reeds in de straten en overal wapperen vlaggen. Je zou bijna geloven dat de Ronde van Vlaanderen hier gaat passeren. Jammer genoeg is 't enige wat hier volgend weekend rond zal zijn de buik van 'les jouteurs'. Hun leitmotiv is immers het bekend Chinees spreekwoord 'Een vet varken waait moeilijk weg' en dus beperkt hun training zich tot het binnenspelen van zoveel mogelijk calorieën teneinde zo stevig mogelijk op hun poten te staan. Op de keper beschouwd zijn les joutes dus niet meer dan een Sètoise variant van de bekende Hollandse sport om slapende koeien omver te duwen, maar dan met een likje verf meer, een enerverende muzikale omlijsting en een roze strik errond. Ik hou eigenlijk niet van les joutes. Ze zijn nog niet eens begonnen en ik heb er reeds een bloedhekel aan. Ook hun miezerige wapens bevallen me niet, domme houten lansen zonder metalen kop noch weerhaken die je op het houten schild van je tegenstrever moet planten. Een schild waarop bovendien ribbels zijn aangebracht zodat de lans zeker niet in de anatomie van je opponent schuift. Kan je daarmee nu naar de oorlog gaan? Geef mij maar een goedendag. Of een bazooka. Stel je voor dat er op honderd meter een lawaaimaker vanop een houten platformje met een lans en schild naar je staat te zwaaien en te dreigen dat hij je op je bakkes gaat slaan. Ik zou er alvast niet teveel woorden aan vuil maken. Z'n hoofd zou er met de eerste raket reeds worden afgeschoten en vervolgens zou ik samen met m'n geloofsgenoten z'n boot enteren en geen kwartier geven aan de rest van de bemanning. Helaas, helaas, helaas...
Centraal in dit zuiders carnavalgebeuren staan uiteraard de bootgevechten, maar er zijn ook processies, roeiwedstrijden etc. Zwart van 't volk gaat het hier volgend weekend zien. Vier dagen fiësta en de helft van de stad straalbezopen - ik ga alvast forfait geven in de roeiclub want als er iets is waar ik allergisch aan ben dan is 't wel omringd zijn door een dichte mensenmassa. No thanks, 'k zal wel m'n rugzak vullen en 't weekend 'en montagne' doorbrengen of op de Causses. 'k Heb nog geen enkele gier gezien en dat begint zwaar om m'n moraal te wegen. Soit, laten we maar beginnen met er een fijn weekend van te maken en eens wat croissants te gaan halen. Buurman Rémy maakt immers veruit de beste van de stad en iemand die binnenkort papa wordt mag wel een beetje gesponsord worden. Fijn weekend in 't noorden, let the force be with you...

vrijdag 13 augustus 2010

Killing Nemo

Zalig, zo eens twee dagen vakantie en 't weekend net voor de deur. In een week waar je vrienden op logement hebt en andere vrienden uit Vlaanderenland over de vloer krijgt is dat wel 't minste wat een patron je kan geven, ook al is 't dan onbetaald... Nu goed, op de eerste dag van m'n verlofje, gisteren dus, kregen we ook de eerste grote regenbui sinds een maand of twee te verwerken. Jawel Bart, het Middellandse-Zeegebied is opvallend groener dit jaar dan de andere jaren. I KNOW!!! Een prachtige zonsopgang met roze en paarse pastelkleuren over een donderbewolkte hemel vormde gisterochtend kriekelejour het decor van ons (m'n voor een tiental daagjes Milanese compagnon) visuitstapje naar een plezierhaventje langs de kust. Noch de zeebaarzen noch de dorades wouden bijten. Andrea probeerde het met de klassieke 'riviermethode' met dobber en loodjes, ik zoals vanouds met m'n 'actieve jaagmethode' alias 'zult-ge-nu-eindelijk-eens-in-mijn-plastieken-zwemmende-lokviske-bijten-gij-stomme-stinker', maar op alle fronten werd bot gevangen. Nemo wou gewoon niet bijten en dat had wellicht wel met het naderende onweer te maken. Wellicht. Vervolgens veranderden we van stek en posteerden ons naast het centrale kanaal waar de goudbaarzen alias dorades door moeten op hun jaarlijkse migratie van de zee naar de Bassin de Thau. In 't voorjaar en zomer gaat hun trip naar de bassin, waar ze zich voortplanten en hun buikjes rond eten, en eens hun voortplanting erop zit en 't water van de bassin begint af te koelen verlaten ze in groten getale hun zomerkwartier en wringen zich door de flessehals van Sète terug naar zee. Goudbaarzen zijn echter vraatzuchtige dieren die het liefst in zn 'gangs' mossel- en oesterbanken plunderen. Met hun sterke kaakjes kunnen ze enorme ravages aanrichten en 't zal je maar overkomen dat je als schelpdierkweker op een zonnige morgen ontdekt dat je investering in de buik van een school dorades is verdwenen. Soit, niet alleen de trek van de dorades is spektaculair, ook de jaarlijkse visvangst erop maar weet je wat? Dat verhaal hou ik nog even achter de hand want anders weet ik in september niet meer wat kribbelen. Feit is dat ook langs de flessehals - die zich net naast Célia's onderzoeksstation bevindt - niets te vangen viel, ook al waren we beiden van vangstmethode veranderd want dorades vang je met de 'ik-smijt-mijn-lood-zo-ver-mogelijk-in-'t kanaal-en-wacht-domweg-tot-een-vis-er-met-m'n-bibi-vandoor-probeert-te-gaan-techniek'. Kale reis gisterochtend, dus.
En toch hebben we vis gegeten. Twee kilo gefrituurde anjsoviskes. Voor vier euro. En dat is ironisch genoeg de prijs van een doosje wormkes...

donderdag 5 augustus 2010

L'été pédé

De zomer lijkt voorbij, hier. Ook al beweert iedereen het tegendeel en zegt men me honderd keer per dag dat ik moet ophouden met zeveren, ik zeg dat de zomer hier definitief verleden tijd is en ik zeg het nog een keer want het IS gewoon zo. De zomer van 2010 in Zuid-Frankrijk was bijzonder kort en nauwelijks hevig. Het was een zomer voor woessies die wellicht in de annalen zal verdwijnen als 'l'été pédé'. Lach maar, daar in 't noorden. Jullie hebben lekker zitten, kruipen en liggen braden maar terwijl in Flanders' Fields de barbeque geen dag is uitgedoofd zit ik hier nog steeds op de eerste honderd hitteslachtoffers te wachten. Dat blijft maar leven hier. 't Zal dus niet voor dit jaar zijn. En ik die in januari het koud zweet zich reeds door m'n poriën voelde persen en uren in de mistral naar 't angstzweet stonk wanneer ik nog maar aan de zogenaamde dodelijke zomermaanden dàcht - 'loop maar in uw hemd rond manneke, in juli gaat ge om uw moeder roepen' - awel, diep teleurgesteld ben ik. De dagen worden merkbaar korter, het ochtendlicht wordt warmer, de spreeuwen beginnen formaties te vormen, de boerenzwaluwen zijn stilaan volleerd en de druiven beginnen te rijpen, ik zeg dat de zomer voorbij is. Tuurlijk staan ons nog warme dagen te wachten, zou er nog aan mankeren ook, maar 't ergste zouden we gehad moeten hebben.
Gisteren ontmoette ik een koppel rugzaktoeristjes - een aangenaam lichtpunt tussen al die bruingebakken en melanoomgeabonneerde strandvreters die het verkeer hier doen dichtslibben. 'k Ben er zeker van dat ze nog niet eens wisten waar en hoe ze de nacht gingen doorbrengen. Op het strand, op een bank in 't park, op een verlaten vissersboot of op de dorpel van een grootwarenhuis - net zoals ik jaren terug. Nostalgische herinneringen aan de tijd van toen gecombineerd met het korten van de dagen zijn dé ingrediënten om een Bart Goemaere naar de Pyreneeën de doen verlangen, de trekvogels achterna. Ik wil naar Organbidesca. Ik wil roofvogels observeren en hen stil een laatste groet toewensen vooraleer ze de grens met Spanje oversteken tijdens hun verre reis zuidwaarts. Sète-Organby is een luttele vier uurtjes rijden. Vijf jaar is het reeds geleden dat ik er nog ben geweest. Vijf jaar van afzien en tandenknarsen in september. Mannekes, het begint heel hevig te kriebelen...

woensdag 4 augustus 2010

Inglorious Bastard

Soms wil ik een smeerlapke zijn. Dan vervang ik de speciale silicone om scharnieren te smeren door snel-uithardende lijm - je moest het gezicht van m'n collega gezien hebben toen de deur na elke open-en-toe-test muur- en muurvaster kwam te zitten, dan giet ik motorolie bij de benzine voor de grasmaaier - en roken dat dat doet, dan plas ik in de push-push waarmee we doorgaans onze handen wassen - zelden zo hard horen vloeken, dan monteer ik de decoupeerzaag van onze schrijnwerker achterstevoor, rij ik bewust in grote plassen wanneer ik een voetganger passeer, gooi ik al rijdend druiventrossen in kinderzwembadjes, verstop ik een verse goudbaars in de dienstwagen van onze ververs - stinken, stinken!, en giet ik rood pigment bij hun ruitensproeistof. Soms ben ik een creatief maar onmiskenbaar smeerlapke. Om dan plots wakker te worden. Of was 't toch geen droom?

maandag 26 juli 2010

Joedonoo

Reeds twee weken niet meer geblogd zie ik, oeps! Komt ervan als je collega met vakantie is en je dus dubbele shiften kan kloppen om 't werk gedaan te krijgen. Soit, dat extraatje op 't eind van de maand is mooi meegenomen. Minder tijd om te bloggen dus, sorrykes! Voor de rest weinig nieuws onder de zuiderzon. 't Is hier net zoals in 't noorden warm en gelukkig brengt een stevige noorderwind de laatste dagen wat aangename verfrissing. De dertien spiksplinternieuwe windmolens in de Montagne de la Moure staal pal noord gekeerd en zo zie ik ze het liefst.
't Wemelt hier sinds een week of twee trouwens van de Vlamingen. Je hoort opvallend veel Westvlaams in de straten - of misschien is deze soort gewoon wat praatzieker dan haar soortgenoten uit de andere provincies - en het krioelt hier van Belgische nummerplaten. 't Is wachten op het moment dat er zo eentje eens heel erg de aap uithangt om hem of haar eens lekker in zijn of haar taal zijn of haar vet te kunnen geven. Waar een mens al niet naar uitkijkt. 'k Weet niet hoe 't in Vlaanderen zit maar hier is de graanoogst reeds binnen en zijn de akkers reeds geploegd, wat prachtige taferelen oplevert van tientallen Zwarte Wouwen die op de versgeploegde akkers op zoek gaan naar wormen, insecten en muizen. Prachtig!
Nog een Vlaamse noot om deze fragmentatieblog positief af te sluiten. Wisten jullie dat onze eigenste Milow razend populair is in Frankrijk? Daar Nostalgie hier niet te krijgen is - tenzij je echt de lokale oersmeuïge en van het Franse chançonkwijl druipende versie wilt - ben ik immers genoodzaakt om m'n telefoon alias radio hier op Franse zenders af te stemmen. Awel, op de meest populaire pop-rock-zenders wordt Milow zeer frekwent in de ether gesmeten, én door de modale Franse werkmensch nog meegezongen ook. Joedonoo, joedonoo, joedonoo, joedono anythin' 'boumie, is dan ook wonderwel wellicht een van de meest beklijvende werkdeuntjes aller tijden. Populairder dan Johnny Hallyday, zelfs. Al zal dit wellicht niemand verbazen...

zaterdag 10 juli 2010

Summer in the Sèty

't Is vreemd, in Sète wonen. Als je'r woont en er je boterham - of 'tielle' (een lokale specialiteit die eruit ziet als een rijsttaartje en bestaat uit een hoopje vermalen inktvissen, tomaten en tuinkruiden met een samengevouwen dun stuk brooddeeg errond - heel heel lekker, trouwens) - verdient (ja 'k weet het t'is soms moeilijk lezen met al die gedachtenstreepjes en haakjes maar na drie keer lezen - of herlezen, dus - heb je de zinsconstructie wel beet) rijg je de dagen aan een recordtempo aan elkaar en voor je 't goed en wel beseft is er weer een maand voorbij. Daarnaast, in dezelfde stad, krioelt het van toeristen die de stad en omgeving op hun manier ervaren en beleven. Heel vreemd soms, die dualiteit. Je stapt uit je bestelwagen, botst tegen een koppel nederlanders dat naar de prijzen in een etalage zit te zoeken, duikt je koffer in om er je gereedschap uit te halen en moet vervolgens een kwartier wurmen om je door de massa een weg te banen naar de plaats des onheils aka de plek waar je aan de slag kan. Aan de ene kant de gestresseerde werkmens, aan de andere een gedecontracteerde aardbewoner die gewoon niets beters te doen heeft dan je voor de voeten lopen en zoeken naar een plek waar hij z'n zuurverdiende centen kan uitgeven, en aan de derde kant een stad die er alles aan doet om die centen binnen te slokken en die alles uit de kast haalt om dit fiscaal debiet te verhogen: via lokale specialiteiten, evenementen, attracties etc.: zomer in 't zuiden is big business. Van mei tot september moet de middenstand z'n jaar maken, geen sinecure in een streek die het grotendeels van het toerisme moet hebben. Gelukkig willen de mensen willen entertained worden en Sète doet er alles aan om te maken dat ze in de consumtiemaalstroom van haar buik blijven en vooral geen goesting krijgen om hun honger naar entertainment elders te gaan stillen. Sète in de zomer is eten, drinken en water. Eten en drinken kan in de lokale horeca - in sommige etablissementen kan je trouwens heel heel lekker je voetjes onder tafel schuiven - en via boottochtjes kan je de étang aan den lijve ondervinden, je kan bootjes en jetski's huren en voor wie dat allemaal veel te actief is is er plezier (nou ja) voor het oog. Zo zijn er 'les joutes', de lokale variant van wat wij Middeleeuwse steekspelen zouden noemen. Niet met paarden hier, uiteraard, maar met roeiboten. 't spel bestaat erin dat je je tegenspeler met een houten lans het water in duwt. Je paard bestaat uit een roeiboot waarin een dozijn roeiers voor de juiste snelheid zorgt en twee muzikanten (een trommelaar en een soort slangbezweerder, maar dan dan zonder slang noch bezwering) het adrenalineniveau op peil houden. Parallellen met oude krijgersgebruiken zijn legio. De toeristen vinden het geweldig als de minst gelukkige van op z'n platform het water in dondert. Soms vallen ze alletwee in 't water. En plezant dat dat is... Soit, het houdt de mensen zoet en de commercie vaart er wel bij. Nog meer lust voor het oog vormen de schaarsgeklede schoonheden die zich gracieus door het straatbeeld bewegen. Eigenlijk wou ik schrijven: de boten die van heinde en minder heinde de haven van Sète als tussendoortje op hun programma hebben staan. Zo zagen we hier reeds de 'Vinland' een trouwe replica van een Noorse drakkar - die trouwens een dag na z'n vertek kapseisde en zonk, de 'Banque Populaire II' - de grootste wedstrijdtrimaran ter wereld, en twee weken terug nog een immens cruiseschip. Je kan niet zeggen dat er hier niets te beleven valt, maar los van die drukte mag je mij gerust m'n halfuurtje lopen op de kustpromenade geven. Ruim voor turistus ordinarus van z'n ontbijttafel opstaat...

donderdag 1 juli 2010

Magnificent

Soms kan 't leven gewoon echt de moeite zijn. Negen uur nonstop gewerkt, nadien een Leffe'tje met de collega's in onze atelier - of hoe een bende Sudisten hun nieuwe Vlaamse collega met open armen heeft ontvangen, zometeen Célia gaan oppikken en regelrecht naar 't strand wat zeewater gaan laten opspatten. Zalig!

dinsdag 29 juni 2010

Gloupser

Vijfendertig graden wees de thermometer vanmiddag in de wagen aan. En amper vijf graadjes minder was het in het appartement waar een plafond moest worden vervalst - multiservice weetjewel. Om deze taak tot een goed einde te brengen moesten trouwens eerst de gloednieuwe draagbalken worden gesaboteerd, van het werkwoord 'saboteren' - een 'sabot' is immers een zadel en naast de paarden- en alpinistenwereld wordt de term ook gebruikt in de naamgeving van metalen draagsteuntjes voor het bevestigen van houten balken aan vanalles en nogwat. Saboteren, dus.
Weet je, de Fransen zijn sterk in het uitvinden van nieuwe werkwoorden, een gewoonte die ik me trouwens heel snel eigen heb gemaakt. Vorige week vond ik bijvoorbeeld het werkwoord 'titaniciseren' uit, toen een vissersboot met iets te hoge snelheid op onze roeiboot afstormde. What shall we do with the drunken sailor? Best impressionnant, op een haar na getitaniciseerd worden. Ook een heel mooi werkwoord vind ik 'gloupser' oftewel 'gloepseren', wat staat voor de handeling die een wolk uitvoert wanneer een groep roofvogels erin verdwijnt 'glups' na tot zeer grote hoogte te zijn gestegen. Gloepseren is een heel courante doch endemische term in het ornithologenmilieu op de col (een zadel of bergpas, dus) Organbidesca in het Franse Baskenland. Elders heb ik de term nog nooit opgevangen, wat jammer is want je kan het werkwoord voor een waaier van activiteiten gebruiken. Zo gloepseert onze kater regelmatig dikke brommende vliegen en er is enkele jaren terug in Zaventem een vliegtuig van de startbaan gedonderd nadat een torenvalk door een straalmotor was gegloepseerd.
Soit, 'k denk dat 't tijd is om m'n hangmat te gaan opzoeken want 'k weet niet goed meer waar ik in 't begin van m'n blog eigenlijk heen wou. Slaap ze...

donderdag 24 juni 2010

En als we vanavond eens naar 't strand gingen?

Na een lange periode van echt onzuiders weer - temperaturen van rond de twintig graden of minder, veel wind, wolkbreuken, overstromingen, drijvende wagens en dat soort dingen - lijkt de zomer nu toch eindelijk van start gegaan. 't Is bakken vandaag, de tramontane is gaan liggen en de mortel 'prise rapide' is al hard voor je'm goed en wel hebt platgestreken... M'n collega's zijn aan 't eten, roken of siësten en ik heb van de occasie gebruik gemaakt om even de pc van 't hoofdkwartier te confiskeren. Zicht op de etang, een zeilbootje dat tergend traag passeert, Scubidoo - ze dog of ze boss - aan m'n voeten en 't buikje gevuld, er zijn ergere manieren om je boterham te verdienen. Vanavond gaan we zeker naar 't strand, 'k heb immers een paar boemerangs te testen en 's avonds zijn de stranden turistus-ordinarus-vrij. Waar is de tijd dat we nog naar brussel moesten om wat voer in de trog te krijgen... Héél ver achter me, gelukkig maar!