Pagina's

woensdag 10 november 2010

Man At Work

Verhuizen naar Frankrijk is wellicht een van de meest radicale dingen die ik ooit heb gedaan. Naast m'n voorraad zelfgemaakt buskruit over tientallen confituurpotten te verdelen en in m'n vaders garage te verbergen - hoezo pa, heb ik je dat nooit verteld? oeps!, geografie te gaan studeren, hartje winter een kleine week in de Ardennen op survival te gaan, een relatie te beginnen met een Roosdaalse, alle stelen van m'n ex-schoonvader te breken, een molen te kopen, een relatie te starten met een Française en aan de band in de nachtploeg van een valiezenfabriek - zo van die heel stevige en heel dure, ze hebben hun hoofdkwartier in Oudenaarde - te gaan werken. Arme ouders, die van mij...
Zonder daarvoor in melancholische en al te persoonlijke zever te moeten vervallen ben ik eigenlijk tenslotte een kleine kopie van m'n vader geworden - een man van veel te weinig woorden met handen van goud. Zeg je metsen dan metst hij dat, zeg je lassen dan krijg je de fijnste 'soudures' die er bestaan, zeg je loodgieterij dan herstelt hij dat, zeg je 'elentriek' dan regelt hij dat, en zeg je schrijnwerkerij dan zaagt hij dat properkes op maat. 'k Heb eigenlijk een enorme bocht gemaakt in m'n leven om practisch op hetzelfde punt als hem te belanden en ja, volgens Freud leid ik wellicht aan een of ander jeugdsyndroom dat m'n onderbewustzijn ertoe dwingt aan het geïdealiseerd beeld te voldoen dat ik altijd van m'n vader heb gehad, maar soit daar gaat heb ik het nu niet over. Waar ik het wel over heb is dat ik eigenlijk voor de eerste keer in m'n leven - eigenlijk de tweede want leraar spelen in avondonderwijs was ook best de moeite - een beroep heb dat me bevalt, ook al ben ik daarvoor een slordige duizend kilometer zuidwaarts moeten gaan en wat meer is, ik combineer hier m'n vier grote liefdes: Célia, geologie, ornitolgie en bricologie. Célia is nogal evident, geologie ook met Pyreneeën, Centraal Massief en Alpen vlakbij - als je wil zal ik 't nog wel eens uitleggen, 't begon allemaal met Pangea weet je -, ornitologie is dagelijkse kost - in Vlaanderen nam ik nooit m'n verrekijker mee naar 't werk, hier heb ik hem altijd bij de hand en m'n collega's verschieten zelfs niet meer als ik plots m'n truweel of boormachine laat vallen en m'n kijkding neem om een passerend PZB (un petit zozio brun) te bewonderen - en met bricoleren tenslotte verdien ik m'n dagelijks brood - een lekker terre-à-terre-beroep waar je aan 't eind van de dag tenminste met voldoening achterom kan kijken. Blijgezind naar 't werk, blijgezind weer terug naar huis. Ze betalen me hier om plezante dingen te doen en de Mc Guyver uit te hangen. En oude menskes te pluimen. Goe bezig! ;-)

zaterdag 6 november 2010

Spreeuwenspek voor de valkenbek

Vanavond weer ontzettend genoten van ons dagelijks Spreeuwenspectakel. Zoals steeds net na zonsondergang. Ik begin te denken dat er echt wel een Hoger Doel zit achter de capriolen van de Spreeuwenbal. Zonder me zelfs nog maar in de materie verdiept te hebben denk ik dat het spectakel ondermeer dient om andere Spreeuwen te lokken om nog talrijker de nacht in te gaan. Het gedoe moet immers van zeer ver zichtbaar zijn, en zeker voor zo'n pienter oogje als dat van onze Sturnus vulgaris. Van heinde en verre kwamen groepjes van 10, 20, 50, 100 of meer stuks aangevlogen die prompt in de massa verdwenen en de reeds volumineuze wentelbal alleen maar nog meer aandikten. Spreeuwen lokken Spreeuwen.
En Slechtvalken, net als gisteren. Falco peregrinus kwam, zag en viel aan. Explosief. De enorme bal trok zich in een flits, als een getormenteerde sluitspier, samen, verhoogde z'n snelheid en veranderde van richting, net zoals sardienen doen wanneer er een dolfijn verschijnt. Of een hoop Amerikanen als zich een vliegtuig in een wolkenkrabber boort. De valk dook als een torpedo in de massa en kwam een tel later voorbijgefladderd met z'n avondmaal. Spijt me voor de miserabele kwaliteit van de foto, wees echter blij dat je tenminste iets hebt want wij zagen het in real shocking life. Wat kan gruwel toch prachtig zijn en weet je, ik ken er een die momenteel heel lekker zit te smikkelen...



vrijdag 5 november 2010

Buitengewoon...


Sinds een week of twee worden we elke avond vergast op een nooit gezien spectakel: duizenden Spreeuwen die zich verzamelen boven hun favoriete slaapplaats - dit jaar een stel platanen op de Avenue de Verdun in Sète. Gesynchroniseerd luchtballet, als vliegende sardienen, wentelend, draaiend, splitsend en zich weer samenvoegend, een koe, twee uilen, een ster, een string, een makita-klopboormachine, een boemerang, whatever. Waanzinnig mooi, verbijsterend, gracieus, prachtig, adembenemend, putain de merde. Woorden schieten echt te kort. Geniet gewoon van de foto's, om kippevel van te krijgen. En als klap op de vuurpijl, net na het landen van de laatste Spreeuw, net te laat, foto net mislukt, een Slechtvalk. Dankjewel moedertje natuur, merci...










donderdag 4 november 2010

Reeds een jaar...

Niet te geloven dat we reeds een jaar in 't zuiden wonen. Bijna dag op dag een jaar terug trokken we met een volgeladen wagen - vijf katten, drie cavia's en wij - én een camion - de rest - zuidwaarts. Toen we vertrokken, 's morgens in de vroegte in Horebeke, vroor het op een graad na. Toen we 's avonds aankwamen wees de termometer 20 graden aan. Ironisch genoeg is dat sinds gisteren niet anders. Vanmiddag was 't hier nota bene 26 graden. Zes-en-twintig! En terwijl ik dit zit te rammelen doet ons Kleo alle moeite van de wereld zich op m'n schoot te nestelen. Dat zachte ding was een jaartje terug ocharme niet groter dan een hand en amper drie manen jong. Inmiddels is 't een pront katinneke geworden met de nodige dosis streken dat ons hopelijk een twintigtal jaartjes op onze levensweg zal vergezellen. Kleo verdomme doe je best het zo lang uit te houden meiske, 'k zou graag nog m'n vijfenvijftigste verjaardag met jou vieren, ook al betekent dit dat ik de komende twintig jaar elke morgen je speelmuis minstens tien keer de trap op zal moeten smijten om je tevreden te stellen...
Zesentwintig graden dus, 'k had het gisteren voorspeld. Een hogedrukgebiedje heeft zich immers pal boven onze kop genesteld en zal het er nog een dag of twee uithouden, als je het KNMI mag geloven. Zondag tekenen ze echter een lagedrukgebied in de buurt en ik neem er Heineken op in dat vanaf die dag weer enkele daken zullen sneuwelen en het dwaasheid zal zijn een rok te dragen. Tramontane! 'k Zou hier heel graag een zuiders krachtwoord aan toevoegen maar daar dit wellicht geen meerwaarde aan dit schrijfsel geeft zal 'k het maar achterwege laten. In de zuidfranse bouwsector werken verhoogt nu eenmaal je vocabularium. 'k Had een jaar geleden nooit gedacht dat ik bepaalde gepimenteerde frasen een jaar later als courant from 9 to 5 zou gaan gebruiken. Rare jongens die fransozen. Al mag je ook ons lokale Zuidbrabantse dialect niet onderschatten. Een van de mooiste uitdrukkingen vind ik bijvoorbeeld 'dat zal tegen uw kl... sneeuwen motje!'. Prachtig vind ik dat, maar dat geheel terzijde. Wat dit betekent? Eveneens totaal terzijde uiteraard. Wel, als iemand je zegt dat het tegen je ... zal sneeuwen dan bedoelt hij of zij dat je plan niet zal doorgaan. 'Het zal tegen je ... sneeuwen dat je die oude legertank over de autostrade zomaar van Duitsland naar hier zal kunnen rijden!', om zomaar iets te noemen.
Dat jaar is gewoon voorbijgevlogen. Nooit gedacht dat ik 't hier temidden van les Sètois zo lang zou uithouden. 'k Weet echter nu reeds dat - mochten we ooit opnieuw verhuizen - het me zwaar zal vallen. De nabijheid van de zee verruimt je geest, 't is als een afvoerputje voor latente stress en de aanwezigheid van Centraal Massief, Causses en Pyreneëen geeft goesting. Elke dag weer. Op heldere dagen zie je de besneeuwde toppen van de Canigou en de rest van de Pyreneëen in de verte en ook al zit je op een slordige 200 km ervandaan, toch geeft het een goed gevoel te weten dat ze'r zijn. De heldere hemels, prachtig verkleurde wijnvelden, massa's vogels op trek, enkele bijzondere fijne mensen, een leuke job en een hoop extra tijd daar 't reeds lang geleden is dat ik drie uur per dag kwijtspeelde in de dagelijkse rush naar Brussel - spek naar onze bek hier, zeker weten. Soit, we gaan er gauw nog een trappistje op drinken op 't terras, nu het nog warm is...

vrijdag 29 oktober 2010

Grus grus


Zonet trokken er twee machtige formaties 'Grues cendrées' aka Kraanvogels over onze atelier om over de Bassin de Thau richting Agde richting Pyreneëen mooi de kustlijn volgend richting Spanje of Noord-Afrika te verdwijnen. Lichte oostenwind in de rug en trekken maar. MAAAAACHTIG!!! Een kleine vijfhonderd vogels trompetterend op weg naar hun winterkwartieren. Alweer zo'n kippevelmoment. En zeggen dat ik ooit m'n middagpauzes in een grijs buroke in hartje Brussel doorbracht, turend naar een armtierig stukje blauw boven een al even grijze binnenkoer van een nog grijzer Ferrarisgebouw. Working class hero zijn is bijlange zo slecht nog niet...

credit foto: Olivier Ffrench - www.offrench.net

maandag 25 oktober 2010

Blowing in the wind

Sinds vanmorgen staat er een snoeiharde Tramontane, een superbries uit het west-noordwesten die steevast gekoppeld is aan een lagedrukgebied (of cycloon) boven de Golf van Genua. In de vallei van de Rhône staat dit fenomeen bekend als Mistral. Dit lagedrukgebied zuigt in feite lucht naar zich toe en vermits die lucht zich ten westen ervan tussen twee bergketens (Pyreneëen en Centraal Massief) moet persen en in het noorden eveneens (Centraal Massief en Alpen) treedt er in de vlakkere zones die hen scheiden een supersterk flessehalseffect op. Luchtmassa's persen zich tussen de bergen door en je krijgt een levensgrote windtunnel. De locals vinden deze wind 'penible' omdat hij onafgebroken tegen alles en iedereen aan beukt en ze'r stijve koppijn van krijgen. Toegegeven, met windstoten tot 120 km/u is 't soms echt moeilijk op de been blijven en die gyprocplaat die ik vanmorgen goedbedoeld uit de camion haalde bevindt zich momenteel wellicht reeds in Vaticaanstad. Trouwens, dit brengt me op een idee. 'k Ga gauw wat molotovcocktails van plastic vleugels voorzien. Zo kan ik straks gratis en voor niks 't Vaticaan bombarderen. Eat your heart out, Ratsy!


De cycloon boven de Golf van Genua veroorzaakte trouwens ook de eerste grote sneeuwval van dit najaar in de Alpen (www.eumetsat.int). 'k Wacht vol spanning op de eerste beurt voor de Mont Aigoual, m'n sneeuwraketten jeuken!

zaterdag 23 oktober 2010

Rien à foutre

Ook hier is 't intussen najaar. 's Ochtends is het reeds behoorlijk friskes - uiteraard niet fris genoeg om me ervan te weerhouden nog steeds in short te gaan werken - en blijft het elke dag een beetje langer donker. Het merendeel van 'les sètois' gaat reeds gehuld in dikke winterkledij en sommigen steken zelfs paletten in brand om de kilte uit hun botten te jagen. Die fransosen toch. Dat werkt dan ocharme amper 35 uur per week en dat leeft hoe langer hoe langer, en toch willen ze per sé op 62 jaar met pensioen. Of nog vroeger als je sommigen mag geloven.
De grote stakingsgekte gaat gelukkig aan Sète voorbij, wat benzineschaarste en zich opstapelend huisvuil in de straten uitgezonderd. Dat laatste is echter een typisch sètisch gegeven. Les sètois hebben immers italiaans bloed in hun aderen en dat merk je op alle fronten. Zelfs de rest van Frankrijk is het hiermee eens. Dikwijls vraagt men me 'zijt ge 't hier al een beetje gewoon?'. 'Wel,' zeg ik dan, 'Sète op zich is best te doen, alleen jammer dat er sètois wonen.' Het strafste is dat er tot nu toe niemand is geweest die in discussie wou gaan, sètois én niet-sètois. Het zijn onvermoeibare drukmakers die bij 't minste kanonschot in een muizegaatje kruipen en die zich niets aantrekken van wat er om hen heen gebeurt. Die eilandmentaliteit - Sète IS een eiland dat slechts met een tauwtje aan Frankrijk bengelt - zit er echt ingebakken. Parkeer ik me zoals een konijn dan is dat zo. Lekt er benzine uit m'n boot dan is dat zo. Schijt mijn hond voor jouw deur dan is dat vanaf nu jouw probleem. Vergeet ik bij een nieuwbouwproject her en der een bad aan de afvoerleidingen te koppelen waardoor na de eerste ingebruikname tientallen emmers water de villa intsoenamiseert dan is dat ook zo, 'rien à foutre'. Geen wonder dus dat het huisvuil zich begint op te stapelen in de straten, je waant je in sommige wijken in hartje Napels.
Ook ten huize van Casa Felina alias het kattenkot begint koning winter z'n intrede te doen. 'k Heb vorige week voor de eerste keer spruitjes in trappist met puree met witte en zwarte pensen en nog meer trappist gemaakt, hét startsein van een maand of vier lekkere koolgeur in de buurt en een lang bakkes van meneer-de-bodybuilder-buur die deze aroma's als een gek uit z'n winkel probeert te jagen. Wacht maar tot ik m'n eerste gratin met look uit de oven ga halen. Best mogelijk dat z'n winkel de lucht in vliegt. Rien à foutre.

zondag 17 oktober 2010

Holy Ground

Gisteren wandelden we op heilige grond. We bevonden ons slechts op een uurtje rijden hiervandaan in de Gorges de la Jonte, een zijtak van de Gorges du Tarn op een tankscheut van Millau - het stadje met z'n viaduct weetjewel.
Op deze plaats begon het vele jaren terug allemaal. Op de plaats waar immers dertig jaar ervoor de laatste Vale gier van de streek werd neergeschoten besloten enkele vrijwilligers in de jaren '70 deze vogel terug in te voeren. Eeuwenlang had men de gieren vergiftigd, in de val gelokt, uitgehongerd en neergeschoten, maar in het zog van de mondiale mentaliteitsverandering van die tijd begonnen enkele vrijwilligers een van de meest succesvolle herintroductieprojecten ooit.
Het begon echter met een valse start. Uit de Pyreneëen werden enkele jonge dieren geplukt en ter plaatse losgelaten. Eentje werd geschoten, eentje verongelukte, twee gingen ervandoor en twee verdwenen spoorloos. Gieren zijn immers bijzonder honkvast en een dier dat op plaats A wordt geboren blijft z'n hele leven in de buurt van plaats A. De giervrienden begrepen dat ze 't veel grootser moesten aanpakken wilde hun project kans op slagen hebben. Dus bouwden ze ter plaatse enkele immense volières en bevolkten deze met een 200-tal gieren afkomstig uit gevangenschap, waaronder blijkbaar twee exemplaren uit de de Zoo van Antwerpen. Tegelijkertijd gingen ze alle mogelijke betrokken partijen bewerken en opwarmen, zonder steun van de lokale bevolking red je 't immers niet.
De jongen die uit het project voortkwamen werden in het begin van de jaren '80 vrijgelaten en het duurde niet lang vooraleer de eerste giertjes in de vrije natuur uit hun ei kropen, het begin van vele generaties. Vandaag telt de Vale gierenpopulatie in de regio van Gorges en Causses zo'n 850 stuks. Niet alleen de Vale gier werd geïntroduceerd, ook Monniksgier en Aasgier kregen hun plaatsje terug.
Wat een hoop gedreven vrijwilligers niet bereiken kan. Er moet indertijd een immense hoop werk zijn verzet: bricoleren, observeren, sensibiliseren etc., enkelen hebben hun leven gespendeerd aan het opnieuw invoeren van deze majestueuze vogels. Vandaag zijn er in deze streek geen abattoirs meer. Veetelers laten hun kadavers ophalen door de giervrienden en deze worden op een vijftigtal voederplaatsen gedeponeerd. Sommige zijn zelfs voorzien van camera's. De dieren zijn een toeristische attractie op zich geworden, ver van de gekte in de Gorges du Tarn...
Nabij de plaats waar het allemaal begon bevindt zich het 'Belvédère des Vautours', een interactief museum ingebouwd in de kalksteen en opgedragen aan de gieren van de streek. Echt een aanrader en zeker een spot die we volgende lente opnieuw gaan bezoeken...

Credit foto: www.ruchet.com

vrijdag 15 oktober 2010

Iedereen Avatar

Ik ben blij dat de mensen m'n gedachten niet kunnen lezen. Toch lees ik vaak doodsangst in hun ogen en ruik ik de vrees voor het Laatste Uur, verlamde spieren, koud zweet in hun lichaamsholten en urine in hun schoenen. Ik zeg nu eenmaal meestal wat ik denk en dat is binnen een hypocriete maatschappij eerder ongewoon.
Neem nu overheidsinstanties. In Vlaanderen of in Frankrijk maakt niet uit, ze blijven een noodzakelijk kwaad dat ons verplicht aan een hoop rotzooi te voldoen om de rest van 't jaar gerust gelaten te worden. Mensen hebben nood aan stabiliteit en als een of ander voorschrift stipuleert dat je dat en dat en dat en zeker niet te vergeten dat nodig hebt om dàt te kunnen bereiken, dan kan je je daar als onnozele burger beter naar schikken en zeker geen vragen stellen want daar krijg je toch maar een maagzweer van, zaadcellen zonder turbo en hoofhaar zonder pigment.
Soit, dit alles gewoon maar om te zeggen dat ik vanmorgen weeral eens goesting had om iemand te vermoorden. Zomaar iemand, of het nu die postros was die me zei dat ik de volmacht van Célia, nodig om een aangetekende brief op te halen die op haar naam was toegekomen, niet zelf kon schrijven laat staan ondertekenen, goed wetende dat we onder 't zelfde dak wonen, of dat mutualiteitswijf dat me vertelde dat ik alle dossierstukken die ik maanden terug had ingediend om hier een ziekteverzekering te bekomen (wat uiteindelijk niet kon daar je daarvoor minimum drie maand gewerkt moet hebben) opnieuw moest indienen want dat zij niet de gewoonte hadden om dat soort zaken te bewaren (gelukkig heb ik kopies), of die belastingentrut die me orakelde dat ik nog dat en dat en dat moest binnenbrengen om een formulier te krijgen dat ik later zou nodig hebben bij m'n aanvraag voor een franse nummerplaat, dat maakte uiteindelijk niet zoveel uit. Ik wou ze gewoon alledrie vernietigen, of ten minste een van de drie. Omdat dit in het normale leven niet kan zonder twee jaar celstraf aan je been - vroeger was dat denk ik een stuk meer - vind ik dat iedereen z'n avatar moet hebben. De mijne zou als pseudo het originele en bijzonder grappige 'Natural Born Killer' krijgen. Natural Born Killer zou de postros verzenden met haar eigen werkgever. In tien verschillende postpakjes, uiteraard. Het mutualiteitswijf zou hij besmetten met de groene eendenstuitkoorts - een ziekte die je geselt met gekleurde en branderige genitaliën - en de belastingentrut zou worden gebrandmerkt met haar eigen stempels en vervolgens in pek en veren worden gezet. De dame die echter superbehulpzaam was tijdens de technische controle van onze wagen - die trouwens positief was, wat er niet meer aan mankeerde want het vehikel was reeds tweemaal dit jaar in België gecontrolleerd: eenmaal deze zomer tijdens de reguliere controle van de vorige eigenaar en nog een keer net voor de verkoop om er in België mee te mogen rondrijden - zou ik confisceren als persoonlijke slavin.
Alleen al erover spreken bezorgt me een zeker gevoel van opluchting.
Zomaar een voormiddag in Sète. Enkel nog een paar ditjes regelen en datjes kopiëren en we kunnen er weer een jaar tegen. Misschien zelfs langer.

woensdag 6 oktober 2010

10466


Tienduizend vierhonderd zesenzestig. Zoveel boerenzwaluwen passeerden vorige zondag de trektelpost van Gruissan nabij het Zuid-Franse Narbonne. Een enorm cijfer, en dat slechts op vier uur tijd wat maakt dat het reëele dagcijfer wellicht nog een stuk hoger lag. Dit getal verbaast me trouwens geen knijt want dit weekend was 't spectaculair vogels kijken in 't zuiden van Frankrijk.
Ons vogelkijken van vorige zondag vond eigenlijk z'n oorsprong enkele weken terug toen ik terugkeerde uit Organby. 'k Was immers nog geen twee uurtjes onderweg melancholisch John Denver-zingend aan 't terugsporen toen de motor van onze goeie ouwe Mazda plots aan 't roken sloeg en dat net in een zone zonder pechstrook... Doorrijden dus, wat verder rokend aan de kant, fluovest aan, op de motor plassen, nog meer rook, verzekering bellen, pechdienst etc. en een lange cinema later bleek dat door een lek in de koelvloeistofleiding de 'joint-de-culas' naar de knikkers was en de wagen tot nader order in een lokale garage z'n lot moest afwachten. Soit, 't komt erop neer dat we inmiddels een andere wagen hebben, of toch bijna, en we vorig weekend doodleuk 300km terug naar Tarbes zijn gekoerst om de oude wagen leeg te maken en onze nummerplaten te recupereren.
Op zich geen schokkend nieuws uiteraard en geen aanleiding tot het omverwerpen van de regering en het installeren van een macrobiotisch homosexueel overgangsregime, of het overvallen van een kruidenierswinkel om maar iets te noemen. Tarbes ligt echter net ten noorden van Lourdes en dit laatste gekkenoord is de poort van de centrale Pyreneeën. Geen wonder dus dat we wat langer zijn blijven plakken dan nodig en we van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om wat te vogelen en geografieën. Beiden zijn vanaf nu geldige werkwoorden. Ik geografie, jij geografiet enzoverder. Betekenis: de omgeving verkennen met oog voor biotiek en abiotiek. Voor fauna, flora en de vier elementen dus. En lokale streekbieren, als 't even kan. Het kon echter even niet want verder dan 'Amstel' en 'Känterbrau' komen ze niet in dit rotland. Sinds wanneer zijn dit trouwens 'bier'-soorten?
Aan vogels was er echter geen gebrek. Toen we zondagochtend in Gavarnie - met z'n beroemde 'cirque', jawel - aankwamen stond er immers een snoeiharde droge noordenwind die massaal honderden, neen duizenden, boerenzwaluwen aanvoerde. Spectakulair. Het dorp werd overspoeld met zwaluwen die massaal het aankomende noodweer ontvluchtten en gebruik maakten van het welkome duwtje in de rug om de grens over te steken. Toen we de telescoop op de bergkammen richtten zwermde het in de lens, zelden het fenomeen vogeltrek zo intens over m'n ruggegraat voelen rillen. Dju toch, wat is vogeltrek toch mooi!
Niet alleen de zwaluwen waren van de partij, ook een deel van de 'big-five' van de Pyreneeën ontbrak niet. Tussen haakjes: op vijf Slechtvalk, op vier Dwergarend, op drie Aasgier, op twee Steenarend. En op één? Lammergier, uiteraard. Twee sub-adulte Steenarenden hadden we vrijwel meteen in de kijker, en net op 't moment dat je de hoop opgeeft om een Lammergier voor de lens te krijgen scheert er plots een juveniel - een 'joenk' van dit jaar - hoog boven je hoofd. De hoofdvogel was binnen. Nauwelijks was ons enthousiasme bekoeld of er verschenen twee adulte Lammergieren in de cirque. Een kwartier lang hingen ze de tortelduif uit en bleven ze gevangen in de scoop. Straffer nog, de rest van de namiddag bleven de twee prachtig zichtbaar in de omgeving. Gavarnie is blijkbaar 'hot' voor deze soort. Op zich is het bergdorp trouwens niet meteen een vermelding met grote V waard. Het landschap is best spectakulair en groots, toegegeven, maar je moet helaas eerst de hel door om van de rijstpap te kunnen smikkelen - weer zo'n typevoorbeeld van 'alpiene carnavalisering'. De helft van de huizen zijn bars en hotels, de andere helft souvenirwinkels waar postkaarten en pluchen marmotten worden verkocht. Die fluiten als je ze passeert, bovendien. Een keer is leuk, twee keer enerverend en drie keer teveel. Ze blijven zelfs doorfluiten als je ze de nek omdraait. Met een wortel, of suikerbiet, in hun gat zingen ze echter een serieus aantal octaven lager. Ik heb altijd suikerbieten in m'n rugzak, voor 't geval dàt...
Even een weekendje gaan vogels kijken in de Pyreneeën, dus, op een goede drie uurtjes rijden van Sète. 't Heeft z'n voordelen om hier te wonen...